"Indochina", voorjaar 2017.


In het voorjaar van 2017 zijn we zeven weken naar Indochina (Cambodja, Laos en Vietnam) geweest. Een reis die al lang op onze 'Bucket list' stond. Wederom met de rugzak nu het nog kon en buitenom de 'Beaten track'. Vandaar ook de keuze voor lokaal vervoer en de motor in Vietnam.

Het traject dat we hadden gepland is zo'n 4.500 km maar uiteindelijk hebben we 6.000 km afgelegd. Zie de foto rechts. Het blauwe traject hebben we met (mini)bussen afgelegd. Het groene traject met de boot en het paarse traject op de motorbike. Dat maakt het totaal met 45 netto reisdagen gemiddeld 133 km/dag.

Globaal ingedeeld:
Week 1, Hanoi => Lunang Prabang;
Week 2, Lunang Prabang => Siem Reap;
Week 3, Siem Reap => HCMC;
Week 4, HCMC => Hoi An;
Week 5, Hoi An => Phong Nha;
Week 6, Phong Nha => Hanoi;

We zijn heen op Hanoi gevlogen en van daar via Sapa door de bergen naar het Noorden van Laos om daar via de Am Ou rivier af te zakken tot Luang Prabang. Vervolgens op en langs de Mekong rivier afzakken (lange stukken op de grens van Laos en Cambodja) tot in haar delta in Vietnam. Daarna op de motor (deels) via de 'Ho Chi Min Road' (2.500km), maar ook langs de kust, weer terug naar Hanoi.

Of het de kustroute of ook delen van de 'Ho Chi Min Road' werd was afhankelijk van het al dan niet georganiseerd krijgen van het motorrijden (ca. 2.500km). Ook hebben we twee scooters (helm verplicht) overwogen, maar dan heb je -bij gemiddeld 25km/h- zeker 3 weken nodig. Twee scooters geeft meer ruimte voor bagagae en bij pech altijd de mogelijkheid om hulp te halen. Als dit zou lukken hadden we vervolgens nog de keus tussen het huren of het kopen van een scooter / motorfiets. Met als gevolg dat we dan -respectievelijk na aankomst in Hanoi- de motorfiets moeten verkopen of inladen op de eerstvolgende goederentrein terug naar HCMC?
Uiteindelijk hebben we gekozen om een nieuwe Honda Winner 150cc te kopen in HCMC en weer aan dezelfde eigenaar terug te verkopen na aankomst in Hanoi. Deze service wordt geboden door Tigit Motorbikes en koste ons USD 300,- voor 3 weken. Bovendien weinig kans op pech, voldoende vermogen in de bergen en je hebt ook geen tijd nodig om de bike weer te verkopen in Hanoi. Veel backpackers kopen voor ca USD 400,- een oude Honda Win maar deze vergt veel onderhoud (dus extra kosten) en is niet sterk genoeg voor 10% hellingen (met 2 pers.) die er heel wat zijn op de HCMC-road. En pech midden op de Westelijke HCMC-Road (230 km door jungle) wil je liever niet.
Huren hebben we niet verder onderzocht. Alhoewel er in Hanoi veel bedrijfjes zijn die bikes verhuren (ver)kopen en repareren. Bij elk backpackers hostel is hier wel informatie over te verkrijgen. Huren kan al vanaf USD 5,-/dag in diverse steden voor een rondje in de omgeving en het inleveren van de bike op dezelfde plek. De scooter of motor kan ook deels op de trein. Hiervoor zijn aparte tickets te koop. Van HCMC naar Hanoi per trein is het 1.800km en 48 uur zonder te stoppen natuurlijk.

Voorbereidingen van de reis:
  • Visa, 3 maanden -multiple entree- Vietnam vooraf, Laos en Cambodja bij grens;
  • Vaccinaties, 1x DTP, 1x Buiktyfus, 3x Rabies, 2x Hepatitis-A en 3x -B. Bij elkaar al snel Euro 400,- p.p.;
  • Voor (Rabies, Hepatitis A en -B) zijn we vanwege onze reislust inmiddels ons hele leven beschermd;
  • Bij een directe vlucht op Hanoi vanuit Nederland is de vaccinatie tegen 'Gele koorts' niet nodig;
  • Malaria bescherming, Malerone, Deet, Klamboe;
  • Vliegtickets, Hanoi vv;
  • Paspoort verlengen, tot 6 maanden na vertrek;
  • Internationaal rijbewijs, ANWB;
  • Vietnamees rijbewijs, vermoedelijk niet meer nodig vanaf nov. 2015;
  • Garmin GPS kaarten, open fietsmap;
  • EHBO, Wereldsteker, Reisinformatie, GPS, landkaart en reisgids;
  • Valuta 2016, 1 Euro is 25.000,- Vietnamese Dong (VND), is 9.000,- Laos Kip (LAK), is 4.100,- Camodiaanse Riel (KHR);
  • In alle drie landen kun je terecht met USD. Zelfs verplicht voor het verkrijgen van visa.
  • Euro's zijn alleen in te wisselen bij wisselkantoren en grote hotels. ATM's zijn beperkt tot de grote steden.
  • Etc....

    Mogelijke 'Highlights' onderweg:
  • Aankomst op vliegveld Hanoi 10:45. Vertrek nachtrein naar SaPa (acht uur) om 21:40 en 22:00;
  • Een deel van de 'Ho Chi Min Road' Zuid-Noord (deel QL-15) loopt 240km door de jungle van Khe Sanh naar Phong Nha;
  • Een ander mooi stuk meer Zuidelijk loopt 160km (ca. 5 uur) door de bergen van Da Lat naar Hoi-An;
  • Verder nog de niet te missen "Hai Van Pas". Deze loopt 16km (ca. 1 uur) door de bergen van Da Nang naar Hue;
  • Rivier-cruise Mekong, van Houay Xai via Pak Beng naar Luang Prabang, 2 dg;
  • Rivier-cruise Mekong, van Phom Phen City via Tau Chau, Sa Dec en Mai Tho naar HCMC, 5 dg;
  • Rivier-cruise Mekong, van Luang Prabang naar Vientiane 6 dg;
  • Rivier-cruise Nam Ou, van Muang Khoua via Muang Ngnol, Muang Khiaw naar Luang Prabang, 3 dg;
  • Drijvende markten Zuid-Vietnam, keuze uit Cai Rang, Cai Be, Phung Hiep etc...;
  • Tropische eilanden / plekjes, keuze uit Sihanoukville, Dao Cat Ba, Cu Lao Cham, Hon Tre, Con Dao, Dao Phu Qaoc en Mui Ne;
  • Bergbewoners, keuze uit Sa-Pa, Muang Khoua, Muang Ngnol, Muang Sing, Luang Namtha en Muang Khiaw;
  • Watervallen, keuze uit Vang Vieng, Si Phan Don, Tat Lo (Bolaven) en vele andere;
  • Grotten, keuze uit Hang En (USD 300,-pp), Hang Son Doong (Oxalis), Paradise Caves, Phong Nha, Tam Coc, Pak Ou, Phou Hi Poun, etc...;
  • Tempels, keuze uit Angkor-Wat, en vele andere;
  • Bamboe-trein in Batambang, tevens een plek met een mooi "French Quarter";
  • Rijstvelden, keuze uit Sa-Pa, Ninh Binh, Tam Coc en Mai Chau;
  • Karst gebergte Noord-Vietnam, keuze uit Ninh Binh, Mai Chau, Ha Long Bay;
  • Nationale Parken, keuze uit Phong Nha-Ke, Nam Ha, Dao Cat Ba, Phou Hi Poun, etc...;
  • Irrawaddy dolfijnen, Si Phan Don (Don Khong), Preah Rumkel, Kratie (Kra-cheh);
  • Tunnelcomplex Vietnam oorlog, keuze uit Vinh Moc (groter) en Cu Chi.
  • Hanoi
    Moe na 16 uur onderweg (11 uur tot Guangzhou, 3 uur wachten en vervolgens het laatste stuk van 2 uur naar Hanoi) kwamen we aan op het vliegveld. Daarna nog een uur besteed aan het regelen van onze Visa en douane formaliteiten en vervolgens een half uur met de taxi naar ons verblijf "Little Hanoi Hostel 2". Geen luxe hostel maar alles was aanwezig en het lag direct aan het 'Hoan Kiem Lake' en 10 minuten lopen van zowel het 'French Quarter' (Ba Dinh District) en het "Old Quarter" (Hoan Kiem District). We hadden drie nachten gereserveerd. Dus ruim twee dagen te besteden in Hanoi. Anderhalve dag voor Hanoi, de hoofdstad en het politieke centrum van Vietnam, en één dag om met de bus naar Halon Bay te gaan. Ho Chi Minh City (Saigon) in het Zuiden van Vietnam is groter dan Hanoi en wordt gezien als het commerciele centrum.

    Corruptie en oplichterij, Je hoort wel eens dat in Vietnam oplichterij en corruptie hoogtij viert. Vooral bij ambtenaren. Politieagenten bij aanhoudingen etc....) Wij dachten dit, met onze reiservaringen, wel te voorkomen. Dus niet!
    Het begon notabene al met de visumaanvraag op Hanoi airport. Wij hadden via internet netjes de visumformulieren aangevraagd en thuis ingevuld en bovendien al naast de kosten voor de formulieren (USD 17,- p.p.) tevens de kosten (USD 50,- p.p.) voor twee multiple visa betaald. We hadden hier netjes gestempelde papieren via de email van terug ontvangen. Eenmaal op de luchthaven netjes alle papieren ingeleverd bij de immigratiedienst. Na even wachten werd onze naam omgeroepen dat de paspoorten gestempeld waren. Maar daar moesten we nogmaals de visumkosten (USD 50,- p.p.) betalen. Wij natuurlijk bezwaar maken maar met een dame die geen Engels spreekt en een rij van ca 50 mensen die op je wachten heeft dit weinig succes. Zelfs het deel van de papieren met ons bewijs waren niet terug te vinden en wij kregen de paspoorten niet mee zonder betaling. Wij, met de gedachte dit wel verder te kunnen regelen via de ambasades, hebben uiteindelijk maar betaald. Je wil ook een keer een douche hebben na 16 uur reizen.
    Zo gezegd zo gedaan. We hebben drie emails incl. bewijsstukken gestuurd naar de Vietnamese ambassade in Den Haag, naar de Nederlandse ambassade in Vietnam en naar de immigratiedienst van Vietnam waar we de visa per internet hadden aangevraagd. Helaas, hebben we van alle drie instanties, met herhaalde email verzoeken niets meer gehoord. Iemand heeft dus USD 100,- in zijn/haar zak gestoken. En dat is aardig wat waard in Vietnam. Gelukkig zijn we geen corrupte politiemensen tegengekomen en bleef het bij dit ene 'incident'. Iedereen die we verder tijdens onze reis hebben ontmoet was heel vriendelijk en behulpzaam. Alhoewel we ook weten dat je als toerist wel eens wat meer betaald dan lokale mensen. Dit vinden wij niet erg als het bij de lokale bevolking terecht komt.


    Helaas waren we net te laat voor het "Tét" Vietnamees nieuwjaar bij de eerste volle maand van het jaar, in 2017 dus op 28 januari. Dit zou wel een mooie belevenis zijn om aan de reis toe te voegen. Als je echter wilt reizen in die periode is het zaak goed vooraf te reserveren want velen zoeken hun familie op om dit feest te vieren. Trein-reserveringen zijn in deze periode zelfs niet mogelijk.

    Na het uitpakken van onze spullen zijn we direct op pad gegaan. Een rondje rond het 'Hoan Kiem Lake', een bezoek aan de 'Ngoc Son Temple' en op zoek naar wat 'leven' in het 'Old Quarter'. Een gezellige, drukke oude wijk met veel nauwe straatjes geflankeerd door rijen van prachtige oude overhangende 'Banyan' bomen waar auto's, scooters, fietsers en voetgangers elkaar continu in de weg lijken te zitten. Iedereen loopt -of moet wel- op straat (of in de goot) lopen want de troitoirs staan vol geparkeerde scooters of eettentjes en andere verkopers. En de straten zijn weer overvol met scooters en fietsers. Want je doet hier boodschappen op de scooter. Dus vanaf de weg kijk je in de etalage of bij eet- en verkooptentjes wat je nodig hebt en je stopt wanneer je iets naar je zin ziet. Je zet je standaard uit, je stapt af en je doet je boodschap. Volkomen normaal.
    Natuurlijk zijn we ook nog naar de lokale markt 'Dong Xuan' geweest. Hier zie je het werkelijke leven en gang van zaken van de bevolking.
    Niemand raakt er overigens van overstuur en alles beweegt soepel en behendig door elkaar. Dit zegt waarschijnlijk wel iets over de aard van de mensen. Beleeft, aardig en altijd bereid te helpen. Alhoewel er toch nog wel eens een scooter wordt aangereden bleek uit avond-journaal. Zes op één dag!!

    De eerste ontmoeting met Vietnam beviel ons dus wel. Lekker klimaat, lekker eten en een ongedwongen sfeer. De mensen zijn niet opdringerig en heerlijk tolerant naar hun omgeving. Het is een toegangkelijke en relaxte stad.
    Qua restaurantjes is er veel keus. We zijn gestart om de Vietnamese schotel te leren kennen in een vrij luxe restaurant voor Euro 16,- p.p. waar we lekker en gezond hebben gegeten. Vervolgens gezocht naar een midden-klasse restaurant voor Euro 8,- p.p. wat nog steeds heel goed smaakte en er netjes uitzag. En als laatste in een eettentje waar locals eten in het "Old Quarter" voor maar Euro 4,- p.p. Dan ziet het er niet zo netjes meer uit maar het smaakte net zo goed. Vooral gebakken noodles en -rijst met ei, kip, varkensvlees, spinazie, rijst, springrols en noodle-soep (Pho -Bo, -Ga, -Ca, -Xoa; respectievelijk -Rund, -Kip, -Vis en -Vegetarisch). En .... je leert het land, de gewoonten en de mensen beter kennen. Verder geen Mc Donalds en Starbucks gezien. Er is wel fastfood te krijgen in de vele restaurantjes en koffie vind je ook in vele soorten en smaken. Aanmaakkoffie (Nescafe), filterkoffie, drip-koffie en machine koffie (uit de espresso-automaat), koud, warm en zelfs van eigen bodem geteeld. De prijzen voor een bakje liggen tussen de half en drie Euro! Meestal wordt het sterk opgediend.

