"Vakantie Zuid-Frankrijk & Sardinië, najaar 2021


In het najaar van 2021 zijn we ruim vijf weken afgereisd naar Zuid-Frankrijk en Sardinië. Een vlucht voor het slechte zomerweer in Nederland. Trouwens in heel Noord- en centraal Europa. Het was natuurlijk niet de eerste keer dat we richting het Zuiden zijn gereden dus we hadden geen speciale doelen gesteld. We zien wel en blijven staan waar het gezellig en mooi weer is. We wilden wel graag weer een keer de bergen in (testen nieuwe heup Wim) maar dan wel met goed weer. Naast de bergsportspulletjes en twee tenten gingen ook de vliegvisspullen mee. Altijd leuk om vanaf de camping wat te vissen. Dus goed uitgerust op pad. Zo hadden we kaarten en boekjes bij ons van de Vogezen, Hoge Tauren, Aosta, Haute Savoie, Cote-Azur, Provence en Sardinie.

Uiteindelijk zagen we de eerste zonnestralen in de omgeving van Annecy. Dus daar een camping gezocht voor de eerste drie nachten. Zo zijn we van plek naar plek gereden met steeds een stop van drie of vier nachten per streek tot uiteindelijk het Zuidelijkste puntje van Sardinie. Totaal hebben we tien keer onze tent opgezet. We hadden een grote en kleine tent meegenomen om flexibel te zijn. Het boeken van de boot van Frankrijk naar Sardinie leverde wel drie dagen extra vertraging. Het boeken met auto en hut moet je (ook in het naseizoen) toch wel een week vooraf doen.
Totaal hebben we ca. 5.000km gereden. Dat is toch nog ca. 135km/dag en met secundaire bergwegen zo'n twee uur gemiddeld per dag in de auto.
Frankrijk
Uiteindelijk hebben we onze tent in Frankrijk zeven keer opgezet. Vijf keer de grote tent en twee keer onze kleine tunneltentje. Nu gaat het opzetten bijna net zo snel maar die kleine is veel sneller droog. In die zin hebben we wel geluk gehad want meestal bleef het lekker warm met alleen in de nacht wat onweer en op hoogte natuurlijk wel flink wat condens. Dus daar hebben we ook het kleine tentje gebruikt. Ook weer een goede test voor ons kampeerspulletjes.

Ondanks dat de Corona piek iets was afgezwakt moest je bij toegang tot alle openbare ruimten je QR code (Sanitary Pass) tonen. Bij het bezoeken van een museum, het boeken van de camping, in elk restaurant en op elk terras. Daarnaast overal je mondkapje op. Ook in winkels. Alleen tijdens het eten of drinken kon het af. Dus wel een gedoe als de telefoon niet continu aan staat. Telkens telefoon aanzetten en inloggen hopende op een goede internetverbinding. Ook hadden we het gele vaccinatieboekje mee genomen maar niemand nam daar genoegen mee of kende het uberhaubt. Gelukkig hebben we geen corona opgelopen tijdens onze reis.

Onze eerste overnachting was op een gezellige camping net ten Noorden van Annecy in het plekje Groisy. Wat we begrepen de charmecamping "Moulin de Dollay" uit het ANWB boekje. Dus veel Hollanders naast wat Fransen. Net zoals dat we dit niet vooraf wisten was het ook een leuke verrassing dat de camping is gelegen aan een klein riviertje "La Filliere". Dus 's avonds mooi om een forelletje te pakken. En vanaf de camping waren we snel in het mooie Annecy en het gebergte rondom de 'La Tournette' waar we nog twee nachten hebben doorgebracht.

De volgende camping "Chasteuil" lag aan de rivier de Verdon ca. 15km ten zuiden van het mooie plaatsje Castelane. Een grote camping maar wel direct gelegen aan de rivier. Zo vanuit de tent het water in. Verder een perfecte plek om van hieruit allerlei outdoor-activiteiten te plannen. Hiken, raften, kanoën, canyoning, tubing, suppen, mountainbiken, rotsklimmen en het populaire aqua trekking/floating.

De derde standplek was aan het meer 'De la Bonde' in de Vaucluse. Weer op ons gemak via de Route Nacional tot op de camping "De Létang de La Bonde". Helaas veel huisjes, campers en caravans maar wel met een wasmachine en centraal gelegen in de druivenvelden. Toen we er waren was de pluk net begonnen dus mooi om daar te zijn. De lavendel was net een paar weken geoogst. Onderweg wel wat lekkere olie gekocht bij een Lavendelboerderij en tevens mini-camping. Vlakbij 'Saint Jurs' aan de D108. Een mooie plek voor een volgende reis.

