"Rondreis 23 dagen Ethiopië, voorjaar 2019


Samenvatting
In januari en februari 2019 hebben we een rondreis gemaakt door Ethiopië, gelegen in de hoorn van Afrika. Dit keer hebben we niet zelfstandig gereisd maar met "Shoestring" in een groep van 12 medereizigers. Ethiopië is een land waar we al lang naar toe wilden maar dat we vanwege oorlogen en armoede steeds hebben uitgesteld. In 2010 lagen er al plannen klaar om zelfstandig vanaf Cairo naar Nairobi te reizen. Ook dit ging niet door. Er werd toen zelfs af en toe geschoten aan de grens met Kenia. En omdat het nog steeds onrustig is aan de grenzen met de buurlanden hebben we uiteindelijk maar gekozen voor een georganiseerde rondreis. Zie het Reisadvies van het Ministerie van Buitenlandse zaken.

Met name word je nog steeds afgeraden om naar de grenzen met Somalie en Eritrea af te reizen. En wij wilden wel graag naar de stammen die in het Zuiden in en rond de Omo-Vallei leven. De Hamar, Ari, Banna en Mursi volkeren. Het land is verdeeld in ca. 80 etnische groepen met ieder hun eigen taal. Verschillen zijn te zien aan kleding en haardracht. Op het YouTube kanaal TRACKS vind je indrukwekkende documumentaires over de stammen in de Omo-Vallei. Het land is ca. 30 keer Nederland en bestaat uit ca. 50% Orthodox Christen, 30% Moslims, een kleine Joodse (Falasha’s) gemeenschap in het Noorden en de stammen in het Zuiden. En dan zijn de Orthodoxe (Koptische) christenen ook weer verdeeld in groepen. Zo heb je bijvoorbeeld drie vormen van kruizen die je terugziet in regio’s van Aksum, Gondar en Lalibela.

Tijdens onze reis hebben we geen onveilige situaties meegemaakt ondanks dat wapens op straat de gewoonste zaak is. Vooral de AK-47 zie je veelvuldig. Wel hebben we wat mensen gesproken die vervelende dingen hebben meegemaakt. Dit in het Oosten nabij Harar en het Noorden tegenaan de grens van Sudan. Maar ja veiligheid moet je wel statistisch zien. Het kan onveilig zijn maar als je er geen weet van hebt gaat het langs je heen. We zijn verder niet veel individueel reizende mensen tegen gekomen. Twee meiden die samen reisden uit Zwitserland en één die alleen reisde uit Oostenrijk. We zien wel veel oudere mensen in groepen die geïnteresseerd zijn in de cultuur en met name de religieuze geschiedenis van het land. Onze onze groep had ook een hoge gemiddelde leeftijd. Individueel reizen leek relatief veilig maar het gaat natuurlijk wel allemaal wat trager. Ook al zijn de mensen aardig en behulpzaam, het openbaar vervoer en de accommodaties zijn niet ingericht op individueel toerisme en het reizen van lange afstanden.
Addis Abeba
We vlogen van Amsterdam naar Addis Abeba (Amhaars voor ”Nieuwe Bloem”), waar we na middernacht aankomen en onze rondreis door Ethiopië begon. Bij aankomst op de luchthaven werden we opgewacht door onze Engels-sprekende reisbegeleider. Van daar naar het hotel Nexus voor onze eerste nacht in Ethiopië. De aankomst na zo’n lange reis (14 uur incl. vertraging) was plezierig. Zo’n 20gr. C midden in de nacht met een zwoel windje, het geluid van tropische vogels en de geur van kleurige bloemen. Op het vliegveld nog wel even eerst wat Euro wisselen. De ETB ‘Birr’ is alleen verkrijgbaar in Ethiopië. De koers bedraagt ca. 30 Birr voor 1 Euro.

Veiligheid was een steeds terugkomend thema in onze gedachte. Niet dat we bang waren maar wel nieuwsgierig hoe Ethiopië er nu voor stond qua ontwikkeling, cultuur en economie. Daarvoor is veiligheid een voorwaarde. Op het vliegveld in Istanbul spraken we, tijdens het wachten, nog met een Ethiopische vrouw en zoon die geëmigreerd waren naar de USA en op bezoek gingen bij haar Moeder. Zij gaf aan dat er vaak nog ongeregeldheden zijn tussen stammen en dat je voor je ergens naar toe reist eerst moet informeren of de regio wel veilig is. Dit geldt ook voor de grensgebieden.

De eerste indruk die achterblijft van -in de volksmond- ‘Addis’ is het beeld van een grote stad met in het centrum veel bouwprojecten. Veel betonnen skeletten half afgebouwd. De laatste tien jaar is het land volop in ontwikkeling en wordt er enorm uitgebreid. Je ziet veel stof, overvolle bussen, taxi’s en vrachtwagens maar weinig fietsen en personenwagens. Verder de bekende geuren van houtskool en diesel. Ethiopië ligt vrij hoog t.o.v. het NAP. Het Noorden gemiddeld 2500m het Zuiden rond de 1000m en Addis op 2350m. Snel een trapje op is er nog niet bij. Ook is er natuurlijk een mooie wijk voor de rijken waar ook de paleizen en het Hilton etc .. zijn terug te vinden. De buitenwijken zien er een stuk vriendelijker uit. Minder hoogbouw en je ziet daar ook meer personenwagens rijden. Er heerst in het algemeen een positieve houding bij de mensen die we spreken. Mede gevoed door de nieuwe recent aangesteld “Minister President”. Hij zorgt voor verbinding tussen de verschillende stammen, beter onderwijs, democratie en vernieuwing in het parlement.
We zien geen Amerikaanse Fastfood restaurants in de stad. Wel lekkere koffiebars. De stad kent tevens enkele musea. De Ethiopiërs zijn er trots op dat ze nooit zijn gekolonialiseerd, ondanks de vele pogingen, net als in andere Afrikaanse landen. Dit wordt natuurlijk ook uitgebreid belicht in het Nationaal Museum middels de expositie van vele gebruiksvoorwerpen, muziekinstrumenten, kleding, sieraden en koninklijke- en religieuze attributen. Het Etnologisch Museum geeft een goed overzicht van de culturele rijkdom van de talrijke volkeren in het land.