    De eerste dagen kwamen we al alle nationaliteiten tegen. Natuurlijk veel Chinezen, Japanners, Koreanen, Engelsen, Fransen, Duitsers, Nederlanders en Amerikanen maar ook uit Nieuw Zeeland en St. Mauritius. Ook al was het topseizoen voorbij (December - Januari) liepen er veel toeristen. Backpackers, Pensionadas, Domburgers en Reisgezelschappen (Fox, Djoser, Kras etc..........).

    De temperatuur is in het Noorden van Vietnam tijdens het droge seizoen, dus ook Hanoi (15m +NAP), wel tien graden lager dan in het Zuiden (Ho Chi Minh City). Daarnaast is het 's avonds nog wel vijf graden kouder zodat je in de droge periode zeker een dik vest kunt gebruiken voor een avondwandeling rond het 'Hoan Kiem Lake'. Maar ook dat is geen probleem want er zijn plenty outdoor winkels waar Chinese imitatie (The North Face) kleding is te krijgen. Nog veel te duur voor de kwaliteit maar als de temperatuur tegenvalt .............
    dia reeks
    Halon Bay
    Om 8:30 vertrekken we in een minibus naar 'Ha Lon Bay' voor een cruise tussen de Karstbergen. Een 'Must have seen' in Vietnam dus ook voor ons niet te missen. Voor USD 60,- p.p. zit je totaal zeven uur in een minibus op en neer en vier uur met lunch aan boord van een boot. Er zijn meerdere tarieven tot USD 150,- aan toe voor de hele luxe cruises. Voor ons was de mini-bus een tegenvaller. Het was zo'n mini-busje met vier stoelen naast elkaar met het gangpad tussenin waarbij een westerling die aan het gangpad zit met zijn ene bil buiten het smalle stoeltje zit. Niet fijn om zo zeven uur te zitten. Bovendien is de zijkant van het stoeltje daardoor helemaal versleten waardoor je nog verder wegzakt naar het gangpad. Dus voor ons een les om in het vervolg ons goed te laten voorlichten over de zitruimte in een mini-bus(je). Wij hebben het opgelost door op de eerste stopplaats en stuk steen te zoeken voor onder het stoeltje. Dan zat het iets beter en viel Wim er niet meer af.

    Het is vanuit Hanoi 170 km enkele reis naar HaLon dus hebben we maar zo'n 40km/h gemiddeld gereden. Het hele traject (tweebaans weg) zat vol met vrachtwagens richting de havens aan de kust. Ook op deze weg reden veel scooters tussen de lange rij van auto's, bussen en vrachtwagens. Veelal over de vluchtstrook maar als je denkt dat het daar veilig is dan heb je het mis. Ook de rest van het verkeer wijkt hier naar uit bij tegemoet komend verkeer of wanneer bijvoorbeeld onze bus aan het inhalen was. En dit gebeurde vaak. Soms zo, dat zelfs de tegenligger moest remmen om het inhalend verkeer voor te laten gaan. En maar claxoneren om elkaar te waarschuwen.

    Maar uiteindelijk was het wel de moeite waard. Zeker toen halfverwege de cruise ook de zon door de bewolking heen kwam. Het is allemaal erg toeristisch en kort maar je krijgt in elk geval een goede indruk mee naar huis. De oude zeilboten, die je op alle plaatjes ziet, hoef je echter niet te verwachten. Elke boot heeft inmiddels een diesel aan boord.
    Sapa
    Vanuit Hanoi zijn we doorgereisd naar Sapa (+1500m) in het Noorden van Vietnam tegenaan de grens van China. Bekend vanwege de mooie plaatjes van de rijst terrassen tegenaan de bergen. Wat minder bekend is dat het dorpje maar een maand echt zon heeft in het jaar. Vaak is het bewolkt of ligt het plekje in de wolken. Dus ook zo toen wij er aan kwamen. Allemaal mist en nattigheid.

    We hadden wederom drie nachten geboekt. Nu in het hostel "Go Sapa". Ca. USD 20,-/n 2pers. voor een private room exclusief ontbijt. Ongeveer dezelfde prijs als in Hanoi. Wederom geen luxe maar we hadden een ruime kamer met ontvochtiger en elektrische deken. Het bleek er maar rond de 7 gr. C te zijn.
    Het plekje is van oorsprong door de Fransen aan het einde van de 19e eeuw opgebouwd als een soort van kuuroord om te ontvluchten aan de hitte van het laagland. De bouwverordening was van oudsher per huizenblok 3m breed en max. zes verdiepingen hoog zolang er niet hoger dan de top van de kerktoren werd gebouwd. Inmiddels is het veel toeristischer en een grote bouwplaats waar op wel tien plekken tegelijk wordt gebouwd. Zeker nu er al deels een nieuwe snelweg naar toe ligt. Ook hier zijn weer alle nationaliteiten vertegenwoordigd en voldoende outdoor-shops om iets te kopen tegen de tegenvallende kou. Bovendien met wel al ca. 500 ho(s)tels in de hele regio Sapa. Dus ook verderop in de valleien, eens het rustige thuis, van de vele bergbewoners die nu hun kost verdienen met de verkoop van textiel producten.
    In de omgeving leven zes verschillende stammen die je met een trekking van één of meer nachten kunt bezoeken. De overnachtingen worden dan geboekt in de zg. 'Homestays' waar je voor een tweepersoons 'private room' met ontbijt ca. USD 14,- betaald. Het hele gebied is alleen toegangkelijk met een toegangsbewijs (Dong 75.000,- pp) en wordt bewaakt met een wachtpost en afsluitboom.

    Ook wij hebben een trekking gelopen. Zo'n 14km zonder gids met GPS en de taxi terug. In de vallei van de 'Hmong people' langs de dorpjes Lao Chai, Ta Van en Si Pan. Een trekking met gids is ca. USD 15,- p.p. Voor het geld hoef je het dus niet te laten. Voor ons is het meer een sport om dingen zelfstandig te organiseren en in een groep heb je minder contact met de bevolking. Een taxi kost zo'n USD 1,- /km. Je kunt ook bij een lokale boer achterop de 'Honda Wave'. Hele families doen het zo met tot wel vier personen op één 'Motorbike'. Dit is een stuk goedkoper maar ook wat hobbeliger met de enorm slechte wegen.

    Een trekking zonder gids is goed te doen. Je kunt overal wat kopen of eten. Ook weer toeristisch opgezet met de lokale bevolking als advertentie. De kinderen lijken onbevangen maar de oudere mensen zijn zeker uit op buitenlands geld. Soms zijn deze, zeg maar, wel erg volhardend om hun spulletjes te verkopen. Ook met een regelmatig 'No shopping' van onze zijde liepen ze vaak nog stukken met je mee om je te verleiden toch iets te kopen. Maar niettemin, toch een bijondere ervaring en de uitzichten zijn prachtig wanneer de nevel iets was opgetrokken. De vallei ligt ca. 300m lager dan Sapa waardoor je soms net onder de wolken/mist doorloopt.
    In Sapa kun je ook lekker eten. Je kunt etenswaren uit alle buitenlandse keukens krijgen. Tot aan 'Irish koffie' toe. Wij hebben het maar bij de vegetarische Vietnamese schotel gehouden. Veel rijst, ei en noodles.
    Op weg naar Laos,
    Na Sapa zijn we met de slaapbus richting 'Dien Bien Phu' gereden. Een luxe bus met brede slaapstoelen (2 over de breedte van de bus met het gangpad ertussen) voor USD 15,- p.p. Omstreeks 18:30 vertrekken en 5:30 uitstappen. Tien uur half slapen en draaien terwijl de bus hobbelend de slingerende wegen door de bergen volgt. Je komt dan niet echt toe aan een goede nachtrust. Bovendien was er geen toilet aan boord (als je dit al wilt gebruiken) zodat de bus om de twee uur stopte voor een plaspauze. Later komen we nog wat meer uitvoeringen van slaapbussen tegen. Drie slaapstoelen op 1 rij of met echte bedden van 1,10m breed. Deze laatste sliepen natuurlijk het lekkerst.

    Daar er niet veel te zien is in 'Dien Bien Phu' zijn we direct met een aansluitende mini-bus in vijf uur richting 'Nuang Khua' in Laos gereden. Alhoewel het niet altijd zo rustig was in 'Dien Bien Phu'. In 1954 was het een essentieel gebied in de oorlog tussen Vietnam en de Fransen. De Fransen hebben hier een onverwachte nederlaag geleden tegen de Vietnamezen hetgeen het einde betekende van 50 jaar kolonisatie.

    'Dien Bien Phu
    Na de slaapbus zijn we met een minibus (overvol) richting grens van Laos gereden. Zes uur met 1 uur voor paspoort procedures. Een busje voor 25 personen volgepakt met 38 mensen. Ook weer vier smalle stoeltjes aan beide zijden maar nu lag het gangpad ook vol bagage waar weer mensen op zaten dus kon je ook niet van je te smalle stoeltje het gangpad invallen. Bij Wim lag 'de gangpad zitter' met zijn hoofd op zijn stoelleuning en schouder omdat die er in het midden natuurlijk niet is. Zij kunnen alleen tegen elkaar aanzitten.

    De grensprocedure nam langer in beslag dan normaal nog vanwege de resterende Tet drukte. Na het uitboeken bij de grenspost van Vietnam op naar het inboeken in Laos. Vier loketten waar je langs moet. Formulier halen (USD 2,-), formulier inleveren, stempel halen (USD 35,-), doktersloket (USD 1,-). Bij dit laatste loket wordt je hoofdtemperatuur gemeten door een thermometer tegen je slaap te houden. Serieus.......... geen grapje! Gelukkig konden wij zo door want de dokter was met lunchpauze.
    Hier ontmoetten we ook een gezelschap van Djoser die bijna in dezelfde tijd door Laos en Cambodja reisden. Op verschillende plekken kwamen we ze weer tegen alhoewel er wel een vliegreis naar Siem Reap in hun pakket zat. Een halve liter water kost nu 2.000,- LAK, een colaatje 5.000,- LAK en een 655ml Laos biertje 10.000,- LAK.
    Foto reeks
    Riviercruise over de Am Ou
    Volgens de planning zouden we naar de grens van Thailand en Laos reizen om daar de Mekong op te gaan. Maar vanwege tijdgebrek en een mooier alternatief zijn we vanuit 'Muang Khua' met de slowboat de 'Nam Ou' afgezakt richting 'Luang Prabang'. Een mooi en bruisend plekje gelegen aan de 'Mekong' rivier van waaruit je weer alle kanten uit kan. Het tijdgebrek komt met name door de slechte wegen. Al met al kun je rekenen met zo'n 30km/uur gemiddeld. De slowboot vaart ca. 20km/uur maar is meestal rechtstreeks zonder bochten dus gaat veelal nog sneller. Zelfs een motorbike (100cc) gaat sneller.

    Muang Khua
    Muang Khua was onze eerste overnachtingsplaats aan de Nam Ou. Nog steeds in de bergen op ca. 400m hoogte. Een heel relaxed plekje waar we een goedkope 'Homestay' aan de rivier hadden gevonden. 's Avonds lekker op het terras in een zwoel windje genietend van de ondergaande zon met een door de eigenaar en zijn vrouw bereidde lokale avondmaaltjd. Dus vol pension voor USD 7,50 pp. en ook nog eens lekkere bedden.

    's Morgens vroeg werden we om 5:00 al gewekt door de luidsprekers (een soort van communistisch ritueel) in het dorpje die dan al een ochtendboodschap aan de mensen meegegeven. Alhoewel de hanen om 4:00 al wakker waren. Wij dus ook vroeg wakker. We zijn dan ook maar direct naar de opstapplaats voor de boot gelopen voor een lekker ontbijt in één van de gezellige eettentjes aan het water.
    Om 9:30 konden we op de boot voor een tocht van vier uur naar het volgende dorpje Muang Gnoi en vandaar weer een uur door naar Muang Khiaw. In Muang Gnoi zijn er ook overnachtingsmogelijkheden maar dit is vooral een plek waarde 'jonge backpackers' hangen en waar wij geen zin in hadden. Vang Vieng ten Noorden van Vietiane is ook zo'n plek waar wij dus voorbij zijn gereden. De ervaring van Karstbergen hadden we al eens in China opgedaan en voor deze reis gepland in Tam Coc. Vaak zitten er toch wel wat dubbele ervaringen in zo'n reis.
    De bootjes die er varen zijn niet luxe. Of je zit zijdelings met je rug tegenaan de zijkant op houten planken of de luxere grotere prive boten (voor bv Djoser) hebben autostoelen ingebouwd in de lengte richting van de boot. Wij zijn met de publieke boten tussen de lokale bevolking gegaan. Dus pijn aan je billen.

    Muang Gnoi
    Bij Muang Gnoi gingen veel jongere backpackers uit de boot. Wij hebben even rondgekeken en zijn weer verder gegaan. De boot bleef hier maar ca. 10 minuten liggen. Vanaf Muang Gnoi verandert ook het landschap rond de rivier. Van glooiende heuvels naar karstbergen. Een stuk spectaculairder hoewel de gehele boottocht een prachtige ervaring is.