Onze vierde standplek lag direct aan de Middenlandse-zee bij 'La Ciotat'. Meer geluk dan wijsheid. Maar het moet ook een keer mee zitten. Het was erg druk aan de kust maar de camping "Santa Gusta" heeft een aantal terrasplaatsen alleen voor tenten. En omdat je dit steeds minder ziet stonden we in dit geval letterlijk op de eerste rij. Ook weer een prima uitvalsbasis voor de omgeving en om lekker te zonnen, snorkelen, zwemmen en vissen. De makreel sprong 's morgens vroeg uit het water. Helaas niets kunnen aanslaan. Ook de snorkelspullen lagen thuis. Maar ja je kunt niet alles meenemen. Of ...... je moet uit Duitsland komen. Je kunt het zo gek niet bedenken. Alles gaat mee. Zelfs de televisie!!! Zie onze ervaring aan het eind van dit verslag.
Foto reeks
Haute-Savoie
De camping "Moulin de Dollay" nabij het plekje Groisy net ten Noorden van het "Lake Annecy"wordt geleid door twee vriendelijke oudere broers. Een gezellig stel die zelf nog alles bestiert en beheert. Van het grasmaaien tot het schoonmaken van de toiletten (waarin je hun voorkeur voor klassieke muziek goed kunt horen). Helaas was het resaturant gesloten vanwege Corona. Maar gezien het goede weer dat we hadden was koken voor de tent geen probleem.
De camping is niet duur (€22,-/nacht) en een mooie uitvalsbasis voor de omgeving. Trouwens alle andere campings dichter bij het meer van Annecy waren nog vol geboekt volgens internet. Vanuit deze camping zijn we eerst maar eens wat boodschappen gaan doen en contant gaan geld halen. Anders konden we de camping niet betalen (jawel) en vermoedelijk ook de berghutten niet die we op het oog hadden. De volgende dag een wandeling gemaakt in de omgeving grotendeels langs het riviertje "La Filliere". Het is geen mooie randoné maar het is toch gelukt. Gelukkig hadden we de GPS bij ons want er staan geen aanwijzingen onderweg.

Het riviertje was ook goed voor drie avonden vissen. Nu zijn wilde forellen moeilijk te vangen en zeker in onbekend water. Elke avond was er bij het schemeren een hatch van kleine bruine vliegjes. Echter mijn imitatie hierop werd niet gepakt. Alleen een kleine 'midget' (toch vaak dezelfde) kon de kleine wilde forel verleiden. Maar zeker de moeite waard om te herhalen. En zeker zonder vergunning. Toestemming van één van de broers is voldoende om daar te vissen.
Tussendoor hebben we drie nachten in de bergen geslapen. Twee in ons kleine tentje nabij de refuge "Du Pre Verel' en één in de refuge 'Le Praz Dzeures'. We wilden een tocht rond de piek 'La Tournette' maken maar vanwege Corona waren twee hutten dicht en moest je zelf ook nog je beddegoed meenemen. Dus werd het een retourtje 'Le Praz Dzeures'. Twee keer 6 uur lopen, 900m stijgen en 300m dalen. We hadden gepland om twee nachten in de hut te blijven zodat we van hieruit de 'La Tournette' konden beklimmen. Niet moeilijk maar doordat er een dikke mist bleef hangen rond de hut zijn we maar weer terug gegaan. Jammer maar dit is het risico dat je loopt in de bergen.

Ook bemerkten we dat we in ons enthousiasme te veel hooi op ons vork hadden genomen om zo ongetraind dit leven weer op te pakken. Volgende keer iets ruimer en minder heftig plannen op onze leeftijd. Gelukkig was het mooi weer dus hebben we wel genoten van de korte periode. Extra fijn was het eten in de berghutten. De lokale 'Raclette' met flink wat kaas, aardappelen, salami en groente was uitmuntend. Zo vers van de schapen en bereid op kolen in de kachel van de hut. En 's avond lekker in ons tentje met op de achtergrond het geluid van de koeiebellen. Mmmmm......

Vanuit de camping "Moulin de Dollay" zijn we ook nog een dagje naar het meer van Annecy gereden voor een flinke wandeling. Het is een gezellig en mooi plaatsje doorkruisd met kanalen en veel winkels en restaurantjes. Goed voor een dagje relaxen.........
Foto reeks
Verdon
Vanaf Groisy zijn we weer via de lokale wegen richting de Verdon gereden. Een aantal jaren geleden was ons verblijf daar in de regen gevallen dus we gingen voor een herkansing. En dat lukte bijna een week prachtig weer op de camping "Chasteuil" direct met onze tent aan de rivier. Ca. een half uurtje rijden ten Zuiden van "Castellane" en ten Noorden van "La Palud". Het is geen rustige streek maar het was al september dus nu wel te doen. In de zomer lijkt me het helemaal een gekte. Het is een streek waar je allerlei outdoor-activiteiten kunt ondernemen. Maar ook vroeg vooraf moet reserveren. Het is erg druk en vanwege de stuwdam is het maar mogelijk om twee dagen per week te raften wanneer er water wordt geloosd. Hiken, raften, kanoën, canyoning, tubing, suppen, mountainbiken, rotsklimmen en het populaire aqua trekking/floating. En 's avonds met een biertje aan de rivier uitrusten.

