Acht weken Noord Amerika, (2015).





Het jaar 2015 hadden we gereserveerd om acht weken naar de USA te gaan. Dit idee bestond al heel hetgeen we gelukkig in 2015 hebben kunnen realiseren. Een reis van totaal acht weken te starten met een week New York. Daarna zeven weken toeren van New York naar San Fransico met onderweg een stop van een paar dagen bij Anke haar zus in Dallas. Een deel van de reis volgt de 'Route 66' van Chicago naar Los Angeles. Naast de highlights van de "Route 66" staan ook Cape Cod, Niagra Falls, Grand Canyon, Yosemite valley, Brice canyon, Death valley en Monument valley in de planning. Welk vervoer we kiezen is nog ter overweging.

De 'Route 66' op een Harley lijkt logisch maar dit is vreemd genoeg n van de duurste opties. Ook speelt het seizoen wanneer je gaat een rol. Als beste periode om het traject te rijden wordt April-Mei en September-Oktober geadviseerd. Dan heb je fijne temperaturen en minder drukte op toeristische plekken dan in de zomermaanden. Ook de verblijfkosten zijn dan een stuk lager. Bovenstaande pleit echter niet voor een Harley want die rijd je liever niet in hartje zomer. Zweten in je motorpak .............. Verder is het tevens te overwegen om de reis van Oost naar West of vice versa te rijden. Dit vanwege het klimaat en de prijs (rekening houdende met een 'Singel journey fee').

De totale kosten voor zes weken toeren in september-oktober en twee personen zijn dan:
  • Camper voor twee personen, klasse C25 => 9.500,- Euro
  • Harley met duo-zit en koffers => 12.000,- Euro
  • Middenklasse personenauto => 7.500,- Euro
  • Klassieke Old-timer => 14.300,- Euro
    Er is dan gerekend met 43 dagen reizen, een traject van ca. 8500 km, (excl. vliegreizen en het verblijf in New York en Dallas) en (incl. huur, brandstof, verzekeringen, maaltijden en overnachtingen).

    Reizen door Amerika is niet nieuw voor ons. Eerder waren we al twee weken in Dallas (2013) en vijf weken Portland (1978). Beide keren op familiebezoek.
    In 1978 hebben we vanuit Vancouver (Canada) de staten Washington en Oregon doorkruisd. Hoogtepunten waren toen een bezoek aan Mt. St. Helens, Mt. Hood national forest, het resort Kah-nee-ta vlakbij het Indianen reservaat Warm Springs, Multnomha Falls aan de Hood-River en niet te vergeten een boottrip vanuit Astoria om mooie zalmen te vangen. De film 'Grease' ging toen in premiere, we zijn er verloofd op een riverboat en Wim heeft er zijn rijbewijs gehaald.

    Het geplande reistraject voor 2015 is aangegeven in bovenstaand kaartje. De "Route 66" is met blauw aangegeven. Totaal heben we zo'n 12.000km gereden in zeven weken - een week langer dan gepland- waarvan ca. 4800km over de 'Route66'.
    De exacte locaties en overnachtingen hebben we ter plaatse gekozen. Liefst kamperen op Nationale Parken maar wanneer dit niet uitkwam in een Motelletje die je overal vindt en eenvoudig zijn te boeken. Het internet was daarvoor onze grootste informatiebron. Ook hebben we de reisgids van Tom Snyder "Route 66" gebruikt als naslagwerk. Een leuk boekje om de "Route 66" te plannen.
  • pic reeks
    New York
    Aankomst New York om 14:30 na ca. 7 uur vliegen en 6 uur tijdverschil. We hadden thuis al een hotel geboekt in Brooklyn Manhattan. Dus op JFK de AIR-train gepakt naar de metro en vervolgens lijn A richting het subwaystation op de hoek van Central-Parc en 103th street. Daarna nog ca. een kwartier gelopen tot het Broadway Hotel op de hoek van Broadway en 101th street. We hadden een kleine kamer (715) maar met een heerlijk tweepersoonsbed. Voor het slapen zijn we nog eerst de wijk ingegaan voor een kop koffie bij het 'Earth Caf' op de hoek van Broadway en 97th street. En blok vanaf de Metro op 96th street met lijn 1, 2 en 3 richting downtown- of uptown Manhattan. Lijn 1 gaat naar de Staten Island ferry en lijn 2 en 3 naar Brooklyn. Die dag ook maar een prepaid telefoon gekocht voor bellen in America.

    De dag na aankomst zijn we wezen ontbijten tegenover het hotel bij een lekkere Bagels bakker. Trouwens dit hebben we elke morgen volgehouden tot op onze dag van vertrek uit New York. De hele periode dat we in New York waren was het broeiend heet. Gemiddeld tussen de 30 en 35 gr. C. Er is zellfs 37gr. gemeten. De eerste dag hebben we veel gelopen. Eerst met lijn 1 naar Times Square en vandaar lopend tot aan de Staten Island Ferry. Vanaf Times Square eerst naar het Empire State Building waar we naar boven zijn gegaan tot op verdieping 102 voor een uitzicht over New York. Tot op 390m hoog. Daarna grotendeels via Broadway langs het 'Flatrion gebouw' en het 'Wall street district' naar downtown.

    Eenmaal in downtown aangekomen hebben we een poosje in de zon aan de Hudsonbaai gezeten. Dan kijk je zo op het Liberty Statue. Vandaar weer langs de East River richting de stalen vier master 'Peking' gelopen en wat gegeten in Fultonstreet bij n van de leuke kioskjes die daar staan. Vervolgens naar het metrostation in Canal-street gelopen voor de metro terug naar ons hotel.
    Ook de volgende dagen nog veel zaken van New York bekeken. Naar downtown voor een trip met de gratis veerboot naar Staten Island. Deze vaart vlak langs het Liberty Statue. Na aankomst kun je direct weer via de terminal met dezelfde veerboot terug. Dit is ook wat de meeste mensen doen. Op Staten Island is, op een bezoek aan een Botanische-tuin na, niet veel te zien.

    Daarna via de 'Charging bull' naar het nieuwe WTC gebouw en de herdenkplaats 9-11. Heel indrukkkend en mooi gemaakt. Op de plek van beide gebouwen zijn rechthoekige waterpartijen gemaakt met de namen van de slachtoffers in de rand gefreesd. Vandaar zijn we incl. een bezoek aan de St' Paul Cathedral naar Chinatown (Mottstreet) tot in Little Italy gelopen. Vervolgens over de Brooklyn-brug naar 'Brooklyn downtown' iets eten en via de brug weer terug. Maar eerst gestopt om foto's bij nacht van Manhattan te maken vanaf de Brooklyn zijde.

    Ook zijn we een hele dag naar Brooklyn's jaarlijks 'Indian festival' op Laboursday geweest. Een lange carnaval optocht op de 'East Parkway' over wel vijf kilometer. Prachtig om te zien en mee te maken. Massa's met mensen en kleuren, heel veel met een donkere huidskleur, maar heel vriendelijk en behulpzaam. Althans naar ons toe en voor zover we konden zien. 's Morgens vroeg was er nog wel een Jamaicaan neergeschoten, zoals op TV verteld vanwege onderlinge rassenhaat. Veel gelopen en gesnoven. Er werd nog al eens een stikkie gerookt. Er stonden ook veel eettentjes met geroosterde kip, sate, mais, etc.. met rijst en verder met veel fruitcocktails. 's Avonds over de Manhattan-brug teruggelopen naar Manhattan via Chinatown voor een diner in de wijk 'Little Italy'.

    Ook Central-Parc stond wederom op de planning. In Central-Parc zien we veel vrouwlijke kinder nanny's en joggers. Vanaf 101th street het park ingestoken en en kris-kras er doorheen gelopen via midtown heel de weg naar de Hudsonbaai. Bijna zonder kaart want we hadden dit bijna allemaal al gezien. Alleen de St. Patricks Cathedral en het Rockefeller-centrum was nieuw. We kwamen daar Howard Stern tegen en was er 's avonds een uitzending van de 'Ellen show' gepland.

    De laatste dag was wederom een dag Manhattan. We hadden een dag fietsen gepland maar de huur bedraagt ca. USD 30,- per dag per fiets. In Nederland kun je voor dit bedrag een fiets kopen. Bovendien was het die dag 34 gr.C. dus wel erg heet om rond Manhattan in de volle zon te fietsen. Als alternatief zijn we direct met de metro tot Houston-street gereden voor een bezoek aan de wijk Soho (South Of HOustonstreet). Een oude wijk met veel verschillende architectuur en de typische stalen brandtrappen aan de gevel. Daarna zijn we naar het financieel centrum gelopen met een bezoek aan de '21 Century' winkel waar goedkope merkkleding wordt verkocht. Vervolgens geschuild voor een enorme onweersbui. Daarna door de nagenoeg lege straten naar downtown en via de Hudson-rivier bij sunset terug naar het WTC. Daarna eten in Fulton-street om bij avond nogmaals de 'Staten Island' ferry te pakken voor mooie plaatjes van het Statue of Liberty en downtown New York.
    dia reeks
    New England
    Om 9:00 uitgechekt bij ons hotel om richting Cape Cod te vertrekken. Na natuurlijk ons favoriete Bagel-ontbijt. Met de Yellow Cab naar het metrostation en vandaar terug met lijn A naar JFK om de auto op te halen (11:30) bij "Dollar Rent a Car". Wel even wennen met een vreemde auto, op vreemde wegen, met vreemde verkeersregels en een onbekende GPS. Na een verkeerde afslag reden we zo de Bronkx in. Kom er dan maar weer eens ongeschonden uit. Met een geblokkeerde GPS doordat we onder een stalen constructie voor de metrolijn reden. Dan wordt het helemaal precair. In elk geval wel uit New York geraakt en langs de US-1 richting New London gereden voor onze eerste overnachting in het Clarion Hotel. Vergane glorie en gedateerd voor USD 89,- incl. een (minimaal) ontbijt met weinig keuze op plastic wegwerp-servies. En vermoedelijk met beestjes in de dekens gezien de jeuk die Anke overhield aan de overnachting.

