"Rondreis Rajasthan en Uttar Pradesh, voorjaar 2004"


In maart april 2004 hebben we een rondreis van 22 dagen gemaakt door India. De reis ging per minibus geschikt voor ca. 24 personen langs de topattracties van de provincies Rajasthan en Uttar Pradesh. Met het busje van Delhi naar Nawalgarh, vervolgens naar Bikaner, Jaisalmer, Jodhpur, Udaipur, Jaipur en Agra waarna we met de nachttrein door zijn gereden naar Varanasi en wederom weer terug naar Delhi.
We hadden geboekt bij Shoestring wat ons achteraf goed is bevallen. Er was geen Nederlands sprekende reisleiding wat voor ons echter geen nadeel is maar juist een pluspunt. Lokale reisleiders geven je toch een betere indruk van het land dan een Nederlandse tourleider.
Het busje was wel aan de krappe kant. Alle plekken waren bezet met medereizigers of bagage. Ook was het busje heel laag zodat je bij elke hobbel je hoofd stootte. De chauffeur was wel een kei met een goede rijvaardigheid.
In elk geval hebben we veel gezien onderweg. Alles wat een kar kan voorttrekken wordt gebruikt en rijdt op de weg. Kamelen, tractoren, ezels, mensen, auto's van voor de tweede wereldoorlog, fietsen, alles. De karren zijn volgeladen met allerlei spulletjes. Steen, hout, vuilnis, graan etc.
Dag 1,
14 maart 2004, Vlucht van Amsterdam naar Delhi. Tussenstop in Frankfurt.

's Morgens om 6.00 al vertrokken richting Schiphol. De reis vlotte goed en om 7.45 zaten we al aan een bakje koffie in de vertrekhal. Een uur later konden we onze tickets en visa afhalen waarop we vervolgens direct konden inchecken. Eerst Peter, die ons weer eens gebracht had, bedanken en met onze rugzakken op naar de balie.

Om 14.20 steeg ons vliegtuig op om, via Frankfurt en een overstap van 1 uur, in totaal 12 uur naar Delhi te vliegen (Incl. 4,5 uur tijdverschil). Om 2.30 midden in de nacht landden we op Indira Ghandi airport. Of je vanuit het geklimatiseerde vliegtuig zo in een sauna stapt. Het was nog zeker 25 graden zo op dit nachtelijke uur. Na een uur in de rij te hebben gestaan bij de paspoortcontrole konden we met de bus naar ons hotel. Hier ontmoeten we onze Indische reisleider Idris. Een jongeman die ons de komende 3 weken tijdens onze reis zal begeleiden. Het hotel ligt maar op een half uurtje rijden vanaf het vliegveld. Gedurende dit stukje rijden kwam de drukte ons al tegemoet. Veel verkeer (de helft zonder verlichting) en overal mensen en dieren. Aan de kant van de weg slapende mensen en beesten. De armere onder de bevolking brengen hun nachtrust door onder een deken aan de kant van de weg of in een tent van zeildoek. Onderweg naar ons hotel passeren we nog drie olifanten op de snelweg.
Dag 2,
15 maart 2004, Vrije dag in Delhi. Delhi is de hoofdstad van India en vormt een apart gebied dat bestuurd wordt door de federale regering. De stad heeft een geschiedenis die minstens drieduizend jaar teruggaat. Hij bestaat uit een oud gedeelte Old Delhi dat grotendeels is gebouwd tijdens het bewind van de Moghuls en uit het nieuwe deel, New Delhi. Dit deel werd aan het begin van deze eeuw door de Engelse architect Luytjens ontworpen om te dienen als de nieuwe hoofdstad van 'de parel in de kroon' van het Britse keizerrijk. Het contrast tussen oud en nieuw is enorm. Het oude gedeelte is een benauwende, kleurrijke, oriëntaalse mierenhoop vol van smalle steegjes, tempels en moskeeën. Het nieuwe gedeelte is een wijds gebouwde stad met lange, brede, rechte straten, paviljoens en parken. Het is een stad die haast leeg en verlaten aandoet vergeleken bij het oude deel. In New Delhi zetelt de regering van het land. Het parlement staat er, de president woont er, alle grote bedrijven hebben in New Delhi hun kantoor. Rondom beide stadsdelen spreidt Delhi zich kilometers in alle richtingen uit. Naar het oosten over de heilige rivier Yamuna, naar het zuiden waar de statige buurten van de diplomaten en rijken te vinden zijn, evenals de gebouwen van leger en luchtmacht en naar het westen en noorden waar de grote massa van Delhi's bevolking woont. Tussen al die gebouwen staan honderden monumenten uit het verleden van de stad.

Om 10.00 een breefing door Idris. Een korte toelichting op de komende 3 weken en een routebeschrijving naar de dichtstbijzijnde pinautomaat. Na een blik in onze 'Lonely planet' besluiten we om met de tuk-tuk (motor riksja) naar de grootste moskee van India te gaan. Wat je dan onderweg meemaakt is onbeschrijfbaar. Auto's, motoren, motorriksja's (tuk-tuk), fietsriksja's, fietsen, voetgangers, kamelen, olifanten, koeien, zwijnen, ratten, alles krioelt door de straten en het overal achtergelaten afval. Je begrijpt niet dat er niet meer ongelukken plaatsvinden. Uiteraard vallen er toch nog al wat verkeersdoden in Delhi. Gemiddeld zes doden per dag in een stad met ca. 16 miljoen inwoners. Bij de ingang van de Jama Masjid worden we al opgewacht door een aantal vrijwilligers om ons door de moskee te gidsen. Vooraf een prijs afspreken is een must anders kom je achteraf altijd bedrogen uit. Ik heb me in India wel altijd veilig gevoeld. Volgens mij zullen ze je ook niet openlijk bestelen maar als ze je kunnen bedriegen of uitmelken zullen ze het niet laten. Dus wees altijd op je hoede voor mensen die je als toerist iets aanbieden. Ook deze keer vraagt de 'gids' achteraf meer geld. Volgens hem was het afgesproken geld voor de moskee en niet voor hemzelf. En zelf wilde hij ook graag betaald worden. Dus wat doe je dan? Je onderhandelt naar een compromis. In elk geval een mooie moskee om te zien. Vanuit deze moskee heb je ook een mooi uitzicht op het Rode Fort. Helaas is dit fort op maandag gesloten zodat we het alleen met de buitenzijde moeten doen. Achteraf gezien niet zo erg want we zouden er nog vele forten zien en voor ons waren de verschillen niet zo groot. Onze tuk-tuk chauffeur wachtte op de afgesproken plek om ons naar de Indian Gate te brengen. Dit monument uit de Engelse bezetting ligt in het verlengde van Raj Path met aan de andere zijde de presidentiele residentie van Delhi.
Dag 3,
16 maart 2004, Het traject van Delhi naar Nawalgarh in Shekhawati, een gebied in het westen van Rajasthan, dat bekend staat om zijn prachtige met fresco’s beschilderde huizen en kleurrijke bevolking. Shekhawati was vanaf 1471 een onafhankelijk staatje tot het in 1738 bij het koninkrijk Jaipur kwam. Shekhawati lag op de karavaanroute van de havens van Gujarat en Centraal-India naar Delhi. Er was een levendige handel in opium, katoen en kruiden. De rijke kooplui bouwden prachtige panden voor zichzelf, Haveli’s genaamd en lieten waterreservoirs, tempels en karavanserais bouwen. De meeste van die gebouwen zijn bedekt met fresco’s van tussen 1760 en 1920, en nog steeds prachtig om te zien.

