"Rondreis Midden Oosten voorjaar 2006"


In mei 2006 hebben we een rondreis van 22 dagen gemaakt door Libanon, Syrië en Jordanië. Deze reis wordt met recht een speurtocht naar de oorsprong van onze beschaving genoemd. Kruisvaarders, Romeinen en Grieken lieten steden vol burchten, tempels en theaters achter. In de overdekte souks, bazaars, moskeeën,en musea waan je jezelf in en geheel andere wereld dan onze Westerse maatschappij die je vervolgens in een theehuis achter een waterpijp met een broodje kebab kunt verwerken. In Jordanie werd het programma wat soepeler en werd er naast cultuurhistorie ook veel aandacht besteed aan ontspanning. Een bezoek aan de rode stad Petra, de dode zee, Wadi Rum en snorkelen in Aqaba.
Amsterdam-Damascus (28-4-06),
We kwamen 's avonds laat aan in de Syrische hoofdstad Damascus waar we werden opgewacht door Haitham, een oude profvoetballer die voor de komende tijd in Libanon en Syrie onze gids zou zijn. Een gedreven man met veel kennis en voorliefde voor zijn vaderland. Geen vraag was teveel en hij stond altijd paraat.
Na een uitgebreide kennismaking en voorstellingsronde aan de overige reizigers zijn we met de bus verder gereden naar ons hotel waar we snel ons bed hebben opgezocht.

Damascus is de grootste stad in Syrië, en misschien wel 's werelds oudste continu bewoonde stad. Er was al een nederzetting 5000 jaar voor Christus aan de rivier Barada. Tegenwoordig kent Damascus nog steeds mysterieuze oriëntaalse bazaars en gracieuze monumenten. Het epicentrum van Damascus is de charmante oude stad, omgeven door een Romeinse muur met stadspoorten. Hier zijn in de smalle straten sinds eeuwen de markten, koranscholen (madrasa), badhuizen (hamman) en koopmanshuizen (khan) gevestigd en de belangrijkste overdekte markt 'Souq al-Hamadiyyeh'. Vooral in de kleine zijstraatjes vind je exotische waar of kun je verpozen in één van de koffiehuizen.
Damascus (29-4-2006),
De verschillende markten zijn steeds rond één product bij elkaar gebracht. Zo vind je bijvoorbeeld alle bezembinders bij elkaar, alle snoepwinkels, alle kleermakers, alle stoffenhandelaren of alle gouden en zilveren sieraden. Aan het eind van de hoofdstraat van de markt staat de Omayyaden Moskee, gebouwd in het jaar 705, een juweel van islamitische architectuur, met prachtige mozaïeken en minaretten. Het hoofd van Johannes de Doper zou hier begraven liggen. De moskee wordt beschouwd als het vierde meest eerbiedwaardige gebouw van de islam. Een ander monument is het Azempaleis uit 1749 met lagen van zwarte basalt en witte en gele kalksteen. Het museum voor Volkskunst en Folklore zit er nu gehuisvest, een van de leukste in zijn soort. Rondom het Azempaleis is de specerijenmarkt (Souq el Bazouriye), geurend naar koffie, kruiden en olijfzeep. Nabij is ook de Hammam van Nuredin uit de 12de eeuw die nog steeds voor mannen in gebruik is.

In de christelijke wijk hebben we de Kapel van Ananias en de Bab Kisan gezien. We zijn echter 's morgens gestart met het nationale museum waar onze reis voor de komende 10 dagen werd uitgelegd en geillustreerd met allerlei pronkstukken uit dit museum. Het is in Syrie de gewoonte, omdat er zoveel cultuurhistorische vindplaatsen zijn die nagenoeg niet allemaal te bewaken zijn, de belangrijkste en mooiste stukken weg te halen op lokatie en wederom op te bouwen in het museum. Zo zijn er naast veel beelden en kleinere voorwerpen en grote mozaieken ook hele wanden van een Synagoge uit Dura Europos verplaatst naar het museum. Wat een werk. Maar wel voor het nageslacht bewaard. In elk geval een heel andere benadering van conserveren dan in Egypte.

Ook mag je de ambachtenmarkt niet missen en uiteindelijk op één van de terrasjes neerdalen voor een waterpijp met turkse koffie of mintthee en 'barazi' (sesamkoekjes)..... 's avonds zijn we heerlijk wezen eten in een tot restaurant omgebouwd Ottomaans huis. Hier zijn er meerdere van te vinden in Damascus.
Damascus-Baalbek-Damascus (30-4-06),
Na een drukke dag in Damascus gaan we naar Libanon voor een bezoek aan de Romeinse tempel Baalbek. M.a.w. twee stempels halen voor in je paspoort en 's avonds weer terug voor weer een mooie avond in Damascus.

Baalbek ligt in de 176 kilometer lange en 15 kilometer brede Bekaa-vallei. In Baalbek tref je de best bewaarde overblijfselen van Romeinse architectuur in Libanon aan. De tempels van Bacchus, Venus en Jupiter werden hier tussen de 1ste en 3de eeuw voor Chr. gebouwd. Het zijn adembenemende monumenten waar de sfeer van de oudheid tastbaar is. Kosten noch moeite werden hierbij gespaard. De tempel van Jupiter werd ooit door 54 reusachtige zuilen omringd, nu staan er nog slechts zes overeind. Deze tempel was in de oudheid één van de grootste in zijn soort.

De grensovergangen zijn zwaar bewaakt en tussenin voorzien van een stuk 'no man's land'. Je moet minimaal rekenen op een uur wachttijd per passage. De tempels zijn wel indrukwekkend en in goede staat. Vermoedelijk gedeeltelijk gerestaureerd wat ook gebruikelijk is in Syrie en Libanon. Maar niettemin de moeite waard.
Damascus-Latakia (1-5-06),
Het gebruikelijke ontbijt dat we elke morgen voorgeschoteld kregen bestond uit een stuk 'matze' (ongerezen breed), gekookte eieren, tomaat, paprika, komkommer, eventueel gemengd met witte kaas (een afgeleide van de griekse Tzatziki), en een serie 'mezze' (de lekkerste vonden wij 'humus' een kikkererwtenpasta).
De koffie wordt geschonken vanuit een steelpannetje vol grom en bevat de smaak van kardemom, een pit die in de koffie wordt gebruikt.