    Muang Khiaw
    Onze tweede overnachtingsplaats aan de Nam Ou. Het plekje is door een brug opgesplitst over de twee oevers van de Nam Ou. Aan de ene zijde zitten de toeristen en de andere zijde van brug de lokale bevolking. We zijn hier maar één nacht gebleven en de volgende dag met een openbare minibus naar Luang Prabang gereden. Wederom, flink volgepakt met mensen en bagage, drie uur hobbelen.
    De rivier kan verderop richting Luang Prabang niet bevaren worden vanwege een recent gebouwde stuwdam. Achter de dam bij Pak Ou komt de Nam Ou weer uit op de Mekong. Daar kan weer normaal gevaren worden richting Luang Prabang. Ook vlak na Muang Gnoi zijn er voorbereidingen voor een 2e stuwdam. Dit heeft natuurlijk grote gevolgen voor de dorpjes aan de oever van de Nam Ou, de mensen die er leven en het toerisme op dit stuk van de rivier zal wellicht verdwijnen. De boten kunnen dan niet meer doorvaren maar alleen heen en weer wat een stuk minder aantrekkelijk is. Gelukkig hebben wij er nog van kunnen genieten. Een prachtig stukje natuur!!!
    Luang Prabang
    Luang Prabang is een prachtig plekje met een centrum gelegen op een schiereiland, ingesloten tussen de 'Nam Khan' en de 'Mekong'. Er hangt een heel fijne sfeer, hetgeen naturlijk ook ontdekt is door andere toeristen. Zeker omdat er een klein vliegveld is zie je er alle nationaliteiten lopen van jong tot oud. Hier komen ook de 'slowboats' aan vanuit Thailand.
    Wat ons ook opvalt is dat je in Laos naast de jonge generatie backpackers ook midden- en een oude generatie (pensionada's) ziet die weer met hun rugzakken rondzeulen. Vooral veel Fransen en Duitsers. En dan wel meer dan 20 jaar jonger en 10 jaar ouder dan wij. Van onze leeftijd zie je niet veel mensen. Kennelijk nog volop betrokken in het arbeidsproces.

    Een voorzichtige schatting geeft aan dat er toch wel zeker honderd Boeddhistische tempels zijn waardoor je overal monniken ziet lopen. De oudste tempel staat boven op de heuvel (Phu Si) waar het dorpje omheen is gebouwd. 's Morgens om zes uur gaan de monniken, na het slaan van de gong, de straat op om traditioneel hun voedsel voor de dag op te halen. De lokale bevolking zit dan op straat met eten en geschenken voor de monniken. Dit weerhoudt echter de, vooral jonge monniken, niet om 's avonds een energiedrankje in één van de vele minimarkets te kopen.

    Tat Kuang Si Falls,
    Vanuit Luang Prabang zijn we op een gehuurde Honda Wave naar de watervallen 'Tat Kuang Si' gereden. Ca. 30km ten Zuiden van Luang Prabang. Het zijn geen hoge watervallen maar van een hoog sereen gehalte met azuur blauw water. Tat Kuang Si staat voor respectievelijk Waterval, Hert en Graven. Een helige man was lang geleden hier aan het graven toen de waterval ontstond. Achter één van de stroompjes kwam een gouden hert tevoorschijn dat nu nog steeds mensen trekt. Met name Chinezen komen naar deze heilige plek. Dit is zo maar één van de verhalen uit het Boeddhisme.

    's Avonds is het ook lekker vertoeven in één van de cafeetjes of restaurantjes. De hele hoofdstraat wordt elke avond afgesloten voor een grote nachtmarkt. Hier flaneren dan alle tooeristen op zoek naar een tas, sjaal of ander souvenier. Kortom een plekje om even uit te rusten achter een pizza en een Laos bier. Overigens eten wij zo veel als mogelijk vegetarisch. Noodle-soep en gebakken rijst of -noodles zijn onze favorieten.

    Pak Ou Caves,
    De tweede dag zijn we met een 'slowboat' naar de heilige grotten van 'Pak Ou' gevaren. Ca. vier uur heen en terug maar nu stroomopwaarts richting het Noorden. Voor 'niet kenners' is het bezoek aan de grotten niet zo bijzonder. Ook weer een Boeddhistisch heiligdom met een verhaal. De bootreis heen en weer op de Mekong is des te meer een mooie ervaring. Wat is dit een indrukwekkende rivier. Op sommige plekken wel 1 km breed. Al het leven in deze regio speelt rondom deze levensader. Sommige dorpjes hebben ook geen andere toegangsweg dan via het water. De Mekong ontspringt in Tibet en is daarmee één van de langste rivieren (4.800km) in Azie en twaalfde op de wereld-ranglijst. Maar ook nagenoeg één van de vervuilste van de hele wereld. Met name door de pesticide die overal vanaf de rijstvelden in de rivier terecht komen. Niet zo slim om er in te vissen of uit te eten wat velen toch doen.
    Vientiane
    Vietiane is de hoofdstad van Laos. De stad heeft weinig hoogbouw en is daardoor dus heel uitgestrekt. Geen toerisme op en aan de Mekong maar met een oud centrum vol met winkeltjes en restaurantjes. Wij zijn weer met een nachtbus aangekomen (10 uur proberen te slapen) vanuit Luang Brabang dus staan al om 5:30, net bij het ontwaken van de stad, al in het centrum. Om zes uur worden de mensen achter de straatkraampjes wakker en steken ze de kookpotten aan. Veel mensen van de lokale bevolking leven en slapen -zeg maar- op het werk op een matrasje onder een deken in de winkel of lobby van een hotel. Zij hebben werktijden van 24/7 hoewel niet zo intensief als in Europeese winkels die veel commercieler zijn ingesteld. Hier gaat 'welzijn' voor 'welvaart' zoals wij inschatten.

    Vientiane is een drukke stad vol van geuren en lawaai. Vooral in de avond hangt de stad onder een dikke walm rook en scherpe lucht van houtskool, gebraden vlees, mest en allerlei kruiden.

    Om 19:00 gaan we al weer door naar onze volgende nachtbus zonder een overnachting. Er moesten kilometers gemaakt worden om onze weekplanning te halen en op tijd in HCMC te zijn. Ondanks dit hebben we toch nog voldoende tijd gehad om de highlights van de stad te bekijken. Deels lopend en deels met de vetrouwde Tuk-Tuk. We hadden geen kaart van Vientiane maar de Garmin Montana voldeed prima. Zo zijn we nog op ons gemak naar de 'Wat Si Saket' (tempel uit 1824), de 'Wat Si Muang' (vrouwentempel) en de 'Pha That Luang' (grote 'gouden' pagode en eveneens liggende Boeddha) gaan kijken. In 'Wat Si Muang' komen veel jonge stelletjes en vrouwen bidden voor een toekomst met mooie en gezonde kinderen. Er worden veel en grote geschenken achtergelaten voor deze wens. Daarna hebben we nog wat door het oude centrum geslenterd.
    De Mekong ligt zonder schaduwplekjes op enige afstand van de boulevard. Met 40gr. C. zijn we daar maar weggebleven. Verder wordt om 16:00 al gestart met het opbouwen van de nachtmarkt. Ongelofelijk, groter dan in Luang Prabang, met wel een kilometer aan kraampjes met souverniers, tassen, sjalen, kleding etc..... Een droom van vele vrouwen.

    In de middag speelde echter de maag van Anke op. Kennelijk iets verkeerd gegeten in Luang Prabang of deels ook een 'Heatstroke'. Het is inmiddels 40gr. C. in de zon en 30gr. C. in de schaduw. De overgang is dan wel erg groot in twee dagen tov het bergklimaat. Op naar de apotheek voor wat anti-misselijkheid pillen en Norflox. Een antibiotica tegen bacteriele darminfecties die ook in India goed hielpen. Voor 13.000 LAK, nog geen USD 2,- waren we klaar. Wat zou dat niet in Nederland voor moeite en geld hebben gekost. Samen met wat koeling in de nek (aangebracht door de vriendelijke ober) en van voeten (natgespoten door de vriendelijke tuinman) knapte ze snel weer op.
    's Avonds weer in de Tuk-Tuk naar het volgende busstation. Hier troffen we een bus met slaapbedden aan. Dit deed ons goed want Anke was nog niet ok. Gelukkig ging het verder steeds beter.
    Foto reeks
    Don Khon en Don Det
    Don Khon en Don Det zijn twee eilanden in het 'Si Phan Don' gebied, letterlijk vertaald in 'Vierduizend eilanden', die op de grens van Laos en Cambodja in de Mekong rivier liggen. Hier zit ook weer een (koloniaal) verhaal aan vast. De Fransen wilden in de 19e eeuw de Mekong rivier vanuit Saigon (Ho Chi Minh City) stroomopwaarts verkennen en in kaart brengen. Net als de Engelsen de Nijl en Nederlanders de Hudson. Maar omdat de eilanden de weg blokeerden voor de stoomschepen is er een spoorweg aangelegd over de eilanden om de schepen er overheen te transporteren. Wat de Europeanen in die tijd allemaal uitspookten om (met het oog op 'verborgen' schatten) de wereld in kaart te brengen.

    Oorspronkelijk waren het de vissers die de eilanden bewoonden. Je ziet ze nu nog wel maar met name zie je tegenwoordig veel backpackers. Vooral op Don Det. Nagenoeg de gehele kustlijn is bebouwd met terrassen en houten hutjes op palen. De terrassen hebben speciale rustplekken met hangmatten en matrassen op de grond waar je (met Wifi) het thuisfront kunt inlichten hoe relaxed het daar is. Meer in het binnenland wonen (in golfplaten woningen op palen) nog de oorspronkelijke vissers die -ipv achter de smartphone en een Laos bier- hun netten zitten te knopen en moeten rondkomen van de dagvangst.

    Tweedeling, Het verschil tussen rijk en arm is (in heel Indochina) goed zichtbaar. Overal zie je die tweedeling. Enkele rijken die van het toerisme leven, en dit ook weer stimuleren, om nog meer inkomsten te verkrijgen en de armere vissers/verkopers die dit (Westerse) vertier allemaal met lede ogen aan moeten zien. En........ de jonge generatie backpackers -die het eiland overnemen met hun Westerse cultuur en rijkdom- hebben hier kennelijk geen probleem mee. Een kleinschalig voorbeeld van toekomstige proletarisering. Hoe lang deze omslag echter gaat duren valt te bezien. In de steden zie je prachtige hotels en supermarkten met daarnaast toch weer de kleine eet- en verkooptentjes. Ook op een terras van een luxe restaurant zie je toch weer de straatverkopers zaken doen. Ze worden ook niet weggestuurd en veel bewoners maken hier ook gebruik van. Ze ontbijten en lunchen op straat dus mag het ook niet te veel kosten. Zolang de lonen van de arbeider niet stijgen blijft de kleine zelfstandige vermoedelijk wel onderdeel van het straatbeeld.

    Don Khon is meer geschikt voor de oude generatie backpackers. Hier zie je maar enkele duurdere en grootschalige accomodaties. De twee eilanden zijn met de oude spoorbrug, nu in gebruik als fietspad, verbonden. Wij zaten drie nachten op Don Khon en hebben lekker uitgerust en wat over de twee eilanden gefietst. Beide eilanden zijn alleen te bereiken per boot(je). Dus geen auto's maar alleen fietsen, scooters en bromfiets-riksja's.
    Siem Reap en Angkor Wat
    De 23e februari kwamen we na in diverse (mini)bussen te hebben gezeten -vanuit Nakasang de 'maingate' voor 'Si Phan Don'- aan in Siem Reap. Er bestaat veel verwarring over het afleggen van dit stuk van ca. 300 km. Voorzover wij hebben meegekregen kun je elke dag dit traject boeken. Je gaat eerst met een minibus naar de grens. Daar ga je door de douanes (tevens tussen de grenzen in ca. 200 m lopen) en in Cambodja stap je in een andere minibus naar Stung Treng. Dit is de 'hub' voor diverse richtingen. Wij zijn vandaaruit op een grotere bus gestapt richtig Siem Reap. De totale reis duurde (incl. douane formaliteiten van 1 uur) tien uur. De kosten bedroegen voor de grens 20.000,- LAK en na de grens 200.000,- LAK p.p. Het visun naar Cambodja koste USD 35,- plus USD 3,- aan administratiekosten.

    In Siem Reap hadden we drie overnachtingen geboekt. Genoeg om de eerste dag Siem Reap te verkennen en onze boottrip naar Phnom Phen te boeken en de tweede dag geheel te besteden voor Angkor. Misschien wel te kort voor zo'n groot complex maar het geheel goed doorgronden lukt niet eens in een week. Het is net voldoende om een indruk te krijgen. En we gingen wel van 5:00 tot 17:00, incl. ontbijt bij 'Banteay Kdei' met de opkomende zon op Anchor Wat. Zo konden we ook rond het middaguur wat uitrusten in de schaduw. De entree voor één dag kost USD 37,- drie dagen kosten USD 62,- en een weekticket USD 72,- p.p. De ticketprijzen waren recent vanaf 1 februari 2017 met bijna 100% verhoogd. Wij net vette pech. En .... het geld gaat niet eens naar Cambodja. Ze zeggen dat (maar) USD 2,- van de verhoging van elke verkochte ticket naar een goed doel gaat. Bij het verdringen van de 'Rode Khmer' met hulp van Vietnam heeft dit land als gunst afgedwongen dat het entree geld voor het tempelcomplex naar Vietnam gaat. Dus wellicht goede doelen in Vietnam??? Hoe raar kan het dus gaan.