's Morgens om 6.45 onze "wake up-call" Rugtassen inpakken, wassen en hollen naar het ontbijt. Dit keer twee witte boterhammen met een kunstmatige jam en een bakje lichte koffie. En dat voor Rs 60,- pp.
Om 8.oo vertrok de bus richting Nawal Garh, ca. 250 km. richting het westen. Eerst door de drukke buitenwegen van Delhi en daarna nonstop! Met een half uurtje voor de koffie als onderbreking 9 uur rijden naar onze bestemming. In een minibus voor 25 personen volgestouwd met rugtassen en medereizigers, met te weinig ruimte voor je knieën, geen airco en een temperatuur van ca. 38 graden in de bus met een gemiddelde snelheid van 50km/h per uur op eenbaanswegen, door gruis, zand en putten heftig heen en weer schuddend voor je plezier naar de eerste bestemming na Delhi.
Niet iedereen is even blij na aankomst. De lunch was erbij in geschoten door een onverwachtse wegomlegging. Het restaurant zal vermoedelijk wel, voordat de weg gereed is failliet zijn.
In elk geval veel gezien vanuit de bus. Alles wat een kar kan voorttrekken wordt gebruikt en rijdt op de weg. Kamelen, tractoren, ezels, mensen, auto's van voor de tweede wereldoorlog, fietsen, alles. De karren zijn volgeladen met allerlei spulletjes. Steen, hout, vuilnis, graan etc.
Om 17.00 komen we bij het hotel aan. We worden ontvangen met een welkomstdrankje en een bloemenketting. Na een korte breefing van Idris besluiten we om met z'n tweetjes nog even richting het centrum te lopen. Wat een groot verschil met Delhi. Alles onverhard met een riool (net als bij ons in de middeleeuwen) als geul langs de kant van de weg. Hierin wordt door zowel dier als mens hun behoefte gedaan. Zo met de zon erop ruikt dit niet erg fris.
Alles loopt en rijdt door elkaar, auto's, fietsen, koeien, kinderen en een tuk-tuk en vrouwen met de boodschappen of water voor thuis op hun hoofd.
Om 19.00 konden we aan tafel voor het diner, het was niet safe om in de stad te eten, dat was voor ons nu wel duidelijk. Bloemkoolstelen-soep vooraf, lamsvlees met allerlei groenten en een zoet soort bolletje met koffie of thee als dessert.
Daarna om 21.00 nog wat lezen en naar bed.
Dag 4,
17 maart 2004, Traject Nawalgarh naar het ommuurde Bikaner. In het nabijgelegen Deshnoke vind je de rattentempel Karni Mata. Volgens een plaatselijke legende zijn ratten heilig en deze dieren worden hier letterlijk aanbeden. De toegang is alleen met blote voeten.

Om 7.00 "Wake up call". Een half uur om je rugzak in te pakken en te wassen. Om 7.30 ontbijt, toast met jam en ei en goede koffie.
Voordat we het hotel verlaten brengen we eerst nog een bezoekje aan Nawal Garh. Onderweg ontmoeten we onze gids van de vorige avond en hij ontpopt zich als een professionele kracht. (Pablo) Hij is 15 jaar en heeft ons voor 100 Rs de mooiste Haveli's laten zien. Ook omdat we wat weinig tijd hadden heeft hij een tuk-tuk geregeld voor de terugweg. Niet voor niets natuurlijk, 40 Rs.
Stipt 9.30 kwamen we weer bij ons hotel aan. Een paleis van een voormalig Indische edelman of prins. De bouw lijkt uit de Portugese koloniale tijd te stammen. En dat ten tijde van de Engelse bezetting.
Weer 9 uur in de bus onderweg naar Bikaner. Maar waarvan tweemaal een stop van anderhalf uur. Eenmaal voor de lunch en de tweede maal voor een bezoek aan de rattentempel. De 'Karni Mata Tempel' in Deshnoke.
Ook onderweg ervaar je weer van de bijzondere taferelen. We moesten ca. een half uur wachten voor een treinovergang. Nog geen trein te bekennen maar de afsluitbomen bleven dicht en samen met wel 30 mensen wachtten we geduldig tot de trein zou komen. Het kon 5 minuten tot een half uur duren. Tijd is hier niet belangrijk. Het enige waar je van op aan kan is dat 's morgens de zon opkomt en 's avonds weer ondergaat.
Wat ik niet verwacht had was het grote aantal kamelen dat je zag. Elke boer heeft wel een kameel en met een slakkengang met hun wagen vol zand, takken, hooi, graan of stenen rijden ze op de hoofdweg naar hun bestemming, waar dat ook mag zijn! Verder valt het me op dat schijnbaar iedereen met zijn lot (plaats in de maatschappij) tevreden is. Is het oude kastenstelsel hiervan de oorzaak? Carrière proberen te maken heeft toch geen nut. Alleen een voorbeeldig leven kan leiden naar een hogere kaste. Arme vrouwen en kinderen bedelen maar hebben tegelijkertijd een gulle lach voor je over. Ook de schitterende blik in hun ogen spreekt boekdelen.
Je ziet heel veel mensen in deze omgeving. Het is een weg van 250 kilometer. Soms zie je geen huizen maar toch lopen of zitten er zo maar mensen aan de kant van de weg. De boerderijen die je ziet zijn opgetrokken uit leem met een rieten dakje. Ze lijken wel op de rondavels uit Afrika.
Wat je ook veel ziet is dat iedereen zijn eigen individuele handeltje heeft. Niks geen fabrieken. Een kapper, fruitstalletje, restaurantje, eetkar, smid, en het schijnt dat niemand wat verkoopt. Lekker de dag uit zitten op je eigen plekje. In deze eenmanszaakjes zie je eigenlijk geen vrouwen. Die werken op het land.
s'Avonds zijn we in ons chique restaurant gaan eten. 390 Rs voor ons beiden. Geen geld voor zo'n verwennerij na een dag in de bus.
Dag 5,
18 maart 2004, Vrije dag in Bikaner. Indrukwekkende forten, paleizen en openbare gebouwen zijn versierd met beeldhouwwerk in rozerode zandsteen, heel karakteristiek voor deze omgeving. Kamelen trekken hun karren door de smalle straten, net als eeuwen geleden. Bikaner ligt namelijk op een oude karavaanroute naar Centraal-Azië. Een lange bazaarstraat leidt nog steeds naar het imposante Junagarh Fort. De fortmuur van bijna een kilometer lengte telt maar liefst 37 bastions en heeft twee poorten. Binnen de muur liggen mooi gerestaureerde paviljoens en tempels.

Laat uit bed op het gemakje ontbijten en de stad in. Het ontbijt, toast met twee eieren, paste goed bij mijn 'onderbuikgevoel'. Ik heb niet zo een sterke maag en het rommelde al wat. Maar wie wordt er niet ziek in India. In elk geval wat komt, dat komt. Om 11 uur liepen we al bij het Junagarh fort. Eén van de topattracties van Bikaner. Het betreft het paleis van een generatie Maharadja's waarvan elke zoon een stukje liet bijbouwen. Zeker de moeite waard om te zien. Zie de pronkkamer op de foto. Alles verguld wat je ziet.
Vandaar uit (na twee uur lopen) zijn we wat gaan drinken op een terrasje bij de hoofdpoort. Het is goed, vanwege de vele indrukken en de temperatuur (gemiddeld overdag ca. 37 graden), na elke bezichtiging/ervaring even te rusten in de schaduw. Dan maar een attractie minder op een dag!
Na een uurtje zitten met de tuk-tuk naar de Jaintempel. Ook een hele mooie tempel gemetseld met gele steen uit Jaisalmer. Als specie is cement met boter gebruikt. Als de temperatuur hoger wordt dan 50 graden dan smelt de boter door het oppervlak heen. Ook echt een aanrader.
En dan de belevenissen in de 'old city'. Niet te beschrijven. Wij Europeanen zouden het betitelen als smerig, chaotisch, herrie, paniek, stank... De Indiër vindt dit echter normaal. Open riolen, koeien tussen het luid toeterend verkeer (auto's, kamelen, fietsers, motors, scooters, tuk-tuk's, en voetgangers), dat in de drie meter brede straatjes, waar aan de kant nog kraampjes staan, heen en weer raast. Hier kun je fruit of lekkere zoete hapjes kopen die een hele dag tussen opwaaiend stof en uitlaatgassen hebben gelegen totdat iemand ze koopt.
Daarna zijn we naar de kamelenfarm gegaan. Ca. 7 kilometer buiten de stad. Hier worden de lokale kamelen verzorgd na een zware dag werk. Ook vind je hier nog jonge exemplaren.
Daarna met de tuk-tuk terug naar het hotel om nog een baantjes te trekken in het zwembad. Overigens aardig schoon en voldoende groot. Wel een half uur baantjes getrokken!
`s Avonds lopend naar de stationsweg waar wat goede restaurantjes zouden zitten. Helaas na een flink eind te zijn omgelopen en een lift van een tuk-tuk kwamen we anderhalfuur later op onze bestemming (Amber restaurant) waar je inderdaad goed kunt eten. Voor ons beiden een vegetarische rijst schotel bestelt. Het smaakte goed en na drie kwartier stonden we al weer buiten. Met onze vaste tuk-tuk rijden we weer naar het hotel. Einde van een vermoeiende maar toch mooie dag.
Dag 6,
19 maart 2004, Het traject van Bikaner naar Jaisalmer, misschien wel India's mooist ommuurde stad. Hier kunnen cultuurliefhebbers hun hart ophalen aan de fortificaties en prachtig bewerkte Haveli's (koopmanshuizen), de tempels en het middeleeuwse straatleven. Negenennegentig torens heeft het immense fort van deze woestijnstad tegen de grens met Pakistan in westelijk Rajasthan. Jaisalmer ligt ver van alles, maar de zware reis er naartoe is de moeite waard, want dit is de best bewaarde middeleeuwse stad van India.