Na dit gebruikelijke ontbijt zijn we afgereisd naar Saydnaya (26 km vanaf Damascus), waar het Grieks-orthodoxe vrouwenklooster hoog op een berg is gebouwd (2000 m boven zeeniveau). Op de trap is een vlek zichtbaar in de vorm van de heilige Maagd. Het klooster is een pelgrimsoord vanwege een (helaas niet zichtbare) icoon die door de evangelist Lucas geschilderd zou zijn. Talloze wonderen worden toegeschreven aan het icoon. Vervolgens reden we verder naar het pittoresk christelijke dorpje Maalula, 45 km vanaf Damascus. Het dorpje bestaat uit blauwgeverfde huisjes, opgestapeld als een blokkendoos tegenaan het Qalamun-gebergte. Het dak van het ene huis is vaak de stoep van het huisje dat er net boven ligt. De blauwe kleuren waren tijdens onze aanwezigheid vervaagd en grauw.
Bijzonder is dat de Grieks-katholieke bevolking nog steeds Aramees spreekt, de taal die werd gesproken in de tijd van Jezus. In het dorpje hebben we ook het het klooster van Sint Thekla bezocht, dat nog steeds veel pelgrims trekt. De heilige Thekla was een volgelinge van Paulus. Op haar vlucht tegen vervolging werd ze gered door een rotswand die zich, op de plaats waar het klooster Deir Mar Taqla nu staat, voor haar opende. Ook in Maalula is het klooster van Sint Sergius, het Deir Mar Sarkis. In de kerk van dit klooster zijn ook oude iconen te zien. In deze kerk hebben we een Armeese gebedsdienst bijgewoond.
's Middags na de lunch zijn we doorgereden naar de indrukwekkende kruisvaardersburcht van Crac des Chevaliers. lokaal bekend als het Qalaat al-Hisn, een van de hoogtepunten van je bezoek aan Syrië. Dit 800 jaar oude kasteel heeft weinig onder de tijd geleden en werd gebouwd op een zeer strategische plaats, daar waar de enige natuurlijke doorgang was in de bergketen die zich van Turkije tot Libanon uitstrekt. Alle goederen die in de havensteden werden aangevoerd, moesten het kasteel passeren om hun eindbestemming te bereiken. Het geeft een goede indruk van hoe de kruisridders en hun legers hebben geleefd. In bepaalde periodes huisde hier een garnizoen van wel 4000 man. Hoewel de kruisvaarders veel aanvallen konden afslaan, moesten zij uiteindelijk in 1271 capituleren. Ga er echter geen thee drinken want het lokale restaurantje in het fort is bagger.

Na een drankje in het restaurant aan de voet van de burght zijn we doorgereden naar Latakia, gelegen aan de Middellandse Zeekust. Latakia is met een half miljoen inwoners de op drie na grootste stad van Syrië, maar ademt nog steeds een provinciale sfeer. In de jaren 50 van de 20ste eeuw ontwaakte het stadje als de belangrijkste haven van het land.
Er is in het havenstadje zelf niet veel te doen maar het heeft wel een gezellig centrum en is een goede uitvalsbasis voor wat lokale excursies. Wij hebben er twee nachten geslapen. 's Avonds hebben we gezellig met wat lokale jongeren de waterpijp zitten roken op het terras.
Latakia (2-5-06),
Met een schorre stem vanwege de avond ervoor zijn we in de bus gestapt voor een excursie naar de Qalaat Salah ad-Din, ofwel Saladins Burcht en Ugarit. De burght werd gebouwd door de Byzantijnen en later door de kruisvaarders versterkt.
Vergeleken met het Crac des Chevaliers is het in minder goede staat. Het kasteel strekt zich uit over een oppervlakte van 5 ha en is 750 m lang. Aan de Noord- en Zuidkant van het kasteel liggen twee diepe ravijnen. Aan de Oostkant is een kunstmatige kloof van 28 m diep en gemiddeld 16 m breed uitgehakt door mensenhanden. De burcht was bereikbaar via een trekbrug, die werd weggenomen als er gevaar dreigde. Het theehuisje in deze burght was wel goed. Lekker uit de zon genieten van een glaasje zoete mintthee.
Na dit rustige moment zijn we teruggereden richting Latakia voor een lunch vlakbij de ingang van Ugarit. We hebben daar genoten van een heerlijke vismaaltijd op een overdekt terras.

Ugarit, pas ontdekt door een boer in 1928 kenden we al van de kleitabletjes die we gezien hadden in het nationale museum in Damascus. Met een loep kun je daar de kleine lettertjes (spijkerschrift) lezen op het kleine kleitabletje. Het is in Ugarit waar het eerst dit 'Ugaritische'schrift is gevonden.
Latakia-Hama (3-5-06),
De reis voert verder langs het dorp Safita, gelegen op een heuvel. De zware burchttoren op de top is al van verre te zien. De benedenverdieping van de toren is nog altijd in gebruik als Grieks-orthodoxe kerk, gewijd aan de heilige Michael. Vanaf het dakterras kun je met helder weer Crac des Chevaliers zien liggen en met wat moeite ook twee andere kruisvaardersbolwerken. De torens waren in de Middeleeuwen de enige mogelijke vorm van telecommunicatie tussen de verschillende kastelen.

