"Venediger-Gruppe" zomer 2002


In juli 2002 hebben we onze zomervakantie in de Venediger-Gruppe doorgebracht. We hadden 14 dagen vrij. In de 1e week hebben we met z'n tweeën een huttentocht gelopen, gevolgd in de 2e week door een cursus 'Sneeuw en ijs'. Deze C1 cursus werd georganiseerd door de NKBV en startte in Matrei.
Dag 1,
Na lang wachten is het eindelijk weer zover. We hebben ons los kunnen maken uit het reguliere leven en knijpen er veertien dagen tussenuit. Met de auto en tentje naar Oostenrijk om lekker te ontspannen. De 1e overnachting hebben we doorgebracht op een camping net achter Stuttgart. De camping 'Aichelberg' ligt nog geen kilometer van de snelweg 8 naar Salzburg. Precies op de helft tussen Nederland en Oostenrijk is dit een goede locatie om de reis te onderbreken. Kom niet te laat aan want het is er erg druk en de camping staat vol met sleurhutten op weg naar Italië o.i.d.
Maar voor een tentje is er altijd wel plaats.
Dag 2,
Na het opbreken van de tent en een lekker ontbijt zijn we 's morgens om ca 10.00 doorgereden naar Matrei.
Via een klein stukje snelweg waarvoor je geen vignet nodig hebt als je via de afslag Kufstein- Oost de snelweg verlaat en de Felber-tauern tunnel arriveerden we om ca. 15.00 op de camping 'Edengarten'. De tunnel is ca 5 km lang en kost 10,00 EUR enkele reis.
Het is een mooie camping gelegen in het begin van het Virgentall. Matrei ligt op 975m en is in de zomer een rustig plaatsje met veel pensions en één camping. Na wat te hebben rondgekeken in het centrum zijn we terug op de camping onze tour voor de komende dagen gaan plannen.
Dag 3,
Na wat boodschappen te hebben gedaan zijn we richting Ober Mauern gereden. Dit was ons vertrekpunt om verder te gaan. Nu kwamen we daar pas omstreeks 11.00 aan zodat we de eerste klim via de Nilljoch-hutte en de Stuhler-alm (2392m) naar de Bon Matreier-hutte in de voormiddag moesten lopen. Ca. 1200 hoogte meters overbruggen met de hete zon op je hoofd. Het eerste stuk tot aan de Niljoch-hutte was het zwaarst. We moesten nog wennen aan onze rugzakken ca 7 en 12 kg en het was werkelijk bloedheet.
Vanaf de Niljoch-hutte (1980m) werd het wat aangenamer. Het traject werd ook snel mooier en minder druk. Vlak voor de Bon Matreier-hutte (2745m) zagen we twee marmotten (Murmeltieren) met elkaar ravotten. We konden heel dicht bij komen wat weer wat mooie plaatjes voor later opleverde. Het laatste stuk vlak voor de hut was weer flink wat stijgen maar zeker de moeite waard. De hut ligt op de rand van een rotsmassief met een wijde blik over het Virgentall. Na ca 6 uur lopen over 4 km en 1200 hoogtemeters kwamen we om 17.00 aan. We konden na wat te zijn opgefrist direct aan het diner. Geen gezamenlijk dagmenu maar eten van de kaart. Dit kon ook in veel van de overige op dat moment nog te bezoeken hutten. Na twee Glühwein en lokale gerechten Kaiserschmarren en Tiroler Größtl zijn we richting lager gegaan.
Dag 4,
We hadden ons voorgenomen na een dag inspanning een dag rust te nemen. Zeker in het begin om wat de acclimatiseren. Het moest vandaag de top van de Säulkopf (3209m) worden. De 450 m klimmen en dalen moesten we toch wel in 3 uurtjes kunnen klaren. Het terrein dat we moesten overbruggen bestaat uit sneeuwveldjes en losse keien. Niet het eenvoudigste terrein. Na 3 uur klimmen (incl. twee rustpauzes) stonden we op de top. Het was schitterend weer en we hadden een magnifiek uitzicht. Net rechts van de Weisspitze zag je de zuidzijde van de Grossvenediger liggen. Zelfs de Grossglockner was goed waar te nemen met dit heldere weer. Na een lunch op te top zijn we na ca 1/2 uur weer aan de afdaling begonnen. Dit ging natuurlijk sneller. Doordat de sneeuw vrij hard was konden we skiënd op onze schoenen de meeste veldjes snel overbruggen.
Een uurtje later lagen we weer te zonnen bij de hut.
Dag 5,
We zouden volgens planning om 7.00 uur vertrekken want de Eissee-hütte was dicht zodat we door moesten lopen naar of de Sajat- of de Johannes-hütte. Naar deze laatste hut was het een wandeling van ca. 10 km met aardig wat hoogte verschillen te overbruggen. Welke hut het zou worden zouden we beslissen als we bij de Eissee-hütte aankwamen.
Iets later dan gepland met de zon in onze rug vertrokken we richting Eissee-hütte. Dit stuk is een onderdeel van de Venediger Höhenweg. Volgens velen het mooiste stuk vanwege het continue zicht op het Virgentall. Anderen vinden het stuk tussen de Bon Matreier- en Badener-hütte het mooist. Met slecht weer kun je dit traject echter beter vermijden.