Weer vroeg op, 7 uur ontbijt op het dakterras van het hotel. Goed idee want het was nog lekker koel en je kijkt zo neer op het Junagarh fort.
De busreis van deze dag verliep heel voorspoedig. Een prima weg naar Jaisalmer. 6 uur rijden, een half uurtje stop voor de koffie en anderhalf uur voor de lunch. We raken al steeds meer gewend aan de bus, reizen en het lokale eten. Woorden zoals Naan, Samosa, Biriyani, Murgh, Pulao, etc.......... Ook Coca Cola wordt veel gedronken, je krijgt er energie van en het werkt anti- bacterieel. Lauwe Cola zonder prik schijnt tevens erg goed te werken tegen diaree.
De weg vlakbij de Pakistaanse grens wordt onderhouden door het leger, langs deze weg in de overeenkomstige stadsprovincie Jaisalmer zie je veel militaire stellingen en kampementen staan.
Om 15.30 komen we bij het hotel aan. Even een uurtje slapen en wat lezen in de tuin, daarna met de tuk-tuk de Ghandi Chowk. Een pleintje met twee goede restaurants. We hebben in Trio gegeten. Ook hadden weer een kleine gids die een goed internet cafeetje wist aan te wijzen. En inderdaad voor 30 Rs een uur surfen op een goede verbinding. Op de terugweg vertelde onze tuk-tuk chauffeur ons nog een afgrijselijk verhaal over hun prime minister.
"Omdat een meisje hem geweigerd had heeft hij gedreigd het gehele dorp uit te moorden. Dit dorp is nu verlaten. Iedereen is nagenoeg gevlucht." Ook zou diezelfde prime minister kinderen stelen om zijn aanzien in de omgeving te vergroten. Als veel mensen je naam dragen wordt je in Indië belangrijk.
Een leuk verhaaltje om mee te gaan slapen. .............................................
Dag 7,
20 maart 2004, Vrije dag in Jaisalmer. De stad werd in 1156 gesticht, door Rawal Jaisal uit de rajput dynastie van de Bhati Yadavs. Vanaf de 16e eeuw maakte de stad deel uit van het Moghulrijk en beleefde een ongekende bloeiperiode als karavanserai aan de grote kamelenroute die India met West-Azië verbond. Adel en rijke kooplieden bouwden fraai bewerkte paleizen en haveli's. In de 19e eeuw werd de zeevaart steeds belangrijker en Jaisalmer raakte vergeten. Pas met de deling van Brits India bloeide de stad weer op, ditmaal als militair bolwerk. In de jaren zestig werden een spoorweg en geasfalteerde wegen aangelegd naar deze stad waar alles stil was blijven staan. De ommuurde stad is als geheel een bezienswaardigheid met zijn vele fraai bewerkte gevels, nauwe, slingerende straatjes en intieme bazaars. Tot de mooiste haveli's behoren de 19e eeuwse Patwan haveli, dat behalve de fraaiste gevel van de stad ook mooie muurschilderingen in het interieur heeft, de 18e eeuwse Salim Singh haveli en Nathmal haveli, alle drie aan de voet van het fort. Het fort behoort tot de oudste en grootste van Rajasthan. Bovendien is het bewoond, wat een tocht door deze middeleeuwse buurt een beleving als in duizend-en-een-nacht maakt. Er zijn verscheidene prachtig bewerkte 15de eeuwse jaintempels te vinden die alleen 's ochtends open zijn, en vier hindoetempels. Het fortpaleis is eveneens fraai bewerkt. Aan de zuidoostkant van de stad ligt het Gadi sagar, het meer dat de stad van water voorziet. Zes km ten noorden van de stad liggen de cenotafen, monumenten van de crematie van de maharadja's.

`s Morgens voor het ontbijt nog eerst wat gezwommen. Daarna een continentaal ontbijt met thee. Nu is ook Anke haar maag van streek.
Omstreeks 10.00 uur vertrekken we met de tuk-tuk en onze vaste chauffeur naar het oude fort van Jaisalmer. Daar aangekomen worden we omringd door verkopers, bedelaars, gidsen etc. We kiezen ervoor om een paar kettinkjes te kopen en zonder gids het fort in te gaan. We betalen nog wel tweemaal 10 Rs. Voor wat foto's te maken.
Anke wilde nog wat kleding kopen en ik werd uitgenodigd om bij de buurman wat te komen praten. Hij wilde graag de plaatjes in onze 'Lonely planet' bekijken. Verder heb ik ca. een uur met hem zitten praten over allerhande zaken. Ook vooral hoe het mogelijk is om met zoveel mensen met verschillende religies naast elkaar in harmonie te leven. M.b.t. de relaties met de moslims bleek wel dat de tolerantie vooral van de Hindoes, Jains, en Boeddhisten komt. Moslims zijn stammen/volk gerichte mensen. Ze hebben minder respect voor het leven dan de overige stromingen in India. Maar ook hun eigen gelijkgelovige stammen/volken worden onderling bestreden. Kijk maar naar de vete tussen de Sjiëten en Soennieten!, zei de handelaar. Hij begreep hier niets van. Dit is ook de reden dat Pakistan van India is afgescheiden.
Na om ca. half twaalf afscheid te hebben genomen zijn we naar de twee opengestelde Jaintempels wezen kijken. Wat een mooi handwerk is daar te zien. Maar ook wederom de samenhang en acceptatie met/van de Hindoes en Boeddhisten.
Alle zuilen en beelden van hun 24 goden zijn uit het gele zandsteen gebeiteld. Heel mooi en knap.
Verder hebben we `s middags de indrukken van die morgen zittend op diverse plekjes zitten te verwerken. Gedurende zo'n rustperiode kwamen er nog twee muziekanten ons vermaken. Mooie muziek, maar natuurlijk niet voor minder dan 20 Rs. Enfin met liefde gegeven.
Aan het einde van de middag terug naar het hotel voor een dutje en zwemmen. Onze siësta.
`s Avonds zijn we op een dakterras wat wezen eten. De meeste plekjes kiezen we uit de 'Lonely planet' Elke keer bevalt dit goed. Dus waarom een succes formule veranderen!
Dag 8,
21 maart 2004, Het traject van Jaisalmer richting de woestijn, naar het Manvar Desert Camp. Dit kamp ligt geïsoleerd aan de weg richting Jodhpur. Je kunt hier een jeeptocht in de woestijn maken, de zandduinen bezoeken en/of een ritje maken op de rug van een kameel.

Een rustdag. Om 7.00 uur uit bed, 7.30 ontbijten en 8.00 vertrekken richting het Manvar Desert Camp.
Een resort met luxe bungalows en een groot zwembad. Het camp ligt ca. 100 kilometer ten noorden van Jodhpur, direct aan de hoofdweg er naar toe.
We waren op tijd om de lunch nog in het camp te gebruiken. Daarna naar het zwembad om wat te zwemmen, lezen en slapen. Om 17.30 stond of een kamelensafari of een jeepsafari op het programma. We zijn twee uur op een kamelenrug door de prairie/woestijn gereden. Langs boerengehuchtjes tot de zon onderging. Voor ons al de derde maal! Bij terugkomst snel douchen en naar het restaurant voor het diner.
In het gezelschap van een lokaal muziekbandje met wat dansers hebben we onze Egg met curry en plain Naan naar binnen gewerkt.
Om 10 uur naar bed. Een dag om uit te rusten en de opgedane indrukken van de afgelopen dagen te verwerken!
Dag 9,
22 maart 2004, Het traject van Manvar Desert Camp naar Jodhpur, met haar enorme fort en bazaars. Deze poort tot de Thar woestijn, zoals de stad vaak genoemd wordt, werd in 1459 gesticht en boven Jodhpur torent een immens fort uit dat dateert uit de begindagen van de stad. De oude stad wordt door een tien km lange muur omgeven. De pofbroek met nauwsluitende pijpen om de kuiten die jodhpur heet, ontleent zijn naam aan deze stad. Het kledingstuk is nu teruggedrongen tot verafgelegen plaatsen als Bhuj in Gujarat. De belangrijkste bezienswaardigheid is het Meherangarh fort, waarin een aantal paleizen staan en het Umaid Bhavan paleis, dat pas in 1943 afkwam, vlak voordat de maharadja's van Jodhpur hun titel moesten opgeven. Inmiddels is een deel omgebouwd tot het beste hotel van de stad. Deze stad is de beste plek op deze reis om te zoeken naar antiek.