De eindhalte voor die dag was Hama, een van de charmantste steden van Syrië. De rivier Orontes kronkelt hier dwars door het stadshart, en doet er de enorme oude houtenwaterraderen (of noria's) kreunen waar Hama om befaamd is. Deze raderen voorzagen vroeger de stad door middel van aquaducten van water en werden ook gebruikt voor irrigatiedoeleinden. De grootste van deze noria's hebben een diameter van ruim twintig meter. De allergrootste noria vind je op een kilometer van de oude stad. Deze Al Mohammediyyeh-noria uit de 14de eeuw werd gebruikt om de Grote Moskee van water te voorzien. Hama is ook het decor geweest van een van de zwartste bladzijden uit de moderne geschiedenis van Syrië: in 1982 liet president Assad hier zien wie de baas was door een opstand van Islamisten ten koste van ongeveer 10.000 doden bloedig te beëindigen. Drie weken lang was de stad van de buitenwereld afgesloten en nog steeds is de stad zichtbaar getekend door het geweld van toen.
Rond lunchtijd kwamen we aan in Hama en zijn we direct gaan eten in het prachtig gelegen restaurant waar je op steenworp afstand van twee grote Noria's kunt genieten tijdens je maaltijd. Na een uurtje of twee wanneer de zon al wat was gezakt zijn we vertrokken richting Apameo een oude Romijnse stad gelegen aan de grens bij Turkije.
Het indrukwekkendste op deze vindplaats is de 2 km lange weg voorzien van twee rijen kolommen aan beide zijden. Net als Ephese in Turkije is ook deze locatie gerestaureerd naar eigen inzicht.
Het mooiste is de locatie te bezoeken met ondergaande zon die de weg voorziet van lange schaduwen van de aan beide zijden flankerende zuilenrijen.
Hama bruist van het avondleven. Er is een mooi park onderaan de Citadel waar je 's avonds gezellig tussen de lokale bevolking kunt wandelen en zo je wilt je arabisch ophalen.
Hama-Aleppo (4-5-06),
De stad Aleppo is vooral beroemd om zijn kleurrijke, overdekte markten. De souqs zijn verdeeld in verschillende wijken, nog net als in de 15de eeuw. Een 10 km lang labyrint van straatjes en steegjes kronkelt door deze andere wereld. Je ziet ambachtelijke werkplaatsen als koperslagers en spinnerijen. Het transport gaat hier nog vaak per ezel, omdat de straatjes zo smal zijn. Iedere straat heeft zich gespecialiseerd in één product. In de straat waar specerijen verkocht worden, ruik je de verschillende kruiden, in de straat waar vaklieden metaal bewerken, word je doof van het lawaai, terwijl je in de afdeling met restaurantjes heerlijk kunt eten. In alle straten loopt de 'thee-jongen' rond die de winkeliers op kundige wijze voorziet van mierzoete thee. Kleuren van zijden en katoenen stoffen, handgeknoopte tapijten, geuren van specerijen, kruiden of olijfzeep, traditionele kleding tussen trouwjurken die Assepoester niet zouden misstaan, schreeuwende marktkooplieden en gesluierde vrouwen geven deze souq zijn eigen sfeer. Je zult je er zeker wanen in een 'Sprookje van 1001 Nacht'. Misschien krijg je ergens een kop thee aangeboden, niet in een poging om je iets te verkopen, maar gewoon als uiting van gastvrijheid.

De circa 3000 jaar oude Citadel domineert de stad. Door een grote poort kom je in een ruimte die nu grotendeels vervallen is. Maar nog steeds kun je je goed een voorstelling maken van de pracht en praal die hier in de bloeitijd te vinden was. Binnen de metersdikke muren vind je het koninklijk paleis, de Byzantijnse zaal en enkele moskeeën.
Aleppo (5-5-06),
Het Nationaal Museum heeft een mooie collectie archeologische vondsten. Bezoek ook hier de Omayyaden Moskee en laat het religieuze leven daar rustig op je inwerken. Opvallend is ook de Hammam el-Labbadiye uit de 14de eeuw. Dit badhuis mag iedereen bezoeken, maar alleen mannen mogen er gebruik van maken. Ook kan je een excursie maken naar het verlaten Simeonsklooster (Qalaat at-Semaan). Hier heeft de heilige Simeon in de 5de eeuw na Christus 39 jaar lang op een pilaar gezeten om aan de wereld te ontsnappen. Hij had een extreme opvatting van onthouding en bezat volgens legendes helende krachten. Dat laatste bracht destijds veel pelgrims op de been, zoveel dat hij de massa ontvluchtte op deze pilaar. Voedsel werd gebracht met een ladder, een holle pijp in de pilaar diende als toilet. het aan de oevers gelegen Halabiye uit de tijd van Zenobia. Samen met het aan de andere zijde van de rivier gelegen Zalabiye vormden ze een grensfort van waaruit de rivier kon worden bewaakt. Er is niet veel over van de grensposten.
De korsten van zijn zwerende lichaam werden gekoesterd als relikwieën en het pilaarzitten werd een mode onder de monniken. Later zijn om de pilaar een klooster en faciliteiten gebouwd voor de vele pelgrims. Aleppo is al sinds de Romeinse tijd een belangrijk handelscentrum tussen Azië en Europa.
Aleppo-Deir ez Zor (6-5-06),
Vanaf Aleppo zijn we 's morgens vroeg oostwaarts via het Assadmeer en Rasafah naar onze eindbestemming voor die dag, Deir Ez Zor, gereden. Totaal een afstand van 320 km.
Onderweg zie je kleine huisjes die aan bijenkorven doen denken, de typische bouwstijl (jubb-h) van het gebied rond rondom Aleppo. Vlak bij zo'n dorpje hebben we de gelegenheid aangegrepen om eens in deze huisjes te kijken. Het klimaat is natuurlijk lekker in zo'n lemen woning maar het hele leven van die mensen speelt zich wel af in één ruimte. Niet exact wat wij in Nedreland gewend zijn.
In de jaren 60 van de 20ste eeuw werd met Russische steun begonnen met de bouw van een stuwdam in de Eufraat, waardoor in de loop van tien jaar het Assadmeer ontstond. Dit enorme waterreservoir van ruim 80 km lengte moest dienen voor de irrigatie en om elektriciteit op te wekken. Het Assadmeer slokte 300 dorpjes op, waardoor 72.000 mensen een nieuw onderkomen moesten zoeken. Op een landtong in het meer ligt fotogeniek het fort Qalaat Jaber (gesloten op dinsdag). Vooral in het weekend komen er veel Syrische toeristen om te zwemmen in het blauwe Assadmeer. In het voorjaar is er ook een zee van bloemen te zien. Vanaf het Assadmeer zijn we langs de rivier de Eufraat doorgereden naar Rasafah, juist gelegen in het midden van de woestijn. De oude vindplaats herbergt de restanten van deze oude Romeins-Byzantijnse stad en pelgrimsoord. Het is een van de meest bijzondere bezienswaardigheden van Syrie, juist door zijn desolate ligging.
Rasafah is afgeschermd met een muur met wel 50 verdedigingstorens en 4 hoofdpoorten waarvan de Noordelijke het best bewaard is gebleven. De stad is opgebouwd met een soort lichtglinsterend gipsgesteente dat reflecteert in de zon vanwege haar op candij suiker lijkende structuur.