    De volgende morgen doorgereden naar Cape Cod. Via de US-1 (Kings road), Rhode Island en de US-6A kustroute tot aan Provincetown. Het uiterste puntje van Cape Cod. Een mooi gebied met veel luxe vrijstaande houten huizen. Precies wat er in de boekjes staat beschreven. We hebben de boeken van John Steinbeck, Geert Mak en Thomas Acda meegenomen.

    Provincetown is een oud walvisvaardersdorpje gebouwd door Portugezen en nu een druk toeristisch plekje om vooral walvissen te gaan bekijken ipv vangen. De walvisvaart is al rond 1950 gestaakt. Geslapen in het 'Breakwater Hotel'; USD 128,- p/n en weinig luxe. Wel direct aan Zee. 's Avonds nog een mooie strandwandeling gemaakt. Allemaal vreemde schelpen en heel grof zand. Daarna weer na een bakje koffie naar bed.

    De volgende dag in Cape Cod om 9:30 op walvis-safari. Drie en een half uur voor USD 46,-. Vlak buiten Cape Cod zijn de feedinggrounds voor walvissen. We hebben er wel zeker 20 gezien. Een mooie ervaring. Daarna om ca. 13:00 na een bakje lekkere koffie weer verder gegaan met onze reis. Het is een leuk plekje, maar niet om meer dan twee dagen te blijven hangen. Wederom via de US-6A gereden maar dan richting 'West' in twijfel waar naar toe. De kompasrichting is een standaard toevoeging aan de Amerikaanse wegen. Zo kun je niet de verkeerde richting op een snelweg pakken. Na drie uur rijden kwamen we al aan in Providence. Daar hebben we overnacht in het "America's Best Value Inn" in Providence, hoofdstad van Rhode Island. Wederom niet luxe en outdated. Zo'n motel waar de auto voor je kamerdeur kan worden geparkeerd. We hadden de stad Providence gekozen als uitgangspunt om onze reis verder te plannen.
    Foto reeks
    Lake District
    We zijn helemaal rond het Lake Erie gereden aan de Zuid-zijde door de USA en Noord-zijde Canada. Vandaar richting Chigago als vertrekpunt voor 'Route 66'

    (Niagara Falls NY)
    Nog ca. 260km naar Niagara Falls. Ze hadden volop zon voorspeld via 'Weather online' maar gedurende het gehele stuk rijden bleef de laaghangende bewolking hangen. We hebben zoveel als mogelijk de snelwegen laten liggen en gebruik gemaakt van de secundaire wegen. De US-3 slingert vanaf Detroit naar Niagara Falls door het vlakke landschap tussen de maisakkers en af en toe een boerderij of eettentje. Veel rijden met weinig verkeer. Het thuisland van lokale boeren die een simpel leven leiden van het mais en de veestapel. Onderweg hebben we een lekker ontbijt genuttigd in zo'n eettentje voor, incl. refill koffie, 4,95 CD. Dit zijn de leukste momentjes onderweg. Tussen de lokale bevolking in hun omgeving vertieren. Ook zijn we onderweg nog gestopt bij "The Holland House" een klein winkeltje en wegrestaurantje onderweg. Ze verkochten allerlei snuisterijen uit Holland. Van Delfts aardewerk (tegels, bordjes en klompjes) tot aan speculaas en ontbijtkoek.

    Na vier uurtjes rijden komen we aan op onze volgende bestemming (KOA camping Niagara Falls). Wederom 44,- CD voor een nacht op de camping. Net 10,- CD minder dan het goedkoopste motel tot nu toe. Maar wel schoon en geen lawaai. Ook een vierde van de hotelkosten in New York. Na het opzetten van ons tentje zijn we direct door naar de watervallen gereden. Je kunt er met de auto gewoon langs rijden.

    's Avonds zijn we wederom naar de watervallen gereden om deze verlicht te zien. Het zijn feiteijk twee watervallen. Een rechte en een half ronde, de zg, "Horse shoe". Beiden zijn ze met diverse kleuren aangelicht met grote schijnwerpers vanaf de Canadese zijde. Het aangezicht van de watervallen zie je vanaf de Canadese zijde en vanaf de Amerikaanse zijde zie je de zijaanzichten maar kun je wel dichterbij komen. De watervallen zijn aan beide zijden goed geexploiteerd. Veel grote hotelketens, uitkijktorens, giftshops en veel restaurants en fastfood tentjes. Heel wat anders dan de Iguazu- en Victoria Falls. Falls. Beiden omgeven door natuur en een stuk uitgebreider.

    Ook zijn we bezig met het testen van alle fastfood tentjes. Vandaag een lekker lunchbuffet bij de Pizza Hut en gisteren een Burito Box bij Taco Bell. Beiden 10,- CD/pp. Ook beiden goed om te eten. De Mc Donald, KFC en Burger King (Big Whopper), Subway, Arby's, Wendy's, Jack in de Box, hebben we al gehad.
    (Duynkerke NY)
    We zijn opgestaan met een lichtbewolkte hemel met veel blauwe stukken. Gelukkig maar want zo konden we net mooi weer naar de watervallen. Vooral de 'Horse shoe' waterval was indrukwekkend. Wat een massa water die daar naar beneden valt. Tegen de erosie en voor energieopwekking is stroomopwaarts een waterkracht centrale neergezet. Een win-win situatie want de watervallen erodeerden voorheen enkele meters per decenia. Na het bezoek aan de watervallen zijn we de grens naar de USA weer overgestoken om langs de kust van het meer richting het oosten te rijden.

    We rijden liever op secundaire wegen omdat dit meer van Amerika laat zien dan de snelwegen. Te beginnen met de US-62 richting het Zuiden met daarna de US-5 richting het Westen. Naar de industriestad Buffalo een mooie route die vlak langs het meer loopt. Heuvelachtig met mooi fel rood en geel gekleurde bomen (Indian Summer) geflankeerd met af en toe zicht op het meer. Het gehele 'Lake Erie' is een NP en wel zo groot als de gehele Noordzee. De overkant is dus niet te zien. In vergelijking met de Noordzijde is de Zuid-zijde meer geexploiteerd voor toerisme en bv bejaardenhuizen. We zijn omstreeks 15:00 gestopt op de 'Lake Erie campground' direct aan de oever van het meer. Hier konden we voor USD 17,60 staan dus heel wat voordeliger dan aan de Canadese zijde. We rjden maximaal vier uur per dag tussen de files in. Van omstreeks 10:00 tot 15:00 met een lunch als onderbreking. Onderweg zien we al veel Halloween versiering. Een maand van te voren wordt er al flink uitgepakt. Mooie huizen met veel gras en vaak twee auto's en een trailer of camper voor de deur.

    (Sandusky OH)
    's Morgens met zon opgestaan na een koude heldere nacht. Zowel de binnenzijde als de buitenzijde van de tent was flink nat. Dus dan maar na wat afdrogen deels nat de auto in om verder richting Chicago te rijden. Wederom langs de kustweg "Great Lakes Seaway Trail" ofwel via de secundaire wegen US-5, -20 en -2. Voor een brunch gestopt bij een 'Family diner' wat ons toch wel het beste bevalt. Goed eten en koffie voor maar USD 10,- pp. en tussen de lokals, tenminste de wat oudere mensen. We zijn doorgereden tot het "East Harbour State Park" waar we na een hele dag zon de tent hebben opgezet. Zo kon deze nog effe goed drogen. Een nacht kamperen kost daar USD 20,-. Een ruime camping met een vervroegd Halloween omdat de campwinkel voor het laatste weekend open was. Veel trailers en campers en drie tenten kwamen hier op af. De trailers ruim versierd met Haloween figuren met soms de familienaam en de Amerikaanse vlag op een mast voor de campingplek. Je hebt in Amerika twee soorten kampeerders. Die met een grote camperbus of trailer met een dikke 4WD ervoor (van twee ton) aan hun pensioen zijn begonnen en heel Amerika doorrijden en de kampeereders die in camouflage kleding in tentjes en kleine caravans verbijven. Het bleef 's avonds rusig op de camping (wat in Europa nog al eens anders is) en sliepen in met de geur van kampvuur tot in de ochtend.

    (Cedar Springs CD) Via Lake Michican op naar Detroit via de snelwegen. Langs de Oostkant van Lake Michican zie je veel industrie dus het werd de kortste weg naar Detroit. Langs de snelweg zie je veel dode dieren liggen. Meerdere wasbeertjes, eekhoorntjes en herten. Soms al in staat van ontbinding met gieren er bovenop. Omdat er een regenachtige dag was voorspeld hadden we voor de nacht al een motel gereserveerd op 20 km ten ZW van Downtown Detroit. Een goede uitvalbasis voor de volgende dag. Het werd een Motel 6 voor 55,- USD per nacht. Het was een klein kamertje maar wel schoon. Onderweg nog gestopt voor een plasstop. Even van de snelweg af en we kwamen in een nieuwe wereld. Een boeren dorpje waar we in een lokale tent een lekkere kop zelf gemaakte tomatensoep hebben gegeten. De hele tent zat vol met families die zondag met z'n allen hun middag daar doorbrachten. Een leuke verrassing en vriendelijke ontvangst van twee vreemde Zeeuwen.

    (Detroit MI)
    Na een nachtje in een Motel 6 zijn we eerst richting de Wallmart gereden voor wat inkopen en een koelbox voor het eten. Het was mooi weer dus we zouden vannacht gaan kamperen op het Rondeau Statepark aan Lake Erie. Ca. 120 km rijden van Detroit. In Detroit zijn we alleen naar het Heidelberg project geweest. Een kunstproject waarbij een vervallen straat is opgesierd door een kunstenaar met allerlei attributen, van poppen tot fietsen, auto's, kinderwagens etc......; soms opgestapeld of opgehangen aan huizen. Een bizar gezicht, tevens gedateerd en deels vergaan. Daarna de stad doorgereden om de tunnel te nemen naar Canada. Vanuit verhalen zou Detroit in verval zijn maar wij vonden het netter dan Chicago. In elk geval Downtown dan. Het Procinciale Statepark Rondeau is niet groot maar wel leuk om te kamperen en de Marsch Trail te lopen door een Wetland reservaat. Gelukkig bleef de zon schijnen tot laat in de avond. Voor een nachtje kamperen zonder elektrisch betaal je toch nog 40,- CD (27,- entree/dag en 13,- voor het kamperen/nacht). Een flink bedrag voor een nachtje kamperen.