Een rustplek vlakbij het centrum bieden de ‘Entoto’ heuvels. Vanuit hier heb je een mooi zicht over de stad. Met een helder blauwe hemel en een ‘Alpen zon’ die zorgt voor een aangename temperatuur op die hoogte van ca. 25gr.C in de middag. Wij maken een aangename wandeling, na een dag in het vliegtuig, door dit met Eucalyptus begroeide gebied soms ingehaald door vrouwen met enorme bossen brandhout op hun rug. Onvoorstelbaar dat er zelfs geen geld is voor transport voor dit ‘Ethiopisch goud’. Veel van het leven, zeker op het platte land, bestaat nog uit het verzamelen van brandhout, water en voedsel. De geïmporteerde Eucalyptus boom is een dankbare snelgroeiende boom voor brandhout maar hij verdringt ook alle inheemse soorten door zijn enorme dorst waardoor de bodem weer uitdroogt.
Tijdens de lunch bij het Nationaal Museum hebben we het lokale stapelfood ‘Injera’ in diverse vormen kunnen proeven. Een grote zuurdeeg pannenkoek met als afwisseling vis, kip, groenten als bijgerecht. Of andersom?? Dit traditionele gerecht met vaak een kruidige saus en een kopje koffie of een glas ‘Tej’ (honingwijn) kun je door het hele land krijgen. Na een bezoek aan het Nationale Museum rijden we door naar de St George Kathedraal. Alle uitleg die we daar krijgen is diep geworteld in de dagelijkse samenleving. Symboliek van voorwerpen zoals de opbouw van een trap, trommel of een wandelstok met referenties naar het ‘Oude testament’.

We zien scherpe contracten tussen rijk en arm. Of liever gezegd ‘modaal’ i.p.v. rijk maar in elk geval in staat om modieuze kleding te kopen. Of ze ’s nachts ook een onderdak hebben valt nog te bezien. Dit is vaak beter geregeld op het platteland. Daar leven de mensen sober (zonder modieuze kleding) maar wel met een dak van golfplaten of riet boven hun hoofd.