Na de lunch zijn we weer doorgereden naar het aan de oevers gelegen Halabiye uit de tijd van de opstandige koningin Zenobia. Samen met het aan de andere zijde van de rivier gelegen Zalabiye vormden ze een grensfort van waaruit de rivier kon worden bewaakt. Er is niet veel over van de grensposten. Halabiye en Zalabiye liggen zo'n 50 km vanaf Deir Ez Zor.
Deir ez Zor (7-5-06),
In de late middag kwamen we aan in Deir Ez Zor, één van de meest authentieke stadjes van Syrië. Het ligt prachtig aan de rivier de Eufraat. Veel toeristen zul je hier niet tegenkomen. 's Avonds kun je genieten van een wandeling langs de rivier of een bezoek brengen aan één van de sfeervolle theehuizen.
Wij zijn de eerste avnond wezen eten in een restaurant aan de Eufraat met kwakende kikkers op de achtergrond. Het was wel koud zo vlak aan de rivier. Dit vermoedelijk vanwege het vallende vocht en het windje vanaf het water.

De volgende dag zijn we naar de ruïnesteden Doura Europos en Mari gereden. De bakermat van de westerse beschaving: Mesopotamië. Doura Europos (90 km vanaf Deir Ez Zor) is een fortcomplex met tempels en een citadel van Hellenistische oorsprong. Mari (Tell Hariri) ligt 25 km ten zuiden van Douro Europos, vlakbij de grens met Irak. Voor ons een kansje om met de bus tot aan de grensblokkades te rijden. Verder mochten we niet zonder toestemming van het Iraaks bewind.
In Mari stond ooit het grootste paleis uit de geschiedenis, het koninklijke paleis van Zimrilim, bijna 6000 jaar oud. Je ziet er niet veel anders dan de onderkomens van de archeologen en daarachter de beroemde tell (ruïneheuvel). Ook al is deze opgraving niet spectaculair, maar wel van groot historisch belang. M.n. de bouwmethodieken uit die tijd waren al zeer gerafineerd. Van sommige gebouwen opgetrokken uit een soort leem kun je nu ca 6000 jaar na dato de contouren nog duidelijk herkennen.

In deze streek leven ook veel bedoeïenen, waarvan de vaak in het gezicht getatoeëerde vrouwen felgekleurde jurken dragen. In de stad kan ook het nieuwe archeologische museum worden bezocht. Vreemd genoeg is het, één van de beste musea van Syrië, met pronkstukken uit vooral Mari en Douro Europos gesloten op dinsdag.
Foto reeks
Deir ez Zor-Palmyra (8-5-06),
Deze dag rijdt de bus door de desolate, door iedereen verlaten woestijn naar de oasestad Palmyra (Stad van de Palmen). Een rechte weg met alleen veel vrachtwagens richting Irak. Ook zie je veel fosfaatwinning langs de doorgaande weg. Grote buldozers die de mooie woestijn omploegen, filteren en grote lelijke bergen achterlaten. Het mocht verboden worden op die manier. Het is een horizonvervuiling van jewelste.
Al van ver voor dat we in Palmyra ariveren zijn de contouren van de imposante ruïnes al te zien. Palmyra (Tadmor) was een oude zelfstandige stadsstaat en werd onder andere ook geregeerd door de legendarische koningin Zenobia. Onder de Romeinen kwam de stad vanaf de 1ste eeuw voor Christus tot grote bloei. Palmyra lag aan een strategische handelsroute als pleisterplaats voor de karavanen die tussen China/India en Europa heen en weer reisden om goederen te verhandelen. Maar pas echt tot bloei kwam deze stad toen ze fungeerde als buffer tussen het Romeinse en het Perzische Rijk. De inwoners werden vrijgesteld van het betalen van belasting en investeerden dit om de stad verder te verfraaien met onder andere schitterende tempels. Toen echter koningin Zenobia een te onafhankelijke koers begon te varen, sloeg het Romeinse Rijk meedogenloos terug, Palmyra werd veroverd en Zenobia gevangen genomen. Onderlinge twisten en de opkomst van nieuwe rijken hebben er voor gezorgd dat Palmyra steeds verder in verval raakte.
Palmyra is nu één van de belangrijkste historische plaatsen in het Midden-Oosten. Je zult onder de indruk raken van de grootsheid van de overblijfselen van een stad gelegen in de 'middle of nowhere'. Een zwak glooiend landschap met hier en daar palmen omringen een vlakte waar romantische ruïnes verspreid staan.

Hoog op een heuvel staat Qalaat ibn-Ma'an, een Arabische burcht uit de 16de eeuw met zeven torens. Vanaf die heuvel heb je een mooi uitzicht over de ruïnes, de oase en de grafvallei. Elk uur van de veranderen de kleuren van de ruïnes: rozerood en lichtpaars bij zonsopkomst, en in de middag en tegen zonsondergang kleurt het zandsteen oranje en grijs.
Hoogtepunten van de stad zijn de Beltempel, de prachtige Colonnadestraat met majestueuze metershoge zuilen en de triomfpoort, de Tempel van Nabo, het theater, de Agora en de Tetrapyloon. Het is niet erg moeilijk je voor te stellen hoe hier geleefd werd. Om de antieke stad heen liggen diverse familiegraven: graftorens of ondergrondse grafkamers. De mooiste torens zijn die van Elabel en Yamliku. Verder is er nog een museum met schatten uit Palmyra, die nog in een goede conditie verkeren. Palmyra is een van de 'musts' bij een bezoek aan het Midden Oosten.