    (Shipshewana IND)
    'S morgens opgestaan met een donkere onweerslucht. Het had die vannacht ook wat geregend en de warmte van gisteravond was weg. Na de tent te hebben afgedroogd weer in de auto richting Shipshewana. De derde grootste Amish gemeenschap van Amerika. Onderweg zijn we wederom gestopt bij een leuk wegrestaurant/bar/grill. Een hamburger in een mandje met patat voor USD 6,-. Ook weer leuk om met de locals te praten. Dit keer gereden via de US-20. Om 15:00 kwamen we aan in Shipshewana. Een klein dorpje met paardepoep op de vluchtstrook van de Amish koetsjes. Bijzonder om deze zo te zien rijden tussen de grote Amerikaanse Chevrolet, Ford en GMC Van's. Soms met dubbel lucht van achteren. Rond Shipshewana en Middelbury wonen de meeste Amish. Na wat rondneuzen hebben we om 16:00, wederom in de zon, onze tent opgezet op de 'Shipshewana campground'. Niet de goekoopste voor USD 26,-/nacht. 's Avonds op de camping gegeten en weer vroeg de tent in. Vanuit de tent hoorde je nog het geluid van de driftig gallopperende paardjes van de Amish Buggy's.

    Op de tweede dag in Shipshewana zijn we doorgereden naar Chicago. Opgestaan met zon en 20 gr.C. We hadden nog Bagels voor ontbijt en daarna zijn we richting Chicago gereden voor de start van R-66. Maar eerst nog even stilgestaan bij de bulk-winkel van de Amish. Geleid en gebruikt door Amish. Voor een schijntje kun je hier allerlei levensmiddelen in groot verpakking kopen. Lekkere kaas, gedroogd fruit, nootjes, chocolade, en bijv. een 20L zak chips. Ook de gewone zaken zoals brood etc...... maar dan gebakken door de Amish. In het gehele gebied rondom Shipshewana en Middelbury vind je fabriekjes van deze 'self made' artikelen.
    Foto reeks
    Route 66
    We hebben totaal twee dagen om Chicago te bekijken voordat we starten aan de Route-66. De twee dagen dat we er waren was het redelijk weer maar het woei hard. Met name aan de Michican Aveue (de z.g. Magnificient Mile). De bijnaam "Windy City" klopt dus aardig. Het was wel zonnig maar de temperatuur kwam overdag niet hoger dan 15 gr. C. We hebben in de twee dagen de standaard aanbevolen Highlights nagelopen. De Navy Pier, de Magnificient Mile, langs de lake- en river front gelopen, met haar prachtige stalen bruggen, het Milenium park, met haar 'Bone' en spuwende schilderijen, de historische Route-66 kenmerken opgezocht, bij Lou Mitchels iets gegeten, Giordano's was overbooked met jeugd dus toen maar iets anders gezocht, en veel gelopen. Wat wel indrukwekkend is aan Chicago is haar staalhistorie.

    Van oudsher stonden er veel staalfabrieken in Chicago. De grote hoeveelheid staal was nodig om alle autofabrieken in Detroit van staal te kunnen voorzien. Er is tevens veel staal gebruikt in de stadsopbouw. Prachtig gevormde en geklonken constructies. Gebruikt in de constructie van veel gebouwen, de oude bruggen over de drie rivieren en voor het bovengrondse netwerk van de metro. De straten hebben daarmee een extra verdieping gekregen waar de metro over rijdt. In veel straten zie je dan de pilaren van dit netwerk aan de rand van het trotoir staan met boven het wegdek dan het stalen frame. Soms rijdt de metro op nog geen twee meter langs de gevels van huizen en kantoren. Zo hoor en zie je steeds de metro op ca. vier meter hoog door de stad rammelen.

    (Chicago MI)
    We zijn vertrokken met een ontbijt bij Lou Mitchels in Chicago vanwaar we via de US-20 aan de Route-66 beginnen. De door John Steinbeck genoemde "Mother road of Amerika". Na een lekkere lunch de Garmin ingesteld en op weg. We gebruiken de kaart voor de grote planning, de GPS Garmin Montana 650 om de route te bepalen en de bordjes "Historic Route 66" aan de kant van de weg als controle. We hadden niet op een grote nauwkeurigheid van deze bordjes gerekend maar je kunt het traject Illenois bijna zonder GPS rijden. Ook een stukje over de snelweg, die over de oude route is heengelegd, is goed aangegeven met zelfs het nummer van de afrit erbij. 's Avonds zijn we net buiten Wilmington gestopt op het Kankakee State Park. Tegen half zes. Een uur voordat het donker werd. Dit door het uur tijdverschil wat we weer teruggingen vlak voor Chicago. En eindelijk werd de prijs ook wat lager passend bij een tentje. USD 8,-/nacht. Dit is pas een leuke prijs. Het was een hele dag zonnig geweest maar met een heldere hemel en's avonds weer flink koud. Zo tegen het vriespunt. Dus de volgende ochtend de binnen- en buitenzijde van de tent weer flink nat. Maar wel met de zon op de tent opgestaan. Een goed begin van steeds warmere dagen en avonden nu we elke dag gemiddeld zo'n 200km naar het Zuiden rijden.

    (Springfield IL)
    Met zon opgestaan en richting Gardner gereden voor een stop bij "Old Route-66 Family Restaurant" voor een brunch en wat foto's van het uit 1932 daterende benzine station. Een icoon aan de R-66. Daarna doorgereden naar Dwight voor een bezoek aan het eveneens oude benzine station. Vervolgens doorgereden naar Pontiac voor een bezoek aan de "Hall of Fame" voor het deel Illenois van de R-66. Onderweg kun je meerdere 'alignments' van de R-66 volgen. Van 1926 tot 1939, van 1940 tot 1977 en nog meerdere stukken van de R-66 die veelal parallel lopen. Aan de R-66 bordjes kun je zien welk stuk het is. Die van de oude T-Fordjes, van de Chevy's of ervoor nog van 'Horse and wagon'. De R-66 dateert van 1926 en is als belangrijke economische verbindingsroute uit gebruik geraakt bij het aanleggen van Interstates in 1956. Daarna is het tourisme op de route ontstaan. Mede door de bijdrage van de 'founder' Bob Waldmire van wie zijn leven uitgebreid in kaart is gebracht in de "Hall Of Fame" in Pontiac.

    De 'Old / Historic Route-66' heeft ook saaie stukken. Vaak loopt de route vlak langs de Interstate als tweebaans 'Service road', soms apart als tweebaans, soms enkelbaans of gravel. Die laatste zijn de oudste stukken. Ook is hij soms verdwenen en is hij vervangen door de Interstates. Route-66 is ongeveer 2500 Miles. Georganiseerd wordt deze afstand in ca. 12 dagen afgelegd. Incl. een bezoek aan de "Grand Canyon". Dit komt neer op ca. 250 to 300 Mile / dag. Gemiddeld zo'n 450km/dag. Wij houden gemiddeld 200km/dag aan. Van de "Hall of Fame" zijn we doorgereden via de R-66 naar de campground "River State Park" net ten Noorden van Springfield IL. Dit keer moesten we USD 15,- betalen maar wel met een warme douche. We hebben de hele dag zon gehad met 26 gr.C. en de avonden worden ook al warmer.

    (Stanton MI)
    's Morgens wederom met zon opgestaan en yoghurt met appel als ontbijt. We hebben geen brandertje bij ons dus koffie kan pas in de eerste diner onderweg. Maar dan krijg je gelijk de ontbijt kaart voorgelegd dus meestal nemen we dan gelijk een brunch. En portie samen is meestal al genoeg want alles is veel en groot. De refill koffie is natuurlijk geen probleem. Verder eten we dan 's avonds brood of een Bagel op de campground. Zo blijven we aan ons gewicht. Ook lekker om zo 's avonds op de campground bij de tent te eten. We kiezen ook bewust om te eten langs de R-66 om de mensen die langs deze route leven een inkomen te geven.

    Sinds de komst van de interstates is het leven aan de R-66 hard geworden. De mensen leven van souvenirs en toeristen. Zo houden wij ook de 'vintage' faciliteiten aan deze weg mogelijk nog een poosje in stand. Hoewel je ziet dat een aantal bedrijven al is verhuisd en diners zijn verdrongen door de 'fast food' tentjes aan de vlakbij gelegen interstates. Onze eerste stop die dag is in Lichtfield voor een vroege brunch bij de "Jubelt Bakery". Het er naast liggende bekende R-66 icoon "Arriston Cafe" is op maandag gesloten. Ook zagen we in Lichfield nog een 'drive in' bioscoop. Zo n uit de film 'Grease'.

    Vervolgens verder voor een bezoek aan het oude pomstation uit 1926 in Mt. Olive. Daarna op weg naar St. Louis waar we gestopt zijn voor een wandeling over de "Rock Chain Bridge" onderdeel van de oude R-66 die loopt over de brede Mississipi rivier. Zodra we Missouri state in rijden verandert het landschap. Van de graan en mais velden in Ohio, Indiana en Illenois naar mooie glooiende heuvels met bebossing in alle kleuren. Vergelijkbaar met New England. De 'Indian Summer' is ook hier te zien. Dit roept meteen de vraag op in welk seizoen onze reis het beste past. Nu rijden we met gemiddeld een 22 gr. C overdag met een mooie laagstaande zon en even mooie herfstkleuren. Voor ons is dit de beste tijd ondanks dat de heldere nachten in de tent wat koud zijn.