    Ons hostel 'I Lodge' ligt midden in het centrum op maar acht km afstand van het mooiste historische tempelcomplex op de wereld. Ook in het centrum kun je een aantal tempels bezoeken op loopafstand van het hostel. Het oude centrum (French Quarter) is niet groot en geheel gericht op de Westerse toerist. Zeg maar een soort 'Patel' in Kathmandu. De toerist en de lokale bevolking zie je niet vaak in hetzelfde restaurant op een handjevol toeristen na die als uitdaging ook de Cambodjaanse eettentjes verkiezen. Trouwens heel goed te doen en goedkoop. Let wel op dat je maaltijd ter plekke na je bestelling vers wordt bereid. Wat er al ligt niet eten! Daarom is 'streetfood' eten soms beter dan in een restaurant omdat je hier dan zicht op hebt.

    In het oude centrum lopen veel bedelaars met oorlogsverwondingen. Vaak zonder -delen van- ledematen, verloren door ontplofte landmijnen. Deze mijnen zijn nog steeds niet allemaal opgeruimd. In het oosten van Cambodja vallen nog dagelijks slachtoffers. Wij gaven gewoon USD 1,- per keer. De slachtoffers waren wellicht eens elkaars tegenstander maar dat vermindert het leed niet. Vooral in armere landen. Je kunt goed zien dat Cambodja een stuk armer is dan haar buurlanden.
    pic reeks
    Het bezoek aan 'Angkor Wat', 'Angkor Thom' en 'Ta Phrom' was onvergetelijk. 4:30 weg vanuit het hotel en 18:00 weer terug. Genoeg om de 'Sunrise'en 'Sunset' te zien. Om 5:00 gaat het ticket-office al open. Drie tempelcomplexen is genoeg voor één dag. Het gehele complex is nl. ca. 10 bij 30 km.

    Wij hebben ons laten rijden door een prive Tuk-Tuk chauffeur Sekunde. Voor USD 20,- heeft hij ons bij het hostel opgepikt, van tempel naar tempel gereden -en wij er aan de ene kant in en andere kant weer uit- en weer naar het hostel teruggebracht. En we waren niet alleen met name grote groepen Chinezen. Niet te tellen maar overal aanwezig. Ook kun je aardig wat klimmen op zo'n dag. Tempels met stijle trappen met hoge en korte treden tot wel 50 m hoog. Het was een hete dag dus enorm zweten en drinken en zoveel als mogelijk uit de zon. Maar als je er bent klim je toch die trappen in de gloeiende zon.

    Vanuit Siem Reap zijn we de volgende dag per boot naar Phnom Penh gevaren. Om 6:30 werden we opgepikt bij ons hostel. Ca. ruim zeven uur varen met de reguliere veerdienst over het Tonlé Sap Lake en -rivier tot in Phnom Penh. Het Tonlé Sap Lake heeft een enorme varieteit aan vogels. Met de boottrip kom je ook langs het floating village 'Chong Kneas'. Kost overigens wel weer USD 35,- p.p. Een tientje per persoon duurder dan met de bus. Maar wel veel mooier. Het is een reguliere veerdienst die met ca 35km/h over het water racet. Feitelijk vaar je de helft van de tijd over het meer en de andere helft over de gelijknamige rivier. Het is een lange zit ook al was er nog voldoende ruimte aan boord. Met name het stuk over de rivier is het mooiste. Je ziet veel vissers en -dorpjes onderweg. Ook op sommige plekken veel vogels maar soms ook niets. We hebben wel de ijsvogel gezien. Na ruim zeven uur varen zagen we bij aankomst in Phnom Penh voor het eerst sinds drie weken weer hoogbouw. Wel vreemd. Net of we een stukje reis afsloten. Terug in de moderne wereld. We hadden een hotel geboekt in het havengebied van Phnom Penh dus konden we direct van de boot naar ons hotel. Ook de bootcruise naar HCMC vertrok van die pier.
    Phnom Penh
    Phnom Penh is een groeiende stad. We hebben wel 30 bouwkranen geteld. We zijn niet zo dol op dit soort grote drukke steden en al het lawaai. Dus hadden we ook maar twee nachten geboekt. Ons hotel "Le Grand Mekong" direct aan het waterfront zag er prima uit. Een luxe kamer en een dakterras op de 8e verdieping dat de hele stad overzag. Een mooie plek voor ontbijt en een punch voor het slapen gaan. Phnom Penh heeft een Zuidelijk en Noordelijk centrum. Wij zaten in het Noordelijk deel vlakbij '136 street'. Nieuw voor ons maar een centrale plek voor de sexindustrie. We hebben even zitten kijken en zagen heel veel alleenstaande Westerse mannen op zoek naar gezelschap. Je zag er prostitutie maar volgens ons ook stelletjes in een relatieplanning voor een meer vastere relatie (met eventueel kinderen erbij) en mannen met een vakantiescharrel. Een complexe culturele business. Je krijgt een schaamtegevoel als je daar als Westerse man rondloopt. Ook 's nachts hoorde je steeds Mr.... Mr.... Mr.....; Dan weer bij een restaurant of eetkar, dan weer voor een Tuk-Tuk, dan weer voor geld, dan weer Marihuna of een meisje.

    Op onze enige volle dag in Phnom Penh zijn we naar het 'Koninklijke paleis' met de 'Zilveren pagode' en het 'Tuol Sleng' museum gegaan. Het paleis is nog niet oud en ziet er prachtig uit. Met de typisch Cambodjaanse tempeldaken die uitlopen op 'Nagas' (Mythologische slangen). De 'Zilveren pagode' is niet echt van zilver. Maar alles wat in de tempel staat is van goud of zilver. Zelfs de vloertegels. De Boedha is van smaragd en wel ca 70cm hoog. Het gehele complex staat vol met (kunst)schatten.
    Het 'Tuol Sleng' museum is te vinden op de plek van de oude S21 gevangenis van de Rode Khmer. Wat een geschiedenis en dat terwijl toen wij 16 waren en er bijna niets van hebben meegekregen. Ook weer complex en deels door inmenging van Amerika (bombardementen in Cambodja) ontstaan. Pol Pot (Politiek Potentieel) is tot zijn laatste adem door Thailand en de VN ondersteund. Hij was geinspireerd door Mao die hetzelfde in China heeft gedaan. Intellectuelen werden gemarteld en uitgeroeid en de rest van de bevolking uit de grote steden werd naar het plateland verbannen om daar te werken. Zelfs enkele toeristen die in Thailand op vakantie waren -en per ongelijk de grens over gingen- zijn gemarteld en vermoord. In drie jaar zijn er twee miljoen (een vierde van de bevolking) Cambodjanen omgekomen door martelingen en/of hongersdood. In S21 zijn 20.000 mensen vermoord. Vietnam heeft Pol Pot verjaagd maar ook niet voor niets. Ze wilden wel weer graag wat zeggenschap terug in Cambodja die de Fransen hun in het verleden hadden afgenomen. Zie het stukje tekst bij het entree geld voor Angkor Wat. Sinds 1980 probeert Cambodja er weer langzaam bovenop te komen.

    We zijn nu op de helft van onze reis dus besluiten eens luxe te gaan eten op de nachtmarkt. Een plein vol met rieten matten in het midden op straat gelegd omringd door allemaal eetkarren. Voor USD 1,5 kun je een maaltijd bestellen. Een kop noodle soep, een bord gebakken rijst of gebakken noodles en allerlei andere gerechten die wij maar niet geproefd hebben. Dus in een goedkoop hostel kun je incl. maaltijden wel van USD 10,- /dag rondkomen. Dus zeg maar USD 4.000,-/jr.
    Mekong Delta
    Vanuit Phnom Penh tot HCMC hadden we een vol pension cruise-reis geboekt bij 'Mekong Eyes'. Een reisbureau gevonden via internet. Even een stukje luxe voor de komende drie dagen. De 28e hadden we om 11:00 een hotel pick-up en vanaf daar niets meer te regelen tot in HCMC. Niet het goedkoopste deel van de reis voor USD 440,- p.p. maar wel met een leuk programma. Onder andere een bezoek aan de 'floating villages', 'minority villages' en 'rice paddies'. Onze eerste hotelovernachting was in het vier sterren koloniale Vitoria Hotel in 'Chau Doc' en de tweede aan boord van het houten cruise-schip 'Mekong Eyes' voorafgegaan door een mooie sunset in de Mekong Delta. Wel even een verschil met de Homestays in het Noorden van Laos.

    De mensen zijn overigens gedurende onze reis heel vriendelijk. Op de boot naar 'Chau Doc' werden we beiden zomaar (for free) gemasseerd door de reisleidster. Toen Wim een bakje koffie wilde inschenken in een kartonnen bekertje in het kleine keukentje naast de bestuurder van de boot liet hij het stuur los om mij de lepeltjes en suiker aan te reiken en in de verste hoek een beschermhoesje voor het bekertje te pakken zodat ik mijn handen niet zou verbranden. Wat een service!
    Een ander voorbeeld was het bord nasi op de nachtmarkt. Het bord moest incl. vlees USD 1,50 kosten. Wij namen vegetarisch en na en halfuurtje wilden we de menuprijs betalen maar dit mocht niet omdat we geen vlees hadden gehad. Er moest vijftig cent per persoon af!!

    Nadat we hadden ingeboekt in ons stulpje zijn we nog naar het oude centrum van Chau Doc gelopen. Nergens hebben we de contrasten tussen rijk en arm groter gezien dan in Chau Doc. Het oude centrum aan het water is één grote vieze markt en hoe meer richting ons hotel je liep hoe luxer het werd. Denk aan mahonie-houten meubelen versus plastic stoeltjes, airco kamers versus golfplaten huisjes, zachte bedden versus bamboe matten, etc........ En toch leek het alsof de jeugd voldoende geld bezat voor mooie nieuwe scooters en long drinks op de luxere terrassen buiten het oude centrum. Voor ons moeilijk te doorgronden. Ook zagen we hier niet veel toeristen. De kinderen waren nog opgewonden om van die grote Westerlingen te zien. Op andere wat rustigere plekken overkwam ons dat ook en zijn we regelmatig (met name vanwege onze lengte) samen op de foto gezet.

    Elkaar even helpen, Wat ons opviel tijdens onze boottrip was dat de reisleidster steeds hielp bij zaken die feitelijk niet tot haar taken behoorde. Heel hulpvaardig (en leergierig?) naar anderen. We kwamen aan bij de douane naar Vietnam en zij ging zo achter de computer van de douane ambtenaar zitten om onze paspoorten in te voeren. Kennelijk heel normaal en leuk om elkaar te helpen. Nadat we weer op de boot stapten ging ze achter het stuur zitten en nam ze de taak van de stuurman over. Samen hadden ze veel lol. We zien het wel meer dat iedereen elkaar helpt. Ook in de winkel. Dan kopen wij iets en een andere klant helpt de winkelbediende onze spulletjes inpakken. Allemaal heel vriendelijk. Net zoals de gratis massage en de hulp bij het koffiebekertje.
    De dag na aankomst zijn we vanuit Chau Doc met de minibus naar Can Tho gereden. Dit keer niet overvol en met voldoende beenruimte. Vanuit Can Tho zijn we met het houten cruiseschip (oud rijstschip) "Mekong Eyes" richting Cai Be gevaren. Eerst over de Mekong en later door de kanalen richtng Cai Be. De boot gleed over het water zonder het lawaai van de speedboot. Heel sereen en relaxed. De kajuit was ook luxe ingericht maar met helaas een lawaaig ventilatiesysteem wat niet uit kon. 's avonds dus met oordoppen naar bed terwijl je liever het kabbelen van het water hoort.

    De schepen op de Mekong en haar kanalen in de Delta worden steeds groter naarmate we naar het Zuiden varen. Ook zie je steeds meer water-hyacinten op de rivier drijven. Wanneer ze in bloei staan hangt er een zoete geur over het water. Met name in de wat nauwere kanalen ruik je het duidelijk. We zijn nu op het Zuidelijkste puntje van onze reis met ca. 37 gr.C. Van nu af aan reizen we weer naar het Noorden met koudere temperaturen.

    Maar eerst nog met de Sampan door de watertjes tussen de kanalen. Eén groot labyrint van watertjes. Een soort Giethoorn tussen Bamboe. Daarna met een grotere boot naar de 'Drijvende markt' van Cai Be. Niet meer zo spectaculair als vroeger omdat met de verbetering van de wegen meer markten zich naar het vaste land verplaatsen. Alleen de groothandel vindt nog op het water plaats. Om ca. elf uur de laatste dag zijn we naar HCMC gereden in wederom een luxe minibus met lunch onderweg. Daarna waren we weer op ons zelf aangewezen.
    Ho Chi Minh City (HCMC)
    Op 2 maart kwamen we aan in HCMC. Hier werden we ontvangen door een oude studiegenote die hier woont. Ook hier hadden we maar twee nachten geboekt om voldoende tijd over te houden voor de geplande motorbike trip terug naar Hanoi. Dus één volle dag om deze stad te bekijken.

    's Avonds zijn we al met Kate en haar man Tony wezen dineren in het centrum van HCMC. Een modern deel waar 's avonds de mensen op en top gekleed uitgaan. Met name op de Nguyen Hue boulevard is atijd wat te doen. HCMC heeft twee gezichten. Het luxe utltra moderne centrum en de ring er omheen met wederom de armoede en het Vietnam dat je vooramelijk ziet. Ook de nieuwe buitenwijken zijn modern en luxe. Kate en Tony wonen in het "Estella Residence" in het district 2. Superdeluxe met bewaking en gezamenlijke faciliteiten waaronder een restaurant en een prachtig zwembad.