Ook één van de hoogtepunten is het fameuze pannekoekenhuis in de nieuwe stad. Aanbevolen door "The lonely planet" en zeker de moeite waard.
Palmyra-Damascus (9-5-06),
Na het ontbijt zijn we weer richting Damascus gereden. Een reis van ca 3 uur en mooi op tijd om al vroeg in de middag weer de mooie Souq in te duiken op zoek naar allerlei leuke plekjes. 's Avonds natuurlijk weer gegeten in een tot restaurant omgebouwd Ottomaans huis. De Souq is ook een schitterende plek om mooie foto's te maken en een gesprek aan te gaan.
Eenmaal werden we aangesproken over wat Pim Fortuyn heeft betekent in Nederland. Ze begrepen niet duidelijk het verband met Theo van Gogh. De jongen had tijdens zijn studie hier e.e.a over gelezen. Wij uitleggen wat democratie betekent en waarom beiden zijn vermoord. Dan realiseer je je weer hoe absurd sommige mensen in het leven staan. Ook onze toehoorders waren het hier mee eens. Verder hebben we nog gesproken over de cartoon uit Denemarken met het hoofd van Mohammed als Bom. Daarbij moet je het dus ook hebben over persvrijheid en hoe de mensen in het Westen hier tegenaan kijken. Dit is voor hen moeilijk te begrijpen daar zij opgevoed zijn met het feit dat een belediging en welke zin dan ook van iemand die je liefhebt of aanbidt slecht is.
Ook hebben we nog gesprekken gehad over de voortdurende conflicten in het Midden-Oosten en hoe zij daar in staan. Op de vraag 'Hamas' of 'El Fatah' werd meestal geantwoord. "Stop met die oorlog" en laten we vreedzaam samenleven. Het is maar een kleine groep Orthodoxe Joden en Islamisten die dit willen uitvechten. Kortom we hebben de gehele Midden-Oosten politiek besproken.

Wat ook opvalt als je over straat loopt in Syrie dat je op één of andere wijze, lijkt wel, wordt genegeerd door de mensen rondom je als je zelf geen initiatieven neeemt. Ze kijken zelfs niet naar mijn dure camera die ik, net zoals in vele andere landen, meestal los in mijn handen draag. Dit was wel heel bijzonder. Ik hoorde zelfs verhalen dat dit komt doordat toeristen uit de UK en America in Syrie worden gevolgd door de geheime politie. Dit i.v.m. bescherming vanuit veiligheidsoverwegingen. Syrie promoot de touristenindustrie en wil dat niemand wat overkomt of zelfs maar iets naars ervaart. Daar je op een afstand niet kunt zien waar wij vandaan kwamen kan dit dus één van de oorzaken zijn van deze afstandelijke houding van mensen op straat.
Damascus-Amman (10-5-06),
Het mooie Damascus voor de 2e en laatse keer achter ons latend vertrokken we die morgen richting de hoofdstad van Jordanië: Amman. Onderweg zijn we nog gestopt in Shabba en Bosra. Het Druzische dorp Shabba was de geboorteplaats van Philippus Arabus, die keizer was van het Romeinse rijk van 244 tot 249. In snel tempo liet hij hier de stad Philippopolis bouwen.
Toen we in Shabba aankwamen was er net een huwelijksceremonie gaande. Er liep een muziekband door de straten en het gehele dorp was op de voet. Op het marktplein stonden drie kamelen die conform de ceremonie geofferd zouden worden. Het was een drukte van jewelste terwijl diverse sprekers het woord kregen tot bruid en bruidegom.
Na een bakje koffie tegenover het museum waar we veel mooie mozaieken te zien kregen zijn we naar de tempel, het kleine theater en het badhuis gelopen. Het ligt allemaal dicht bij elkaar.
Ook het Romeinse Bosra heeft mooie oude monumenten. Vooral het Romeinse theater uit de 2de eeuw na Christus verkeert is in een uitzonderlijk goede staat. Dit dankzij de hardheid van het basalt, de omliggende vestingwerken en het zand, dat het theater tot 1946 bedekte. Het amfitheater met zitplaatsen voor 15.000 mensen wordt nog steeds gebruikt voor grote evenementen. De vestingwerken bestaan uit elf versterkte torens, waarvan de meesten na 1200 zijn gebouwd. De gebouwen die nog te zien zijn zijn opgetrokken uit zwart basalt in het verleden bekleed met marmer. Het moet heel mooi zijn geweest in die tijd.