Als afsluiting zijn we naar de grootste markt ‘Merkato’ gelopen. Hier kun je volop genieten van het dagelijks leven. Je kunt ook zien dat er nog niet zoveel toeristen naar Ethiopië komen doordat de meeste mensen je niet benaderen als ‘wandelend geldloket’ en gewoon verder gaan met hun dagelijkse beslommeringen. Daarna nog genoten van een lekker bakje koffie in een ‘Tomoca Cafe’. Zeker een aanbeveling. Als afsluiting van de eerste dag nog wat eten en een lekker biertje in een lokaal restaurantje vlakbij het hotel en dan wat slaap inhalen van de laatste nacht.
Debre Markos
’s Morgens vroeg op wat ook wel een gewoonte werd. Om 18:30 gaat de zon onder en om 07:00 weer op. Dit betekent dus voor ons dat we meestal rond 8:00 vertrekken en voor zessen op bestemming zijn. Van 'Addis' zijn we naar het klooster in 'Debre Libanos' gereden. Hier proeven we voor het eerst de devote sfeer van het land. We worden rondgeleid door de lokale priester met een uitgebreide uitleg over de prachtige muurschilderingen en glas-in-lood ramen. Het klooster is gebouwd aan het begin van een enorme 700 meter hoge kloof. Er was even tijd om in deze prettige omgeving de benen te strekken. We vervolgen de weg tot aan een grote kloof waar de Blauwe Nijl zich doorheen slingert. Hier steken we te voet over om de benen te strekken en wat foto’s te nemen. Hier zien we ook de eerste bavianen langs de weg. Het vervolgtraject verder is heuvelachtig wat we zonder te stoppen hebben doorkruisd omdat we anders het laatste stuk in het donker hadden moeten rijden en dit is niet handig in zo’n land.
De voornamelijk twee-baans wegen zijn niet altijd van goede kwaliteit. Vaak zijn er stukken onverhard en/of zitten vol gaten dus ook veel hobbelen en schudden in de bus. Zo rijden we met 12 personen in een kleine minibus met een gemiddelde snelheid van 30km/h met af en toe de bijkomende geur van rubber en versleten remschoenen bij het dalen of klimmen in de bergen. Is dit leuk? De minibus heeft de motor naast de chauffeur zitten waarvan de temperatuur wordt gemeten met een waterfles, die hier bovenop ligt, waar de chauffeur af en toe aan voelt. Ook zien we veel gestrande auto’s en vrachtwagens aan de kant van de weg. Soms vanwege pech, afgezet met wat stenen en/of struiken en een chauffeur die eronder ligt, maar ook half in een ravijn hangend. Het is niet zo dat een chauffeur niet alert moet zijn tijdens het rijden. Op het aanrijden van een voetganger met dodelijk afloop staat 15 jaar cel. Aan het einde van de middag arriveren we in 'Debre Markos'. We overnachten hier in een eenvoudig hotel met stromend warm water. Veel keuze in accommodaties is er overigens niet. In de meeste dorpen onderweg zijn deze vaak helemaal niet aanwezig en zeker niet met stromend- laat staan warm water.
Foto reeks
Bahir Dar
Wederom om 7:00 uur ontbijt om onze weg te vervolgen door het mooie landschap en langs vele dorpjes naar Bahir Dar. Zo'n 250km op een hoogte van gemiddeld 2500m. Maar voordat we op pad zijn maken we eerst weer kennis met een staaltje Afrikaans gemak. De chauffeur was een ½ uur te laat en moest vervolgens nog tanken waarvoor we wederom een ½ uur in de rij moesten staan bij het tankstation en tevens nog moesten omrijden. Afkicken van onze Westerse haast en grondigheid. Eenmaal onderweg zien we een prachtig glooiend landschap met veel grasland en kleinschalige landbouw en veeteelt. De huizen zijn gemaakt van dunne houten boomstammetjes gepleisterd met een mengsel van koemest en stro. Alles wordt gebruikt. Zo wordt er veel graan verbouwd. De granen worden gebruikt voor brood, het stro voor de koeien en huizen, en de koemest voor huizen en de kachel. De daken van de huisjes zijn soms nog authentiek van riet maar vaker ook al van luxere golfplaten of een combinatie van beiden. De huisjes zijn vaak ook omringd door een haag van struiken om het vee op het erf te houden. De namen van dorpjes vangen meestal aan met ‘Debre’ hetgeen ‘plateau’ betekent. De bevolking onderweg is niet echt gewend aan toeristen. We ervaren twee verschijnselen. De jeugd komt vaak kijken en de volwassenen zien je niet staan. Verder zien we buiten de steden geen personenauto’s maar wel een enkele (mini)bus, de tuk-tuk, vrachtwagens, paard en wagen en vooral mensen op de ‘benenwagen’. Bromfietsen en/of scooters zien we alleen in het Zuiden. Ook zie je onderweg veel kleine kerkjes aan de kant van de weg. Vier palen met golfplatenwanden en -puntdak waar je wat geld kunt doneren. Dit moet wel dicht bij de bevolking worden gebracht zonder een goed vervoersysteem.
Bahir Dar is een tamelijk grote stad voor Ethiopische standaarden en ligt aan het immense ‘Lake Tana’ op een hoogte van 1830 meter. De palmen-lanen en de lieflijke optrekjes aan het meer maken de stad zeer aantrekkelijk. Laat in de middag zijn we nog naar markt in het centrum gelopen. Veel bekijks als ‘blank’ reisgezelschap wat je toch niet zou verwachten. We overnachten dit keer in een luxe hotel. Het ‘Tana Hotel’ direct gelegen aan het gelijknamige meer waar de eerste avond een bruiloft gaande was. Veel muziek, het ritmische dansen met de schouders en een diner met veel vlees. Voor ons weer leuk om mee te maken. Echt een super hotel met een mooie tuin en klassieke kamers!
Lake Tana
In de vroege ochtend worden we al om 06:00 uur wakker van het ochtendgebed uit de vele Moskeeën die het geluid van ontwakende vogels in de tuin overstemmen. Op de agenda staat die dag een excursie naar de Blauwe Nijl watervallen. Een stoffige rit (African Massage) van zeker twee uur via een grotendeels onverharde weg naar de ‘Tis Abay’ ("Rook van de Nijl"). De watervallen zijn niet meer zo immens als vroeger vanwege het stuwmeer dat stroomopwaarts is aangebracht t.b.v. het opwekken van elektriciteit en irrigatie van de landbouwgebieden. Na een wandeling van een klein uurtje die onder andere over een eeuwenoude Portugese brug voert, bereiken we de plaats waar de Blauwe Nijl zich met 'donderend geraas' in de diepte stort. De Blauwe Nijl ontspringt in het ‘Lake Tana’ en komt uiteindelijk in Khartoum samen met de witte Nijl uit Burundi. Samen vormen ze dan de Nijl die naar Egypte stroomt. De Nijlvallei, die ten Zuiden van het ‘Lake Tana’ door de hooglanden loopt, is enorm uitgestrekt en diep. Op de terugweg steken we de Nijl over met een klein bootje voor de lunch. Wederom op een Idyllisch plekje met een magnifiek uitzicht. Dit zal zich de gehele reis herhalen. Enkel één of twee hotels zijn wat minder (koud water en zo) luxe.
In de middag na de lunch in een wederom mooi “Lake Shore restaurant”, eveneens gelegen aan het ‘Lake Tana’ stappen we op de boot richting het ca. 600 jaar oude ‘Ura Kidane Meret’ klooster gelegen op het schiereiland ‘Zege’. Op 20 van de 37 eilandjes zijn in de 16e en 17e eeuw mysterieuze kerken en kloosters gesticht vaak gedecoreerd met prachtige schilderingen. Sommige van deze oude kloosters bevatten nog originele kerkelijke attributen zoals oude rijkelijke geïllustreerde manuscripten, kruizen, kronen en priestermantels. Door hun geïsoleerde ligging zijn veel kloosters de ontwikkelingen in de tijd bespaard gebleven. Het ‘Ura Kidane Meret’ is inmiddels echter een toeristische attractie geworden. Nog zeker geen ‘Chinese’ toestanden maar hoelang dit wegblijft kun je niet zeggen. Vanaf het haventje is het drie kwartier lopen naar het 750m hoger gelegen klooster. Een prachtig klooster wat ons deed denken aan de oude kloosters in Tibet. Natuurlijk gebouwd voor een heel andere religie maar qua uitstraling en vroomheid voor ons identiek. Zeker een bezoek waard. Naast de mooie boottocht, onder een heldere blauwe hemel, en het bezoek aan de eilanden konden we tevens genieten van lepelaars, pelikanen en nijlpaarden. Krokodillen hebben we niet gezien.
Foto reeks
Gondar
We vervolgen onze reis door Ethiopië via een prachtig landschap met schitterende vergezichten over de vlakte, het meer en de eilanden naar Gondar. Wederom rijden we door een prachtig heuvelachtig landschap. Onderweg stoppen we nog bij een cafeetje dat Areki (sterke alcoholische drank) stookt en verkoopt. Om de stokerij te bekijken en het goedje te proeven. Kort daarna zijn we naar de lokale markt gelopen waar naast het hoofdproduct Chili tevens allerlei ander voedsel en huishoudelijke artikelen werden verkocht. Dit zijn hele mooie plekken om met wat humor en interesse mooie foto’s te maken. Ook hier liepen weer mannen met Kalashnikovs zaken te regelen. De mensen zijn vriendelijk en nieuwsgierig.