8.00 uur op, 8.30 ontbijt en 9.00 uur vertrekken richting Jodhpur. Het is maar twee uur rijden dus hebben we nog een hele dag in de stad voor de boeg.
Omstreeks 12.00 uur kwamen we aan waarna we na onze spullen op de kamer te hebben gezet, direct met de tuk-tuk naar het Mehrangarh fort zijn gereden. Weer een paleis van een afgetreden Maharadja. De inrichting week niet veel af van het Junagarh fort in Bikaner. Althans volgens ons dan, als een leek op het gebied van Indische forten.
Voor 1947 waren er veel koninkrijkjes in India met elk een koninklijke familie. Dus nog plenty forten te bezichtigen. Voor ons dus vermoedelijk niet meer.
Na een bezoek aan het fort zijn we naar de 'Clock Tower market' gereden. De klokkentoren is niet zo bijzonder maar de markt en het dagelijkse leven dat zich daar afspeelt is wel heel leuk.
Ook hier weer 3 meter brede straatjes met urinelucht, denderende tuk-tuk's, wagentjes, koeien, ossewagens, etc. Alles beweegt door elkaar. We hebben leuk met de inwoners gepraat en gehandeld.
Ook was het voor de Hindi's nieuwjaar vandaag. In het oude marktgedeelte liepen optochten van muzikanten en in een stoet erachter mooi geklede dames en meisjes.
`s Avonds zijn we gaan eten met uitzicht op Umaid Bhawan Palace. Opnieuw vegetable Pulao met green salad. Een goede combinatie om fit te blijven.
Dag 10,
23 maart 2004, Traject van Jodhpur via de monumentale Chaumukh-tempel van Ranakhpur, een van de mooiste jaintempels van India, naar Udaipur. De Chaumukh-tempel dateert uit de 15de eeuw en telt maar liefst 1444 zuilen, waarvan er niet een gelijk is aan de ander.

7.00 uur op en weer een lange busreis voor de boeg. Maar eerst ontbijten. Ons vaste patroon 2 kopjes thee met een toasted boterhammetje met banaan bevalt uitstekend. Dan met koffietijd aangelengde cola met mineraal water. Zo ook met de lunch en het diner. Met de lunch nemen we meestal samen één portie getoaste sandwiches [ieder twee] en met diner een `green salade`met een vegetarische Pulao. Een soort nassi.
Na het ontbijt de bus richting Udaipur. Onderweg zullen we om 10.00 uur stoppen voor de koffiebreak en om 14.00 uur voor een warme lunch. Een buffet van 250 Rs. pp. Normaal eten we dit `s avonds samen nog niet op. Aan geldwaarde althans! We hebben wel een lekker biertje als afwisseling genomen.
Weer de bus in tot de volgende stop om 15.00 uur bij de grootste Jain tempel van India. De Chaumukh-tempel van Ranakhpur. Ca. 100 kilometer ten noorden van Udaipur.
Een mooie tempel met maar liefst 1444 marmeren gebeeldhouwde zuilen. Echt indrukwekkend om te zien. Als laatste het stuk naar Udaipur. De woestijn achter ons laten het gebergte in. Via een hoogvlakte waar het heel veel groener was dan wat we tot nu gewend waren. Ook lag de temperatuur volgens mij iets lager [NAP ca. 690 ]
Toen we om 18.00 uur bij het hotel aankwamen zijn we meteen doorgelopen naar het festival aan het meer ter gelegenheid van een nieuw Hindoe jaar.
Het festival van Gan-Gaur duurt 3 dagen. Het is een Rajasthan festival. Bij zonsondergang komen de vrouwen en meisjes naar de oever van het meer om te bidden voor voorspoed voor hun familie en de meisjes voor een toekomstige echtgenoot. Na dit schouwspel zijn we gaan dineren en om 22.00 uur naar bed. Wat zullen we morgen op onze vrije dag gaan doen?
Foto reeks
Dag 11,
24 maart 2004, Vrije dag in Udaipur. Deze stad is Rajasthan op zijn meest weelderig. Udaipur is gebouwd rond een aantal kunstmatige meren waaraan veel paleizen en haveli's staan. Door de overvloed aan water zijn er veel parken en tuinen. Bovendien staat hier het Lake Palace, een van 's werelds mooiste hotels. De stad wordt voor een deel nog door de gigantische stadsmuren omgeven, die op andere plaatsen zijn geslecht. Het oude Udaipur is in zijn geheel een droomstad, waar je uren in kunt dwalen. In de bergrijke omgeving vind je ook diverse natuurreservaten en meren.

Na wat uitslapen omstreeks 9.00 uur ontbijt op ons dakterras. Normaal gesproken besteden wij niet zo veel tijd aan onze verblijfplaats maar dit 'Hotel Caravanserai' gelegen op ca. 100 meter van het meer is wel een heel fijn hotel. Goede kamers, een goede keuken, mooi dakterras en ook nog eens leuke prijzen.
Wat kan een mens nog meer wensen.
Na het ontbijt zijn we naar de boatferry gelopen voor een boottrip van een uur op het Lake Pichola en een bezoek aan het Jagumandie eiland. Een heerlijke verkoeling na een aantal dagen in de hete bus. Het eiland is niet zo spectaculair. Net als het City Palace ons vierde fort. Normaal hadden we dit ook niet bezocht maar voor de boottrip moest je ook twee toegangskaartjes voor dit fort kopen.
Overigens kwamen we op onze weg naar het fort toe nog twee olifanten tegen. Grote exemplaren die geldbiljetten met hun slurf aan de berijder (Mahut) doorgaven. De olifanten zie je alleen `s morgens vroeg in de stad. Ze eten de straten schoon en komen de groente stalletjes bevoorraden.
Na de lunch, natuurlijk weer op het dakterras zijn we nog wat gaan internetten. Hier ben je al snel een uurtje mee zoet. Dan valt de spanning weer uit en moet je opnieuw inloggen en ben je bovendien dan al je tekst weer kwijt. En de verbindingen zijn ook niet allemaal even snel. Zeker niet als er steeds meer mensen op het modem gaan zitten mailen.
Om 17.00 uur zijn we dit keer al richting de kade gelopen om goed vooraan te staan bij de activiteiten van het festival. En inderdaad dat was een goed idee. Allemaal mooi opgemaakte dames en meisjes met hun mooiste sieraden kwamen hun goden vereren. Daarna dansen aan het water voordat ze weer vertrokken richting centrum van de stad. Maar wat een mooie kleuren bij zonsondergang daar aan het water. Ontzettend mooi. Fel gekleurde sari's wapperend in de wind. Heel mooi.
Na het festival, diner op, natuurlijk het dakterras.
Dat de vrouwen in Rajasthan zo kleurig gekleed zijn is noodzakelijk om op te vallen in de woestijn. Denk aan onze ski-kleding op de pistes in Oostenrijk.
Dag 12,
25 maart 2004, Het trjact van Udaipur naar het woestijnstadje Pushkar, dat gebouwd is rondom een heilig meer. Samen met de Brahma tempel aan de zuidwestkant van het meer is dit een van de weinige plekken in India waar de hoogste god van het hindoeïsme nog actief wordt aanbeden. Het meer wordt aan drie kanten omgeven door ghats, waar de gelovigen kunnen baden. De rest van Pushkar bestaat voor een groot deel uit tempels, die overigens weinig kunstzinnige waarde hebben. Op een heuvel buiten Pushkar staat nog een tempel die via een pad bereikbaar is en waar vandaan je een prachtig uitzicht over het stadje en het meer hebt. Auto's mogen het plaatsje niet in.