Het stuk naar de Eissee-hütte (2521m) is vrij vlak en na 3 uur lopen zaten we al te lunchen op onze bestemming. Het weer was wat betrokken en het zou vermoedelijk wel gaan regenen. Toch besloten we niet naar de Sajat-hütte te lopen maar de Venediger Höhenweg te vervolgen naar de Johannes-hütte. Hiervoor moesten we na de Zopatscharte ( 2958m) nog 430m stijgen, 3 km lopen en 800 m dalen. Het was ca. 12.00 toen we vertrokken dus vermoedelijk hadden we voldoende tijd om de Johannes-hütte voor donker te bereiken.
De Zopatscharte bestaat uit veel losliggende keien op een ondergrond van zand en grint. Uitglijden was dus goed mogelijk. Gelukkig waren er wat staalkabels aangebracht op de gevaarlijkste stukken zodat we ca. 2 uur later op de top van de Scharte stonden. Toen we net de afdaling hadden ingezet begon het te regenen. Dus snel de rugzak af om regenkleding aan te trekken. Op dat moment kwamen we twee engelse pubers tegen. Slechte kleding, veel te grote rugzak die bovendien slecht gedragen werd. Inmiddels onweerde het al, dus wij snel naar beneden en de jongelui nog gewaarschuwd dat de weg die ze nog moesten afleggen vrij gevaarlijk was onder deze condities.
Omstreeks 17.00 kwamen we na een flinke afdaling bij de Johannes-hütte (2121m) aan. Inmiddels was het nog harder gaan regenen dus was het een drukte van jewelste in het schoenenhok. Tussen de vele mensen die kwamen schuilen en een puinhoop van rugzakken, schoenen en natte kleding moesten we onze weg zoeken naar de Gastenstube. Gelukkig was er nog plaats want de weg vervolgen in dat weer is geen pretje. Bij het eten maakten we kennis met Wilfried. Waarmee we de volgende dag nog een stukje zouden oplopen naar de Sajat-hütte. Dit was gedeeltelijk de weg terug die we net hadden afgedaald. De hele weg naar de Johannes-hütte hadden we in 91/2 uur afgelegd. Gelukkig zonder pijntjes en ongelukken. De lange gletsjertocht tussen de Kürsinger- en Badener-hütte die we de volgende week moesten afleggen zou vermoedelijk na de test van vandaag geen problemen opleveren.
Dag 6,
Wetende dat het niet ver was naar de Sajat-hütte zijn we pas om 8.30 vertrokken. Na ca. 5 minuutjes lopen kwamen we Wilfried weer tegen die een half uur eerder was vertrokken en zijn wandelstok was vergeten. De rest van de weg richting Sajat-hütte hebben we samen gelopen. Na ca. een uurtje zagen we onze eerste wilde Edelweis. Zomaar aan de kant van het pad. En niet één plantje maar zeker 4 of 5 bosjes. Een goed moment om wat te drinken en wat plaatjes te schieten. Na onze weg te hebben vervolgd kwamen we om ca. 11.00 aan op de Sajatscharte (2860m).
Je denkt misschien daar alleen te zijn maar in dit geval zeker niet. Samen met Wilfried, twee Groningers en een familie uit Berlijn hebben we bovenop de Scharte onze 'Gruninger metworst' uitgewisseld voor wat 'Berliner käse' en gezellig wat gebabbeld en gelachen. Een uur later stonden we al bij de Sajat-hütte (2575m). De hut was geheel gehuld in de nevel van de laaghangende wolken! Het was nog vroeg maar we zijn snel naar binnen gegaan voor Apfelstrudel met Glühwein. Die nacht regende het continu wat niet veel goeds voorspelde voor de volgende dag.
Dag 7,
Vandaag zouden we teruggaan richting de auto. Dit was ca. 10km lopen, langzaam dalend via de Boden-alm (1955m) naar Ober Mauern. Na de laatste dagen zo hoog te hebben gelopen wil je de terugweg naar het dal maar het liefst overslaan. Om 16.00 stonden we weer met ons tentje op de camping Edengarten in Matrei. Nu maar wachten op onze medecursisten waarmee we a.s. Zondag vertrekken richting de Essener en Rostocker-hütte (2750m). Vanuit deze hut begint de C1 cursus.
Dag 8,
Een dag om boodschappen te doen en ons verder voor te bereiden op de cursus van de komende week. 's Morgens zijn we naar Lienz gereden om wat inkopen te doen en wanneer te vinden een kleinere rugzak te kopen. In Lienz is een leuke bergsportwinkel waar je alles kunt krijgen. Dus ook een rugzak. De keuze viel op 35+10L met aardig wat bevestigingsmogelijkheden aan de buitenzijde voor b.v. pickel en wandelstokken. Die middag ontmoeten we Jan al die met zijn camper tevens op de camping stond. Helaas begon het die avond flink te regenen zodat we genoodzaakt waren in ons tentje te blijven.
Dromend van de de Grossvenediger!
Foto reeks
Dag 9,
's Morgens om 9.00 was het appel op de camping. Opstellen om met de taxi naar Streden (1403m) te gaan vanwaar we vertrekken richting Essener en Rostocker-hütte. Toen we bij het restaurant op de camping aankwamen zaten Jan, Illona, Frank en Conny al te wachten op de gids. Nog geen 5 minuten later maakten we kennis met Paul (een kleine krachtpatser) die ons de komende week zou begeleiden. Het touw, pickels, gordels en stijgijzers lagen in de kelder van het restaurant. Om 10.00 kwam de taxi voorrijden en een half uur later waren we onderweg naar onze eerste hut.