Na dit bezoek zijn we wederom in de bus gestapt, en nu richting de Syrisch-Jordaanse grens. Hier zou Haitam afscheid van ons nemen en kregen we een nieuwe gids voor het deel Jordanie. Echter voordat je over de grens bent moet je nog wat zweten in de bus. En daarna nog een uur wachten bij beide overgangen tijdens een uitgebeide bagagecheck. Kortom de zon was al bijna onder toen we verder reden. Nu in één ruk door naar Amman.
Amman (11-5-06),
Amman is gebouwd op zeven heuvels maar natuurlijk dan ook de dalen. De stad is dus zeer heuvelachtig met als hoogste punt de citadel met een uitzicht over heel de stad. Je kunt vanaf het Romeinse theater via een steile trap naar dit hoogste punt. In de citadel vindt je een klein archeologisch museum waarin naast een heleboel kleinere Romeinse artefacten de befaamde (koperen) 'Dode Zee rollen' zijn te bezichtigen. Of ze echt zijn hebben we niet kunnen terugvinden.
Verder hebben we nog op wat terrasjes gezeten en het in de 'Lonely planet' aanbevolen cafe/restaurant "Books en Coffee" bezocht. Het is een een leuk idee en sfeervol etablissement, met (helaas) wel veel blanken. Vanaf het dakterras heb je bij ondergaande zon een schitterend uitzicht over de stad.
Verder is er een uitgebreide gelegenheid om downtown te gaan shoppen in de drukke winkelstraten of het Romeins theater te bezoeken. Amman is een sfeervolle stad met veel theehuizen, waar mannen onder het genot van een waterpijp en een spelletje triktrak de laatste nieuwtjes uitwisselen. Na een bezoek aan een van de vele restaurants kun je 's avonds naar een nachtclub voor de Arabische elite, natuurlijk met buikdanseressen.
Jerash (12-5-06),
Deze dag zijn we op en neer gereden naar de Dode Zee. Maar eerst naar het ca. 50 km ten Noorden van Amman gelegen Jerash.
De Hellenistische stad Jerash werd verwoest in 78 v Chr, maar daarna door de Romeinen op monumentale wijze herbouwd. Mooi zijn de gave zuilengalerij, de boog van Hadrianus en de tempel van Artemis. De stad is uitzonderlijk gaaf bewaard gebleven, en je hebt dan ook weinig fantasie nodig om je een voorstelling te maken van het vroegere Romeinse straatleven. De stad wordt ook wel het 'Pompeï van het Midden-Oosten' genoemd.
Toen wij er omstreeks 11:00 aankwamen was het bloedheet. Niet de eerste keer natuurlijk wanneer je op doorreis bent. 's Morgens vertrekken en 's avonds aankomen en tussendoor cultuurhistorie bekijken. Meestal wanneer de zon hoog aan de hemel staat en er nergens een plekje schaduw is. Ook dit keer was het niet anders. Je houdt dit ook maar een uurtje vol zonder helemaal uit te drogen en weer bezweet in de bus te stappen. Maar altijd wel weer de moeite waard. Dit keer werd er een Romeins spektakel opgevoerd in de oude arena en hebben we kunnen genieten van Jordaanse doedelzakken die moesten aantoonden hoe goed de akkoestiek was in het nog vrij intakt zijnde theater. Deze amphi-theaters werden heel zorgvuldig gebouwd. Wanneer je precies in het midden voor het publiek staat heb je geen microfoon nodig en kan iedereen je verstaan. Doe je een stap opzij dan zakt je stemgeluid bijna helemaal weg.
Dode Zee (12-5-06),
De Dode Zee is een plek waar je even ontspannen rond kunt dobberen op het diepste punt van de aarde (400m beneden zeeniveau). Het water bestaat voor een derde uit zout en is 8 keer zouter dan normaal zeewater. Het zout blijft achter door overmatige verdamping van het water dat uit de Jordaan het meer instroomt. Verdrinken is er onmogelijk en je kunt zonder inspanning drijvend op je rug in het water een krantje kunt lezen. Of de 'Lonely planet'. Ook kun je een "gezondheidsbehandeling" ondergaan, waarbij je van top tot teen wordt ingesmeerd met heilzame modder die langzaam moet drogen in de zon. Wij als goede Zeeuw hebben dit natuurlijk zelf gedaan. Je huid is nadien zo zacht als van een baby'tje. Wrijf echter niet even in je ogen bij het baden want dit bijt verschrikkelijk. Zelfs wanneer het water je lippen raakt voel je het branden. En je kunt er veilig baden want aan beide zijden aan het aan de noordzijde van de zee gelegen strandje stonden er soldaten te patrouileren. Kennelijk kun je dus als tourist niet overal de zee in stappen.
Natuurlijk kun je alle ingredienten uit het meer in de nabijheid ervan kopen. Hopelijk is er over 10 jaar nog wat modder over. 'S avonds zijn we weer gezellig wezen eten in "Books en Coffee".
Amman-Petra (13-5-06),
Opnieuw een flinke trip voor de boeg, en dit keer, met als eindbestemming de mooie overweldigende ruïnestad Petra. De tocht voert via de prachtige oude Kings Highway, die dwars door de hooglanden van Jordanië loopt. Eerst reden we naar de nabijgelegen berg Nebo met zijn kloosterruïnes. Hiervandaan zag Mozes het beloofde land liggen. Met helder weer heb je hier inderdaad een prachtig uitzicht over de Jordaanvallei. Hier is het ook waar hij naar zeggen is begraven. Je kunt in elk geval wel in het kerkje op de top van de berg het graf bezoeken. Vanaf de berg kun je met goed weer ver Israel inkijken. Wij zagen de Dode Zee valei, Jericho en zelfs de gouden koepel van de tempelberg in Jeruzalem glinsteren in de zon. Het is tot aan Jeruzalem vanaf daar maar ca. 50 km. Heel indrukwekkend om daar te staan.
Vervolgens reden we naar Madaba (bekend vanwege de vloermozaïeken en de Grieks-orthodoxe kerk van St. Gregorius uit de 6de eeuw) Dit was de derde keer dat we soortgelijke mozaieken konden aanschouwen. Dit keer echter in de vorm van een kaart van heel Israel uit de tijd van Christus.
Onderweg zijn we ook nog gestopt bij de Wadi al-Mujib kloof, een van de meest spectaculaire natuurlijke panorama's van het land en de ruine van het vervallen kruisvaarders kasteel Kerak. Wel mooi maar lang niet zo goed meer intact als het Crac de Chaveliers in Syrie. Kerak lag op de oude karavaanroute van Egypte naar Syrië ten tijde van de bijbelse koningen, en werd tevens gebruikt door de Grieken en de Romeinen. De Kruisvaarders zetten het stadje opnieuw op de kaart, en bouwden er een enorme burcht. Tegen de avond kwamen we aan in het wereldberoemde Petra. Zeker één van de belangrijkste doelen van onze reis. 's Avonds zijn we na een bezoek aan de Hammam wat wezen drinken vlakbij de toegangspoort van Petra in een oud Koningsgraf dat is omgebouwd tot cafe restaurant. Een heel aparte sfeer zo met een Arabisch muziekje in de zwoele avondlucht.
Petra (14-5-06),
Eén van de hoogtepunten van de reis begon al vroeg. Om 8:00 in de morgen stonden we al voor de toegangspoort van de geheime stad. Petra werd in de 4de eeuw v. Chr. door Nabateeërs uit rozerode rotsen uitgehakt. Romeinen en Byzantijnen hebben er ook hun sporen nagelaten. Petra betekent in het Oudgrieks 'rots', en als je hier rondloopt zul je wel begrijpen waarom men de stad zo heeft genoemd. Petra is de oude hoofdstad van de eens zo machtige kleine staat der Nabateeërs. Na de verovering door de Romeinen raakte de stad in verval en in de vergetelheid. Totaal verborgen in de bergen, wisten alleen de plaatselijke bedoeïenen ervan af. In 1812 ontdekte de Zwitser Burckhardt deze al eeuwen vergeten stad. De weg naar het hart van Petra is slechts te voet of te paard bereikbaar, en loopt door een kilometerslange kloof, de Siq, die steeds nauwer wordt. Je waant je in een avonturenfilm van Indiana Jones.
Foto reeks
Uiteindelijk bereik je de eerste van meer dan honderd uit de rotsen gehouwen tempels, kloosters, een theater, graven en andere gebouwen, waarvan de zogenaamde Schatkamer de meest indrukwekkende is. Je kunt mooie wandelingen maken, o.a. naar de 'Monastry', dat hoog op één van de omringende bergen ligt en waarvandaan je een prachtig uitzicht hebt over de Wadi Araba. De kleurrijke rotsformaties maken Petra tot een unieke bezienswaardigheid en ondanks het steeds groeiend aantal bezoekers kun je je hier alleen in een magische wereld voelen. De kleuren van de rotsen en monumenten veranderen de gehele dag.
Tegen de namiddag is nagenoeg al iedereen weg uit de stad en kun je op je gemak nog wat mooie foto's nemen. Kennelijk te vermoeiend of te heet geweest om nog langer te blijven. Voor ons dus de mooiste momenten van de dag. Zomaar wat slenteren tussen de locals die hun kraampjes sluiten en kamelen en ezels terug brengen terug brengen naar hun stal. Velen zullen vermoedelijk de stad niet verlaten en ergens in één van de grotten hun nachtrust zoeken.