Nog ca. 8 dagen te gaan. Wat gaat dat snel! Alweer donderdag van de tweede week.
Dit keer weer vroeg uit bed voor een busreis van 8 uur zonder lunch. Onderweg was er wel wat tijd voor een thee-break en een stop om wat fruit te kopen op een lokale markt.
De omgeving is zo'n een beetje hetzelfde als de reis van Jodpuhr naar Udaipur. Veel gebergte met vruchtbare hoogvlakten. Pushkar ligt ook op ca. 600 meter boven de zeespiegel. Pushkar zelf bestaat uit één lange bazaar die eindigt voor de Brahma tempel. Allemaal winkeltjes, theehuizen en eettentjes. De verkopers zijn niet zo agressief in hun benadering.
De lokale 'priesters' des te meer. Bij het heilige meer wordt je als toerist direct opgevangen om een offer bij het meer te brengen aan Brahma en wel oneindig veel andere goden onder begeleiding van een 'priester'. Je strooit bloemen en rijst in het water en mag daarna ook nog een wens doen. Aan het einde van het gebed wordt je wel even verteld dat het minimaal 31 euro pp. kost. Belachelijk, dus met ruzie moesten we afscheid nemen zonder het 'Pushkar paspoort'. Eén grote oplichterij!
Onze indruk van Pushkar heeft een commercieel karakter. Je ziet ook heel veel westerse hippies rondlopen die zich verliezen in de anonimiteit van deze omgeving. Stoned en helemaal op zichzelf zitten ze wezenloos bij een theehuis voor zich uit te staren. Volgens mij hebben ze niet door dat je een gelukkig leven in jezelf moet zoeken en niet in een ver exotisch oord.
Pelgrims (volgens de boekjes) hebben wij niet gezien. De enige man helemaal in het oranje gekleed, die er op leek, zat de kassa na te tellen in een internet café.
Wij hebben nog wel een aantal leuke souvenirs gekocht. Daarna, na een diner van Kasmiri pulao en groene salade en finger chips, op het dakterras van een restaurant, zijn we weer naar het hotel teruggelopen. Het was inmiddels alweer 22.30. Het blijft puffen.
Dag 13,
26 maart 2004, Het dorpje Kuchaman met zijn schitterende fort is de volgende stop (circa 100 km rijden). Kuchaman ligt in het Rajasthaanse district Nagaur. Het imponerende fort is gebouwd op een 300 m hoge rots, en is een zeldzaam historisch juweeltje. In het fort, dat momenteel als Heritage Hotel is ingericht, zijn o.a. met muurschilderingen gedecoreerde tempels. Er zijn mooie terrassen en balkons. De uitzichten over het ‘s avonds verlichte plaatsje, de Arraveli Heuvels en het Sambar Meer in de verte zijn geweldig. Je kunt de tempels in de omgeving bekijken, en een bezoekje brengen aan het vogelrijke meer.
Na het ontbijt snel weer in de bus (feitelijk ons thuis tijdens de reis). We verblijven althans de meeste tijd in onze rijdende coach. Ook tijdens deze busreis, waar je telkens toch weer nieuwe dingen ziet, blijkt dat India een land van grote tegenstellingen is.
Kijk maar naar, (arm t.o.v. rijk); (smerig t.o.v. schoon); (eerlijk t.o.v. corrupt); (paleizen t.o.v. boerenhutjes -Jhumpa's- en nomadententjes); (Boeddhisme t.o.v. de Islam).
Kortom heel verwarrend en telkens wanneer je iets begrijpt roept dit nieuwe vragen op.
De busreis loopt voorspoedig met dank aan onze goede chauffeur, want hoe daar op de tweebaans wegen wordt gereden zegt iets over de chaos zoals al eerder omschreven. Grote vrachtwagens, bussen, kamelenwagens, fietsers, scooters, motoren, koeien, zwijnen en voetgangers rijden en lopen over deze wegen. Dit zijn dan de transportassen tussen twee grote steden in. Tijdens het inhalen maar ook bij tegemoetkomend verkeer passeren deze voertuigen elkaar met een snelheid van 70 kilometer per uur en een tussenruimte van 1 meter tot zelf gezien 10 centimeter! Een geluk dat je ongeschonden in de volgende plaats aankomt. En dan nog maar over de technische conditie van deze voertuigen te zwijgen. Bij pech onderweg worden er een aantal stenen op de weg gelegd die moeten dienen als een soort gevaren driehoek, en de chauffeur ligt dan vervolgens onder zijn auto te sleutelen die gewoon nog op de rijbaan staat. Alles moet er omheen en niemand kijkt hiervan op.
Met de lunch komen we in het kleine dorpje Kuchaman aan. Het hotel is gebouwd in het gelijknamige fort op een berg van 300 meter hoog. De bus kon daar niet heen dus gingen we met jeeps verder.
Wat we daar zagen is nagenoeg onbeschrijfbaar. Wat een mooie kamers boven in het hoog gelegen fort. Het gehele paleis van de laatste Maharadja stond tot onze beschikking. Alles marmer, mooie fresco`s en een kamer waar we een heerlijke namiddag hebben doorbracht. Op een half uurtje na althans omdat onze middag wreed werd verstoord door een zwerm 'Killer bees'. Allebei een keer gestoken. Achteraf viel het allemaal wel mee en na een half uur zaten we weer van de ondergaande zon te genieten. Kamer 227! Ook zijn we nog even naar het plaatsje onder aan de berg geweest, lopend om nog wat aan onze conditie te doen. De mensen waren nog niet opdringerig zoals in de meeste toeristenplaatsen. Een leuke bazaar en groentemarkt bezocht. Daarna weer lopend naar boven voor ons diner. Ook heel mooi (behalve de prijs) om s`avonds onder de sterrenhemel tijdens de maaltijd naar de lichtjes van de stad te staren!
Dag 14,
27 Maart 2004, Het traject van Kuchaman naar Jaipur, ca. 150 km rijden. De roze stad is de hoofdstad van de kleurrijke deelstaat Rajasthan. Aan de noordkant wordt de stad omgeven door heuvels vol forten en paleizen. Een van de prachtigste paleizen is de Hawa Mahal, het Paleis der Winden. Ondanks het grote inwonertal is het een aangename stad, niet in de laatste plaats door het kleine aantal auto's dat zich in het ommuurde deel begeeft. Op straat lopen de Rajasthaanse mannen met hun enorme snorren en tulbanden en zie je de met sieraden behangen vrouwen in de meest felgekleurde sari’s van India.

Na een ontbijt op ons kasteel/paleis weer in de bus. Wat maar drie uur moest duren werd een busrit van 6 uur. Het verkeer was niet vooruit te branden. Vermoedelijk dit keer 40 km/h. Volop gevaarlijke situaties maar telkens weer goed afgelopen. Komt dit door het offer aan Brahma in Pushkar? Maar niet meer aan terug denken.
Omstreeks 15.00 uur pas aan de lunch in Jaipur, een grote drukke stad. Na een zwempartij en wat lezen zijn we s`avonds nog wat gaan eten in het 'Natrja restaurant' in het centrum van de stad. Een goed restaurant maar net zoals alle vorige keren sta je binnen een half uur weer buiten. Je half leeg bord wordt al bijna van onder je handen meegenomen. De obers staan naast je tafel te wachten wanneer ze weer kunnen afruimen. In elk geval het smaakte wel. Weer lopend naar ons hotel! Daarna nog een uurtje internetten en naar bed.
Foto reeks
Dag 15,
28 maart 2004, Vrije dag in Jaipur. De olifanten stad. Vlakbij vind je ook het mooie Amberfort. Het ligt ca. 11 km ten noordoosten van Jaipur. Het was zes eeuwen lang de hoofdstad van het gebied, voordat Jaipur werd gebouwd. Het eigenlijke fort staat op de top van een heuvel die aan alle kanten is omgeven door meer heuvels met vestingwerken. Aan de buitenkant is het fort robuust en aan de binnenkant zijn de vorstelijke vertrekken van een bijzondere schoonheid en gratie. Er is veel inlegwerk en fijn marmeren beeldhouwwerk te zien.