Tijdens de cursus zouden we drie hutten aandoen waarin we elk twee nachten zouden slapen. De klim naar de Essener en Rostocker-hütte was niet erg vermoeiend. We hadden immers al vier dagen gelopen met rugzak op deze hoogte dus waren inmiddels goed geacclimatiseerd. Zelfs de pijn in onze kuiten van de eerste dagen was volledig verdwenen. De 4 1/2 km lopen en 800m stijgen hebben we afgelegd in 3 1/2 uur. Daar we zo vroeg bij de hut waren zijn we na de lunch weer naar buiten gegaan voor een klettersteig. In de buurt van de hut is een klettersteig aangebracht met veel kabel en wat hindernissen over een riviertje.
Omstreeks 17.00 waren we klaar en zijn we weer richting de hut gelopen. Dit keer adviseerde Paul ons Leberkäse mit kartoffelen, spiegelei en salat te nemen wat inderdaad voortreffelijk smaakte. De avonden na het eten leken veel op elkaar. Je zit in de hut wat te lezen of doet een spelletje. Wanneer we de volgende dag vroeg op moesten voor een lokale klim of een tocht naar de volgende hut werd er ook veel aandacht besteed aan voorbereiding en navigatie.
Dag 10,
Deze dag stond in het kader van oefenen. Lopen met kompas, navigeren, lopen op gletsjer, sneeuw en rots. Het was geen mooi weer die ochtend maar wel droog. We zijn eerst vanuit de Essener en Rostocker-hütte richting de Simonysee gelopen, een tochtje van 2 km heen en weer. Van hieruit hebben we eerst met onze stijgijzers leren lopen op de gletsjertong van de Simonykees. Klimmen, traverseren, zig-zag en weer neerwaarts. Elke beweging met een andere techniek. Na het oefenen met stijgijzers kwam het oefenen op rots. Lopen op een gladde ondergrond, steile stukken en losse stenen bij de juiste belasting en gewichtverdeling. Het uitproberen van de grip van je schoenen in verschillende situaties. Deze ervaring is zeer verrassend en je staat ervan te kijken wat je allemaal kunt.