Gondar is gebouwd in 1635 en voor 250 jaar het machtscentrum van het toenmalige Ethiopische rijk. De begin 17e -eeuwse koning Fasil en een aantal koningen na hem, hebben hier een serie zeer imposante kastelen laten bouwen die nog steeds bezocht kunnen worden. De Portugese invloeden zijn hier zo duidelijk te zien dat het lijkt alsof we in middeleeuws Europa rondlopen. De koninklijke stadswal ligt in het hart van Gondar, en draagt samen met de 44 kerken die de stad rijk is, bij aan de sfeer van deze stad. Er zijn vele kleine barretjes in Gondar, waarvan sommige met livemuziek en opzwepende Azmari dans.
“Ras Gimb” in Gondar is de plek waar de meeste mensen het ‘Timkat’ festival bijwonen. Een kerk omzoomd met water. Natuurlijk zijn we daar even wezen kijken als onderdeel van onze stadstour langs de vele “Koninklijke paleizen” en de beroemde kerk “Debre Berhan Selassie” met haar fraaie oude koptische plafondschilderingen.

Vanwege de lange afstand tussen Debark en Lalibela hebben we Gondar twee maal bezocht. Eén keer naar Debark en één keer weer richting Lalibela op de terugweg. De tweede avond hadden we onze eerste traditionele maaltijd in het restaurant van vier zusters met de gelijknamige naam. Dans en eten wisselden elkaar af. Natuurlijk waren er meer toeristen dan lokale mensen maar we hebben uitgebreid kunnen genieten van de lokale gerechten en de beroemde zelfgemaakte ‘Tej’ (Lokale Honingwijn).
Foto reeks
Debark
Al vroeg in de ochtend waren we al weer onderweg naar Debark. Debark ligt niet ver van één van de ruigste en meest onherbergzame berggebieden van Afrika, het Simien gebergte. De meeste delen van dit gebied zijn niet toegankelijk voor auto's. Over de bergen lopen echter diverse wandelpaden om van het ene naar het andere dorp te komen of om het vee naar de hoger gelegen weiden te brengen. Je kunt hier prachtige wandelingen maken. Wel begeleid door een gids en een ‘Ranger’ met natuurlijk een Kalasjnikov of een 18e eeuws geweer achtergelaten door de Italianen. Of in dit geval een gewapende militie van drie man. Waarom deze steeds dienen te worden ingehuurd is nog altijd onduidelijk. Als werkgelegenheid voorziening, voor de veiligheid of als beschermer van het NP.

Het ‘Simien gebergte’ al meer dan 50 jaar een uniek Nationaal Park. Vormgegeven door plateau’s en heuvelachtige vergezichten. Geen spitse hoge toppen maar een beetje zoals het Atlasgebergte maar dan weer met veel grasland. Ook de boeren mogen het gebruiken voor het verbouwen van graan (Teff). Ook wij hebben uitgebreid gewandeld door het park. Natuurlijk tijdens het hete middaguur wat je op deze reizen veel ziet als je eerst met de bus er nog naar toe moet rijden. Onderweg hebben we ook nog kunnen genieten van de ‘rood borst’ Gelada bavianen.
In Debark hebben we ook onze eerste lokale koffieceremonie mogen meemaken. Dit in een kleine huiskamer van een lokale familie waar we zitten op kleine krukjes op het hiervoor speciaal uitgestrooide groene gras. Dit hoort bij de ceremonie. De ceremonie bestaat grofweg uit vier stappen. Eerst worden de koffiebonen uitgezocht, dan gebrand, vervolgens gemalen en als vierde in de pot met heet water gegooid. Telkens na een stap in de ceremonie mag je als bezoeker even ruiken of kijken ter goedkeuring. Als laatste natuurlijk -het belangrijkste- het schenken en drinken. Ethiopië staat bekend als “The Mother of Coffee’. En als echte koffiedrinkers kunnen we dit zeker beamen.
Lalibela (Honingeter)
Op 17 januari 2019 volgens de Europese (Gregoriaanse) kalender startte het driedaagse ‘Timkat’ festival. De festivals in Ethiopië zijn van oorsprong gebaseerd op de Koptische kalender die ca. zeven jaar achter loopt. Het doopfeest wordt door heel Ethiopië gevierd. Alles ligt in die dagen stil. Wij mogen er bij zijn in Lalibela, ook wel het achtste wereldwonder genoemd.

Onderweg van Gondar naar Lalibela (op ca. 2630 plus NAP) genieten we enorm. Het is alsof er een film wordt afgedraaid op de ramen van ons minibusje. Ook stoppen we onderweg regelmatig voor een uitgebreide lunch of een koffie- en/of fotomoment. In elk dorpje zijn de mensen al bezig met de voorbereidingen ‘Ketera’ van het driedaagse Timkat festival. Ook zien we al meerdere processies in traditionele kledij met telkens weer die grote veelkleurige gedecoreerde parasols die de priesters beschermen tegen de hete zon. Het is de eerste dag van het ‘Timkat’ festival waarop de ‘Tabot’ een replica van de ‘Ark des verbond’ door de lokale priesters gekleed in toga’s naar de doopplek wordt gebracht waar de volgende dag de doopbelofte wordt herhaald. Natuurlijk zien we ook weer mannen met Kalasjnikovs die de 'Tabot' moeten bewaken.
Foto reeks
Timkat
De tweede dag van het ‘Timkat’ (Amhaars voor doopfeest) staan we al op voor zonsopkomst om op tijd bij het doopfeest aanwezig te zijn. Dit was zeg maar zo’n driehonderd meter lopen van het ‘Zagwe Hotel’ waar wij verbleven. Vanaf het dak onder het genot van een St. George biertje kon je de processies er naar toe volgen.