s`Morgens om 8.30 verzamelen om met de bus naar het Amber fort, ca. 11 km ten noorden van Jaipur, te gaan. Eerst langs het Water palace en vervolgens tot bij het fort gebracht door onze eigen coach. Vanwege het festival liepen er geen olifanten de trappen op naar het fort. Je kon wel een ritje maken over de markt (200 Rs) Natuurlijk hebben we dit gedaan. Daarna zijn we naar de olifantenstal gelopen. Daar was het te doen. Wat een prachtbeesten. Ook de Mahuts waren heel vriendelijk en hielpen ons met alles wat we wilden. Daarna zijn we niet meer naar het fort gegaan. In de hitte (40 graden) naar boven en weer terug om voor de 4e maal de inrichting te zien van een Maharadja paleis. In plaats daarvan zijn we gaan kijken bij de rivier waar een aantal olifanten gewassen werden. Dit doen ze met een steen die ze hard over de huid van de olifant schuren. Dit is om te ontharen. Wij natuurlijk ook even proberen. Daarna olifant rijden zonder zitje. Met je kont op zo`n natte olifant met je handen vast aan zijn oren om er niet af te vallen. Je zit in zijn nek met je benen onder zijn oren. Dit is pas echt olifant rijden.
Helaas was het al weer tijd om verder te gaan. Nog even gekeken naar een slangen bezweerder die nog een deuntje voor ons speelde. De slang had vanwege de hitte niet z'n zin om mooie dansjes uit te voeren. Hij vond het genoeg om met zijn kop boven de mand te steken om vervolgens zijn middagdutje weer te hervatten.
De volgende stop was de Hawa Mahal ofwel het paleis van de winden. Op veel foto`s van Jaipur zie je dit paleis. Vervolgens naar het City palace en Jantar Mantar een astrologisch observatorium uit 1728. Het laatste bezoek is indrukwekkender dan het zoveelste paleis voor ons. Verder wat door de stad geslenterd op weg naar ons hotel. Daar wat geluierd op het grasveld om vervolgens om 20.00 uur ons weer op te maken om te gaan dineren. Dit keer met de fiets riksja naar Niro`s, overigens vlakbij het Natrja restaurant en Mc Donalds. Ook weer heerlijk gegeten. Onze riksja driver heeft ons weer voor 50 Rs naar het hotel getrapt om vervolgens weer lekker te gaan slapen.
Dag 16,
29 maart 2004, Het traject van Jaipur naar Agra. De stad van de Taj Mahal. Dit geheel marmeren kunstwerk heeft Agra wereldberoemd gemaakt en terecht. Het is een juweel om te zien.

Om 7.30 vertrekken we richting het grootste vogelpark van India; het Keoladeo Ghana NP. Om 12.00 uur waren we terplaatse. We hadden 2 uur de tijd om op de fiets het park van 29 km2 te verkennen. Je moest wel op de hoofdwegen blijven anders verdwaal je onherroepelijk. Bovendien zijn alleen de hoofdwegen verhard.
Als we dit van tevoren hadden geweten of er wellicht een route aanwijzing had gestaan waren we op tijd terug geweest. Maar met een fiets waar de ketting steeds af liep en één met een lekke band is dit onbegonnen werk. Gelukkig waren we maar 15 minuten te laat. Het is wel een heel mooi park, maar verwacht geen tropische vogels want die vind je er niet. Het is een 'wetland area' waar veel trek- en water vogels hun plekje hebben gevonden. Vierhonderd soorten waaronder de visarend, kraanvogelsoorten en veel reiger- en eendensoorten. Ook zijn er grote blauwbokantilopen (nilgai), blackbuckantilopen, pythons, wilde zwijnen, hyena's en jakhalzen te zien.
Daarna lunch en vervolgens weer in onze coach richting de verlaten 'Ghost city' van Akbar, keizer van het Mughal rijk, Fatehpur Sikri. Veertien jaar na de bouw werd de stad plotseling verlaten, waarschijnlijk door problemen met de waterbevoorrading. Nu is het een spookstad met schitterende monumenten. In de verlaten stad kun je uren ronddolen. Je wordt wel steeds lastig gevallen door jongens die wel gids voor je willen zijn. Ze hebben een agressieve manier van benaderen en doordrammen!
Ook al hebben we al veel paleizen en moskeeën gezien is een bezoek toch de moeite waard.
Om 20.00 uur kwamen we in het hotel aan waar we afscheid hebben genomen van onze chauffeur en assistent. Wij gaan onze reis per trein vervolgen.
Na een snelle douche weer op weg naar het centrum op zoek naar een restaurant met een dakterras met een uitzicht op de Taj-Mahal. Er zijn drie restaurants vanwaar je Taj-Mahal van het dak kunt zien. Joinus, Shanhara Vegis en Kamal. Opgesomd van laagste naar hoogste dakterras. Wij hebben dit kunnen bepalen van de laagste Joinus waar we die avond voor 103 Rs lekker hebben gegeten. Opnieuw terug naar ons hotel waar we een riksja hebben gereserveerd voor de volgende morgen 5.30. Hopelijk worden we op tijd wakker.
Dag 17,
30 maart 2004, Een vrije dag in Agra. Een hele dag voor een bezoek aan de marmeren tempel van de liefde. Maar naast de Taj Mahal heeft Agra nog een reeks andere interessante bezienswaardigheden. De stad was niet voor niets één van de drie belangrijke hofsteden van de Moghuls. Het oude gedeelte van de stad, ten westen van het rode fort, is bont en hectisch, maar het gebied waar de meeste hotels staan is wijds en groen. Het gigantische Rode Fort, de residentie van de Indiase keizers en de bazaars van de stad zullen je niet onberoerd laten.

5.00 uur uit de veren! Om 5.30 had onze riksja driver ons al afgezet bij de westgate van de Taj-Mahal. Het was nog donker toen om 6.00 de poorten opengingen en wij als eerste bezoekers een ticket kochten (750 Rs pp.) En als bijna eerste lopen we door de main gate de Taj-Mahal tegemoet. Het silhouet was net zichtbaar geworden. We hebben een uur zitten kijken hoe de zon langzaam het mausoleum in het licht zette. Een super mooi gezicht. Daarna op het gemak rondom gelopen en als laatste naar de dummy graftombes, afgeschermd door een fijn uitgesneden marmeren kamerscherm. De werkelijke graftombes liggen in de grafkelder onder het mausoleum. Bewonderenswaardig is de architectuur van het geheel en de met de hand ingelegde edelstenen die je overal in het complex terug vind. Na 4 uur te hebben rondgelopen zijn we gaan ontbijten bij Shanhara Vegis het op één na hoogste dakterras met uitzicht op de Taj Mahal. Heerlijk napraten over die indrukwekkende ervaring.
Verder zijn we met onze tuk-tuk chauffeur naar het rode fort gereden. Daar een uur geluierd in het nabijgelegen park, waar een holyman (Sadhu) bij ons kwam zitten. Hij heeft een uur zitten vertellen over de reiservaringen van Shiva en zijn vrouw en dat hij daar in de Himalaya geweest was. Ten noorden van Kashmir. Daarna zijn we nog over de bazaar gelopen voordat we terug naar het hotel zijn gegaan. Hier nog wat gewassen en op naar de naastgelegen Pizza hut voor ons avondmaal. De trein zou om 20.45 vertrekken en om 19.00 uur verzamelen bij het hotel. Eenmaal op het station bleef het benauwend warm. Voordat onze slaaptrein arriveerde is er menige zucht geuit. Toen de trein aankwam kwam de grootste verrassing; in de tweede klas naar Varanasi (208 Rs). Ca. 12 uur in een tjokvolle trein met alleen een gammel opklapbedje om op te slapen met totaal zes personen. Eerste klas is qua ruimte niet veel beter alleen de cabines zijn afgesloten en er is airco. Nou welterusten, hopelijk komen we aan slapen toe.
Dag 18,
31 maart 2004, Traject van Agra naar Varanasi. Aan de oever van de Ganges ligt in een grote meander deze heiligste stad van India en misschien de oudste levende stad ter wereld: Benares, Kashi, of Varanasi, de stad van de machtigste der hindoegoden Shiva of Viswanath, zoals hij hier beter bekend staat. Het is ook sinds mensenheugenis de belangrijkste theologische stad en in de tijd van de boeddha was hier al een universiteit. De stad zelf is stoffig en chaotisch druk, zoals elke grote Noord-Indiase stad. Het aantal buffels en heilige koeien op de straten, die het toch al moeizame verkeer van fietsriksja’s, handkarren en vrachtwagens bemoeilijken, is hier nog groter dan elders.