Met name in de vroege ochtend en de late namiddag kleuren de rotsen en tempels op in allerlei rood-bruin-geel-roze-blauwe schakeringen. Een onovertroffen hoogtepunt van deze reis. Wat ons betreft was het klooster 'Ad Deir' het mooiste onderdeel van ons bezoek. Vanwege de soberheid krijgt het klooster een krachtige uitstraling die ons meer dan een uur heeft gefacineerd. Terwijl wij zaten te genieten was er nog een local die de Urn beklom vanaf een achtergelegen rotspartij. Een aardig staaltje van overmoed om dit zonder enige zekering te doen.
Petra-Wadi Rum (15-5-06),
De volgende dag zijn we doorgereden naar Wadi Rum, het woestijngebied dat bekend is om de schitterende, in allerlei pastelkleuren getinte en hoog oprijzende rotsformaties. Ook één van onze hoogtepunten. De legendarische film 'Lawrence of Arabia' is hier deels opgenomen. In de rotsen zijn op sommige plaatsen oude inscripties te vinden. De oude karavaandrijvers lieten op deze wijze informatie achter voor anderen. We hebben overnacht in een primitief woestijnkamp onder de sterrenhemel. Er waren wel tenten aanwezig maar wie kruipt daar nu in, in zo'n mooie omgeving.
Nadat we al vroeg in de morgen aankwamen konden we wat uitrusten in een open tent onderaan de rotsen. Gelukkig wat in de schaduw want het was er bloedheet. Met elke beweging brak het zweet je uit. Pas in de namiddag zijn we op de jeeps gestapt voor een rit van vier uur door de woestijn langs de mooiste plekjes. Er leven nog veel bedoeïenen in de woestijn. Echter reizen ze niet meer per kameel maar hebben ze een landcruiser en een watertankwagen bij hun tent staan. Ook hoor je 's avonds een generatortje draaien voor de televisie. Wel een gek gezicht van die bedoeïnententen met een satelietschotel op dak. We hebben de jeep-safari afgesloten met een kampvuur bij zonsondergang. De zon zakte achter de bergen terwijl wij zaten te genieten van een kopje zoete mintthee.