Wij zijn ook een keer wezen raften (vanaf de camping naar 'Point Sublime') en hebben de 'L Imbut Sentier gelopen. Vanaf 'Auberge Des Cavaliers' tot de uitgang 'Sentier Vidal'. Ca. 9km heen en terug. De 'L Imbut sentier loopt door het diepste deel van de kloof waarbij je aan het eind van de hike er via een steil pad 'Sentier Vidal' met stalen trappen er uit moet klimmen. De boekjes raden deze uitgang af maar het is nog geen echte klettersteig waarvoor je een valbeveiliging nodig hebt. Wat conditie en geen hoogte vrees is natuurlijk wel een vereiste. Afdalen, dus kruisen, mag niet via de 'Sentier Vidal' vanwege dezelfde trappen. Het stuk door de kloof is niet moeilijk. Heen drie uur langs- en over rotsen klauteren en ca. twee uur terug door het bos. Mooi om te doen maar er maar zijn weinig vergezichten. Voor vergezichten kun je beter de 'Le sentier Blanc-Martel' kiezen. Deze is ca 15km (6 uur) en begint bij 'Chalet du Maline'. Neem er liever een hele dag voor en flink wat water mee. Hij is deels onbeschut dus in de zomer erg warm. De 'Sentier Blanc-Martel' loopt wat hoger in een meer afwisselend terrein maar kost je wel wat meer tijd om te lopen en te organiseren. Het is geen rondwandeling dus je bent afhankelijk van een busje dat naar het startpunt rijdt vanaf het eindpunt parking "Point Sublime" waar je de auto kunt laten staan. "Point Sublime" moet je zeker bezoeken. Hier eindigde onze raft.

De raft was spectaculair. Zeker het laatste stuk voor "Point Sublime" waar we de raft hebben opgerold en uit de kloof hebben gedragen. Onderweg heb je veel afwisselende beelden met aan beide zijden de steile rotswanden, aan de top wit, van de ontlasting van de vele lammergieren. Onderweg kun je uit de raft om ook een stukje 'waterfloating' te doen. Met alleen je zwemvest in flink stromend water springen om ca. 25m mee te drijven. Brillen af want je gaat wel kopje onder. Ook kom je onderdoor 'Pont Tusset' een historische boogbrug. De raft duurde ca. 2 1/2 uur.
Natuurlijk zijn we ook een dagje wezen kijken in 'Castellane'zelf. Geen grote stad maar wel met een gezellig oud centrum en een goede supermarkt. Ook wel handig op de camping. Hier is ook het 'Office du Tourisme' waar je een visvergunning voor de Verdon kunt kopen voor €33,- per week. Naast de Verdon kun je zelfs op meer plekken vissen met deze permit. Bij normale regenval kun je feitelijk maar drie dagen netto vissen in de Verdon. Op de andere twee dagen (Dinsdag en Vrijdag) wordt er extra water geloosd door de waterkrachtcentrale stroomopwaarts. Het water staat dan ca. een halve meter hoger. Dit zijn dan tevens de raft dagen. Op de andere dagen staat het water te laag om te raften ........ (maar goed om te vissen). Het is heel mooi om daar te staan en een wild forelletje te vangen. In het begin was het even zoeken naar het juiste 'vliegje' maar uiteindelijk toch drie gevangen. Weer op een kleine 'Midget' (Tijger mugje). Nimfjes hadden geen resultaat. De zilverkleurige visjes (ca 25cm) kun je niet zien staan. Het water afzoeken naar goede 'spots' en dan gewoon maar werpen. Gelukkig zaten er niet veel mensen in de rivier tussen het raften door maar in de zomer ben ik er niet zeker van of er wel een rustig visplekje is te vinden.

Ook zijn we van de camping nog naar het 'Lac de Castillon' gereden. Naar de stuwdam en nog mooier het kleine gehucht 'Blaron' hoog in de bergen met een mooi uitzicht over het meer en omgeving. Je paseert dan ook nog een 'Hindoe tempel' en de 'Camping Castillon'. De camping is erg rustig en gelegen op een steile berghelling. Niet iets om met een caravan naar toe te gaan. Er staan ook wat chalets te huur.
Foto reeks
Vaucluse
Frankrijk op haar mooist! Vanuit de Verdon zijn we op ons gemak over de Route Nacional via de D952 en prachtige vergezichten richting de Vaulcuse in de Luberon gereden. Maar niet na een bezoek aan het Pitoreske dorpje "Moustiers- Ste Marie" en de beroemde 'Chapelle Notre-Dame de Beauvoir'. Van hieruit reden we de Provence in met haar prachtige Lavendelvelden. De lavendel was net een paar weken geoogst. Jammer maar ook weer aanleiding om terug te komen. Onderweg wel wat lekkere olie gekocht bij een Lavendelboerderij en tevens mini-camping. Vlakbij 'Saint Jurs' aan de D108.

Omstreeks 17:00 zijn we na wat zoeken geland op de camping "De Létang de La Bonde". Helaas veel huisjes, campers en caravans maar wel met een wasmachine en centraal gelegen in de druivenvelden. Toen we er waren was de pluk net begonnen dus mooi om daar te zijn. De camping ligt aan het gelijknamige meer 'La Bonde'. Achteraf gebleken een favoriete plek voor karpervissers. Zoveel spul heb ik (Wim) nooit gezien ......... Bootjes, fishfinders, flink wat hengels en ketels vol voer dat eerst in het water wordt gestort voordat het vissen begint. Ook goed om een keer omheen te lopen. Helaas moet je het laatste stuk dan over de weg vanwege een vervallen privé domein aan het water.