Aankomst in Varanasi om 12 uur. Dertien uur in de trein gezeten. Het was wel relaxed wanneer je tenminste goed kon slapen. Maar omdat we de morgen ervoor om 5 uur waren opgestaan was dat voor ons geen probleem. Bij elke tussenstop wel even wakker geweest maar direct weer ingeslapen.
Na aankomst met de Ambasador taxi naar het hotel. De eerste indruk van Varanasi is weinig autoverkeer, wel wat tuk-tuk`s maar overweldigend veel fietsriksja`s waar je maar met zijn tweeën naast elkaar in kunt zitten. Na aankomst in het hotel zijn we eerst wat gaan luieren aan het zwembad met een kopje thee. Daarna een middagdutje van 2 uur en vervolgens op naar de Ghats van Dasawamedh. Toen we daar aankwamen werd net het avond gebed voorbereid waar we toch zeker een uur naar hebben zitten kijken.
Tussendoor hebben we twee brandende kaarsjes met bloemen in een van bladeren gemaakt bootje in de heilige rivier de Ganges laten drijven. Eén voor familie Koops en één voor familie Rootlieb voor voorspoed en gezondheid. Daarna zijn we in het Tempel restaurant onze vegetarische Pulao weer wezen halen voordat we weer naar huis zijn gelopen. Vroeg naar bed want de volgende dag om 5.00 uur volgt onze "wake-up call" voor een boottocht bij ochtend glorie over de Ganges.
Dag 19,
1 april 2004, Vrije dag in Varanasi. Achter het centrum van de stad leiden tal van stegen en straatjes de bezoeker naar de ziel van India, Ma Ganga, moeder Ganges, de heilige rivier, waarin zich dagelijks duizenden baden om hun zonden af te wassen, waarin het as van de gestorvenen wordt verspreid, waarop bladeren drijven met vlammende lichtjes als offer aan de rivier. Voor hindoes is sterven in Varanasi het einde van de cyclus van leven en dood en de toetreding tot het nirvana of eenwording met Brahma, het universele meer van vormeloos bewustzijn. De ghats, de trappen langs de Ganges, die zich over een afstand van zeven kilometer uitstrekken op de linkeroever, behoren tot de meest indrukwekkende bezienswaardigheden van het land. Wie India wil leren kennen, moet Varanasi zien want Varanasi ìs India. Maar daarmee is Varanasi ook een geestelijke beproeving voor de comfortabel gesitueerde westerling, voor wie dood en religie vaak nog slechts nissen vormen in een druk en werelds leven. Er is geen verhaal in de Indiase mythologie, waarin Varanasi nog niet bestond en we mogen rustig aannemen dat hier al een stad lag toen de Ariërs de bergpassen overtrokken uit Centraal-Azië om India te veroveren. Met zekerheid kunnen we zeggen dat Kashi minstens 4000 jaar oud is en continu een levende stad is geweest tot de dag van vandaag. Bezien vanuit die ouderdom is de komst van de boeddha naar deze stad een klein feit. Zelfs voor de vernielingen van de moslims, die in 1194 zeker duizend tempel verwoestten, zal de stad zijn schouders hebben opgehaald. Veroveraars, kwamen en gingen, Moghulheersers en Britse onderkoningen speelden tijdelijk een belangrijke rol in het leven van de stad. Varanasi bleef zichzelf en zag slechts de rivier stijgen na de moessonregens en erna weer dalen. Misschien was de regering van Moghul Aurangzeb nog het meest pijnlijk. In 1669 liet de keizer de twee belangrijkste hindoe tempels slechten en moskeeën op hun plaatsen zetten. Fundamentalistische hindoes eisen momenteel weer de terugkeer van de tempels. De Ganges zelf heeft altijd zijn sporen achtergelaten door de overstromingen die de rivier met zich meebrengt. Op de muren van de bebouwing aan de ghats staat met strepen aangegeven tot waar de rivier de laatste tientallen jaren is gestegen. Feit is dat door de eeuwen heen de Ganges voordurend bouwwerken aan de rivier heeft ondermijnd, die vervolgens met het eeuwig berustende geduld van de hindoes weer zijn hersteld.
5.00 uur op, om 5.30 met de bus richting de Dasawamedh Ghat. Van hieruit zijn we met een bootje richting Assi Ghat gevaren en weer terug voorbij de opstapplaats naar de Marnikarnika Ghat. Vanaf de boot hebben we ook weer twee offers de rivier af laten drijven. Eén voor Anne en één voor Niels. Voor veel voorspoed en geluk in hun leven.
s`Morgens wordt de Ganges gebruikt om te baden en te wassen (ook kleren). Zo'n boottocht levert met de opkomende zon mooie plaatjes op. Of de mensen het allemaal zo leuk vinden, te baden voor een boot vol met westerlingen met camera`s weet ik niet. Waar stopt de tolerantie van deze mensen?
Van de 6 Ghats die we hebben gezien worden er nog twee gebruikt voor lijkverbranding. Bij de Marnikarnika werd een verbranding voorbereid. Foto`s nemen is daar niet toegestaan. Je ziet dan een hoop ijverige mensen met hout sjouwen, blokken klieven en versieringen aanbrengen om een mooi plekje voor de overledene klaar te maken.
Vlak voorbij de Marnikarnika Ghat zijn we aan land gegaan en via ontelbare smalle steegjes van hooguit 2 meter breed naar de Golden Tempel "Vishmuwath". Als niet Hindoe mag je er niet naar binnen. Het dak is verguld met goud. Op dit moment is er een spanningsveld m.b.t. de naastliggende Moskee. Deze is ooit gebouwd op een deel van de Gouden tempel die bij de invasie van de Moslims toentertijd vernietigd is. Vernietig iemand zijn tempel en zet je eigen moskee op de fundamenten. Hoe tolerant kun je dan zijn om dit te accepteren. Na de boottocht en een bezoek aan de gouden tempel (kijkje van een afstand naar binnen) hebben we daar nog wat rondgelopen. Nog even naar een internetcafé. Maar daar moest eerst het NSA worden opgestart voordat we achter de computer konden. Vermoedelijk was er weer een stroomstoring want voor elke winkel stond op straat een stinkende NSA te draaien. Maar ja iedereen vindt dit normaal.
In Varanasi word je niet zo agressief benaderd door kopers. Het kan ook zijn dat je zelf wat meer routine krijgt in het afwijzen van deze mensen. Je kunt heel veel doen met je ogen. Kijk je vriendelijk of geïnteresseerd dan blijven ze hangen. Kijk je ze nors aan en negeer je ze, kom resoluut over, dan stoppen ze al snel. Dit geldt ook voor het grote aantal bedelaars.
S`Middags nog wat bij het zwembad gehangen om weer even tot rust te komen om vervolgens rond 18.00 uur weer in de drukte op te gaan. Wij zijn na een bezoek aan de Ghats bij een Japans/Indisch restaurant nog wat gaan eten. Daarna weer met onze privé fietsriksja naar het hotel
Dag 20,
2 april 2004, Vrije dag in Varanasi. Ook vind je vlakbij het heiligdom voor boeddhisten. Sarnath is de heilige plaats waar de boeddha zijn leer van het achtvoudige pad naar het nirvana verkondigde. Hierdoor werd het een pelgrimsplaats en al in de 3de eeuw liet Ashok er tempels neerzetten en een leeuwenzuil. De meeste gebouwen van het oude Sarnath zijn verdwenen en alleen de fundamenten liggen er nog. Wel is er een grote stoepa over. Mooi zijn ook de kloosters en tempels die hier door boeddhisten uit diverse landen zijn neergezet. Een bezoek waard zijn in ieder geval de Chinese, Japanse en vooral Tibetaanse tempels.

Na het ontbijt om 8.00 uur met de bus naar Sarnath, een tempelcomplex van waaruit het Boeddhisme is verspreid door Siddharta Guatamo anno 585 b.c. Het complex is verwoest door de moslims bij de invasie rond 700 ad. Het bijkomende museum moet heel mooi zijn maar is op vrijdag gesloten. Hierin vind je o.a. de drie leeuwen en de Boeddha uit de oorspronkelijke tempel. Om 12.00 uur kwamen we weer bij het hotel aan. Het was die dag weer ontzettend warm (ca. 40 gr.) dus snel een duik in het zwembad. En dan nog voor 4 uur weer de hitte in of nog wat uitrusten bij het zwembad. We hebben voor het laatste gekozen. Om 17.00 uur vertrekken we weer naar het station voor de terugreis naar Delhi. Dit keer is de trein schoner dan de eerste keer. Ook is er een restauratie wagon aanwezig met voldoende bediening. "Chai, koffie, Samosa, drinks om het kwartier werd je gewekt door één van deze verkopers. Je kunt goed slapen in de trein, althans wij wel. Wat een reis van 12 uur moest worden duurde uiteindelijk 16.00 uur, 4 uur vertraging. De vakantie was inmiddels ook weer een dag gevorderd.
Dag 21,
3 april 2004, Na aankomst met de trein ben je verder vrij in Delhi, waar je de tijd hebt om op zoek te gaan naar de prachtige handnijverheid op de markten van de hoofdstad en een bezoek te brengen aan enkele van de vele bezienswaardigheden. In de avond heb je een transfer naar de luchthaven voor je terugvlucht naar Nederland.