's Avonds na het diner hebben we nog gedanst en genoten op de muziek van een lokale citer speler. Het werd al snel laat en voordat we het wisten was het al tegen tweeen eer we sliepen. Ook hadden we in onze jolige bui afgesproken om 6:00 in de morgen een kamelenrit te maken bij opkomende zon. Dus na 3 1/2 uur weer uit de veren en schuddend op een kamelenbult weer de woestijn in. Maar toch zoals verwacht weer de moeite waard. Na dit vroege ritje zijn we met de bus rechtstreeks naar Aqaba gereden.
Wadi Rum-Aqaba (16-5-06),
Het is slechts anderhalf uur rijden naar Aqaba, de enige badplaats die Jordanië rijk is. Hier kun je een verfrissende duik in de Rode Zee nemen en wat zonnebaden op het strand. De mogelijkheid bestaat om een snorkel- of duikuitrusting te huren of zelfs een duikles te nemen. Wij hadden die naast de onderwatercamera natuurlijk bij ons. De Rode Zee, waaraan Aqaba ligt, is beroemd om zijn prachtige koraalriffen en enorme variëteit van tropische vissen. Het eind van de dag is een mooi moment om een uurtje te flaneren langs de boulevard of met de Jordaniërs thee te drinken in het stadspark, waarna je kunt eten in een van de vele visrestaurantjes van het badplaatsje. Wat ons het meest bekoorde was een lekker 'Sundae ijsje' bij de Mac Donalds. Vlakbij had je ook een goed Italiaans restaurantje. Hier kun je s'avonds op het terras met een fris windje genieten van een heerlijke vispasta of pizza. Je ziet veel gesluierde vrouwen lopen. Kennelijk is dit Zuidelijkste puntje van Jordanie toch iets fundamentalistischer dan het Noorden en Amman. De lokale bevolking vindt het dan ook niet leuk dat je in je zwembroek of bikini op het publieke strand gaat zonnen of zwemmen. Je kunt beter uitwijken naar een hotel waar je voor ca. 10,- USD een dag kunt verblijven op één van de privé strandjes of zwembaden.
Aqaba (17-5-06),
De volgende dag hebben we een bootje gehuur om te gaan snorkelen. De boot had ook een glazen bodem zodat de niet zwemmers ook konden genieten van het schouwspel onder water. Je vaart dan langs de haven naar het Zuiden tot boven de z.g. Japanse tuin. Wij vonden het koraal niet zo mooi als dat je kunt zien vanuit Hurgada in Egypte. Je vaart dan ook weliswaar niet langs de kust maar gaat veel verder de Rode zee in maar het is dan ook de moeite waard.
Wij vergelijken niet graag reizen want elke reis heeft weer iets bijzonders en zou je dit doen dan sluit je vermoedelijk je ogen voor de dingen die specifiek zijn voor het land dat je bezoekt. Helaas schoot het ons daar wel te binnen.
Na een uurtje snorkelen vaarden we weer verder voor een lunch op het strand. Vis van de barbeque met rijst en een beker Cola. En dit onder een afdakje op het strand in het heetst van de dag. De liefhebbers konden hier vanaf de kust snorkelen. Bijna nog mooier dan de Japanse tuin. Veel van het koraal langs de gehele kust is dood en kapotgetrapt. Op enkele plekjes zie je nog wat leven. Verder zag je wel veel zee-egels dus was het wel uitkijken geblazen. Hier wil je niet door gestoken worden. Al met al hebben we toch nog aardig wat vis gezien en zijn we omstreeks 16:00 weer teruggevaren richting Aqaba. Vermoedelijk hebben we een kilometer of vijf a zes enkele reis naar het Zuiden gevaren.
Toen we weer in onze hotelkamer kwamen zagen we het pas. Vuurrood verbrand op onze ruggen. T-shirt vergeten aan te trekken en niet ingesmeerd. Hoeveel ervaring heb je en hoe dom kun je zijn in je enthousiasme.
Aqaba-Amman (18-5-06),
In de avond moesten we weer op de bus naar Amman van waaruit we in de nacht weer huiswaarts zouden vliegen. We hadden dus nog een hele dag om ons te vermaken daar aan het water. Natuurlijk niet te veel in de zon want onze ruggen hadden al te veel zon gezien. Vanuit het hotel zijn we met de bus weer naar het Zuiden gereden, maar nu ca. 12 km, naar een prive starnd van een luxe resort. Lekker gelegen onder de rieten parasol met een restaurantje en zwembad op loopafstand. Maar ook nu hadden we weer onze snorkelspulletjes (en ook wat bananen) meegenomen. Na ons goed te hebben ingesmeerd en met een extra T-shirt (dubbele beveiliging, want je moet ook aan de achterzijde van je benen letten) zijn we weer voorzichtig het water in gegaan. Dit was maar goed ook want het was mooi koraal met veel vissen. Zo met wat banaan als lokvoer konden we ook nog mooie foto's maken. Je moet niet bang zijn want het lijkt alsof ze ook je vingers erbij op willen eten.
In elk geval zijn we, niet meer verbrand dan de vorige dag, omstreeks 16:00 weer op de bus gestapt richting ons Hotel. Na een frisse douche konden we zo de bus in richting Amman.
Amman-Amsterdam (18-5-06),
Einde van weer een indrukwekkende vakantie. Twee boeken uitgelezen onderweg en veel schoons gezien. Niet meteen na thuiskomst waren we al enthousiast over wat we hadden gezien. Vermoedelijk omdat je de foto's nauwelijks uit elkaar kon houden, laat staan je gedachten erbij te ordenen. We hebben veel van hetzelfde gezien, maar toch net weer iets anders. Maar juist om dat te kunnen zeggen moet je je extra verdiepen in de plekken waar je bent geweest.
Verder heeft de reis ons geboden wat we verwachten. Veel cultuurhistorische vindplaatsen, veel natuurschoon en een facinerende en verhelderende blik in de Arabische wereld.
Seizoensinformatie,
De geografische verscheidenheid bepaalt ook het klimaat van het Midden Oosten, zodat men spreekt van zeeklimaat, steppeklimaat en woestijnklimaat. De Libanese en Syrische kuststrook, de westkant van de bergen in Syrië en het noordwesten van Jordanië hebben een Middellandse Zeeklimaat. De regen valt hier tussen november en maart; de gemiddelde temperatuur bedraagt 29 °C in de zomer en 10 °C in de winter. In het midden van beide landen heerst een steppeklimaat, ‘s winters rond de 10 °C en ‘s zomers ongeveer 35 °C, in Aqaba zelfs tot 45 °C. In de Jordaan-vallei en aan de Golf van Aqaba blijft het ook in de winter warm. De woestijngebieden zijn droog en vooral in de zomer warm.

Wetenswaardigheden.
Heerlijke gerechten uit het Midden Oosten:
  • Diverse 'Mezze' als voorgerechtjes.
  • Lekkere Sesamkoekjes.
  • Heerlijke zoete mintthee.
  • Zoet gebak, 'Baklava'.
  • De lokale borrel 'Araq'.
  • Het tussendoortje 'Falafel'.
  • Een broodje 'Shoarma'of 'Kebab'.

    Reisinformatie:
  • Reisorganisatie Shoestring.
  • Het Elmar reishandboek "Jordanie en Syrie", ISBN 90-389-0820-2.
  • The Lonely Planet "Middle East", ISBN 1-86450-349-1.

    Algemene informatie Libanon, Syrië en Jordanië:
  • Kasbah.com.
  • Elmar.nl



  • Terug reisverslagen

    - Einde -