    De tweede dag zijn we onze motorbike "Honda Winner" 150cc wezen oppikken bij Tigit motorbikes. We kopen hem voor USD 2.700,- in HCMC en verkopen hem terug in Hanoi voor USD 2.400,-. Het risico is voor ons maar verder zijn we maar USD 300,- kwijt voor 16 dagen. Tigit heeft ook één rugzak van ons vooruit gestuurd naar hun vestiging in Hanoi. Het is wel even wennen op de motorbike in HCMC maar na twee dagen lukt het aardig. Gewoon meebewegen en niet plotseling uitwijken. Dat is het belangrijkste.
    In de middag en de avond hebben we wandelend het centrum verkend. We zijn langs alle highlights gelopen en hebben wederom gedineerd op de Nguyen Hue. Hier waren twee voorstellingen georganiseerd. Beiden met flink wat lawaai maar dat vinden de Vietnamezen niet erg. De hoofdstraten in het centrum zijn 's avonds verlicht met mooie over de straat gespannen bloemenpatronen. Je ziet er alle luxe kleding- en sierradenwikels zoals in elke metropool. De overgang van luxe/rijk naar sober/arm is klein. Er zit soms geen straat tussen.
    De Vietnamezen staan altijd vroeg op. Rond 5:00 uur op het platte land en rond 6:00 in de stad. Lekker koel. 's Middags rusten ze uit met soms een middagdutje. 's Avonds als het wat koeler wordt gaan ze ook weer op stap. Lekker ontspannen zoals cruisen op de motorbike met het gehele gezin. Soms met vijf personen op de scooter en vaak ook nog met een peuter voorop de buddyseat. Of flanneren en hangen op de boulevard of op een 'Caffee terras'. En daarbij is luide muziek vanzelfsprekend. Door elkaar en luid met zo mogelijk Karaoke is altijd goed. Het Karaoke-set met microfoon wordt ook meegenomen op de picknick.
    De derde dag zijn we 's ochtens vroeg met de motorbike naar de Cu Chi tunnels gereden in Ben Duoc. Er zijn twee plekken waar de tunnels zijn te bekijken. In Ben Dinh, het dichtste bij HCMC en het drukste, en Ben Duoc waar voornamelijk schoolkinderen naar toe gaan maar net zo interessant. Wij werden rondgeleid door een gratis lokale gids die alles goed wist uit te leggen. 55 km vanaf ons hotel "Big Boss". Heen en terug vijf uur rijden met alle drukte. Slechts de laatste 25 km buiten HCMC werd het wat rustiger op de weg.

    In de middag op de terugweg zijn we langs het 'Remnants museum' gereden. Hier hebben we tot sluitingstijd onze tijd doorgebracht. Wat een verwarrende maar ook indrukwekkende beelden en verhalen. Meerdere verhalen om niet te vergeten en van te leren. Wat niet duidelijk naar voren kwam is waarom de Vietnam oorlog nu door de USA is ingezet. Wat wel bleek is dat ze vanwege hun trots niet meer weg konden. In elk geval is er veel leed veroorzaakt en met een kanon op een mug geschoten waar de wapenfabrikanten flink aan hebben verdiend.

    's Avonds zijn we nog bij Kate thuis wezen dineren met Kate, Tony en Quy (haar vader). Het zijn aardige mensen. Quy heeft ons de mooie plekjes van Vietnam getoond en ons tips meegegeven hoe te rijden. Al met al twee drukke dagen maar goed besteed. De volgende morgen om zes uur op om voor de ergste drukte de stad uit te zijn.
    Op de Honda Winner terug naar Hanoi
    We hadden nog 17 dagen voor de boeg om vanuit HCMC weer in Hanoi te komen. Vertrek op 5 maart en aankomst op de 21e om de motorbike weer in te leveren en nog een dag in Hanoi te slenteren voordat we de 23e op het vliegtuig naar Nederland te stappen. De afgelegde afstand was ca. 2.700km. Er zijn natuurlijk verschillende wegen te kiezen. Dit bepaalde ook grotendeels onze route. Nu valt 2.700km op goede wegen wel mee maar bij een gemiddelde snelheid van 25km/h is dit toch ca. 100 uur op de motor. Is gemiddeld ruim 5,5 uur per dag. Nu hoefden we niet meer naar het Noorden van Vietnam maar dan nog is het een flink stuk. De motorbikes hebben ook geen comfortabele buddyseat. De 'bikes' met schuin aflopende buddyseats zijn gemaakt voor de kleinere Aziatische mensen zodat de voorzijde van de buddyseat voor een groter persoon te laag is en je er vanaf glijdt. In het bijzonder bergafwaarts. Dan glij je met je knieen tegen de stuurkolom.

    Het bepakken van de motorbike duurde ook even. Gelukig zat er een stevig rack op en twee zijkoffers. Er was echter maar plaats voor één rugzak dus hebben we een deel van onze bagage met de trein vooruit gestuurd naar Hanoi. Tigit Motorbikes regelt dit voor je als je wilt. Ook hebben we nog een telefoontje gekocht met een Vietnamese SIM. Voor eventuele noodgevallen en motorpech.
    Hoe gaat het dan gedurende 16 dagen op de motorbike, Gelukkig waren de hoofdwegen niet slecht en kun je op stukken eenvoudig 70 km/h rijden. Dan begint de wind wat op te spelen in je T-shirt en korte broek en onze goedkope helmen. Maar 60 km/h ging goed. Met name moet je rekening houden met het verkeer en onverwachte gaten in het wegdek. Vrachtwagens en bussen passeren elkaar zonder rekening te houden met de motorbikes en scooters. Normaal rij je met de motorbike op de vluchtstrook. Dit is heel normaal maar dan komen er soms ook nog tegenliggers tegemoet. Dus soms met vier of vijf voertuigen naast elkaar. Het lijkt ook wel of vrachtwagens en bussen alleen vol gas kunnen rijden of stilstaan. Het belangrijkste is dat je niet twijfelt en een rechte koers houdt. Iedereen heeft zijn eigen lijn. Bij plotseling uitwijken kan de persoon achter je niet anticiperen. Diegene die achter je rijdt kijkt voor jou en denkt met je mee! Het verschil met Nederland is dat je elkaar de ruimte en voorrang gunt. "Recht" op voorrang is geen vanzelfsprekendheid en wordt niet genomen maar gegund. Ook wordt er niet getwijfeld maar kordaat gereageerd zodat je voorspelbaar bent voor het andere verkeer. De acceptabele ruimte tussen twee voertuigen is 10cm zonder morren. In Nederland zie je al vingers omhoog als je een meter afstand houdt.

    De hoofdwegen lopen vaak dwars door een stad of dorpje heen. Dan heb je ook nog voetgangers, fietsers, honden, kippen, varkens en koeien die oversteken. Vooral voor die kleine meiden op de E-bike moet je uitkijken. Je hoort ze niet aankomen en ze manoeuvreren overal tussendoor. Verder wordt alle handel aan en op het wegennet gedreven. Vaak zie je dorpjes van wel drie kilometer lang met aan beide zijden lage lintbebouwing. Allemaal kleine winkeltjes, garage-boxen en eettentjes en achter deze bebouwing en elektriciteits draden mooie groene rijstvelden. Ook wordt dan de vluchtstrook, waar de motorbikes moeten rijden, soms gebruikt om hooi en rijst te drogen. Er rijden meer motorbikes dan personenauto's op de wegen. Wel veel taxi's, vrachtwagens en (mini)bussen. Alleen rondom de grote steden zie je personenauto's waar ze nou net niet passen. Beter zou zijn ze in de grote steden te verbieden. Alles wordt op de scooter of motorbike meegenomen. Grote pakketten met bv. dozen, plastic flessen, lange stalen buizen, brandhout, varkens, kippen, ganzen, televisie, fiets, bananen, durian's, cocosnoten etc...... Op de snelwegen met tol heb je met je scooter of motorbike weer voordeel. Voor deze categorie is een aparte poort waar niet hoeft te worden betaald. Overigens kun je 3.000km op de motorbike afleggen voor 1 miljoen VDN, is USD 120,-.
    "You love it and you hate it" De AH-1 is wel de drukste weg. Recent is de weg op sommige plekken verbreed en uitgevoerd als vierbaans met een middenbarriere. Zo snijdt hij hele dorpjes door midden. Van de één op andere dag kun je alleen oversteken op kruisingen. Je ziet dus mensen met hun spulletjes over de barriere klimmen tot en met zelfs een fiets aan toe. Dus toch ook niet ongevaarlijk. Ook zie je veel spookrijders omdat ze niet willen omrijden via een kruising naar de plek aan de andere zijde waar ze moeten zijn. Dan wordt de kortste weg gekozen. Verder worden de bermpaaltjes gebruikt om vee aan vast te zetten en vierbaans wegen als tweemaal tweebaans gebruikt. Om gek van te worden. Ook worden rotonden ook rechtsom gebruikt als dit beter uitkomt.

    Wij reden hoofdzakelijk alleen in de ochtenden. Van drie tot zes uur per dag. Als we verwachtten dat het een lastig stuk zou worden dan vertrokken we eerder. Vanuit HCMC bijv. om 6:30. 's Middags konden we dan wat rusten, het plekje verkennen en er eventueel een extra nacht bijboeken. We zijn nooit langer dan drie nachten op één plek gebleven. Gemiddeld twee nachten. Met uitzondering van de highlights van de reis. Naast de ervaringen die je op doet is er ons inziens ook geen goedkopere manier van reizen. 50.000,- VND (2,50 USD) voor een tank benzine (4 liter) waar je ca. 150 km mee vooruit kunt.

    Als je op de motorbike over de wegen suist wordt je -of je wilt of niet- in de wereld van de Vietnamezen getrokken. Je kunt je niet onttrekken aan hun gewoonten en gedrag. Dan schrik je je weer te pletter van hard claxoneren, dan wordt je weer weggeblazen in zwarte uitlaatgassen, dan wordt je verrast door de wondermooie rijstvelden, dan steekt er weer iemand of een beest over of stopt er een (mini)bus vlak voor je neus, dan weer een put in het wegdek of losse stenen, dan weer een fietsende schoolklas met kinderen op de snelweg, dan weer een auto met pech (aangekondigd met wat losse stenen op de weg), dan wordt je weer afgeleid door de diverse geuren die je ruikt. Geuren van vuurtjes die aan de kant van de weg branden, (voor veel huizen -als je dit kunt zeggen- staan potten met vuur om het huisafval te verbranden), geuren van vis, brandende banden, verbrande varkenshuid, mest en vuilnis maar ook van koriander, bloemen en bloeiende rijsvelden en parfum wanneer er een knappe dame op de scooter passeert. De dames zitten op en top gekleed op de scooter. In mantelpak of korte broek met hoge hakken en een strak getailleerde blaser. En een speciale helm met een uitsparing voor haar paarde-staart.

    Verder zie je ook veel transport van varkens in open wagens. Aan de kant van de weg heb je af en toe stopplaatsen met een watervoorziening om ze met een spuit af te koelen. Overvolle vrachtwagens waar ook wel eens een dood varken uit wordt geladen. Hiervoor zou je zeker vegetarier worden. Ook het telefoongedrag op de scooter heeft de nodige impakt. Soms zit hij tussen de helm geklemd zodat je kunt blijven praten. Maar ook wordt er meteen gestopt als hij overgaat om op te nemen. Of langzaam onoplettend gereden en getext tijdens het rijden.
    "You love it and you hate it". Het is als of je met open zenuwen rijdt. Een intense overbelasting van onze vijf zintuigen! En over de toiletstops onderweg maar te zwijgen!
    Nam Cat Tien
    Onze eerste stop en overnachting was in "The Green Hope Lodge". Een prachtige lodge gelegen aan de Dong Nai rivier. Een mooie rustige plek om een halve dag en nacht te vertoeven. Helaas, zoals te verwachten, wel wat muggen. Je kunt er ook lekker eten. Wederom 's ochtens gewekt met luide muziek uit luidsprekers. Normaal op het platte land van Vietnam. Heel voordelig USD 19,- /nacht voor 2 personen. Totaal incl. een goed diner, wat biertjes en groot ontbijt USD 30,-. De lodge ligt vlakbij het prachtige gelijknamige Nationale Park. Vooral bekend om het spotten van Gibbon's. Ook kun je er prachtige wandelingen maken of met een boottocht mee.

    Die dag hadden we 160 km in zes uur afgelegd. We zijn bij HCMC omgereden met de veerpont om snelwegen te mijden. Dit heeft toch ook wel een uurtje extra gekost. We zijn hoofdzakelijk via de QL-20 (onderdeel van de HCM-road) gereden.
    Da Lat
    Onze tweede overnachting en stop was in de Mong Hon Villa in Da Lat. Wederom voor maar één nacht en ca. 2km van het centrum. Voor ons was Da Lat niet veel bijzonders. Da Lat ligt op 1400m dus het was er aardig wat koeler dan in Nam Cat Tien. Zeg maar 10 gr. verschil. Het is er eeuwig lente geven ze wel aan. Dat is natuurlijk op zich niet zo gek. Da Lat heeft veel attracties voor ons inziens de wat oudere toerist en gezinnen. Je hebt er veel tuinen, pretpark, etc.... Wij hebben er in de middag wat rondgereden op de motorbike. Toch handig en je kunt ook een hotel kiezen wat iets verder van het centrum ligt.