    Uiteindelijk zijn we gestopt die dag op de 'Meramec Campground" vlakbij Stanton en de "Meramec Caverns". Dit zijn de grotten waar de outlaw Jesse James uit Missouri zijn hide-out had. Je kunt er voor USD 20,- p.p. met een treintje doorheen. Het hele gebied lijkt veel op de Ardennen. Wegen, rivieren, begroeing en grotten. De overnachting koste dit keer USD 15,-. We hadden een prachtige plek aan de rivier met niemand om ons heen. 's Avonds hebben we wat hout bij elkaar gesprokkeld voor een kampvuur om ons te warmen. Dit is pas kamperen!

    (Springfield MO)
    's Ochtends wederom met zon opgestaan. En gelukkig was er nog wat ontbijt over want een wasbeertje had die nacht onze koelbox aangevallen. Daarna al snel weer op weg voor de "Kick of Route-66". Onze eerste stop was bij het "Wagon Wheel Motel" in Cuba. Een attractie die vroeger wel de moeite waard was maar nu is omgebouwd tot een winkel. Wij zijn snel doorgereden naar de volgende 'Must see'. Dit keer een 20m hoge 'Rocking Chair' aan de kant van de 'Old Route-66'. Wederom een lokkertje om de R-66 fans in de bijbehorende souvenierwinkel te krijgen. Vervolgens zijn we doorgereden door het wijngebied van Missouri naar Rolla voor een bezoek aan de 'Totem Pole Trading Post'. En van de eerste pomstations (1932) en winkels langs de R-66. Het pompstation is verplaatst met het komen van de I-44 en bestaat nu van het verkopen van souvenirs. Achter de balie stond de 2e generatie van de oprichter.

    Je kunt de kleine plekjes in Missouri eenvoudig vinden door de bolle watertorens te volgen. Hier staat dan de naam van het dorpje op en steekt meters uit boven de bebouwing. Daarna zijn we via het oude stuk R-66 "Devils Elbow" richting Lebanon gereden. Maar eerst pas na een flinke lunch in het "Country Cafe Diner" direct na de detour. Vervolgens weer direct doorgereden naar Springfield (MO) waar we vlakbij op een KOA camping zijn neergestreken. Weer USD 31,- voor een nacht op een camping die bovendien ligt ingesloten tussen de I-44, de spoorweg waar zware dieseltreinen over rijden -die op oversteekplaatsen hun hoorn flink laten horen- en onder een aanvliegroute van het vliegveld in Springfield. Er was echter geen State Park met campground in de buurt dus jammer en volgende keer beter. Het bleef die avond lekker warm dus toch een leuke avond.

    (Tulsa OK)
    's Morgens opgestaan met yoghurt en fruit. Een goede combinatie. Snel weer op stap en weg van die afschuwelijke camping. We hadden ons doel gezet op Kansas om daar de eerste 'highlight' te bekijken. Echter onderweg kwamen we nabij Halltown twee mooie oude pompstations tegen die niet in onze documentatie stonden beschreven. Een aangename verrassing. Verder zijn we pas gestopt voor de lunch in Kansas. In Galena vind je een prachtig vintage gasstation met een eigenaresse die als personage in 'CARS II" is gebruikt. Ook staat naast het pompstation de takelwagen die in CARS voorbeeld heeft gestaan voor 'Takel' en als de tegenover het pomstation gelegen schuur. Snel nog een foto met de eigenaresse gemaakt. Ook hier hebben we onze centjes weer goed besteed aan een mooie R-66 attractie. Ook het straatbeeld in dit ingeslapen stadje is heel bijzonder voor ons. Brede straten ingesloten door "Western style" bebouwing.

    Vervolgens doorgereden naar Afton in Oklahoma. Ook hier weer een vintage pompstation met een bar/caf als inkomen bekeken. Daarna nog stilgestaan bij een twee oude stalen boogbruggen in Catoosa waar in het verleden de route overheen liep. Hierna zijn we nog bij het amusementpark "Blue Whale" gestopt. Dit park is enorm outdated nu wij 'Six Flags' e.d. kennen maar voor de jaren '60 was dit een bijzonderheid en een mooie plek voor een pitstop onderweg in de lange reis van Oost naar West. Iets ten Noord-Westen van Tulsa, wel 30km van onze route, hebben we het state park "Keystone" gevonden met een leuke campground direct aan het meer. Wederom een mooi plekje voor de tent voor maar USD 12,-. Echter toch weer vlak bij de snelweg dus kon je verkeer nog goed horen. En zoals bijna langs de gehele route het gefluit van de treinen die kennelijk overal vlakbij rijden. 's Avonds zijn we nog naar Tulsa gereden om de neon in de '11th street' te bekijken. Helaas viel ons dit enorm tegen. Hierdoor konden we wel de volgende morgen direct van de campground naar Sapulpa rijden om de R-66 te vervolgen.

    (Mesquite, TX)
    Dit keer met de zon op de tent opgestaan en ontbeten. Direct aan het meertje. Om 9:00 zat alles weer in de auto dus konden we vertrekken richting een oud "Rock Cafe" in Stroud. Onze eerste stop onderweg met een lekkere bak koffie. Het is al twee dagen rond de 30 gr. C. Warm maar beter dan regen. En na nog 300km Zuidwaarts liep de thermometer zelfs op tot 102 gr. F. (ca 35 gr. C.). In Davenport nog een oud pompstation gevonden en vervolgens door naar Dallas via Oklahoma City. Een detour van 360km ca. 8 uur rijden. Helaas kwamen we twee uur in de file op de rondweg (I-635) Dallas. Onze eerste file op de hele reis. Wat een grote stad.

    Lijkt wel zo'n 70km in doorsnede met drie ringen tot vijf hoog voor de verkeersafwikkeling. 's Avonds lekker met Marga wezen eten bij de "Panda Express" (Azian food). Op het terras wat wel heel vreemd overkwam bij de overige bezoekers. Lekker uitgeslapen en daarna lekker uitgerust. Ook de was gedaan en weer op sterkte gekomen. 's Avonds filmpje gekeken op de bank. De tweede dag winkelen en 's avonds naar de Buggy races in de "Devils Bowl".

    (Hinton OK)
    Vertrek bij Marga & Brian om 12:30. Weer in de file op de E-35 richting Oklahoma City en wel om 14:00 op Zondag. En opnieuw Oklahoma in. De staat waar de meeste Indianen van Amerika in reservaten waren ondergebracht. Gedeporteerd in de 18e en 19e eeuw vanuit heel Amerika door de katoen beluste kolonisten. Oklahoma betekent Okla-Humma is "Rode mens". Ook zie je veel casino's met Texaanse nummerplaten. Direct al aan de staatsgrens. Kennelijk verboden in Texas en de nieuwe broodwinning van de Indianen die meestal de eigenaar zijn. Na vijf uur rijden aangekomen en geslapen op 'Red Rock Canyon State Park". Een park op 10 minuten rijden vanaf de I-44 vlak bij Bridgeport.

    (Mc Lean TX)
    Met zon op! 1e stop "Lucille's gaspompstation". Daar stopt een vrouw uit Hydro met haar auto en biedt aan een foto te maken van ons voor de pomp. Als wij aangeven dat het niet nodig is en haar bedanken "Thank you we are good" rijdt ze weg met de woorden "Thank you for comming to Amerika". Typisch Amerikaans. Deze vriendelijke benadering hebben we een aantal keren meegemaakt. 2e stop bij Elk voor het bekijken van twee R-66 Musea. En van Oklahoma en een Nationaal museum. Vlakbij elkaar en ook nog overlappende onderwerpen en beiden een souveniershop. Wat ons betreft had eea gecombineerd mogen worden. Het Nationaal museum is flink uitgebreider. Met meer onderwerpen uit die tijd, te bezichtigen in een soort klein park vanuit die tijd stammende gebouwen, maar wat convensioneler qua opzet en het Oklahoma museum. Dit museum heeft een meer spectaculaire benadering met licht en DVD etc. maar dan alleen over R-66.

    Je kunt duidelijk zien dat veel relics van van de roadside verschuiven naar musea en visitor centra. We hebben er tot nu toe al vier gezien. Alleen de attracties; vintage gasoil-pumps en diners, allen tevens met de mogelijkheid om souvenirs te kopen en vergane glorie te herbeleven, blijven over. Wat natuurlijk wel altijd aantrekkelijk blijft is het landschap en de mensen die tijdens de route steeds veranderen. De infrastructuur en de franchise business rondom de steden veranderen nagenoeg niet. Dezelfde wegen en business zien we overal terug. 3e stop in het plekje Shamrock in Texas. Daar de "U drop Inn" met het vintage pomstation bezocht voor een bakje koffie. Een leuke plek met Wifi. 4e stop bij een vintage "Philips 66" pompstation in McLean en vlak buiten het dorpje de "Cactus Inn". Geslapen op USFS "Lake Mc Clellan" vlakbij Alanreed.

    (Santa Rosa NM)
    's Morgens met zon opgestaan en om 8:30 al weer op pad richting Groom het 1e plaatsje op de R-66 richting het Westen langs de scheve watertoren van Britten. Vervolgens weer verder over de 'empty planes' richting New Mexico. Het vlakke graslandschap verandert dan in een prairie. Hoger en onbewerkt gras met lage bosjes. Vlak na Amarillo ligt aan de Zuidzijde het 'Cadillac-park'. Tien cadillac's half in de grond gegraven door een kunstenaar in de seventies. Elke keer veranderen ze van kleur door alle touristen die hun eigen naam er op spuiten. Onze weg snijdt het gehele stuk door uit eindelose grasvlakten. Tussen Amarillo (TX) en Adrian (NM) zijn aan de Noordzijde van de weg veel windmolens geplaatst. Een park van 600 MegaWatt. Amerika doet dus wel iets aan de Co2 reductie. Ook op andere plekken langs de R-66 hebben we veel windmolens gezien. Na Amarillo is onze eerste stop het 'Midpoint Caf' in Adrian. Een klein plekje dat verder niet veel te bieden heeft. Het 'Midpoint Caf' ligt exact in het midden van de R-66.