Vanuit deze camping hebben we aardig wat kilometers gemaakt. Eénmaal 120km op en neer naar Avignon en de tweede maal 150km op en meer naar Arles. Wederom via kleine B-wegen, door pitoreske dorpjes en prachtige heuvel- en druiven landschappen. Twee prachtige maar toch geheel verschillende steden. Er ligt ook een stadscamping "Bagatelle" aan de West-oever van de Rhone bij Avignon waar je tevens vlakbij gratis kunt parkeren maar dat wisten we bij vertrek nog niet. Anders hadden we daar natuurlijk beter een nachtje kunnen slapen. En/of parkeren. Binnen de stadsmuren zijn de parkeertarieven erg hoog. Nu kwamen we er pas achter aan het eind van de dag toen we de standaard foto van het Pauselijk paleis wilden maken met de Rhone op de voorgrond.

Avignon, de statige voormalige Pauselijke hoofdstad. Met de prachtige 'Rue de la Republique' waar je uitgebreid kunt eten en flanneren. Daarnaast vind je oud en nieuw door elkaar. Veel oudheden maar ook gezellige pleintjes met veel groen en soms geflankeerd met prachtige platanen (aan de aan de oever van de Sorgue) maar ook moderne winkelstraten waar alle bekende merken zijn vertegenwoordigd. Het is wel een toeristische stad. Ook vanwege de rivier-cruises die hier aanmeren. Dit in schril contrast met Aix-en-Provence waar de meerderheid bestaat uit jonge modieus geklede Franse jeugd. Dus veel gezelliger. Het paleis hebben we niet bezocht. Lange wachtrijen en veel van hetzelfde. Zeker als je niet katholiek bent.

Arles, de vriendelijke sfeervolle oude Romeinse havenstad grenzend aan de Camargue. Nu bereikbaar met riviercruises vanaf de Rhone maar in de Romeinse tijd lag de stad aan de Middenlandse-zee. De Romeinse invloeden zie je overal terug. Het Amfitheater, het oudere Antieke-theater en het nu heel gezellige 'Place du Forum'. Veel minder toeristisch dan Avignon en met een gezellig oud centrum.

Daarnaast natuurlijk ook bekend door de vele schilderijen van Vincent van Gogh die hier een jaar woonde. De bekendste zijn het "Café du Forum", "Het gele huis" (zijn atelier) en het kleine sluisje "Brug van Langlois". Het sluisje is met de fiets eenvoudig te vinden maar met de auto -en een eigenwijze navigatie- lastig. Het is wel indrukwekkend als je er bent. Zou dit nog hetzelfde 'Sluisje' zijn waar Vincent heeft gelopen?

Het waren wel pittige dagen wanneer je deze afstanden over de D-wegen rijdt. Maar je verveelt je niet. De Vaucluse en met name "Parc Du Luberon" is een prachtige en gemoedelijke streek. Met pitoreske dorpjes, lavendel- en druivenvelden, appel- en olijfboomgaarden, glooiende heuvels en een aangename stabiele temperatuur. Geen hectisch toerisme. Een streek voor rustzoekers en om naar terug te gaan!
Foto reeks
Cote Azur
Na drie nachten zijn we weer verder getrokken richting 'Cote Azur' met een tussenstop in "Aix-en-Provence". Een hippe universiteit-stad vol met modieus geklede flannerende jeugd en (gelukkig) weinig toerisme. Enerzijds groots en wijds als je op de brede plantanen-laan 'Cr Mirabeau' loopt maar ook verfijnt en gezellig wanneer je door het oude centrum ten Noorden ervan loopt. Veel nauwe straatjes en gezellige pleintjes en terrasjes. Maar zoals overal alleen toegangkelijk met onze "Sanitairy pass". Daarnaast zie je ook veel winkels die, wat opvalt, niet leeg staan zoals in Nederland. Een mooie stad om zomaar doorheen te slenteren en je te laten leiden door de mooie dingen die je tegenkomt.

Tegen de avond komen we aan in de bekende badplaats 'Cassis'. Aan dit ruige deel van de 'Cote Azur' waren we nog niet geweest dus had dit deze keer wel onze interesse. Niet te ver rijden vanaf "Aix-en-Provence" en dicht bij 'Marseille' waar we ook een dagje naar toe wilden gaan en onze boot richting Sardinie wilden pakken. Helaas waren de campings nog overvol met veel Duitse camper(tje)s. Ook lagen de campings ver van de kust dus besloten we door te rijden naar 'La Ciotat'. Wat achteraf een hele goede keuze bleek omdat we daar -nagenoeg- direct aan zee een plekje op de camping "Santa Gusta"vonden. Deze camping heeft wat terrasplaatsen alleen voor tenten. Precies wat we zochten. Dus omstreeks 19:00 stonden we, kijkend over de zee, met een ondergaande zon onze pasta te koken. Met natuurlijk een witte wijn en aperol met prosecco. Ons favoriete aperitief gedurende de gehele vakantie.

Het was geen luxe camping maar wel met een schitterend uitzicht. Ook stonden er veel stacaravans voor vaste gasten. Ook altijd gezellig en weinig lawaai. Deze mensen willen ook weer een terug komen hé... Voorts zag je 's morgens vroeg de makreel springen. Goed om ook eens de vlieghengel uit te gooien. Helaas zonder aanbeet maar wel een mooie plek om te staan.