    Die dag hebben we 160 km in vijf uur afgelegd. Via de QL-20, een tweebaans hoofdweg waar motorbikes over de vluchtstrook moeten rijden. De route liep door de bergen in een prachtige omgeving. Onderweg kun je overal stoppen bij een eettentje om iets te nuttigen. Meestal bij een terras onder golfplaten direct aan de weg met plastic (te kleine) rode stoeltjes en gekookte maiskolven met een kokosnoot-drink op het menu. Natuurlijk kun je er ook Vietnamees eten bestellen. Onze favoriet wat meestal 'Fried Springroles' of 'Noodlesoup'. Ook is er altijd wel Vietnamese 'drip' koffie. Heel sterk en zonder extra heet water bijna niet te drinken. Een glaasje suikerrietsap met ijsblokjes smaakt ook heel lekker. De stengels suikerriet worden ter plaatse voor je geperst.
    Nha Trang
    Hier hadden we het Little Home Hostel (USD 14,-/n 2 pers) geboekt. Een leuk hostel met een lieve eigenaresse op ca. 200m van de zee. Net ten Noorden van Nha Trang. Weg van het toerisme. In het centrum zijn de menukaarten naast Vietnamees en Engels ook vertaald in het Chinees en Rusisch. Ook zie je veel blanken in het centrum. En .... een KFC. Tot nu toe hadden we die en een Mc Donalds alleen in HCMC gezien. De eigenaresse van het hostel maakt ook een heerlijk ontbijt als je wilt.

    Die dag hebben we 130 km gereden in vijf uur. Rustig cruisen en met mooie foto-momenten. We wilden eerst tussen Da Lat en Nha Trang overnachten in het park "Du Doup - Nui Ba" (35 km van Da Lat). Maar die overnachting hebben we maar gecanceled. Het gehele complex werd gerenoveerd incl. wegen en tuin. De weg van Da Lat naar de Nha Trang is prachtig om te rijden. Door een mooi berglandschap met prachtige vergezichten. Zeker een mooi stuk voor op de motorbike. Ook weer goed uitkijken voor het verkeer, stenen op de weg en grote 'potholes' waar je voorwiel in verdwijnt.

    Win of Winner? In Nha Trang ontmoetten we ook twee andere 'motorbike riders'. Zij kwamen uit Hanoi op een oude Honda Win 100cc met twee grote rugzakken aan de zijkant vastgemaakt en een kleinere achterop. Zij zat dan nog achterop tussen de rugzakken in. Ze gingen met de bus naar Da Lat omdat het geheel naar verwachting de bergen niet overkwam. Wat een terechte veronderstelling was. Op de heenweg en richting Sapa hadden ze kettingpech en bij steile stukken hadden ze de 'bike' de heuvel op moeten duwen. Dit hadden we al meer gehoord en gezien. Ze waren het nu wel zat en gingen zonder 'bike' verder. Wij betalen USD 300,- plus USD 40,- retourkosten voor een nieuwe Honda Winner 150cc. Waarom die ellende opzoeken met een oude motorbike voor zo'n klein bedrag zou ik zeggen. Wij zoemden heuvel op en af zonder problemen. Wel met wat minder bagage maar ook 50cc meer. Vaak hebben we gehoord dat 'bikers' 40% verliezen op hun aankoop bij verkoop. Wij dus maar 10% voor een nieuwe 'bike'. Ook moet je de nodige kosten voor pech voor de Honda Win nog meetellen. Het bedrag is dan nagenoeg hetzelfde maar de ellende niet.
    Dai Lahn
    In Dal Lahn hebben we een nacht geboekt in het gelijknamige hotel aan het strand voor USD 27,-/n en 2 pers. Nagenoeg direct ingesloten tussen de AH-1 en de zee maar met alleen de zeewind als achtergrondgeluid. We waren er al om 11:00 en hebben een hele dag aan het strand gehangen. Je kunt er slapen in strandcabines direct aan het strand en kleine appartementjes 50 m teruggebouwd.

    Dit keer hebben we maar 90 km gereden in drie uurtjes. Vanaf Nha Trang via de kust via de AH-1 naar het 'Dai Lahn Beach Hotel'. Wederom incl. een aantal mooie foto-momentjes. Met name het vissersplaatsje Luong Son verraste ons. Nog geheel traditioneel met de grote drijvende manden om de vissersnetten te legen of om naar je boot te roeien. De rest van de weg hebben we zo mogelijk naast de AH-1 gereden maar dat schiet niet op vanwege de slechte kwaliteit van het wegdek. Zoals normaal in dit land. We hebben nu 650 km achter de rug en nog 1150 km te gaan tot Hanoi. Of we helemaal tot Hanoi rijden is de vraag. In Dong Hoi kunnen we ook voor het laatste stuk de nachttrein pakken. Dit stuk is nog ca. 500 km en saai om te rijden volgens bronnen op internet. Ook was het regenachtig in het Noorden en dit is ook geen fijn vooruitzicht.
    Sa Huynh
    Onze vijfde stopplaats was het luxe resort Sa Huynh ca. 150 km ten Zuiden van Hoi An. Wederom geboekt voor maar één nacht voor maar USD 30,-/n en 2 pers. Een luxe vier sterren resort aan het strand met zwembad maar met ons als enige gasten.

    We hadden die dag een lange dag gereden. 240 km in zes uur. Gemiddeld 40 km/h met topsnelheden van 75 km/h. We hadden hoofdzakelijk over de AH-1 gereden. Je leest hier veel negatieve berichten over maar ons viel het wel mee. Hij loopt soms lange stukken langs de kust met mooie uitzichten. Verder loopt hij door eindeloze rijstvelden. Ook mooi om te zien. Feitelijk is de weg niet druk. Alleen in de bergen en voor verkeerslichten stropt het vrachtverkeer. Dan moet je goed uitkijken. Bij het heuvel optrekken gaan ze soms met drie vrachtwagens naast elkaar rijden. Dan kun je er beter achterblijven ondanks de dikke zwarte vette rookpluimen die je dan voor je kiezen krijgt. Ook die dag zijn we van de weg afgedrukt door een vrachtwagen. Net als in India. Een beetje vergelijkbaar. In de vangrail maar net zonder schade. De chauffeur heeft nog wel tweemaal zijn excuses aangeboden.

    Vanwege de grote afstand die dag hadden we wel een lange lunchpauze genomen in een mooi wegrestaurant aan het strand in Song Cau. 14 km ten Noorden van de bijzondere rotsformaties Ghan Da Dia. Onderweg vlak na Quy Nhon kom je ook langs de Cap Doi Cham torens. Vanaf Sa Huynh hadden we totaal ca. 900 km gereden en nog 900 km voor de boeg tot Hanoi. Precies op de helft. We hadden die morgen ook wat extra kussentjes op de buddyseat bevestigd. De originele buddyseat van de Honda Winner loopt wat af naar voren zodat je steeds je bibs terug naar achteren moet schuiven. Het werkte goed dus zaten we allebei de rest van de reis een stuk lekkerder.
    Foto reeks
    Hoi An
    Onze zesde stopplaats was het homestay 'Nha Lan' op nog geen 100 m lopen van het 'oude centrum'. Geboekt voor drie nachten voor maar USD 24,-/n en 2 pers. Dan hadden we één dag voor een bezoek aan het 'oude centrum' en één dag voor een bezoek aan het 'My Son' sanctuary, gelegen 50 km ten Zuid Westen van Hoi An. De sites staan beide op de Unesco wereld-erfgoedlijst.

    We hadden onderweg naar Hoi An 160 km afgelegd in vier uur. Het rijden gaat steeds beter en we zitten ook een stuk comfortabeler met onze extra kussentjes op de buddyseat gebonden. Onderweg hebben we niet veel nieuwe dingen ervaren.

    Hoi An is erg toeristisch van oud tot jong. Vooral in het 'oude centrum'. Het 'oude centrum' van de stad bestaat uit allemaal oude gebouwen daterend uit de 16e en 17e eeuw. De tijd dat Hoi An een bloeiende handel had. Nu zijn de panden in gebruik als atteliers, restaurants en winkeltjes. Niet de tempels natuurlijk die zijn in takt gebleven. Ook konden we weer 'machine' koffie krijgen ipv de Vietnamese sterke 'drip cafee". Toch blijven we Vietnamees eten hoewel er ook pizza's op de menukaart stonden. 's Avonds is de oude stad geheel verlicht met lampionnen. Dit geeft een sfeervol beeld. De 1e dag zijn we voor de groepen, die met bussen vol worden gebracht, het 'oude centrum' ingelopen. Vanaf 10:00 kun je over de hoofden lopen. En dan is het nog naseizoen volgens de verkopers.

    Ook kun je er goedkoop kleren laten naaien. Het 'Mekka' voor Anke. Ook het leer is niet duur. Je kunt je eigen leer of stof kiezen voor wat je wilt laten maken. Dus ook een paar jurkjes voor Anke en een tasje voor Wim.

    Op 11 maart was het 'volle maan' (lantaarn) feest. Dan gaat de straatverlichting uit in 'oude centrum' en schijnt er alleen licht uit de honderden gekleurde lampionnen. Vanuit de hele omtrek komen er mensen toegestroomd om dan een offer (Puja) te brengen in de rivier. Net als in India vaar je met een bootje een stukje de rivier op en laat je een klein bakje met een kaarsje afdrijven. Bij het brengen van het offer mag je een wens doen. Een vrolijk gezicht al die verlichte bloemvormige bakjes op het water. Dit keer ging de elektriciteit gepland uit maar vaak ook ongepland. Het elektriciteitsnet in Hoi An is niet zo stabiel dus de kaarsen gaan regelmatig aan.

    De volgende dag was het twee uurtjes rijden naar My Son. Rustig door dorpjes en rijstvelden. De Garmin stuurde ons de kortste weg. Niet de beste maar wel buitenom de hoofdwegen. My Son floreerde tussen de 4e en de 13e eeuw. Er staan nog ca. acht tempels overeind. Veel is ingestort tijdens artelerie-vuur van de Amerikanen in de Vietnam oorlog. Het is een Hindoeistisch complex waar Shiva en Brahma werden vereerd.

    Rijst, Rijst, is één van de belangrijkste voedingsbronnen voor de mensen in Vietnam. Afhankelijk van de streek zijn er één of drie oogsten mogelijk. De boeren families zijn elke dag met hun oogst bezig. Planten, bemesten, onkruidbestrijding, oogsten, drogen, ploegen, planten, etc........... Met uitzondering van het ploegen, hetgeen vaak nog met ossen of koeien plaatsvindt, staan ze krom gebogen voorover met hun benen tot aan de knieen in het water te werken. Tussen de slangen en ratten die veelvuldig in de rijstvelden voorkomen. De wat rijkere boer heeft een 'japanse koe' de motorfrees ter beschikking. Deze moet je echter ook nog flink duwen en sturen en hij gebruikt bovendien flink wat kostbare benzine. Maar het verzorgen van de ossen en koeien hoeft dan niet meer. Dit is normaal een taak voor de ochtend of avond. Dan loopt de boer of boerin met de beesten naar huis of naar een veld waar ze kunnen grazen of naar een poel om te wassen. De beesten lopen dan los in de berm of gewoon op de (snel) weg. Iedereen op het platte land accepteert dit als onderdeel van het dagelijks leven. De boeren, of zeg liever boerinnen leven en werken hun hele leven in de rijstvelden. Meestal zie je vrouwen in de velden. Alleen bij het ploegen zie je mannen. En als ze dood gaan worden ze in het rijstveld begraven. Vaak zie je in de hoek van een rijstveld dan wat graven staan.

    's Middags zijn we naar het strand geweest. Een beetje zwemmen en luieren. Je ziet er nog geen grote hotels aan het strand maar wel enkele resorts en er wordt flink gebouwd. Verder zie je allemaal losse strandtenten met een stukje gereserveerd strand waar je wat kunt eten en drinken. Er is ook een publiek deel dat door de lokale bevolking wordt geexploiteerd. Met rode plastic stoeltjes onder de palmbomen met een cocosnoot op tafel. s'morgens worden ze uit de bomen gehaald en 's middags kun je ze kopen voor 30.000 VDN. Eerst om leeg te drinken en later om het vruchtvlees te eten. De laatste functie is op het kookvuur om weer iets anders te bereiden.
    Hue
    Onze zevende stopplaats was Hue. Hier hadden we twee nachten geboekt in het Thanh Noi Hotel voor USD 59,-/n 2 pers. Een koloniaal ingericht hotel met zwembad gelegen in de citadel ver van het backpackerscentrum.

    Onderweg zijn we via de kust door de "Marble Mountains" en de "Hai Van Pas" gereden. Tussendoor nog door Da Nang om de motorolie te laten vervangen. Dit ging heel vlot. Een geheel netjes ingeregelde werkplaats waar we na een half uur weer buiten stonden met nieuwe olie en een geinspecteerde bike. Kosten maar USD 4,-. Het was een hete dag waardoor ook de "Hai Van Pas" geen mooie vergezichten gaf. Het laatste stuk zijn we over het schiereiland gereden parrallel aan de AH-1. Een slechte weg maar wel met mooie plaatjes. Prachtige rijstvelden en tientallen tempels.

    Ook hebben we onderweg -volgens ons- de heerlijkste noodle soep gegeten tot nu toe. Weer aan een stoffig paadje onder een golfplaten dakje met halfhoge rode (te) kleine plastic stoeltjes. Bestellen gaat dan met aanwijzen maar het smaakte des te beter. Bij Thuan An zijn we richting ons hotel gereden. Zo hebben we toch weer 150 km gereden maar wel op een mooie en afwisselende wijze. We hebben er nu ca. 1.350 km opzitten en nog ca. 700 km te gaan.

    Na aankomst in ons hotel hebben we eerst wat gedronken bij het zwembad. Effe relaxen met een verse vruchten-smoothie. Dit is ook één van de lekkere dingen, naast alle verse groenten, die de keuken van Vietnam biedt. 's Avonds hebben we nog het uitgaanscentrum verkend. Aardig wat westerse koffie- en eettentjes en een paar grote hotels. De volgende ochtend naar de beroemde citadel. De verboden stad dateert uit 1.800 AC en is gebouwd voor de de keizerlijke familie uit de Nguyen dynastie. Veel van de gebouwen zijn vervallen of door bombardementen tijdens de Vietnam-oorlog (ja welke dan) platgegooid. De Vietnamezen, als ze als volk nog bestaan, hebben veel bezettingen en migraties meegemaakt. Ook zijn we nog naar de pagode in Thien Mu net buiten het centrum gereden. Verder hebben we in de middag nog wat getoerd door de stad maar zonder nieuwe bezienswaardigheden te ontdekken. 's Avonds dit keer in de buurt van het hotel een Vietnamees eettentje opgezocht. Niet zo moeilijk als in Nederland. In de middag zijn we nog een Europees bakje koffie wezen drinken. Dit kost gemiddeld USD 2,- per bakje. Hier kun je dus twee maal Vietnamees voor eten. Soms zijn de verhoudingen zoek.