De ceremonie wordt gehouden op een open veld met een grote vijver annex zwembad in de vorm van een kruis. Het is een prachtig schouwspel versterkt door de ritmische muziek van trommels op de achtergrond. De prachtig geklede priesters dansen zingend in rijen heen en weer (Chanting) hetgeen het ‘trekken en duwen’ symboliseert tijdens de ‘kruisweg’ van Jesus Christus. Vanwege de vele toeristen die op dit festival afkomen is er recent een houten tribune gebouwd zodat ze niet door de ceremonie heen lopen en deze verstoren. Helaas werkte dit niet voor iedereen en konden sommige Westerlingen het toch niet laten om van dichtbij foto’s te gaan nemen. Na het ‘Chanting’ volgt de ceremoniële doop bij het zwembad. Na het formele gedeelte neemt het euforische publiek het zwembad over. Een massa zwemmende en schreeuwende mensen die elkaar en iedereen onder het water spuiten. Vooral de jeugd geniet met volle teugen. Een vrolijk einde van een religieuze ceremonie. Prachtig om mee te maken.
Na het doopfeest wordt de ‘Tabot’ weer terug gebracht naar de kerk waar deze wordt bewaakt in het binnenste deel van de kerk waar alleen één speciaal aangewezen priester mag komen. Alleen de ‘Tabot’ van de belangrijkste Ethiopische beschermheilige St. Michael blijft achter. Deze wordt pas de derde dag van het ‘Timkat’ naar bestemming terug gebracht.

De rest van de dag besteden we aan het bezoeken van de beroemde eeuwen oude monolithische grot-kerken van Lalibela. Ook hier werd er met muziek en dans nog feest gevierd. Zeer sfeervol en als toerist ook welkom voelden wij. Koning Lalibela leefde in dit gebied aan het begin van de 12e eeuw. Hij was een zeer vroom man. Bedevaarten naar Jeruzalem waren toen al gebruikelijk, de weg was echter lang en gevaarlijk. Het verhaal verteld dat op een nacht God voor hem verscheen en hem opdroeg, voor zijn onderdanen een nieuw Jeruzalem te bouwen. In de 25 jaren die daar op volgde, hakte Lalibela (met hulp van engelen) 11 kerken uit de rotsen, voor een deel onderling verbonden met gangenstelsels, wandelpaden en trappen. Er zijn in totaal drie clusters kerken te zien. Tot op de dag van vandaag worden deze kerken nog gebruikt. De bekendste ‘Bete Ghiorghis’ is echt indrukwekkend om te zien. Wat een werk om zo’n kerk uit rots te houwen. We hebben de dag afgesloten bij ondergaande zon, de bergen overziend, met een diner bij kampvuur op het terras van het restaurant “Ben Abbeba” (Amhaars voor ‘Bergbloem’).
Lake Langano
Na de twee prachtige dagen in Lalibela rijden we met een overnachting in Dessie en 'Addis' door richting Lake Lagano. Veel kilometers in de minibus zonder veel bijzondere bezienswaardigheden onderweg. Sommige reisorganisaties vliegen terug van Lalibela naar hun eerste bestemming in het Zuiden. Dit bespaart je twee dagen ‘African massage’. En kom je alleen voor de ‘Monumentale highlights’ dan is zo'n vliegreis zeker aan te bevelen. Wat je dan wel mist is zicht op de diversiteit aan bevolkingsgroepen onderweg. Andere kleding, andere huizen, ander geloof en andere dieren. Je kunt dit goed zien. De koeien hebben ‘longhorns’ gekregen en in plaats van ezels zien we nu kamelen de karren voorttrekken. Je ziet ook nomaden in deze regio die vanuit de woestijn uit het Oosten komen. Van rijke mannen hebben de huizen vaak twee of meer deuren afhankelijk van hoeveel vrouwen hij kan onderhouden. Als je deze bril op hebt blijft elke stop onderweg interessant. Wij laten ons graag slaperig onderdompelen in deze nog authentieke cultuur van dit deel van Afrika. Geuren, gebruiken, armoede, gelatenheid, stof, hitte, droogte, uitbuiting, etc……. Ohh, Oeps, Opletten, weer een haarspeldbocht op 3200m hoogte. Wanneer we in ‘Addis’ aankomen hebben we ca. 2000 km gereden met een snelheid van gemiddeld 40km/h, wat dus betekent ca. 50 uur hobbelen in de bus.

In totaal hebben we drie maal in ‘Addis’ geslapen. In ‘Addis’ wordt de minibus verruild voor landcruisers. Het vervoersmiddel bij uitstek geschikt voor het vervolgen van onze reis over het 'ruige' wegennet in het Zuiden van het land. Maar nog niet direct nodig vlakbij ‘Addis’. Daar slijten we nog eerst 200 km mooi asfalt wat doorloopt richting Djibouti. Een belangrijke havenstad die Ethiopië verbindt met de internationale handel via de ‘Rode zee’. Tevens wordt er gewerkt aan een spoorlijn richting Djibouti. Ook al heeft Ethiopië olie in de bodem wordt er veel brandstof ingekocht van en/of via Djibouti. Voor ons gaat de reis echter verder naar het Zuiden. Wederom een lange maar ook mooie rit naar Lake Languano onze eerste overnachtingplaats in het Zuiden. En niet zomaar één!! Maar eerst passeren we nog de eerste vroege vormen van intensieve landbouw en veehouderij van buitenlandse investeerders (Groente, fruit, bloemen, koeien en kippen).
Vanaf het ‘Lake Koka’ verdwijnt de drukte rondom ‘Addis’ en wordt de omgeving weer rustiger. Maar dan wel veel vlakker en droger dan in het Noorden. Vlakbij 'Lake Ziway' maken we een lunchstop voor de lunch in het ‘Haile resort’ van de beroemde marathonloper ‘Haile Gebre Selassi’. Alle Ethiopische helden die in het buitenland bekendheid verwerven ook krijgen speciale aandacht en kansen binnen Ethiopië. De achterzijde van het restaurant grenst direct aan een klein vogelreservaat. Pelikanen, de zwarte- en witte ibis, de hamerkop, maraboes en voor ons nog vele onbekende soorten.