    Hier raakten we weer in gesprek met wat Amerikanen uit Ohio. Wat ons opviel is dat het vaak over dezelfde onderwerpen gaat zonder veel inhoud. Misschien ook logisch bij een eerste ontmoeting maar vaak prevaleren de onderwerpen; opleiding en werk, kinderen en sport, waar en in welk huis ze leven, welke auto's, motoren en boot ze hebben etc..... Succes wordt afgemeten in bezittingen en toekomst van kinderen. Het gaat meestal over 'How to get best value for money' en wie dit heeft gerealiseerd. Vandaar door naar Tucumcari in New Mexico. Daar een half uurtje rondgedwaald, gekeken naar het 'Blue Swallow Motel', 'The Tee Pee' en de souvenirshop. Twee iconen aan de R-66. Verder nog wat gesproken met twee 'Ausies' die met een georganiseerde groep motorrijders tevens de R-66 volgden. Gisteren ook al een groep gezien van de 'Eagleriders'. Van Tucumcari naar Santa Rosa hebben we de snelweg gevolgd. De R-66 loopt hier soms over 'Gravel road' of soms dood op bepaalde stukken. Verder is er onderweg niet veel te zien. We hadden gepland om naar het Santa-Rosa Lake State Park te gaan maar voor de nacht en de twee komende dagen werd er slecht weer voorspeld in de driehoek Santa-Rosa, Santa-Fe en Albuquerque. Dus maar een Motel-6 voor de nacht gekozen voor USD 69,-.

    (Santa Fe)
    Een nacht met veel regen dus maar goed dat we een motelletje hadden gekozen. De R-66 splitst in Santa Rosa in een ouder (via Santa Fe) en een nieuwer traject door naar Albuquerque. Wij hebben het traject via Santa Fe gekozen met een overnachting ter plaatse. Hopelijk knapt het weer wat op want onderweg willen we ook genieten van de mooie natuur waar we doorheen kruisen. Helaas bleef het de hele nacht en dag regenen. Dus een ochtend in de auto en een middag binnen vertoeven. Dit is aardig gelukt. Een lunch bij het San Marco Cafe aan de US-14 en nog wat boodschappen gedaan in de Wallmart aan dezelfde weg. San Marco cafe is een knus restaurantje waar je heerlijk Mexicaans kunt eten. Vooral de Chili Stew is er lekker.

    Vanwege de aanhoudende regen toch maar weer een Motel genomen. De Lamplighter Inn in Santa Fe voor USD 63,-. De rest van de middag op de hotelkamer vertoefd. In Santa Fe hadden we we de keuze om terug naar de R-66 te gaan of naar het Noord Westen en via "Monument Valley" en "Grand canyon" terug naar Flagstaff. Dan missen we het stuk van Santa Rosa naar Williams. Als het weer het toelaat is via het stuk via "Monumet Valley" aantrekkelijker. Dit gaat via Indianen gebied en is beter om in oktober te doen dan vanuit Las Vegas vlak voor het einde van onze reis ergens begin 2e week november. Dus een afweging tussen, het Zuidelijke deel en wat we zullen missen van R-66, t.o.v. wat dit Noordelijke stuk van Nieuw Mexico en Arizona ons gaat bieden. Ook het weer speelt een belangrijke rol. In de natuur reizen en kamperen is veel aangenamer met een mooi zonnetje. Kou is niet zo erg.

    Vanwege het aanhoudende slecht weer de motelkamer voor een nachtje bijgeboekt. Het weer was iets beter maar nog steeds onzeker. Het regengebied was nu op weg naar Texas. In de ochtend Santa Fe bezocht (downtown en naar Kowboyz om laarzen) en na een heerlijke lunch in de middag met de auto naar het 'Ski Basin' van Santa Fe gereden op 3100m hoogte. Dit basin ligt in het 'Hyde Memoriam State Park' net ten Noorden van Santa Fe. Santa Fe ligt op 2100m waardoor ook de kou bleef hangen. Het was maar rond de 12gr. C. Door het slechte weer was er op 3100m ca. 30cm sneeuw gevallen. Santa Fe viel ons tegen. Het lijkt een mix van plaatsen zoals Chamonix, Cortina en San Cristobal de las Casas. Het heeft een Mexicaanse stijl en dient als uitvalsbasis voor de berg- en wintersport. Verder zijn er nog weinig authentieke gebouwen overgebleven. Achter veel nieuwe -in oude stijl uit leem opgetrokken- gevels schuilen parkeergarages, winkels, galerijen en restaurantjes. Een verblijfplaats voor veel toeristen en 'rijkere' Amerikanen. De rand van de stad lijkt op elke Amerikaaanse stad en in ligt in dit geval nog op een drukke kruising van twee interstates. Na wat wikken en wegen hebben we toch besloten de Zuidelijke route naar de Grand Canyon te nemen en de R-66 af te maken. Ook omdat er op 3000m 30cm sneeuw ligt en de Noordelijke route zeker zo hoog gaat. Verder zou het kamperen ook erg koud worden. 's Nachts had het ook gevroren in Santa Fe. We gaan vast een keer terug naar het vier staten punt van Colorado, Arizona, New Mexico en Utah. Maar dan in de zomer. Helaas zal het dan ook wel wat drukker zijn.

    (Prewitt)
    's Morgens op weg naar Albuquerque. De I-25 loopt hier deels over de R-66 waardoor we al snel ter plaatse waren. Vandaar zijn er een aantal mogelijkheden om verder te rijden richting het Westen. De Zuid Westelijke route is de mooiste. Dit is de 'Old R-66' en loopt langs de Santa Fe spoorlijn midden door de prairie met prachtige vergezichten. Het is niet de kortste maar zeker de moeite waard om even om te rijden. Verder tot aan Prewitt is er niet veel specifieks van de R-66 te zien met uizondering dan van het prachtige landschap. In Budville staat nog wel een vervallen vintage pompstation. We waren om 15:00 al op onze bestemming voor die dag. We hadden gekozen voor de campground "Blue Water State Park" voor USD 10,- per nacht. Een moooi plekje op 2100m met weinig camping gasten. De avonden zijn erg kort vanwege de kou en omdat het al om 18:30 donker is. Deze keer weer met een kampvuurtje proberen te verlengen. Maar een koude rug voorkomen we daar niet mee. Verder hebben we ook weer een staaltje Amerikaans luxe gedrag gezien. Met de camper op de campground en een hele nacht de generator aan.

    (Winslow)
    Met zon opgestaan na een hele koude nacht met ijs op de tent. Snel verder richting Winslow onze volgende overnachtingsplaats. Hopelijk ligt deze plek iets lager want iets warmer 's nachts zou fijn zijn. We rijden door een prachtige omgeving deels onderdeel van Indianen reservaten. Zij wonen niet direct in dorpjes maar verspreid over de prairie. Niet meer in de 'Wigwam' maar in 'mobile homes'. Nog niet erg luxe. We zijn met de kou zonder ontbijt vertrokken dus de eerste diner die we tegen kwamen was voor ons. Gelukkig duurde dit niet te lang en konden we een heerlijk breakfast krijgen bij de in R-66 stijl ingerichte "Aurelias Dinner" in Gallup. Tevens in Gallup vind je het 'El Rancho Hotel" van voor 1930 waar veel beroemde filmsterren hebben overnacht bij opnames van oude westerns in die omgeving. Vooral in het 'Red Rock Sate Park' (NM). Ook passeren we de grens van New Mexico naar Arizona. Het valt ons op dat op de staatsgrenzen tevens het landschap direct verandert. In dit geval van de mooie prairie met rode rotsformaties naar vlak grasland. Ook glijden we langzaam af naar lager gelegen gebied.

    In Holbrook zijn we nog gestopt bij het "Wigwam Hotel" dat al bestaat vanaf 1936. Je kunt er slapen in gewone kamers of in een (stenen) wigwam. We hebben onze overnachting gepland op de camground "Homolovi Ruins State Park" voor USD 18,- maar wel met heerlijke warme douches. Het State Park herbergt vier runes van de Homolovi indianen; de oorspronkelijke bewoners van dit gebied. Van de runes zijn alleen de fundamenten nog zichtbaar maar je loopt daar over indianengebied zoals zij daar van 1260 tot 1400 AC leefden. Toch wel pretty indrukwekkend. Zo staan we in de State Parks aan een meer of een rivier maar nu staan we midden in de Prairie op indianengrond. Helemaal onbeschut in onze eigen wigwam. Het wordt 's avonds steeds moeilijker om ons te vermaken doordat het zo snel donker is. Op de grens van Arizona hebben we de klok weer een uur vroeger moeten zetten. Nu is er negen uur tijdverschil met Nederland. Dus 's avonds vroeg in bed en 's morgens meestal al om 7:00 op.

    (Williams)
    's Morgens weer met zon op. Eerst ontbijten, dan de tent opruimen en alles in de auto. Vandaar zijn we na een bezoek aan 'Monument valley' en 'The Grand canyon' (Zie het hoofstuk National Parken) via Flagstaff direct doorgereden naar Wiliams. Maar niet na het rijden van het stuk R-66 tussen Winslow en Flagstaff, grotendeels over de snelweg omdat de 'Old Route' deels weg is en/of doodloopt op stukken. Een leuk plekje met veel R-66 aandacht en voor velen de maingate naar de 'Grand canyon'. In het plekje vind je veel neon reclame. Grotendeels retro maar het geeft wel met de sfeer van weleer. Vanwege dreigend onweer hebben we maar voor een nachtje in een Motel 6 gekozen. Dit keer voor USD 55,-/ nacht. Overigens lag er een mooie USFS campground in de buurt. 's Avonds nog even van het neon wezen genieten.
    (Fenner)
    's Morgens weer met zon op. Op naar Seligman onze eerste bestemming. Daarna via een 'Old alignement' richting Kingman. De R-66 loopt het gehele dagtraject op de steden na helemaal vrij door het glooiende graslandschap. Rechte stukken weg van 10km zonder dat je iemand tegenkomt is normaal. Vlak voor Kingman zijn we nog gestopt bij een curiositeit winkeltje annex gasstation bij Hackberry. Een bonte verzameling van allerlei vintage spullen en sloopauto's uit de bloeiperiode van de R-66. De plekjes Seligman alsmede Wiliams adverteren groots met de R-66. Je ziet veel toeristen die hier wel even stoppen om een een souvenirtje te kopen. In Kingman zijn we gestopt bij de diner "Mr. D'z". Een verplichte stop on route!