Na de lunch in de hut zijn we nog wat gaan rotsklimmen. Vlakbij de hut zitten wat boorhaken in de rots waar je aan kunt zekeren en abseilen. Je kon passief- en/of actief abseilen met prusik en HMS. Het klimmen was vrij eenvoudig. Vermoedelijk een 3 of zo. Een extra moeilijkheidsfactor waren je bergschoenen. Klimschoentjes waren er niet. Om ca. 17.00 begon het te regenen en zijn we weer naar binnen gegaan. Het was geen mooi weer geweest maar we hadden het wel droog gehouden.
Dag 11,
Vandaag werden we om 4.00 gewekt om door te lopen naar de volgende hut. Het tijdstip was zo vroeg gekozen omdat er in de namiddag regen was voorspeld. Dus stonden we om 5.00 buiten met het ontbijt achter onze kiezen. We zouden deze dag via de Maurer Törl (3108m) en de Obersulzbachkees naar de Kursinger-hütte (2547m) lopen. Een afstand van ca 10 km. Daarbij moesten we eerst 900m stijgen 1000m dalen en opnieuw 400m stijgen. Al met al hebben we 11 uur gelopen. Ca. 1 km/h. Dit is ca. 4 uur meer dan een ervaren bergwandelaar erover zou hebben gelopen.
Gedurende het laatste stuk naar de Kursinger-hütte begon het te regenen en onweren. Wij moesten nog langs aardig wat stalen kabels en trapjes zodat Paul flink wat haast had gekregen. Bovendien liepen we langs de zijkant van de gletsjer over zand met losse keien dat nat was geworden en geen stevigheid meer bood. Eenmaal bij de hut aangekomen scheen de zon weer. De hut was op het personeel en onze groep na helemaal leeg. Dit is wel bijzonder. Iedereen stond klaar voor ons en er werd heerlijk gekookt. Zelfgemaakte Apfelstrudel, Knödels, vis gerechten en heerlijke schnitzel in roomsaus, speciaal bereid door het ontbreken van andere gasten.
Heel veel voedsel wordt ter plaatse gemaakt. Ook het brood e.d. wordt zelf gebakken. Door het slechte weer hebben we een extra dag doorgebracht in deze hut die vanwege de relaxte sfeer en goede zorg zeker niet weggegooid was.
Dag 12,
De hele dag regen en in de hut blijven. Gelukkig konden we wat uitslapen en de dag langzaam aan beginnen. We hadden twee dingen op de agenda staan. s' Morgens reddingstechnieken oefenen en wat wandklimmen op de bovenste verdieping en 's middags een routeschema maken voor de volgende dag. Omdat we nog niet wisten wat we exact gingen doen kregen we de opdracht om per stel een aparte route uit te werken. Deze opdracht viel wel wat tegen en het duurde wel twee uur voordat iedereen klaar was. De volgende dag zouden we wel zien welke route het zou worden. In elk geval vroeg naar bed om de volgende morgen omstreeks 7.00 te kunnen vertrekken.
Dag 13,
Wederom was het weer te slecht om de oversteek naar de Badener-hütte te maken. Besloten werd om vandaag de Keeskögel (3291m) te beklimmen. Dit waren ca. 700 hoogte meters klimmen. Doordat het de hele dag mistig bleef moesten we de berg m.b.v. onze routeschema's, kaart en kompas en hoogtemeter beklimmen.
Omstreeks 11.00 stonden we met z'n zessen op de top. Niets te zien door de mist maar de 'Gipfel' gehaald. Op de terugweg hebben we de reddingstechnieken die we de vorige dag hadden geoefend in de praktijk kunnen brengen. Lopen aan touw en iemand redden m.b.v. de 'Totermann'. Ook remmen in sneeuw (zonder pickel) stond op het programma. Eenmaal terug in de hut hebben we besloten de volgende dag toch te vertrekken richting de Grossvenediger. Wellicht wordt het de Badener-hütte of met slechter weer het Defregger-haus (2962m). In elk geval gaan we voor de Gipfel van de Grossvenediger.
Foto reeks