In de late namiddag komen we aan bij de prachtig uit hout opgetrokken; ‘Haro Languano Eco Lodge’ direct gelegen aan het gelijknamige ‘Lake Languano’ en eigendom van onze reisorganisatie ‘Greenland Tours’. Echter een plek om niet te missen. We verblijven in primitieve huisjes rondom het centraal gelegen restaurant. Het was een prachtige avond. Met een ondergaande zon direct aan het meer vol met ibissen, een zeearend, pelikanen, maribu’s, ijsvogels, kamelen die hun dorst komen lessen aan de oever en twee nijlpaarden die ca. 25m uit de wal liggen te zonnen. Op een paar rotsen zit een lokale familie hun avondmaal bij elkaar te vissen. Af en toe wordt er een baarsje gevangen. Wat een sfeer. In veel brochures wordt er geadverteerd met mooie vogelgebieden die niet waar worden gemaakt maar hier krijg je ze cadeau zonder reclame. Maar zoals je ook kunt verwachten is zo’n lodge niet goedkoop. Een maaltijd koste 450 Birr/pp (15,- euro). Tweemaal zo duur als in een standaard hotel en vier maal de straatprijs.
Arba Minch
Vroeg in de ochtend rijden we verder door het 'Sodo gebergte' op weg naar Arba Minch, onze eindbestemming van die dag. Het plaatsje dankt zijn naam aan de 40 waterbronnen die dichtbij in het bos liggen. Met uitzicht op het 'Lake Abaya' en het 'Lake Chamo' is de stad een ideale uitvalsbasis voor een bezoek aan het Zuiden. We blijven hier twee nachten in het een schitterende ‘Emerald Resort’, ook weer eigendom van onze reisorganisatie 'Greenland Tours', waarvan je niet zou zeggen dat dit in Ethiopië staat. In totaal hebben we naast de diverse soorten hotels en een camping in drie van dit soort koloniale lodges verbleven. Een dubbel gevoel. Enerzijds prachtig gelegen en erg relaxed en anderzijds beschamend tussen alle armoede.

Het resort ligt hoog tegen de bergen precies tussen het ‘Lake Abaya’ en ‘Lake Chamo’ in. Vanaf het terras heb je een schitterend uitzicht over deze meren. Vroeg in de ochtend zijn we wezen wandelen om en rond de 40 bronnen afgesloten met een boottocht op het ‘Lake Chamo’ waar we wederom veel wild hebben gezien. Krokodillen, Nijlpaarden en heel veel verschillende soorten vogels.
Dorze
Vanuit ons luxe verblijf gaan we gaan ook op weg naar Chencha, het woongebied van de Dorze waar we een bezoek brengen aan een dorp. Zij hebben zich gevestigd in het 'Guge-gebergte' waar ze zich bezig houden met landbouw. In terrasvorm worden de heuvels bewerkt om zo erosie tegen te gaan. De Dorze staan bekend om hun bijenkorfachtige hutten gemaakt van hout en bamboe. Naast de traditionele koffie werden we ook verwelkomd met meerdere glaasje van de zelfgemaakte sterkedrank ‘Areki’. Dit werd onder dans met de uitroep ‘Jo-Jo-Jo-Jo-Jo-Jo' (6x) gretig naar binnen gewerkt. Een leuke sfeer waar het hele dorp bij betrokken was. Ook kregen we wat ‘Enset’ om te proeven. Brood waarvan het deeg wordt gemaakt van de ‘Fals Banana tree’. Het totale proces, incl. het gisten, duurt ca. twee jaar.

Ook zijn we in deze regio op bezoek bij een ‘Rastafari ‘ gemeenschap geweest. Wij werden ontvangen door de leider die wel een heel pakkende uitspraak had; “The World is one and leaders trying to divide it”. Wijlen president ‘Haile Sellasie’ werd ook wel de “Koning of God van de Rastafari” genoemd. Zelf noemde hij zich “De leeuw van Juda” waar ook de haardracht van de ‘Rastafari’ vandaan komt.
Foto reeks
Turmi
De omgeving van Turmi is het woongebied van de Hamar en Dasanich. Beiden stammen staan bekend om hun gevoel voor schoonheid. Uren per dag wordt door de vrouwen besteed aan hun kapsel met vlechtjes dat met boter en klei wordt ingesmeerd. Soms worden de kapsels versierd met schelpjes of stukjes blik. De lichamen worden verfraaid met kettingen en armbanden. De mannen kennen een vergelijkbaar ritueel. Sommigen dragen een struisvogelveer in hun haar, een teken van dapperheid: zij hebben de vijand, mens of dier, verslagen.

Wij hebben de Hamar ontmoet op de markt in het kleine dorpje Dimeka. Een prachtig en kleurrijk spektakel. Er wordt van alles verkocht; thee, honing, melk, boter, bananen, geiten, koeien, maar ook kralen, kettingen en overige sieraden. De boter wordt onder meer gebruikt om de huid mee in te smeren.