    De dagen in Hue hebben we nog wel wat getobd hoe verder te gaan. Ons plan om de HCM-route te rijden stond op de tocht vanwege een slechte weersvoorspelling voor het gehele Noorden van Vietnam. En dit voor de komende veertien dagen en we hadden nog een week. Toch besloten we om maar gewoon volgens plan verder te gaan. Wel twee poncho's voor op de motorbike gekocht als het mocht gaan regenen. De temperatuur wordt alleen maar hoger dus een buitje moet dan wel te verdragen zijn.
    Khe Sanh
    Onze achtste stopplaats was het hotel 'Hai Dang' in Khe Sanh voor maar USD 10,-/n voor 2 pers.. Een plaats aan de doorgaande weg naar het grensplaatsje Lao Bao. We zaten ca. 28 km van de grens van Laos. Het hotelletje was niet vooraf te boeken via internet maar lokaal na aankomst opgezocht. Startpunt van de Noord-Westelijke Ho Chi Minh Road. Dit is het mooiste en meest originele deel van de route tussen Hanoi en HCMC. Die dag hebben we weer 180 km gereden. Nog 520 km te gaan en 1.530 km achter de rug als we op de AH-1 waren gebleven. Maar nu we weer de bergen hebben gekozen is het een dag extra rijden en blijft het nog ca. 700 km te gaan.

    Khe Sanh is ook een bekende plek uit de oorlog waar de USA bij was betrokken. De slag om Khe Sanh begon op 21 januari 1968 toen de Amerikaanse strijdkrachten door het Volksleger van Noord-Vietnam (PAVN) werden aangevallen met een massaal artillerie bombardement wat uiteindelijk resulteerde in een strijd van 77 dagen. Het doel van de Vietcong was de Amerikanen daar vast te houden zodat het TET-offensief kon worden ingezet.

    We zijn 's morgens vroeg om 7:00 direct na het ontbijt vanuit Hue vertrokken. Vanaf Hue tot Khe San hebben we de QL-49 en QL-14 gevolgd. We hadden ook de AH-1 en QL-9 kunnen nemen maar die zijn lang niet zo mooi. De QL-9 is een doorgaande weg van de kust naar Laos met veel vrachtverkeer. Geen mooie en veilige route om te rijden op de motorbike. Onze route ging 183 km en zes uur over slingerende wegen door een prachtig landschap. Beide wegen (QL-49 en QL-14) zijn de moeite waard. Het wegdek is prima (muv het eerste stukje bij Hue) maar verder prima. Het traject viel 100% mee. Prachtige wegen door de jungle in het binnenland van Vietnam. Super traject om te rijden! Samen met de weg tussen Da Lat en Hoi An de mooiste stukken die we hebben gereden.

    Ook was het een zonovergoten dag in tegenstelling tot de voorspellingen. 's Middags zijn we, na een bakje koffie, nog naar het dichtbij gelegen 'Combat Base' oorlogsmuseum geweest. Het is gebouwd op de plek waar een oude Amerikaanse gevechtsbasis heeft gestaan. Het is een openlucht museum en ligt twee km rijden vanaf ons hotel op de HCM-route aan de rechterzijde. In het museum hangen veel foto's van de oorlog waar Amerika bij betrokken was. De verhalen rond de foto's zijn geschreven vanuit een (Noord)-Vietnamese beleving en overwinning. Alsof er winnaars waren in de Vietnamese oorlog van 1945 tot 1975. Eerst Zuid- en Noord Vietnam tegen Frankrijk en Amerika en dan tegen elkaar met bemoeienis van Amerika, China, Rusland, Australie Korea etc......... Buiten staan er een aantal oude helicopters, tanks en een vliegtuig. De avond was goed voor een maaltijd dichtbij het hotel.
    Phong Nha
    Onze negende stopplaats was Phong Nha. Hier zijn we twee nachten gebleven in de "The Farmstay". Een omgebouwde boerderij met kamers en ontbijt midden in de rijstvelden. Met het geluid van krekels en kikkers op de achtergrond. 's Avonds krioelde het ook nog van de vuurvliegjes. En dat zonder lantaarnpalen! De prijs is wel een stuk hoger dan van onze laatste overnachting. Van USD 10,-/n naar USD 40,/n. Phong Na is een populaire bestemming waardoor de prijzen ca. twee keer zo hoog liggen als in Khe Sanh. Sinds 2009 toen de nieuwe 'Hang Son Dong' grot is opengesteld is de populariteit van Phong Nha enorm gestegen. Zowel bij backpackers als bij oudere mensen en gezinnen. Je kunt er van alles doen. Er liggen veel grotten die je kunt bezoeken maar je kunt ook gewoon door de rijstvelden fietsen of de jungle verkennen in het park 'Phnong Nha Ke Bang'. Het park staat tevens op de Unesco wereld-erfgoedlijst.

    Vanaf Khe Sanh tot Phong Nha hebben we de Noord-Westelijke Ho Chi Minh Road gevolgd. 230 km en negen uur over slingerende wegen door een prachtig landschap. Veel voorzieningen zijn er niet onderweg dus hadden we extra benzine en eten meegenomen voor onderweg. De weg start met een groot standbeeld van Ho Chi Minh. De recenties op internet over deze weg zijn qua belevenis zeker waar. Je rijdt door de jungle, langs rivieren en door berglandschap met passen boven de 1000 m. We zijn 's morgens vroeg begonnen met mist en lichte regen maar om 11:00 brak de zon al door dus konden we weer genieten van de prachtige omgeving. Het is een prachtig gebied wat je doorkruist.
    Recent kun je ook halverwege overnachten in het Duc Tuan Hotel in Long Son. Dit is het enige hotel op de hele Noord-Westelijke Ho Chi Minh Road van 234 km. Het ligt ongeveer op de helft. In Long Son is er tevens recent een tankstation geplaatst. De reserve benzine hadden we dus voor niets meegenomen. Maar de plastic cape-jes niet want we hebben twee uur door de motregen moeten rijden. Ook lees je op internet dat er weinig eten of drinken onderweg te koop is. Uitgebreid lunchen blijft lastig maar je kunt wel op regelmatige plekken wat kopen en halfverwege dus blijven slapen en tanken. Hiermee is het een mooie populaire route zonder logistieke moeilijkheden geworden. Je moet nog wel kunnen rijden natuurlijk want er zitten veel onoverzichtelijke bochten in het traject en de bochten liggen vol losse steentjes.
    We stonden de volgende dag op met regen. Een somber vooruitzicht maar na het ontbijt kwam de zon door en zijn we met de motorbike het park rondgereden. Eerst naar het dorpje Son Trach waar je met de boot naar de 'Dong Phong Nha' grot kunt varen. Deze grot bereik je via de Song Con rivier. De rivier loopt door het kartsenlandschap in het park. Mooi om dit te doen. Het is ongeveer een half uurtje varen tot aan de grot en vervolgens een uur met de motor uit door de grot. De grot is acht km lang maar je vaart er maar een klein stukje in. Het is een mooie ervaring als je door de grot vaart met alleen het geluid van de peddels in het water. Sommige delen van de grot zijn aangelicht waardoor je jezelf goed kunt orienteren. Tegelijk geeft dit een sfeervol beeld. Op de weg terug mag je de laatste 15 minuten teruglopen naar de aanlegplaats. Daar wordt je weer opgewacht voor de bootreis terug.

    Na een lunch aan de rivier zijn we doorgereden naar de Paradise Cave (Dong Thien Duong). Deze is groter en 30 km lang. Een 'must see' wanneer je in de buurt bent. Wederom kun je er maar een klein stukje in. Het is eerst een kilometer lopen, vervolgens 524 traptreden omhoog. Dan de grot in en via trappen en plankieren weer naar beneden in de grot. De weg terug is vice versa. De grot heeft mooie kamers en een max. hoogte van 72 m. Wat ons vooral opviel waren de kleuren van de plafonds. Pruisisch blauw met oker. De kleuren die Michelangelo gebruikte in zijn plafond schilderijen in de sixtijnse kapel. De combinatie maakte het een soort van 'hemelse' beleving. 's Avonds lekker buiten op de 'Farmstay' gezeten. Er wordt 's avonds ook een bioscoopje ingericht voor de gasten. Dit keer met de film "Hello Vietnam".

    We besloten de volgende morgen om zeven te vertrekken richting Tan Ky. Regen of geen regen. En opnieuw via de HCM-road ofwel QL-15. Dit stuk is van prima kwaliteit en minder druk dan de AH-1. Hoe we daar dan weer verder gaan hangt samen met het weer en de kwaliteit van de weg.
    Tan Ky
    Na 250 km en zeven uur rijden komen we aan op onze tiende stopplaats in het volgens ons enige hotel 'KM-0'. We hadden hier maar één nachtje geboekt. Totaal hadden we nu 2.300 km gereden en nog 300 km te gaan. Het weer viel die dag weer mee. Ondanks de sombere voorspellingen hadden we over het gehele traject maar één onweersbui gehad. Een half uur gieten en vervolgens kwam de zon weer. Dit is karakteristiek voor de tijd van het jaar horen we de mensen zeggen.

    We hebben gelunched in Pho Chau in een klein eettentje waar ze geen engels spraken. Het werden frietjes met een scherpe saus. Dit is hoever we kwamen met het aanwijzen op een menukaart. Betalen gaat meestal door het biljet te laten zien.

    Het gereden traject (QL-15) begint vanuit Phong Nha direct met een goede weg door mooie karstbergen. Nog dezelfde sfeer als in het park. Na de pas -die je over moet- verandert het landschap in glooiende heuvels met theeplantages. De weg blijft daarna ook vrij recht lopen en deels parrallel aan de spoorlijn. Een simpele leuke weg waar je kilometers kunt maken. Een beter alternatief dan de AH-1.

    Tan Ky ligt op het kruispunt van de HCM-road (QL-15) en de QL-46A vanuit Vinh. Het is een druk plekje maar zonder veel restaurantjes. Niet eentje met een engelse menukaart. We hebben maar weer een 'Pho Bo' (Noodle soep met rundvlees) genomen. Dit is het enige Vietnamees wat we kunnen. Wederom een lekker soepje.

    Pit-stop, In Huong Khe zijn we even gestopt om wat te drinken. We zijn gestopt bij een eettentje met een terrrasje aan het water met weer van die kleine rode plastic stoeltjes en kniehoge tafeltjes. Wij weer aanwijzen wat lekker leek maar tot onze verrassing was dit een limoen limonade met zout. Dat krijg je als je de taal niet kent. Op het terrasje zat tevens een clubje jonge gasten. Zoals vaker, steeds contact met ons te zoeken. 'What's your name'? 'Where are you from'? 'From wich country'? 'How old are you'? En wij op dezelfde wijze proberen wat te communiceren. Wim moest naar het toilet maar hoe vraag je dat. Vaak wordt er door iedereen gewoon op straat geplast maar op zo'n terrasje wil je dat toch niet doen en je weet dat ze geen toilet hebben. Dus met woorden en handgebaren.... uiteindelijk een jongen die het begreep. Althans dat hadden wij niet gelijk door maar hij pakte zijn scooter en gebaarde dat Wim achterop moest gaan zitten. Dus de jongen op zijn scooter slingerend met Wim achterop op pad. Uiteindelijk bracht de jongen Wim bij zijn ouders thuis en wees hij het toilet. Normaal zijn de Vietnamezen heel schoon op hun tegelvloer en moet je direct je schoenen uit doen wanneer je binnenkomt maar dit keer hoefde dit ook niet. Dus plasje gedaan en weer terug op de scooter naar het terras. Iedereen had natuurlijk de grootste lol. Wij de jongen nog hartelijk bedankt en de rest van het (vieze) drankje naar binnen gewerkt en weer op stap.
    Ninh Binh (Tam Coc)
    Na 200 km en vijf uur rijden komen we aan op onze elfde stopplaats in het 'Tam Coc Homestay'. Het homestay ligt net als in Phong Nha midden in de rijstvelden. Tam Coc is iets kleinschaliger (pitoresker) dan Phong Nha. Beiden met grotten, boottochten en rijstvelden. Ze zeggen wel dat Tam Coc het Halon Bay op land is. We hadden twee nachten geboekt hopende op nog een mooie dag om de omgeving te verkennen. Totaal hadden we nu 2.600 km gereden en nog 100 te gaan.

    We waren die ochtend met mist en regen opgestaan. Geen leuk vooruitzicht maar dan maar jas en cape-jes aan. Zo hebben we twee uur gereden tot het weer wat beter werd. We hadden weer de HCM-road (QL-15) gekozen dus door de hoogte ook veel mist en een beetje regen. We hadden nog geluk gehad want bij de afslag naar de QL-45 was een kleine orkaan langs geweest. Bomen omgewaaid, modder en bladeren op de weg en ook gevaarlijk om te rijden. En toen we in Tam Coc aankwamen waren de wegen ook nog nat. Dus vooral buien en daarna weer zonneschijn. De laatste 50 km weer over de AH-1. In het Noorden zit er meer verkeer op de weg dan in het middelste stuk dat we hadden gereden. Steeds weer de vrachtwagens die elkaar inhalen. En de bussen die ons steeds inhalen en plotseling weer voor je neus stoppen om iemand uit te laten of op te pikken. Al met al toch een goede rit in een mooie tijd. Onderweg weer met handen en voeten wat eten besteld. Is toch wel leuk en de mensen zijn super aardig en hulpvaardig.