Na een taxirit van een half uurtje in een echte 'Ambasador' kwamen we in ons hotel aan. Wat doe je dan op zo een laatste dag? Een beetje rondhangen en je voorbereiden op de terugreis of nog iets moois bekijken? Wij zijn naar het grootste winkelcentrum van Delhi gegaan. Wellicht konden we nog wat mooie dingen vinden op 'Connaught Place'. Helaas konden we ons geld niet kwijt. Je koopt ook snel iets waar je thuis toch niets mee doet. Na een uurtje lopen we weer terug naar het hotel. Daar nog wat gelopen op de Karol Bagh voordat we om 8.00 uur aansloten bij het afscheidsdiner. De afronding van 3 weken vakantie. Wat kan dat achteraf toch snel gaan.
Dag 22,
4 april 2004, Terugreis van Delhi via Frankfurt naar Amsterdam.

Om 3.00 uur staan we in de lobby van het hotel te wachten op onze transfer naar het vliegveld. Vanaf dat moment liep alles voorspoedig. Afscheid van Idris op het vliegveld. Bagage afgeven, inchecken en om 7.00 uur lokale tijd steeg het vliegtuig op van Indira Ghandi airport. De reis tot Frankfurt zou 7 uren duren. Vervolgens ga je in het vliegtuig je reis zitten evalueren.
Zullen de dia`s mooi zijn? Zal ik het allemaal snel vergeten zijn? Wat zijn de verschillen met onze andere reizen? Is ons doel gehaald (hebben we gezien /ervaren wat we er van verwacht hadden)? Wat ons in elk geval is opgevallen is de grote armoede in het land. Zijn er geen sociale voorzieningen, doet de regering hier niets aan, accepteert iedereen dit zomaar? Is de zo geprezen tolerantie gewoon onverschilligheid, gedwongen door machteloosheid? Anders zou er toch iets veranderen?

Ik twijfel nog steeds. Gisteren in Delhi toen we wat liepen op de 'Karol Bagh' rolde een kreupele zich letterlijk voort tussen het drukke verkeer op straat. Wie accepteert dit nu? Zijn deze mindervaliden er zelf gelukkig mee? Dit kan m.i. de enige verklaring zijn wanneer het geen onverschilligheid is.
Je kunt hetzelfde zeggen over het afval probleem. Iedereen veegt zijn eigen stoepje schoon en dumpt zijn rotzooi vervolgens op straat. Organisch afval wordt wel door de koeien opgegeten, maar nu ze ook aan het plastic beginnen dat overal rondwaait lijkt me toch dat er wat moet gebeuren. Langs alle auto- en spoorwegen vind je een spoor van afval aan beide zijde. Iedereen gooit zijn troep zomaar uit het raam. Oude motorolie laten ze gewoon op straat lopen. Dit kun je toch alleen toewijzen aan onverschilligheid, of is dit onwetendheid? Dat er grote milieuschade ontstaat en dat een koeiemaag niet tegen plastic kan?

Het lijkt mij eerder dat de vermeende tolerantie van de Hindoes alleen aan de oppervlakte bestaat en dat de werkelijkheid neerkomt op het publiekelijk verzwijgen van je werkelijke gevoelens om confrontaties te voorkomen. Een stukje ontwikkelde zelfbescherming dat onmisbaar is om tussen zoveel mensen en verschillende religies te kunnen overleven.

Wat voert ons dan naar India? Vanwege de diversiteit aan mensen. Gelaten reacties, apatisch en doelloos gedrag met een uitzichtloze maar zekere toekomst? Holle ogen, verwachtingsvol, vragend, smekend, lachend, ondeugend, twinkelend, plagerig, uitdagend? Allemaal komedie of is het echt? Spottend of heb ik het mis?
Tempels, We hebben de mooiste tempelcomplexen in Rajasthan en Uthar Pradesh wel bezocht. De Jain tempels en moskeeën zijn groot en kolossaal. De hindoe tempels zijn allemaal wat bescheidener. M.u.v. de Rattentempel en de Goudentempel. Verder vind je ze op iedere hoek van de straat, in een nis van een muur of helemaal ingebouwd tussen winkeltjes of huizen. In de huizen van de rijkere families vind je ook vaak privé tempels in een wat grotere kamer van zo'n huis. Overal kan de hindoe zijn goden vereren.
Handel, De boeren handelen nog steeds in de primaire levensbehoeften. Alles wordt lopend of met de ossen-,ezel-, of kamelenwagen vervoert. De producten die ze proberen te verkopen zijn fruit, groente, rijst en koeienmest als brandstof voor het bereiden van etenswaren. Ze werken van zonsopgang tot een uur of 12 en na hun siësta gaan ze weer verder tot zonsondergang.

Tijdens hun siësta zie je ze dan slapend of zittend aan de kant van de weg, of midden op hun akker, in de schaduw uit rusten. Vervolgens gaan ze nadat het wat koeler is geworden gewoon weer aan de slag totdat de zon achter de horizon verdwijnt. In de steden zie je een heel andere soort handel. Iedereen heeft, lijkt wel, zijn eigen winkeltje. Daarvan heb je weer bazaars met een heleboel van deze winkeltjes of kraampjes met dezelfde produkten. Vervolgens zie je dat ook het tourisme heel belangrijk is geworden. Allerlei souvenirs en prullaria. Winkeltjes schieten als paddestoelen uit de grond. Deze winkeltjes vind je natuurlijk nog in een groter aantal bij de touristische atracties.
Hippies, Net als deze Sadu vragen wij ons af.
Wat zoeken de vele individuele westerse reizigers in India?

Ze trekken er volgens mij niet op uit om te leren van alle ervaringen die je tijdens het reizen opdoet, en hiermee je leven te verbeteren , maar om te vluchten uit de westerse wereld. Ze realiseren zich echter niet dat je je rugzak met je verleden niet kunt achterlaten. Het is beter hem goed op te ruimen voordat je vertrekt. Net als Boedha tegen zijn 5 dicipelen zei; reizen brengt geen verlichting. Aan jezelf werken is het enige pad.
Seizoensinformatie, Rajasthan heeft een warm en droog klimaat, met koude nachten in de wintermaanden en zeer hoge temperaturen in mei en juni (vaak reiken de dagtemperaturen boven de 40 graden). Afgezien van de moessontijd van juli-september is neerslag schaars en zelfs in de moesson valt er zelden heel veel neerslag. Helaas zijn er jaren dat er helemaal geen regen valt in Rajasthan.

De beste reistijd voor dit gebied is februari, maart, oktober, november en december. Vanaf half april wordt het erg heet en in januari kunnen de nachten in de woestijn behoorlijk koud zijn. Februari is een echte lentemaand en in oktober en november zijn er veel festivals te beleven. In de zomermaanden is het heet in deze streken, maar het aardige is dat de mensen veelal 's avonds en 's nachts leven en overdag lange siësta's houden. Als je je houdt aan dit levensritme dan is het er best uit te houden.

Rondreis Rajastan en Uthar Pradesh met een gem. dagtemperatuur vantegen de 40 graden i.p.v. de normale temperatuur voor de tijd van het jaar 27 tot 30 graden.

Wetenswaardigheden.
Heerlijke gerechten uit India:
  • Samosa;
  • Pakora;
  • Puala;
  • Curry met ei;
  • Spinazie met geitekaas.

    Financiele zaken:
  • De Indiase munteenheid is de rupee (Rs).
  • Eind 2003 was de waarde van EUR. 1,- gelijk aan 66 rupee.
  • De roepie is onderverdeeld in 100 paisa.
  • Er zijn munten van 5, 10, 20, 25 en 50 paisa en van 1, 2, 5, en minder gebruikelijk 10 en 50 roepies.
  • Bankbiljetten zijn er in 1, 2, 5, 10, 20, 50, 100, 500 en 1000 roepies.
  • Geld wisselen kun je bij een bank of het hotel waar je verblijft.
  • 1 Us dollar is ca. 46 rs.
  • Huidige koers.
  • Een zilversmid verdient in India ca. 100 rs/ per dag. Dit zal vermoedelijk wel hetzelfde zijn voor werknemers in de marmerproduktie.
  • Voor een fles mineraal water betaal je tussen de 7 en 75 Rs.
  • Voor vervoer met de de tuktuk betaal je tussen 20 en 150 rs, ca. 10 rs per kilometer.

    Gezondheid:
  • Tip tegen diaree, weinig eten (kleine maaltijden) en elke dag een flesje Coca cola eventueel gemengd met mineraal water.
  • Gebruik van Praludine ter voorkoming van Malaria is ons goed bevallen.

    Reisinformatie:
  • Reisorganisatie Shoestring.



  • Terug reisverslagen

    - Einde -