Ook zijn we bij de initiëring van een Hamar jongen geweest. Dat hij daarvoor over de ruggen van een aantal koeien moest lopen om zijn mannelijkheid te bewijzen snappen we nog maar dat een aantal vrouwelijke familieleden worden geslagen met twijgen om dit te bevestigen ontgaat ons. Hoe meer bloed hoe groter de steun. Als wederdienst toont de jongen loyaliteit tegenover deze vrouwen.

Voor de Dasanich zijn we de 'Omo river' overgestoken in Komoro’s aan de grens van Kenia. De Dasanich leven een Nomadisch leven. De hut van takken en alle spullen wordt meegedragen van dorp naar dorp waar eea weer wordt opgezet.
Foto reeks
Mago Nationaal Park
In de omgeving van het Mago Nationaal Park zien we ook nog twee andere stammen. De ‘Banna’ en de ‘Mursi’. De laatste natuurlijk het meest bekend van allen. De vrouwen zijn herkenbaar aan de speciale "versiering" in hun onderlip. Ze maken een gaatje in hun onderlip en rekken die over een periode van enkele jaren zo ver uit dat er ronde of driehoekige schijven inpassen van soms wel 10 cm. in doorsnede. Het nut hiervan kent verschillende verhalen. Van een schoonheid symbool tot macht en wijsheid tot en met overleven. Dit laatste omdat slavenhandelaren in het verleden geen vrouwen met 'mismaakte' lippen meenamen. De mannen versieren hun lichaam met inkervingen, een teken van kracht. Ons bezoek aan een dorpje bracht de nodige commotie met zich mee. Eerst moet er aan het stamhoofd toegang worden gevraagd die vervolgens hiervoor entreegeld vraagt. Dan mag je ook foto’s nemen. Het geld komt vaak niet bij de bewoners dus wordt er door hen ook nog extra geld gevraagd voor foto’s wanneer je die wilt nemen.

Weer krijg je het duale gevoel bij zo’n bezoek. Je gunt de mensen het beste. Je ziet de armoede maar je houdt het ook in stand op deze wijze hoewel geïsoleerd leven niet meer bestaat op aarde dus de mensen ook echt wel weten wat er verder in de wereld speelt en je ze dit toch ook weer niet kunt onthouden. Dus een kleine bijdrage moet dan wel kunnen. Hier kunnen ze wellicht een kind naar school sturen.

Onderweg hebben we tevens een traditioneel dorpje van de ‘Bana’ bezocht. Een familie van één man en meerdere vrouwen en kinderen wonend in drie ronde hutjes met rieten daken en wat vee om van te leven. Ook zagen we de jeugd onderweg op houten stelten - geschilderd als zebra’s- lopen.
Er leven nog veel meer stammen in die regio die niet altijd even vriendelijk naast elkaar leven. Er zijn regelmatig ruzies onderling en overheidspersoneel dient ook voorzichtig te zijn met maatregelen. Zo wil de overheid het gebied beter ontsluiten met geasfalteerde wegen en verzoeken ze de stammen niet meer naakt te lopen maar dit leidt vaak tot rellen en verzet. De stammen hadden ook een nuttige functie voor de overheid. In het verleden werden ze door de overheid bewapend om de grens met de buurlanden te beschermen. Nu worden de wapens gebruikt om het vee te beschermen van de betreffende stam. De stammen leven vrij in het park.

Het park is één van de meest veraf gelegen natuurgebieden van het land met een diversiteit aan natuurschoon. Savannes afgewisseld met woestijn, bergen, glooiende heuvels en rivieren. Het is het domein van vogels, krokodillen, nijlpaarden, vissen, koedoes, gazellen en apen hoewel de meeste dieren diep in het park verblijven. Er zijn ook geen wildexcursies te boeken zoals in Kenia.

In het park komen de Landcruisers echt van pas. Door rivieren, tussendoor nauw struikgewas, door greppels en over heuvels zonder problemen. Wel een erg stoffige omgeving die het nodige vergt van apparatuur en mens.

Het bezoek aan de Mago nationaal Park was het laatste spannende ‘event’ van de reis. Vanaf daar reden we weer terug over bekende wegen en overnachten en stopten we weer op dezelfde locaties als op de heenweg. Ook vanaf hier kun je weer direct terug vliegen naar ‘Addis’ en twee dagen reizen besparen. Dit is ook wat een aantal reisorganisaties aanbieden. Voor ons is dit echter niet aan de orde hetgeen betekent dat we nog twee dagen extra in dit zo mooie land mogen verblijven.
Terugblik
Naast de stammen in het Zuiden, de mooie natuur en rotskerken in het Noorden ging onze aandacht ook vooral uit naar het verloop van het dagelijks leven. Voor zover je dit echt meemaakt als je door een land reist met toch ook wel een flink tempo. Nu is het straatbeeld, waar je wel wat uit kunt afleiden, door het gehele land niet veel anders. De mensen wonen en leven aan de kant van de weg omdat dit toch de levensaders zijn in een dergelijk land. Veel mensen zijn op één of andere wijze werkzaam in de zeg maar de agrarische sector. En vooral bezig met het verbouwen van graan (Teff), sprokkelen van brandhout, het voorzien in water en het verzorgen van het vee. Enerzijds nodig voor de handel en anderzijds om te eten. Overal zien we mensen en dieren lopen. Bavianen, ezels, kamelen, honden, kippen, paarden, geiten, koeien etc…. op de weg, op paadjes en op de akkers. Alles door elkaar. ’s Morgens vroeg gaan de kinderen op stap met het vee naar een drinkplaats, de moeder om water en de vader aan het werk op het land. Daarbij zie je vanwege watergebrek dan de mensen wassen en drinken uit dezelfde waterput als het vee. Het agrarische leven is hard! Het gehele jaar zijn de mensen bezig met het verbouwen en verzamelen van brandhout, water en voedsel om te overleven. De ‘Japanse koe’ hebben we niet gezien. Alles gaat nog met de hand.
Wij waren er net in het oogstseizoen dus overal aan de kant van de weg zien we maai-, droog-, dors- en transport tafereeltjes. Met de zeis, koeien die het kaf van het koren scheiden door er in een cirkel overheen te lopen, het opgooien van stro in de wind zodat dit wegwaait en het graan op de grond valt en overblijft. Het stro wordt natuurlijk niet weggegooid want de koeien moeten ook eten en het wordt gemengd met koeienmest ook gebruikt als gevelisolatie. De meeste karakteristieke rechthoekige huizen met schuin dak zijn gemaakt van dunne boomstammen van de snelgroeiende ‘Eucalyptus’ boom, verticaal in de grond geplaatst en afgewerkt met een mengsel van koeienmest en stro wat soms ook nog wordt geschilderd. Alles wordt gebruikt. En waar geen supermarkt is vind je ook geen plastic vervuiling.