    Daarna zijn we via Needles richting Oatman gereden. Een in Western stijl opgezet dorpje gelegen aan de zg. 'Goldroad Hwy'. Het begin van de 'Mojave dessert'. De omgeving wordt steeds droger en gras maakt plaats voor cactussen en Joshua tree's. Ook Oatman is een toeristisch opgezet dorpje. Veel giftshops zonder veel vintage waarde. Voor ons geen reden om te stoppen. Daarna rijden we steeds dieper de 'Mojave woestijn in. Ergens vlakbij Fenner op ca 20km van de R-66 hebben we overnacht op de campground in het 'Mojave National Preserve' voor maar USD 12,- / nacht. Een prachtige doodstille plek met nog mooiere avondkleuren. Hier zijn we in onze eigen tipi in slaap gevallen met het geluid van krekels en huilende coyotes op de achtergrond. Je merkt ook al dat het warmer wordt. Overdag al zo'n 80 gr. F. en 's avonds lekker om nog even voor de tent te blijven zitten.

    (Crestline)
    's Morgens weer met zon op. Eerst ontbijten dan de tent opruimen en alles in de auto. Het was een winderige nacht in de woestijn. Een draaiende wind die overal vandaan kwam en het tentje flink heen en weer deed schudden. Dit keer rijden we richting Barstow. Wederom een alignment die helemaal vrij door het landschap loopt. Nog steeds door de grote Mojave woestijn waar het Amerikaanse leger regelmatig legeroefeningen houdt. Ook Patton heeft in de 2e wereldoorlog zijn woestijn-divisie hier voorbereid tegen het offensief van Rommel in het Noorden van Afrika. Als je het landschap zou moeten vergelijken met Europa dan zouden de droge vulkanische stukken van de Canarische eilanden wel in aanmerking komen.

    Onderweg momen we langs 'Roy's cafe' en 'Bagdad cafe' twee uitspanningen waar alleen R-66 rijders en lokale mensen nog komen. Ver weg van de Interstates en eenzaam achtergelaten in een droge, lege en uitzichtloze woestijn. In Roy's cafe kun je de welvaart van weleer nog goed terug zien. De toiletten bieden ruimte aan wel tien personen, het parkeerterrein is immens en er staan nu lege motelkamers ten overvloede. Na een pitstop in Barstow zijn we doorgereden naar onze volgende campground. Dit keer vlakbij het bergdorpje Crestline in het "Silverwood Lake State Recereation Area". Inmiddels in California en voor USD 45,- / nacht. Voor California een normale prijs. Naar onze maatstaven voor een tweepersoonstentje veel te veel. Het zijn standaard prijzen voor een plek van ca 100m2, met kampvuur annex barbeque plek en picknicktafel waar je max. met acht personen op mag. Kleinere plekjes zijn er niet. 's Avonds nog even naar Crestline geweest. Een authentiek dorpje met een cafe waar een Harley Twin RF-750 racer op de schoorsteenmantel staat en een Triumph Bonville 650 er naast.

    (Gaviota)
    's Morgens weer met zon op. Eerst ontbijten dan de tent opruimen en alles in de auto. Vandaag richting Los Angeles en het eindpunt van de R-66 op de Santa-Monica pier. Na en klein stukje snelweg nog ca. 100km over de oude R-66 (Grotendeels Foothill Blvd). Helaas met langzaam rijden over tweebaanswegen met veel verkeerslichten waar we vijf uur over hebben gedaan. Om 14:00 stonden we op de pier. We hadden afgesproken niet te lang daar te blijven en via de 'Kustweg 1' weer verder te gaan richting San Francisco. Eerst door Santa Monica en Malibu. Aan het einde van de reis hadden we nog drie dagen LA geboekt. We wilden naar de eerstvolgende state campground rijden maar zo met Haloween voor de deur waren de eerste vier State Beaches vol. Pas bij Gaviote was er een plekje vrij. Het "Gaviota State Beach". Te begrijpen want het was niet zo'n mooie plek en de prijs was ook weer USD 45,- /nacht. Maar voor een nachtje geen probleem. De volgende dag weer op zoek naar een betere.
    Highway nr. 1
    Vanuit LA zijn we de Higway nr 1 opgereden. De mooie kustroute tot San Fransisco. 's Morgens weer met zon op. Eerst ontbijten dan de tent opruimen en alles in de auto. We hadden gepland om een plekje te zoeken vlak voor de 'Big Sur' maar na een uurtje rijden zagen we een mooie campground in Pismo. Zo aan het strand. Hier konden we wel even staan. We dachten aan twee nachten want de 'Big Sur' is op zondag erg druk en daar hadden we geen zin in. Achteraf een prima keuze. Het werd de campground North van het "Pismo State Beach" voor naar onze verbazing maar USD 25,- /nacht. Naast de campground vind je een mooie vlindertuin waar de Monarch vlinders vanuit de Noord-Oost kust van Amerika komen overnachten. Dus helemaal toppie en ook een bezoek waard. Pismo heeft ook een leuk klein centrum met een strandpier om 's avonds nog wat te flaneren en iets te nuttigen. 's Avonds nog lekker gegeten in een barbeque tent.

    's Morgen weer met zon op en zo maar vreemd voor ons dat de tent nog een dag kon blijven staan. Een tweede dag aan het mooie Pismo beach. Geen strand met een blauwe vlag maar een ruw ongerept strand zoals wij ze het liefst zien. Met grote stapels aangespoeld zeewier en boomstronken zonder allerlei strandfaciliteiten. Je ziet er ook de Europese strandvogels zoals de Wulp, Fuut, Zeemeeuw, Strandlopertje, Aalscholver etc.. Maar ook Witte reigers, Pelikanen, Valkjes en Gieren. Verder lopen de golven veel langer uit en is er een zeer sterke stroming. We hebben een hele dag geslenterd over het strand en wat rondgehagen op de pier en natuurlijk ook nog even op de pier nog staan kletsen met wat lokale vissers die aardig wat Perch naar boven haalden. Een kleinere soort dan in Nederland die meer op een zoetwaterbaars lijkt dan op een zeebaars. Ze worden ook niet zwaarder dan twee kilo. 's Avonds nog lekkere pasta Marinare gegeten bij de lokale pizzeria.

    Helaas de 3e dag voor de verandering een dag met miezerige regen. Geen mooi vooruitzicht om de mooie 'Big Sur' te rijden. Vallende stenen en een glad wegdek en je zie niets van de mooie kustlijn. De weersvoorspellingen waren slecht voor de gehel Westkust vanwege een kleine 'El Nino'. Dus om zes uur al op en snel alles in de auto. Toch maar vertrokken om te zien hoever we kwamen. Maar eenmaal op de 'Big Sur' (een kustweg van ca. 100 km kun je er ook niet meer af. Ingesloten tussen de bergen en de zee.

    Gelukkig klaarde het na een uurtje of twee rijden op. De zon kwam er weer door en leverde nog prachtige vergezichten op. Helaas hebben we de zeeolifanten op "Point Piedras Blancas" in de regen moeten bekijken. Maar zij hadden daar geen probleem mee en de natuur kon ook wel een buitje gebruiken. Het was al een lange tijd droog. We hadden gepland om in Watsonville te overnachten maar om 13:00 waren we er al zodat we maar een extra nacht in het motel in San Fransisco hebben geboekt. Dan konden we op ons gemak de mooie kustlijn net ten Zuiden van SF ook bewonderen. Het lijkt een beetje op de cliffen van ZO Engeland waar de zee op los beukt. Omstreeks 18:00 waren we al ter plekke in SF bij het "Civic Center Inn" voor USD 80- / nacht. Niet zo'n schoon motel maar niet ver van het stadscentrum en met een eigen parkeerterrein.

    Na een goede nachtrust, met -leek ons wat- prikjes, hebben we de beroemde kabeltram "Powell & Mason Str." naar pier 13 gepakt. De "Fishers Warf" is een fijn uitgaansgebied vanwaar je de 'Golden gate' brug en Alcatras kunt zien. Bovendien liggen er op pier 13 ook nog wat zeeleeuwen te stinken die een bezoek waard zijn. Als lunch hebben we een uniek broodje soep "Bread Bowl" gegeten. Een uitvinding door Boudin en specifiek voor SF. In de middag nog wat geslenterd en de 'Coit toren' bezocht voor een uitzicht over de baai van San Fransisco. Niet zo hoog maar wel met mooie vergezichten. Als afsluiting weer met de bus 19 terug naar het motel.

    De volgende morgen op het gemak naar de Golden Gate Bridge gegaan. Eerst lopend via 'St-Mary's Cathedral' naar de opstap voor buslijn 22 en vervolgens met de 28 verder). De auto staat al twee dagen stil en we doen alles met de bus en tram. Het openbaar vervoersysteem van SF lijkt in eerste instantie complex omdat er veel mogelijkheden zijn. Tram, Cabelcar, Trolleybus, gewone bus, metro, diverse 'hop on en hop off' busmaatschappijen, fietstaxi's en natuurlijk gewone- en watertaxi's. Elk met hun eigen infrastructuur. Maar als je het eenmaal door hebt en bereid bent stukjes te lopen tussen de diverse buslijnen in gaat het goed. Het kost p.p. USD 2,25 per ticket voor 90 minuten. Alleen de Cabelcar is USD 7,- pp / 90 minuten.