'La Ciotat' ligt over zeker 2km uitgestrekt langs de kust. Een lange boulevard met wisselend rots- en zandstrand en jachthaven. Mooi om te wandelen langs de boulevard maar vergeet ook niet de kleine straatjes in het oude centrum achter de haven. In elk geval is het de moeite waard om van hieruit de klim te wagen naar de 'Chapelle Notre-Dame de la Garde" met een schitterend uitzicht op 'La Ciotat'. Hier start ook de "Route Des Cretes" (D141) richting Cassis met prachtige views en meerdere hikes die je kunt lopen. Deze weg moet je een keer rijden! Onderweg zijn er voldoende parkeerplekken om de steile rotsen en mooie vergezichten te bewonderen. Ons bezoek aan Cassis viel overigens tegen. Cassis is veel kleiner, toeristischer en veel duurder dan 'La Ciotat'. Het centrum is hoofdzakelijk gecentraliseerd rondom de haven. We hebben voor één ijscoupe (voor de eerste keer in ons leven) €12,- betaald. Absurde prijzen.

Ook ons bezoek aan de vierde grote stad 'Marseille' deze vakantie was de moeite waard. We moesten ver buiten het centrum parkeren omdat het nagenoeg niet mogelijk is om met de auto in het centrum te komen. Daar we graag lopen zijn we na een bakje koffie rustig via de brede 'Boulevard Du Liberation' richting de haven gelopen. Zo zie- en geniet je het meest. Wat ons meteen -maar ook al eerder- opviel is het gebruik van elektrische step(jes) in Frankrijk. Kennelijk is dit gebruik toegestaan want we zagen ze in alle maten en in Marseille ook als huurobject. Via de smartphone te boeken waarna je ze overal kunt laten staan voor aansluitend gebruik door de volgende. Eenmaal bij de haven aangekomen zie je de grandeur van de stad. Niets meer van oude handelsschepen maar het ene na de andere luxe jacht naast elkaar. Ook zie je van hieruit de statige "Notre-Dame de la Garde". Letterlijk en figuurlijk het hoogtepunt van de stad.
Na de lunch zijn we richting de oude wijk 'Panier' gelopen. Flink puffen in de kleine straatjes met veel trappen. Maar zeker weer de moeite waard. Verder hebben we natuurlijk ook weer genoten van de Mediteraanse keuken op één van de vele terrasjes aan het water. Altijd weer een thuiskomer.
Sardinië
Op 7 september zijn we omstreeks 19:00 opgestapt (in 'Toulon') op de nachtboot richting 'Porto Torres'. In navolging op ons bezoek aan Sardinië in 2019 zouden we deze keer de Oost-kust verkennen die we toen hebben laten liggen. Mooie krijtrotsen met veel mooie baaitjes werd ons toen verteld. Wel een stukje rijden vanaf 'Porto Torres' maar vanaf 'Toulon' of 'Marseille' wel de snelste keuze. We hadden twaalf dagen gepland met drie overnachtingen op plekjes aan de zee van waaruit we de omgeving konden verkennen. Dus gemiddels vier nachten per regio. Dit leek ons goed te doen. In het binnenland waren we al geweest dus was het doel vooral lekker genieten aan strand en zee. We waren al om 6:00 in 'Porto Torres' dus omstreeks 12:00 aan de Oost-kust. Ook weer zoveel als mogelijk via secundaire wegen en door kleine plekjes. Het duurde wat langer dan verwacht vanwege het doorkruisen van het prachtige "Marghine Goceano" gebergte. Af en toe een boerderij en verder mooie ongerepte vergezichten. Een aangename verrassing.

We hadden Orosei uitgekozen als eerste bestemming maar toen we er aan kwamen zagen we dat dit plekje niet aan de kust lag. Ook de bekende kustweg SS-125 ligt ca. 10km landinwaarts. Van hieruit kun je wanneer mogelijk tussen de lagunes (Stagno's) door richting de mooie stranden (Spaggia's) rijden. Wij hadden onze eerste camping gevonden op ca. 20km ten Noorden van Orosei. "Cala Ginepro" met toegang tot zelfs drie baaitjes (Cala's) met afwisselend een volledig ingericht bewaakt strand, een rots-strand en een vrij strand.

De tweede camping 'Le Cernie' lag net ten Zuiden van het plaatsje 'Santa Maria Naveressa'. Een mooie vlakke kuststrook waar de 'Rio Pramaera' uitmondt in de zee. Hier heb je veel mogelijkheden om nagenoeg direct aan het strand te kamperen. Er staat alleen een stuk gaas -als afscheiding van de camping- tussen je tent en het strand. Je vindt er geen zwemparadijzen maar als je van zonnen houdt moet je hier zijn. Achteraf bleek de camping zelf niet te beste keus om te kamperen met de tent. De nog vrije plekken direct aan het strand zijn voorbehouden aan campers. Brrrrrr.....

De derde- en laatste camping lag aan de 'Costa Rei'. Dit was even zoeken want ook hier waren de campings nog goed bezet. Mede omdat de populaire camping 'La Dune' vanwege Corona was gesloten. Dus moest alles worden opgevangen op de dichtsbijzijde campings 'Capo Ferato' en 'Tiliguarta Glamping'. Wij vonden een plekje op de laatste camping. De 1e nacht op een veel te grote camperplaats en vanaf de 2e dag vlak aan het strand. Een goede plek voor de laatse vier dagen.