Het landbouwgebied is een voorbeeld van een lokale- en kleinschalige economie waar iedereen een rol en status in heeft. Een deel van het voedsel wordt weer getransporteerd met karren en vrachtwagens naar de grote steden. Het uitblijven van mechanisatie lijkt geen probleem te zijn. Mits onderwijs en gezondheid is geborgd ontbreekt alleen de Westerse luxe. Zegt iemand die met zijn Westerse blik door het land reist. Toch blijft het een interessante vraag hoe de ontwikkeling van een land kan verlopen met behoud van ‘eigen’ cultuur en waarden zonder assimilatie. Er wordt verwacht dat de bevolking van de grote steden in de komende vijf jaar zal verdubbelen. Als mensen zonder een gepaste opleiding naar de stad verhuizen worden ze er vaak niet beter op. Status en waarde verdwijnen en criminaliteit ligt op de loer.

Kinderen zijn zich al wel bewust van het Westerse geld. Je hoort op straat vaak “Where you from? ”, “Which Country? ”, “Children? How many? ” en als laatste “He you, Money!!”. Ook worden er vaak kunstjes op straat uitgevoerd om wat geld te verdienen. Handstand, radslag, jongleren, dansjes etc…….. Of tijdens het spelen op straat of onderweg naar school waarvoor ze soms flinke stukken moeten lopen. Op afgesleten rubberen sandalen (gemaakt van oude autobanden) of op blote voeten op het door de zon heet geblakerde asfalt.

Voor ons was de reis weer een mooie leerervaring en confrontatie met de luxe die wij hebben in Nederland. Wij hebben totaal ca 4000km gereden hetgeen neerkomt op ca. 200km /dag. Dit is wel veel en gerekend met een gemiddelde snelheid van 50km/h vier uur per dag in de auto hobbelen.
Zo'n rondreis is ook niet goedkoop. Alles bij elkaar opgeteld kost de reis voor ons beiden ca. €6.000,-. Dit komt dan neer op €150,- per dag per persoon. Incl. visa en excl. vaccinaties en malaria tabletten. Hiervoor zijn wij door het vele reizen al beschermd voor de komende 10 jaar of voor sommige ziekten nog meer.
Overdenkingen
We hebben veel ontwikkelingsprojecten vanuit het buitenland gezien. Denk aan het aanleggen van waterpompen, schooltjes, infrastructuur, landbouw, koeienfok programma’s, houtbouw en irrigatie. Allemaal aangeduid met een groot bord aan de kant van de weg om maar duidelijk te laten zijn wie de ‘hulp’ verleent. Buurlanden, Turkije, China en natuurlijk diverse NGO’s. Soms zeker goed bedoeld maar het aanleggen van waterputten en infrastructuur is een beproefde manier om krediet te krijgen bij overheid en bevolking. Ook vaak gebruikt om invloed in een land te krijgen of betere handelsbetrekkingen. En de leiders van het betreffende land blijven vaak ook niet onbemiddeld achter. Voor de bevolking is dit allemaal niet zichtbaar. Zij zijn blij met het water wat natuurlijk een eerste prioriteit van de overheid van het land zelf zou moeten zijn. En wanneer het project klaar is vertrekt iedereen weer. Onderhoud en overdracht blijven vaak uit.

Ook slagen blijkbaar niet alle hulpprogramma's. We zagen naast verouderde borden langs de weg ook meerdere malen dat het onderstel van een rolstoel voor een verrijdbaar verkoopstalletje wordt gebruikt. Met veel slechte- en/of onverharde wegen is het gebruik van een een rolstoel ook geen voor de hand liggende keuze.
Weetjes
  • Een ½ liter ‘St. George’ bier kost 30 BIR is ca. 1,00 euro;
  • Een ‘Injera’ pannekoek kost 80 BIR is ca. 2,6 euro;
  • Een liter ‘Gasoil’ kost ca. 20 BIR is ca. 0,60 euro;
  • Het gemiddelde maandelijks inkomen ligt tussen de Eur. 30, en 60,-/mnd;
  • Een arts verdient aanzienlijk meer. Denk aan Eur. 5000,-/mnd;
  • Algemene informatie
    Reisdocumentatie:
  • Lonely Planet; Ethiopia & Djibouti; ISBN-978-1-78657-040-6;
  • Bradt; Ethiopia; ISBN-978-1-84162-128-5;
  • Flying Dutchman; Te gast in Ethiopie; ISBN-9-89460-160660;
  • Garmin Montana 650 (Gebruik niet toegestaan in Cuba).

    Internet referenties:
  • TRACKS
  • Lonely planet.
  • ANWB Vakantie -> Landen-informatie.
  • World Health Organisation.
  • Landelijke Coordinator Reizigersadvisering (LCR)
  • Reisadvies Ministerie van Buitenlandse zaken.
  • Travelclinic.
  • Gezond op reis.
  • Valuta informatie.
  • GPS Coordinaten. (Tip!)
  • GPS tracks.




  • Terug reisverslagen