    Na een bezoek aan de Golden Gate Bridge en een wandeling naar de andere kant zijn we naar het Golden Gate Park getogen (buslijn 28). Vandaar via de Market Street naar het financiele district (buslijn 5) en vervolgens weer lopend (of tram F) naar de 'Fishermans Warff' om wat te eten. Daarna was het weer tijd om met buslijn 19 terug naar het motel te gaan. Wij vonden SF een fijne stad om te zijn. Relaxed en vriendelijk met een gematigd klimaat. Als je in een stad wilt wonen in de USA komt SF zeker in aanmerking. Ook al ligt deze op een scheur in de aardkorst en zie je er veel zwervers en chinezen.

    Na San Fransisco zijn we via de Yosemite- en Sequoia State Parcs naar las Vegas gereden. We reden om 16:00 het laatse park uit en kwamen in het donker omstreeks 19:00 in Las Vegas aan. Al 80km voor dat we er waren was de hemel al oranje gekleurd van de verlichting van sincity. Er is zelfs straatverwarming. Wanneer je diagonaal kruisend in de straat loopt kun je opwarmen onder de warmtestralers. We hadden een motel geboekt (Travellodge USD 70,-/n incl. ontbijt) exact in het midden van de 'strip' op nog geen 200m lopen van de mooie 'Belagio fontain'. Omstreeks 21:00 liepen ook wij te flaneren over de 'strip' op zoek naar de evenementen in 'Disneyworld for adults'.

    Eerst het Cosmopolitan, daarna New York, Ceassars, Paris, Balagio, Venice etc..... Alle mooie plekjes van de wereld ondergebracht in n straat als onderdeel van de grootste casino's op aarde. Downtown is gezelliger en ademt nog de sfeer van de sixties uit. Ook de mogelijkheid om snel even te trouwen bestaat daar nog. We hebben zeker vijf 'Wedding Chappels' gezien. Je kijkt je ogen uit en iedereen voelt zich daar een milonair. Jammer genoeg was het wat koud die avond maar veel dames hadden daar kennelijk geen last van. Er was voldoende 'kort', 'hoog' en 'laag' te zien.
    De volgende morgen zijn we weer terug naar LA gereden. Drie dagen om deze stad te verkennen. Wederom vijf uur rijden. We hebben weer wat stukjes van de R-66 meegepikt om de rit wat aangenamer te maken. Tevens nog geluncht bij de diner 'Peggy Sue' in Barstow. Een diner uit de fifties met alle features uit die tijd. "If you think you have -RESERVATIONS- your in the wrong restaurant! USD 25,- voor 2p. We kwamen in het donker in LA en hebben de laatse nachten doorgebracht in het Motel 6 bij de LAX luchthaven.

    De volgende dag zijn we na de ochtendspits wat gaan rijden. Geadviseerd was de 'Mulholland drive' en 'Sunset boulevard' af te rijden tot aan de oceaan. De 'Sunset boulevard was geen probleem. Dan rijd je dwars door de wijken West-Holywood, Beverly Hills en Bel Air. Dit om te kijken waar de sterren van onze aardbol leven. De 'Mulholland drive' van waaruit je prachtige vergezichten over de omgeving zou hebben, stopt echter al na ca. 1km en gaat over in een stuk onverharde weg dat eindigt bij een oude uitkijkpost van de USA Army. De rest van de weg is afgesloten en onderdeel van het San Vincente Mountain Park geworden. Er kan nog wel op worden gefietst. Daarna een middag op de Holywood boulevard gelopen over de 'Walk of Fame'. Samen met veel andere toeristen, zwervers en lokale artiesten. Je kon geen 50m lopen zonder dat je werd aangehouden door verkopers van allerlei trips in en rondom LA. 's Avonds met ondergaande zon nog wezen eten op de Santa Monica Pier.

    Ook hebben we een dagje doorgebracht op het 'Santa Monica Beach'. In November tussen 10:00 en 15:00 is dit prima te doen. Ervoor en erna is het al snel koud. Parkeren kan onderaan de pier of op n van de tien andere parkeerplaatsen aan het strand richting het Noorden (USD 6,-/dag). Net als in New York rijden er veel dure auto's. Ferrari's, V12 Mercedessen, dure Audi's, allerlei convertables en andere dure Amerikanse sportwagens. Net als de Amisch zou zeggen: Allemaal "Persoonlijke ijdelheid". Ook hebben we de 3th street en wandelpromenade verkend en wederom als afsluiting seafood op de pier gegeten. Ook hebben we nog een poosje bij het 'Muscle beach' gezeten. Hier rollen geen schaars geklede dames meer over het fietspad maar zwervers met hun rolkoffer.

    De laatste dag voor ons vertrek richting Nederland moesten we de auto voor 10:00 inleveren bij Dollar. De rest van de dag zijn we met openbaar vervoer richting downtown LA gegaan. Geen simpele opgave. We hadden vier connecties en twee uur nodig van het motel tot downtown. In downtown wat geslenterd tussen 7th street, Grand en Broadway tot aan historic downtown. Grand Market (Nederlandse Blaak) is wel leuk. Het city park is modern maar leeg. Verder is Broadway erg gedateerd. Grand is een dan een betere keuze om naar de citypark te lopen.

    We vliegen terug via Houston naar Schiphol. Om 6:00 met de shuttlebus van het motel naar het LAX. 9:21 vliegen en de volgende dag om 8:15 loale tijd zijn we weer in Amsterdam. Totaal met een tussenstop in Houston twaalf uur vliegen en tien uur tijdverschil. Daarna met de trein naar Zeeland en waarschinlijk vroeg naar bed. Volgende dag al weer werken en met 10 uur jet-lag aardig vermoeiend.
    Foto reeks
    Nationale parken
    Totaal hebben we tijdens de reis veel parken aangedaan. Met aan de West-kust natuurlijk de vijf bekendste.

    (Grand Canyon)
    Als eerste zijn we vanaf de R-66 richting de Grand Canyon gereden. En van de alignments ligt vlak voor Flagstaff. De route komt dan uit op de I-83 North-bound. Vandaar kun je rchting "Grand Canyon" maar ook naar "Monument Valley" als je 200km doorrijdt. We hadden de parken in het Zuid-Westen gepland in een rondje na de R-66 maar omdat er vanaf november al sneeuw kan liggen doen we het toch maar op de heenweg. Anders wordt het kamperen 'kramperen'. We zijn gestart op op de 'South Rim' van de Grand Canyon (2000m). En overnacht op de 'Mather campground'.

    We kwamen laat aan maar dit was geen probleem. De toegang tot het park ging via een creditcard automaat en het nummer van je plekje op de camping kon je afscheuren bij de ingang en de volgende dag betalen. Allemaal prima geregeld. Kosten park eur. 16,- voor twee personen voor een hele week, de auto 30,- Euro en de "Mather campground" Euro 18,- / nacht. Normaal moet je al weken vooraf reserveren. Dit geldt ook voor het park zelf. Nu hadden we veel plekjes tijdens onze 'hike' voor ons zelf. Wij hebben de 1e dag ca. 15km gelopen langs de South-Rim richting het Westen. Heen lopen en met de bus terug. Soms over asfalt maar ook langs de rand over een smal bergpad. Prachtig en werkelijk een adembenemende ervaring. Zeker de eerste vijf minuten dat je voor de canyon staat op het 'Mather view point'. De 'North Rim' is vanaf begin oktober gesloten (2400m).

    De 2e dag hebben we de Kaibab route (5km 'hiken') gelopen richting de Oostzijde van het park. Wederom vroeg vertrokken na een lekker bakje koffie bij de fietsenverhuur winkel. het enige tentje dat zo vroeg al open is. Ook nu weer een rustige wandeling in een frisse ochtendzon. Aan het eind van de wandeling start de "Kaibab trail" naar de bodem van de Canyon. Daar kun je met een permit kamperen of een nachtje in een lodge overnachten.

    (Monument Valley)
    Daarna zijn we doorgereden naar "Monument Valley". Het was goed weer en we zouden voorlopig niet meer zo dichtbij komen als nu dus besloten we dit maar te doen en daar te overnachten. Dit park stond al lang op onze 'Bucket list'. Het park waar veel westerns zijn opgenomen en John Wayne zijn beroemde pose heeft gemaakt. De 'View campground' ligt echter in open gebied op de rode stoffige grond die je overal in het park hebt. Dit besloot ons toch ook maar weer terug te rijden richtin de R-66. Hiervoor hebben we de US-64 en -180 gekozen. Twee wegen met mooie vergezichten hetgeen leek op een stukje Alpen in Amerika.
    (Yosemite )
    Vanaf San Fransisco zijn we al vroeg weggereden richting Yosemite Park. Vermoedelijk wel koud op 1200m. Na de regen van de laatste dagen (El Nino) was het ook in SF flink afgekoeld en zakte de temperatuur als de zon weg was al snel tot maar 10 gr.C. Vanwege de kou (2/-6 gr.C) en de recent gevallen sneeuw hebben we -in plaats van te kamperen- het motel "Cedar Lodge" geboekt in het dorpje El Portal op 10km afstand van de ingang van het park. Kosten motel USD 87,-/nacht en parkentree USD 25,- voor zeven dagen laagseizoen. De sneeuw lag boven de 1700m. De hoge 'Tioga' pas en het 'Glacier point' waren afgesloten. Door de sneeuw waren echter wel de watervallen weer gaan stromen. Normaal staan die in de herfst droog. We zijn via de US-132 en -120 direct het park ingereden voor een eerste indruk. Een prachtig park met mooie vergezichten. Zeker in het najaar met een heldere hemel en mooie herfstkleuren. Houd er wel rekening meer dat de zon in het najaar maar tussen 10:00 en 16:00 in de vallei schijnt. Net als in de 'Grand Canyon'heeft 'Yosemite NP" ook een village met de zeer luxe lodge 'Ahwahnee' uit 1927, meerdere campgrounds, cabines en motels. 's Zomers moet het er een gekkenhuis zijn hebben wij gelezen op internet. Tijdens ons verblijf waren er zelfs campgrounds en horeca-gelegenheden gesloten. Maar ook toen door de week liepen er nog flink wat mensen. Wel met muts en handschoenen want de dagtemp was (in de zon) maar 10gr. C. en de nachttemp -5gr. C.