Dag 14,
Om 4.30 stonden we gereed om te vertrekken. Het was nog schemerig zodat sommigen hun hoofdlampjes hadden opgezet. Net als gisteren was het wederom mistig. Het eerste stuk is 200m stijgen via een goed begaanbaar pad. Daarna de gletsjer op.
Stijgijzers waren niet nodig omdat er aardig wat sneeuw was gevallen. Met z'n zessen aan het touw, met Paul voorop, vertrokken we nog steeds in de mist richting de Grossvenediger (3667m).
Het eerste stuk viel wel mee maar hoe dichter we bij ons doel kwamen hoe steiler het werd. Na ca. twee uur in de dichte mist te hebben gelopen leek de zon door te breken. Echter veel konden we nog niet zien. Tot op het moment dat we de Venedigerscharte (3413m) naderden. Plotseling kwam de zon helemaal door en werd de top van de Grossvenediger zichtbaar. Half in de nevel kon je het kruis zien glinsteren. Een magnifiek gezicht en zeker tijd om wat te fotograferen. Ongelooflijk zo mooi.
Toen we nog verder liepen stegen we boven de wolken uit en zag je ook de andere bergtoppen. De Keeskogel (die we gisteren hadden beklommen) de Gröser Geiger en zelfs de Grossglockner. Vanaf dit moment duurde het nog zeker twee uur eer we de top hadden bereikt. Het laatste stuk bestond uit een sneeuwgraatje van ca. 25m en 2 voetstappen breed. Vanaf de top hadden we inmiddels prima zicht en de zon stond hoog aan de hemel. Na de topfoto zijn we weer terug gelopen.
We zouden niet verder gaan naar de Badener-hütte maar naar het Defregger-haus. We hadden inmiddels teveel tijd verspeeld om nog tijdig in de Badener-hütte aan te komen. De weg naar het Defregger-haus was verder eenvoudig zodat we tijdig bij de hut konden zijn. Paul koos echter niet voor de kortste weg naar de hut maar leidde ons van het gebruikelijke spoor naar het spletengebied op de Mullmitzkees. Tussen de spleten door zijn we verder gelopen naar een hele grote waar we allemaal in mochten afdalen. Een natte en koude ervaring. Maar wel heel mooi.
Na deze natte ervaring zijn we doorgelopen naar het Defregger-haus. Dit is een heel oude hut van waaruit de meeste toppogingen van de Grossvenediger worden ondernomen. Toen we in deze hut aankwamen stond Paul al met bier en het stempelkussen gereed. De rest van de middag hebben we ons voor de hut in het zonnetje zitten koesteren. 's Avonds zijn we na wederom een groot bord Knödels en een spelletje of 20 'Ezelen' naar bed gegaan.
Dag 15,
De laatste dag van de cursus. We zullen via de morene van de inmiddels 2km teruggetrokken Zettalunitzachkees naar de Johannis-hütte (2121m) lopen. Iedereen mag om de beurt de weg door de morene bepalen. Aangekomen bij de Johannis-hütte volgde de evaluatie onder het genot van koffie met Apfelstrudel. Einde van twee mooie weken. De middag na afscheid van onze medecursisten hebben we besteed aan de terugreis richting Aichelberg. Van hieruit zijn we de volgende dag weer naar huis gereden.

Wetenswaardigheden.
Heerlijke gerechten uit de Tiroler keuken:
  • Kaiserschmarren mit compote / preiselbeeren
  • Leberkäse mit kartoffelen, spiegelei en salat.
  • Tiroler knödel mit suppe und salat.
  • Tiroler Gröstl mit spiegelei und salat.
  • Apfelstrüdel.
  • Rezeptzentrum.

    Algemene informatie Oostenrijk:
  • Austrian travel network.
  • Austrian seek.
  • Oostenrijk start-tips.

    Algemene informatie Tirol:
  • Tirol.

    Tourinformatie:
  • Overzicht gelopen route.
  • Austrianmap on line.

    Hutteninformatie:
  • Trekking in Austria.



  • Terug reisverslagen

    - Einde -