Wat ons in het algemeen nog opviel was het groot aantal toeristen dat nog op het eiland was. De populaire campings aan zee waren nog goed bezet. Er waren meestal nog wel wat plekjes vrij maar niet direct aan het water. Op twee campings na. Daar konden we met onze tent aan zee staan zodat we 's morgens vroeg ons eerst konden opfrissen met een duik in het water. Ook al leef je bij de zee, zoals wij, is dit toch wel erg luxe. Pas vanaf eind september wordt het rustig op het eiland maar dan gaan ook veel campings al weer dicht. Je zag nog veel grote campers met gepensioneerde stellen en de VW-busjes van jonge (vooral Duitse ouders) met kleine kinderen. De drukte bemerkte je vooral op de populaire plekjes en de smalle kust- en binnenwegen. Iedereen rijdt dezelfde kustroute van Noord naar Zuid. Vierbaans hebben we niet gezien. En vanwege het ruige berglandschap -zowel in het hart als aan de kust van het eiland- was een recht stuk weg van 100m al een uitzondering. Niet eenvoudig in de bochten waar grote campers elkaar moeten passeren. Maar die smalle bochtige wegen zijn natuurlijk het summum voor de vele motorrijders. Omdat veel toeristen uit Duitsland of Zwitserland kwamen was de BMW-GS favoriet. Elke camping had wel speciale voorzieningen om deze motorrijders te trekken. Het was een drukte van jewelste op de wegen met op elk uitkijkpunt wel één of meerdere geparkeerde auto's.

Maar wat een uitzichten over de azuur-blauwe zee, prachtige groene ravijnen, pittoreske dorpjes en romantische ingesloten baaitjes met prachtige stranden. Soms alleen wandelend of over een onverharde weg te bereiken. Als je 14 dagen op één camping blijft zitten zul je hier niet veel van merken maar als je het eiland rondtrekt kun je veel moois zien. In het naseizoen toen wij er waren vonden wij het al druk. Rondtrekken in het hoofdseizoen zou niets voor ons zijn. In de file een dorpje bekijken, over de wegen kruipen met de auto en telkens campings afrijden om een vrij plekje te vinden. Dan is een motorfiets zeker aan te bevelen. Mits je een doorwaaipak meeneemt. Want wij hebben de gehele periode prachtig weer gehad met temperaturen overdag tussen de 25 en 30 gr. C.

De touristen aan de Oostkust kwamen vooral uit Duitsland. Vaak ook families met Opa en Oma en een heleboel spullen mee. Individuele Duitse reizigers zijn we niet veel tegengekomen. We hebben ook weinig Hollanders gezien. Dus vanuit de vakantiedrukte in Domburg weer naar een tweede Duitse enclave Sardinië. Waarschijnlijk de laatse keer.
Foto reeks
Ginepro
"Cala Ginepro" is een grote camping met een apart veld voor tenten met grote plekken tussen naaldbomen. Gelukkig niet tussen de portocabins of campers. Dit was allemaal netjes gescheiden. Het is een levendige camping met veel attracties voor de kinderen. Op zijn Italiaans! Verder twee theaters, een zwembad, supermarkt, restaurant met afhaal pizzeria en op gezette tijden aerobics op het strand. De camping had toegang tot zelfs drie baaitjes (Cala's) met afwisselend een volledig ingericht bewaakt strand, een rots-strand en een vrij strand. 's Avonds waren er voorstellingen voor de kinderen. Muziek van twee theaters door elkaar met een derde van een hotel/resort iets verderop. Gelukkig was het om 22:00 stil met alleen het ruisen van de zee op de achtergrond.

Zo zie je maar. Sardinie heeft hele luxe en dichtbebouwde kuststroken maar ook veel eenvoudig minder bereikbare rustige plekjes. Wel favoriet voor de vrijgezelle toerist die met hun cambertje of MTB op zoek zijn naar pitoreske privé baaitjes. Maar je ziet hier meestal toch wel meer Sardenen dan toeristen. Hopelijk blijven deze plekjes buiten het zicht van projectontwikkelaars. Van één van de camping eigenaren hoorden we dat er wel steeds strenger naar bouwplannen wordt gekeken door de overheid en natuurverenigingen. Zo kan bijvoorbeeld een vergunning worden ingetrokken als er teveel kust wordt beschadigd door toerisme. Zelfs als een vergunning al tien jaar oud is.
Na een dagje lekker luieren op het strand zijn we de volgende dag richting 'San Theodoro' gereden waar we in 2019 zijn afgeslagen richting het centrum van het eiland. Zelfs het strandje bij "Cala d'Ambra" waar we destijds (18-9-2019) waren geweest wisten we (dankzij onze Garmin) nog terug te vinden. Iets minder zonnig, want het was inmiddels begonnen te regenen, maar nog goed herkenbaar. Nu ook weer goed voor een bakje koffie in het nabijgelegen restaurant. Daarna zijn we via 'Siniscola' de kust weer afgezakt richting het Zuiden. Op ons gemak en nieuwschierig naar wat de kust te zien gaf. Je moet dan wel elke keer vanaf de kustweg af richting strand wat het telkens verrassend maakt. Vaak onverharde weggetjes en nagenoeg verlaten stranden. Ook zo het "Stagno Longu Di Posada" direct achter een natuurgebied gelegen. Nagenoeg verlaten, prachtig wit zand met uitzicht op het kleine dorpje 'Posada'. Ook zijn we nog gestopt bij de uitkijktoren 'Torre Aragonése' vlakbij de kustplaats 'La Caletta'.