    Na aankomst in Tam Coc eerst wat geluierd en dan nog op de motorbike naar de 'Bich Dong' pagode gereden. Geen nieuws voor ons want het was niet de eerste pagode in deze reis. Verder alleen gerelaxed en ons hotel in Hanoi geboekt. Dit doe je meestal eerst als je ergens aankomt. Kijken hoe je wegkomt en waar naar toe zodat je de dingen die je gaat doen hier op afstemt. Voor de volgende dag hadden we drie bezienswaardigheden gepland. Van de laatste naar eerste op de weg van het Homestay. 'Bai Dinh' tempelcomplex, 'Hoa Lu' de oude keizerlijke hoofdstad en een bootocht bij 'Trang An'. Meer zat er niet in die dag. Het was geen zonnige dag maar we hebben het zonder regen kunnen bekijken.
    'Bai Dinh' is het grootste tempelcomplex van Vietnam gebouwd tussen 2003 en 2010. Een gigantisch complex met ca. 500 marmeren Arhat's van 2m hoog opgesteld in een corridor met 300 traptreden omhoog voordat je bij de gouden boeddha bent.
    Er zijn meerdere boottochten mogelijk in Tam Coc. De gelijknamige door de rijstvelden en een heel afwisselende bij 'Trang An' die tussen- en onderdoor vijf karsten heen gaat. 'Hoa Lu' vonden wij niet veel meer aan wanneer je eenmaal in Hue het keizerlijke paleis hebt bezocht.

    Keelpijn, In een klein dorpje op zoek naar een apotheek. Wim had wat last van zijn keel dus een pakje strepsils zou al goed zijn. Na het vinden van een kleine apotheek op zoek naar iemand die kon helpen. De kleine verkoopruimte was leeg dus de buren gingen ook op zoek naar iemand die ons kon helpen. Na vijf minuten kwam er een net geklede dame binnen maar die sprak geen Engels en wij geen Vietnamees. Ook kwamen er steeds nieuwe klanten binnen, in de eerst lege en verlaten winkel, die wel eens wilden zien wat die Westerling moest hebben. Dus met z'n allen proberen te helpen en achterhalen wat we nodig hadden. De net geklede dame samen met de zogenaamde klanten. Allemaal heel behulpzaam maar zonder resultaat. En Wim maar wijzen naar zijn keel. Op een gegeven moment werd de telefoon gepakt en konden we in het Engels aan een dame -aan de andere kant van de lijn- uitleggen wat we wilden hebben. En ja, de strepsils kwamen onder de toonbank vandaan. Wij aangeven dat dit voldoende was maar dit had geen resultaat. Er werden nog vijf strippen pillen in stukjes van 1 en 2 pillen geknipt en zorgvuldig gesorteerd in plastic zakjes gedaan. Genoeg voor vier dagen en de hele winkel hielp mee knippen, sorteren en inpakken. Wij waren blij dat alles goed was verlopen. Het koste bij elkaar 90.000 VDN. De strepsils hebben we gebruikt maar de zakjes met onbekende pillen hebben we maar ongeopend gelaten. Zo waren we toch snel een half uurtje bezig.
    Hanoi
    Na 100 km en drie uur rijden zijn we weer terug in Hanoi waar onze reis zes weken geleden begon. We hebben de AH-1 gereden die in het begin helemaal verlaten was vanwege de recent nieuwe tolweg maar zodra we de buitenwijken van Hanoi inreden weer ouderwerts druk werd. Totaal hadden we 2.700 km gereden en het was tijd om de motorbike terug te brengen naar Tigit Motorbikes. We hadden twee nachten geboekt in het "Hanoi Old Quarter hotel". De naam zegt het al wederom in het oude centrum. We hadden weer knap geluk gehad want tot 10:00 die morgen regende het pijpenstelen en toen wij na het ontbijt op de 'bike' wilde stappen kwam de zon door. Deze heeft de gehele dag verder geschenen zodat de jassen snel weer uit konden. Dit is veel fijner rijden en een goede afsluiting van onze trip. Het was inderdaad afscheid nemen van een periode van een mooie trip maar ook met de nodige spanning en risico's. Een beetje dubbel gevoel. We hebben rustig gereden en onderweg nog genoten van een laatste glaasje suikerriet-sap op één van de voor ons bekend geworden mini-terrasjes aan de kant van de weg.

    Lekke band, 60km voor Hanoi toch nog een lekke band. Gelukkig niet ver van een garage. Althans dat bleek achteraf. Voordat we er waren werden we al geholpen door drie mensen die ons (geheel zonder te vragen) de weg wezen. Na ca. 300 m kwamen we aan bij een garagebox. Wat er aan de hand was werd natuurlijk al snel geconstateerd. Maar wij mochten niets doen en moesten naar binnen komen. De garage eigenaar had een vertaal app. op zijn telefoon dus zo communiceerden we. Ook kon hij wel Engels lezen dus konden we elkaar redelijk goed begrijpen. Terwijl een medewerker de band maakte kregen wij een warm alcohol drankje aangeboden. In een miniatuur thee setje (kopjes met potje) zoals je vaak op de kleine tafel-setjes buiten ziet staan. Alleen met koud water afgewassen dus onder de geel/grauwe aanslag in de randjes. Wij ondertussen de grootste lol en we moesten blijven nemen. Ook werden de pinda's erbij gehaald. Wij in de garage, op rode plastic stoeltjes, tussen de oude motorblokken en rotzooi aan de alcohol. Na een half uurtje zijn we met aandringen opgestapt. We hadden ter afsluiting nog thee gekregen en de 15.000 VDN betaald. 5000 VDN fooi wilde hij niet aannemen. Jawel, voor nog geen USD 1,- waren we klaar. Nadat de ketting ook nog was gesmeerd reden we zwaaiend weer door. Op naar Hanoi, onze laatste stopplaats.

    Bij Tigit Motorbikes werden we vriendelijk ontvangen. Wij nog even de 'bike' afladen en op naar het hotel. De rugzak stond al klaar en na een check van de motor werd het aankoopbedrag al direct teruggestort. Een heel goede service voor een fijne vakantie. Daarna met de 'Uber' taxi naar ons hotel om onze klamme zooi eens te drogen. De zon scheen en we hadden een goede droge kamer dus alles uit de rugzakken. Wat een puinzooi. De laatse vier dagen en nachten in Phong Nha en Tam Coc had er niets gedroogd. Zelfs de was kregen we nat mee bij vertrek. Na een uurtje rusten, wij weer de stad in voor de avondmaaltijd en het plannen van de volgende dag. Dit zou in elk geval het 'Vrouwen-museum' worden en het 'Hoa Lo' museum (ook wel het Hanoi Hilton genoemd). Verder nog maar aanzien.
    Gelukkig was het de laatste dag goed weer. Niet te heet en droog. Na het ontbijt zijn we direct naar het 'Vrouwen museum' gelopen en daarna naar het 'Hoa Lo' museum. Het Vrouwenmuseum gaat, zoals je al verwacht, over de rol van de vrouw in Vietnam. Van verloving, naar het huwelijk, haar rol in het gezin, de bijdrage aan beide oorlogen en klederdracht.

    Het 'Hoa Lo' museum verteld over de twee oorlogen van zeg maar 1945 tot 1975. Eerst de koloniale onderdrukking door Frankrijk en daarna de oorlog met Amerika. Dus eerst vanuit honger naar de grondstoffen tin, wolfram en rubber door Frankrijk en anderzijds door gezichtsverlies en angst voor het communisme door Amerika. Met de Vietnamezen als slachtoffer. De gevangenis werd door de Fransen gebouwd rond 1900 en gebruikt om politieke gevangen vast te houden en te verhoren. Dit deden ze met fysieke- en psychische marteltechnieken en uiteindelijk de guiotine bij de doodstraf. Mensen leefden in de gevangenis onder Frans bewind in "The hell on Earth". Jarenlang werden ze geketend vastgehouden in onerbarmelijke omstandigheden.
    Nadat de gevangenis in Vietnamese handen kwam is hij vanaf 1968 gebruikt om Amerikaanse piloten op te sluiten. Dit deden de Vietnamezen vanuit een humaan beleid. De gevangenen mochten vrij bewegen en basketballen op de open pleinen. Ook werd er gezamenlijk kerstmis gevierd. De piloten noemen de gevangenis daarom ook wel het "Hanoi Hilton". Bij het vertrek van Amerika uit Vietnam zijn de piloten vrijgelaten en met geschenken uit Vietnam naar huis gegaan. Aldus de audiofoon van het museum. Over de onderlinge verstandhouding tussen Zuid- en Noord Vietnam wordt niets verteld. Tevens niet over een eventuele rol van China en de Sovjetunie.

    In de middag zijn we weer het 'Old Quarter' doorgeslenterd. Op zoek naar wat cadeautjes voor de kleinkinderen en nogmaals een bezoek aan de 'Dong Xuan' Markt. En... de laatste keer op straat eten. We ervaren daarbij wat herhaling dus het is tijd om naar huis te gaan. De volgende dag om 15:45 vertrekt ons vliegtuig. Eerst weer naar Guangzhou en vervolgens naar Amsterdam. We kijken met een goed gevoel terug op onze reis. Deze zal nog wel even in hoofden blijven opspelen.

    From "Hell on Earth" to "Hanoi Hilton", Het bezoek aan het 'Hoa Lo' museum zet je weer aan het denken. Hetzelfde als bij het 'Remnant'-, 'Tuol Sleng' en 'Combat Base' museum. En bij alle monumenten langs de wegen die je ziet als je door Vietnam reist. Vaak worden Frankrijk en Amerika als de aggressor en misdadiger afgeschilderd en Vietnam als overwinnaar. Maar zijn er wel winnaars in een oorlog en waarom is de wereld niet 'groot' genoeg voor iedereen? Zijn we dan niet allemaal verliezers als er geen hulp, verdraagzaamheid en respect is voor elkaar. Soms is de aggressor eenvoudig aan te wijzen zoals bij 'Pol Pot' maar ook zij hebben geen kans als ze geen achterban hebben vanuit de bevolking. En deze ontstaat meestal weer vanuit onvrede door armoede of uitbuiting door andere dictaturen. En zo is de cyclus weer rond. Alleen samen kunnen we deze doorbreken door 'welzijn' te scharen boven 'welvaart'!
    Terugblik
    Totaal hebben we ca. 6.000 km afgelegd waarvan bij benadering 2.600 per bus, 700 per boot, 20 op de fiets, 50 in de Tuk-Tuk en 2.700 op de motorbike. Dus 1.500 meer dan gepland en gemiddeld 133 per dag.
    Het organiseren van de reis en accomodaties nam gemiddeld 1 uur per dag in beslag. Dus in zeven weken toch een volle werkweek organiseren. Hard werken!
    We hebben ca. 40 plaatsen bezocht en 24 keer in een ander bed geslapen. Muggen hebben we niet veel gezien, alleen in Phong Nha en Tam Coc. We hebben vier dagen echt uitgerust. We hebben temperatuur verschillen gemeten tussen 7 gr.C in Sapa en 36 gr.C in HCMC.
    Keukens van eettentjes aan de straat of kleine restaurantjes zien er hetzelfde uit. Met veel gebruik van water wordt alles schoon gehouden maar vaak is er maar één plek waar water wordt gebruikt en dit is dan gecombineerd de douche, het toilet, de wasruimte en de keuken. Volkomen normaal en geen probleem als alles vers wordt bereid.
    Elke drie dagen van de reis hadden we een nieuw avontuur. De drukte van Hanoi en HCMC, de mistige bergen van Sapa, de mooie boottochtjes op de Mekong, Nam Ou en Tonlé Sap, de tempels en monniken van Luang Prabang, de busreizen en het stadsleven in en naar Vientiane, het relaxen in Si Pahn Don, de verwondering bij Angkor Wat, de hectiek in Phnom Penh, de rust op de bootcruise over de Mekong Delta, met Kate en Tony op stap in HCMC, met de motor door de bergen naar Nam Cat Tien en Nha Trang, over de AH-1 langs mooie badplaatsen richting Hoi An, het beleven van de toeristische plekjes Hoi An en Hue, opnieuw de bergen in richting Khe Sanh, mooie ervaringen op de HCM-road, lekker relaxen in een farmstay in Phong Nha, wederom wat relaxen in Tam Coc en de laatste dagen in Hanoi.
    We zijn niet ziek geweest en hebben op een enkele dag na geen maagproblemen gehad.
    Alles bij elkaar hebben we gemiddeld Eur. 130,- per dag uitgegeven.
    Algemene informatie
    Reisdocumentatie:
  • Lonely Planet; Vietnam, Cambodia, Laos & Northren Thailand; ISBN-978-1-74220-583-0.
  • Road Map Freytag & Berndt 1:900 000; Vietnam, Laos, Cambodia.
  • Garmin Montana 650

    Internet referenties:
  • Lonely planet.
  • ANWB Vakantie -> Landen-informatie.
  • World Health Organisation.
  • Landelijke Coordinator Reizigersadvisering (LCR)
  • Reisadvies Ministerie van Buitenlandse zaken.
  • Travelclinic.
  • Gezond op reis.
  • Valuta informatie.
  • GPS Coordinaten. (Tip!)
  • ITI-Holiday.
  • Vietnam Online.
  • Rent a Bike.
  • GPS tracks.
  • Viet Nam News.
  • ANWB reisinformatie Vietnam.
  • Reizen Ho Chi Minh trail / road.
  • Vietnam Railway.




  • Terug reisverslagen