    Gelukkig konden we met een heldere zonnige hemel het park in. We hebben twee eenvoudige trails gelopen. Naar de 'Yosemite Falls' en rond het 'Mirror Lake' respectievelijk 2km en 12km. Het was prachtig wandelweer. Een mooie heldere blauwe lucht en een aangename temperatuur. Wanneer de zon echter verdween na 16:30 zakte de temperatuur snel naar het vriespunt. Natuurlijk ook nog even aan de rotswanden gevoeld van het klimmersmekka. Geen tijd en spullen om te klimmen maar als je 'El Capitain' ziet krijg je toch wel bewondering voor die waaghalzen. Er hing niemand in de wand maar er werd wel 'geboulderd' op verschillende plekken. Ons bezoek leverde weer mooie plaatjes op om op terug te kijken.

    (Sequoia)
    Ons vierde park was het 'Sequoia State Park'. USD 20,- entree in het laagseizoen. Hopelijk zijn de wegen goed begaanbaar. In Yosemite was het ook al flink afgekoeld en zakte de temperatuur als de zon weg was al snel tot het vriespunt. We zijn via de US-180 "Kings Hwy" het park binnengereden en via de US-198 "Generals Hwy" er weer uit. Twee 'scenic' routes vanwaar alle trails en highlights van het gehele park zijn te bereiken. De entree van het 'Sequoia' NP vanaf het noorden loopt via het 'King' NP. Beiden USD 20,- entree in het laagseizoen. De toegangsweg kronkelt naar boven tot aan het 'Grant park' (2200m). Vanaf 1700m lag er al sneew net als in Yosemite en ook hier was de hoge pas over de Siera Nevada afgesloten. We zijn in vier uur door het park gereden. Niet te snel want de wegen bleven slingeren en in de bochten lag er opgevroren smeltwater. De belangrijkste attractie in het 'sequoia'NP is 'Sherman'; De grootste boom van de wereld. Inderdaad wat een kolos. Maar als je de US-180 en -198 volgt zie je ook nog wat kleinere exemplaren als je hiervan mag spreken. Nog net voor het donker (al om 17:30) zijn we het park uitgereden op zoek naar een laaggelegen camping. Onderweg zijn we de 'Horse-shoe'camping langsgereden maar omdat er geen vlakke tentplekken beschikbaar waren zijn we doorgereden en waren we tevens gedwongen om maar weer een motel te nemen. In Exeter vonden we het 'Kaweah' motel voor USD 70,-. Een motel heeft echter altijd wel wat. Meestal zijn de kamers wel volledig maar vaak vies of gedateerd of er hangen wat duistere type's rond. Soms ook zitten er ook bedwantsen maar dit keer hadden we als buren een luidruchtig verliefd stel in een motel met kartondunne wanden. Gelukkig bevestigden ze de titel van het boek van Paulo Coelho (Elf minuten). In elk geval dit keer goede bedden en geen kriebels.
    (Death Valley)
    Ons vijfde park had een entree in het laagseizoen van USD 20,-. Vanuit Exeter was het 500km rijden maar daar zou het in elk geval warm zijn want voor de Westkust was er weer een depressie verwacht voor de 9e en 10e as. Om 7:00 op, om 7:30 al onderweg en om 14:00 al aan de koffie in een schommelstoel voor de saloon in het dorpje 'Stove pipe' in Death Valley'. Natuurlijk met een tank-, lunch- en koffiestop onderweg. Ook hier reden we weer uren door de woestijn over kaarsrechte wegen met maar een enkele tegenligger die op zondag weer naar huis ging. Ook Yosemite was niet van de Oostkant bereikbaar dus het was een eentonige maar prachtige reis met 'lege' vergezichten. Hoe anders dan in ons kikkerlandje. Veel landschap was hetzelfde als in de Mojave woestijn en de weg naar 'Monument valley' in Arizona. Alle vijf uur rijden was het zeker waard. De temperatuur was er aangenaam. (Tussen 75 en 50gr. F.) Wel stond er een flinke wind. In de zomer is het veel te warm in de vallei.

    De heetste campings zijn alleen open vanaf oktober tot maart. In de hoger gelegen delen en het dorp 'Furnace creek' zijn de campings wel het hele jaar open. De vallei is een droge belevenis en ook toen wij er waren maar nmaal in de vijf a tien jaar staat de woestijn in bloei. Dit moet dan een prachtige aanzicht geven. We hebben overnacht op de 'Stovepipe' campground. In de onverlichte woestijn ondere een prachtige sterrenhemel met het gehuil van coyotes op de achtergrond. Hoewel ze leiep ook over de campground op zoek naar eten. Een leukere plek dan de drie campgrounds bij 'Furnace creek' of de eerste bij 'Emigrant'. Bovendien koste dit ons maar USD 12,-/nacht We hebben anderhalve dag in vertoefd en alle highlights bekeken. Zelfs de 'Mosaic Valley' trail volledig uitgelopen. Daarna met de auto doorgereden via de 'Mesquite dunes' naar 'Badwater' en vervolgens via het 'Zabriski-' en het Dante Point' richting Las Vegas. Een oneindig contrastverschil met de 'Death Valley'.
    Algemene informatie
    Overwegingen die ons bezig hielden: Is er wel n Amerikaan? Feitelijk zijn er drie groepen:
    1. Afstammelingen van de Kolonisten; (hard werkende gelovige mensen die zich superieur voelen t.o.v. de rest van de USA en de rest van de wereld. Zij zien zich als de opbouwers van de z.g. 'Wildernis Amerika')
    2. Afstammelingen van de Indianen; (bedrogen, opgejaagd, onderdrukt en vechtend voor hun eerherstel en bewoners vr de kolonisten van en in de z.g. 'Wildernis Amerika').
    3. Afstammelingen van de Slavernij; (misbruikt, onderdrukt en nog altijd vechtend tegen discriminatie en onderdrukking en de handen waarmee de z.g 'Wildernis Amerika' is opgebouwd).
    Kamperen tijdens de reis:
    Kamperen is leuk bij goed weer en vrij reizen zonder reserveringen vooraf. Wij reizen graag met de tent omdat dit ons een bepaalde vrijheid geeft om te stoppen waar je wilt. Tijdens deze reis hebben we 21 maal gekampeerd. Meestal in natuurparken op de mooiste plekjes. Veel kampeerterreinen hebben grote plekken (min. 25m2 met picknicktafel en kampvuur/barbeque voorziening) die vooraf kunnen worden gereserveerd. In de nationale parken alleen via internet en dan nog minimaal vier dagen vooraf. Er staan dan vaak grote RV's of trailers voor een lange tijd. Gepensioneerden die hun oude dag op die mannier doorbrengen. Dit legt voor ons al teveel van de reis vooraf vast. Overloopterreinen, zoals bekend in Europa hebben we niet aangetroffen. Veel plekken worden zo bezet gehouden. Het vrije reizen wordt in het hoofdseizoen dan erg lastig dus ben je aangewezen op het laagseizoen dat weer te koud is om fijn te kamperen of 's avonds al in het donker en kou bij je tent te zitten. In 'Death Valley' was eea mooi geregeld. Alleen de campground 'Furnace Creek' is te reserveren. De rest is wie het eerst komt het eerst maalt. Maar er zijn voldoende campeerplekken en niet allemaal netjes georganiseerd zodat er altijd wel een plekje voor een tent overblijft. Vaak mag je ook niet langer dan een week of veertien dagen op dezelfde plek staan.

    Bijzonderheden New York:
  • Geen openbare toiletten in de stad. Dus lange wachtrijen in publieke gebouwen en restaurants.
  • In het centrum weing bankjes om even uit te rusten.
          Wel langs het fiets- en voetpad rond Manhattan aan het water en in parken. Toch even zoeken na een flink stuk lopen.
  • Veel fast-food tentjes, Mc Donalds en Starbucks. In elke straat wel meer dan n.
  • Bij '7 Eleven' lekkere smoothies en andere cold drinks
  • NYC kost excl. vliegreis zo'n USD 300,-/dag.
  • Metro-card gebruiken met USD 2,75 / fare.
  • Alle nationaliteiten. Vergelijkbaar met Amsterdam.
  • Jeugd zwalkt over straat met de headset op en ogen op de smartphone.
          Ze hebben geen oog voor wat er om hun heen gebeurt. Je loopt zo tegen ze aan zonder dat ze het zien.
  • Straten stinken vanwege de langdurige droogte naar opgedroogd vocht uit vuilniszakken.
  • s' Avonds grote hoeveelheden vuil op straat voor de ophaaldienst.
          Stel je voor gebouwen met gemiddeld 50 verdiepingen. Dat levert wat vuil op per dag!

    Aanbevolen vaccinaties:
  • Difterie, Tetanus en Polio (DTP).

    Reisdocumentatie:
  • Tom Snyder "Route 66", ISBN 978-0-312-64425-3.
  • Lonely Planet "USA", ISBN 978-1-74220-741-4.
  • Capitol boekje van NYC, ISBN 9 789000304110.
  • Garmin Montana 650
  • Boekje R-66, Jamie Jensen
  • Wegenatlas USA Canada en Mexico.

    Boeken, films, songs:
  • Travels with Charley, John Steinbeck
  • Reizen zonder John, Geert Mak
  • Onderweg met Roadie, Thomas Acda
  • The Grapes of Wrath, John Steinbeck
  • The Grapes of Wrath, John Ford
  • Get your Kicks on Route Sixty-six

    Vertrouwde geluiden tijdens de reis:
  • Acht cilinder pick-up's
  • Treinhoorn
  • Harley V-twin
  • Aggregaten
  • Airco's
  • IJsblokautomaten

    Internet referenties:
  • Lonely planet.
  • ANWB Vakantie -> Landen-informatie.
  • World Health Organisation.
  • Landelijke Coordinator Reizigersadvisering (LCR)
  • Reisadvies Ministerie van Buitenlandse zaken.
  • Travelclinic.
  • Gezond op reis.
  • Valuta informatie.
  • Google maps.




  • Terug reisverslagen