Vanuit de camping zijn we ook nog een dag naar 'Cala Gonone' in het Zuiden gereden. Van hieruit kun je met bootcruises met pendeldienst naar alle pitoreske baaitjes waar je met de auto niet kunt komen. Geheel geisoleerde strandjes tussen de hoge rotsen om een uurtje te zonnen. Afhankelijk van de vertrektijd kun je twee tot vijf strandjes per dag bezoeken. Er moet natuurlijk wel vooraf worden gereserveerd want het is er ontzettend druk. Je moet zoeken om een leeg plekje voor je handdoek te vinden. Maar niettemin wel mooi om te zien. Wij hadden een boottocht gepland naar 'Cala Luna'en de 'Blue Marino' grotten. Dit kon dus pas een dag later dus onderweg naar onze volgende bestemming 'Santa Maria Navarese'. Achteraf bleek dat je dezelfde cruises ook vanuit 'Santa Maria Navarese' kon maken dus was de tussenstop niet nodig. Als je van hiken houdt is er ook de mogelijkheid om langs de kust en over de rotsen een vierdaagse trekking te lopen helemaal van 'S.M. Navarese' naar 'Cala Gonone'.
Foto reeks
S.M. Navarese
De tweede camping 'Le Cernie' (met hoofdzakelijk vaste standplaatsen voor de Sardenen) lag net ten Zuiden van het plaatsje 'Santa Maria Navarese'. Een mooie vlakke kuststrook waar de 'Rio Pramaera' uitmondt in de zee. Hier heb je veel mogelijkheden om nagenoeg direct aan het strand te kamperen. Er staat alleen een stuk gaas als afscheiding van de camping tussen je tent en het strand. Je vindt er geen zwemparadijzen maar als je van zonnen houdt moet je hier zijn. Achteraf bleek de camping niet te beste keus om te kamperen met de tent. De nog vrije plekken direct aan het strand zijn voorbehouden aan campers. Brrrrrr..................................
Er is niet veel te doen in deze streek. Geen zwemparadijzen. Alleen strand en zee. De kustweg ernaar toe is wel spectaculair. Met veel bochten slingert deze door bergen en dalen. Niet direct met uitzicht op zee maar door een prachtig berglandschap. 'S.M. Navarese' zelf is een klein plekje met ook maar minimale voorzieningen. Wij hebben dus vooral tot 's avonds laat op het strand gezeten en de kust afgewandeld. Het enige uitstapje was richting Arbatax bekend om haar roze rotspartijen. Op de terugweg zijn we nog eerst iets Zuidelijker gereden tot (de hagel witte stranden van)'Lido Di Ori'. Ook weer een rustig stuk kust met onderweg een mooi strandje 'Spiaggia San Gemiliano' waar je weer naast wat lokale mensen nagenoeg alleen bent. Deze stranden vonden wij ook maar per toeval. Door wat onverharde wegen te volgen die soms eindigden op niets of bij een boerderij maar soms ook op een mooi strandje. Later bleek dat je ook een boekje kunt kopen waar alle strandjes op staan. Dat maakt het wel een stuk simpeler. Het is ook niet zo dat je direct aan de kust rijdt, maar zoals eerder gezegd, moet je steeds de kustweg af op veelal onverharde kleine wegen (modderpaden).
Foto reeks
Tiliguerta
De derde- en laatste camping lag aan de 'Costa Rei'. Dit was even zoeken want ook hier waren de campings nog goed bezet. Mede omdat de populaire camping 'La Dune' vanwege Corona was gesloten. Dus moest alles worden ogevangen op de dichtsbijzijde campings 'Capo Ferato' en 'Tiliguarta Glamping'. Wij vonden een plekje op de laatste camping. De 1e nacht op een veel te grote camperplaats en vanaf de 2e dag vlak aan het strand. Een goede plek voor de laatse vier dagen.

Vanuit de camping, tussen het zonnen door, zijn we ook nog een dag richting 'Capo Carbonare' -het meest Zuidelijke puntje van het eiland- gereden. Ook weer over de mooie SS-125 die hier af en toe wel wat dichter tegen de kust aanloopt. Je moet wel nog flink klimmen voordat je bij de 'Capo'bent. Het uitzicht is niet spectaculair maar het lokt wel zo'n punt. Op de terugweg hebben we nog twee 'beroemde' en veel bezochte baaitjes aangedaan. Het 'Spaggia Di Port Guino' een 100m breed stuk strand ingesloten tussen het flamingo meer en de blauwe Middenlandse zee. Ook weer knetter druk en weinig plaats aan de waterkant. En het 'Spaggia Di Punta Molentis'. Dit strandje (feitelijk een landtong naar een klein eilandje) is maar 50m breed. Ook weer heel mooi gelegen, moeilijk bereikbaar en knetter druk. Maar ook hier moest je weer toegang betalen. Of dit nu voor het parkeren is of om de drukte te beperken was ons niet duidelijk.
Vanuit 'Tiliguarta' zijn we weer begonnen aan de terugreis. Onze nachtboot terug naar Toulon zou om 22:30 vertrekken. Totaal ca 320km te gaan voor een hele dag. Dus voldoende tijd om weer via de secundaire wegen langs onbekende plekjes richting 'Porto Torres' te rijden. Onderweg ook nog wat inkopen doen want het restaurant op de veerboot was vanwege Corona gesloten. Omdat we te vroeg op bestemming waren zijn we doorgereden tot het uiterste Noordelijke puntje van het eiland. Hier ligt het mooie strand van Stintino waar we in 2019 ook waren geweest en hebben genoten van de mooie omgeving. Nu waren onze ervaringen echter heel anders. Het was enorm druk en je kon alleen het strand op met een internet-ticket. Niet vanwege Corona maar omdat er te veel mensen op het strand kwamen waardonder de natuur te veel te lijden had. Bovendien mag je er alleen liggen op een rieten matje onder de handdoek. Ook vanwege bescherming van het strand. Er werd zelfs op gecontroleerd door BOA's. In elk geval een goede handel voor de verkopers van matjes maar voor ons een enorme domper op het bezoek. De omgeving blijft mooi maar staat helaas enorm onder druk vanwege het massa-toerisme.
Kamperen anno 2021.
In plaats van het kabbelen van de golven wordt de stilte verbroken door het geruis van airconditioners, koelkasten en het dichtslaan van deuren van campers. De ene camper nog groter dan de andere en van alle gemakken voorzien en volgeladen met fietsen, een motor of quad, surfplanken, een drone, een boot, scooters, steppen, kajak's, hippe suppen met peddels, etc. Daarnaast raast dit ook regelmatig over de camping richting toilet, winkel, zwembad en strand. En hoe fijn wanneer de avond valt en het stof is neergedaald .........?? Dan kun je de hele avond luisteren naar 'Bluetooth Speakers' of luide telefoongesprekken met het thuisfront. Dit keer zat er zelfs een dikke Duitser -midden op de camping- met zijn televisie aan; buiten de camper op vijf meter afstand zodat de hele camping elke avond het Duitse journaal kon horen. Hij was zelfs niet bereid- na een vriendelijk verzoek- om het klote ding zachter te zetten. Verder zie je op veel campings steeds meer 'Glamping' Safari-tenten en bungalows verschijnen. Gelukkig heeft een enkele camping nog een apart veld voor tenten. Op een doorsnee camping -schatten wij- slaapt nog maar 10% van de bezoekers in een tent. Het kamperen van weleer is er niet meer. Samen koken en afwassen met primitieve middelen zie je nog zelden. Toen hoorde je ook nog wel eens per ongeluk een scheet en was je stil voor elkaar .... Waar is de stilte zodat je weer kunt genieten van de nacht, de zee en het geluid van de krekels! Gelukkig tref je ook nog wat ouder mensen die het traditioneel kamperen in stand houden. Veelal zijn dit seizoenplaatsen van Italianen.
Afsluiting
Als je ons nu vraagt wat het meest is bijgebleven is dat waarschijnlijk de rust die we vonden in de Vaucluse. Met name "Parc Du Luberon" is een prachtige en gemoedelijke streek. Met pitoreske dorpjes, lavendel- en druivenvelden, appel- en olijfboomgaarden, glooiende heuvels en een aangename stabiele temperatuur. Een streek voor rustzoekers en om naar terug te gaan! Ook hebben we genoten aan de oevers van de Verdon. Lekker voor de tent zitten en vissen en 's nachts in slaap vallen onder het geruis van de rivier. Ook een prachtige omgeving. Wat we dit keer weer hebben gemist is het dolen door bloeiende lavendelvelden. Dan moet je er zijn vóór 14 juli. Dan bloeit de lavendel volop net voordat wordt begonnen met de oogst. Wat moet dat lekker ruiken....... Naar Sardinie gaan we niet meer terug. Zeker niet vanwege de ontbrekende schoonheid maar vanwege de vele toeristen en drukke campings. Misschien merk je dit minder als je bij de boer (Agritourismo) slaapt. Dit kunnen we nog wel eens proberen.
Weetjes
  • In 2017 hebben 250.000 toeristen Sardinië (24.090km2) bezocht is 10,4 per km2;
  • In 2018 hebben 2,6 miljoen toeristen Zeeland (2.934km2) bezocht is 886 per km2;
  • In de vijf weken hebben we ca 5.000km gereden. Is dus ca 135km/dag en twee uur in de auto;
  • Totaal hebben we ca. €3.000,- uitgegeven. Dit is dus ca. € 100,-/dag;
  • Algemene informatie
    Reisdocumentatie:
  • ANWB-Extra Cote Azur; ISBN-978-90-18-02006-4;
  • ANWB-Extra Provence; ISBN-978-90-18-02208-2;
  • ANWB-Extra Sardinië; ISBN-978-90-18-03667-6;
  • Geers Campinggids Sardinië; ISBN-90-827877-1-9;
  • Garmin Montana 650; Openfiets routes Corsica en Sardinië.

    Internet referenties:
  • Lonely planet.
  • ANWB Vakantie -> Landen-informatie.
  • World Health Organisation.
  • Landelijke Coordinator Reizigersadvisering (LCR)
  • Reisadvies Ministerie van Buitenlandse zaken.
  • Travelclinic.
  • Gezond op reis.
  • Valuta informatie.
  • GPS Coordinaten. (Tip!)
  • GPS tracks.




  • Terug reisverslagen