"Reis door Azië 2008"


In de zomer van 2008 zijn we vijf maanden door Azië getrokken. In juli 2008 vertrokken vanuit Nederland en begin januari 2009 weer terug vanuit India. We hebben tijdens de reis twaalf landen aangedaan. Duitsland, Polen, Litouwen, Letland, Estland, Rusland, Mongolië, China, Hong-Kong, Tibet, Nepal en als laatste India.

We zijn in Hengelo voor ca. drie weken op de Trans Mongolië Express gestapt richting Peking met een tussenstop in St-petersburg, Moskou, Irkutsk, en Ulan Bataar. Vervolgens hebben we ca 40 dagen door China getrokken met als laatste een bezoek aan Hong-Kong. Daarna zijn we door Tibet gereisd en de grens overgetrokken richting Nepal. Na een bezoek aan Kathmandu en een intensieve trekking in het Anapurna gebergte zijn we doorgereisd naar India. Je moet met de seizoenen mee reizen anders wordt het te koud in de Himalaya. In India hebben we nog 4 weken rondgereisd voordat we zijn terugvlogen naar Nederland.

Individueel reizen vergt flink wat voorbereiding. Zeker wanneer je wilt reizen met openbaar vervoer. Vaak kun je nog niets reserveren maar wel de mogelijkheden inventariseren. Als voorbereiding zijn wij dan meestal doende met het snuffelen op internet, het bestuderen van de landkaarten en het detailleren van het reisschema met de Lonely Planet op schoot. Ja vijf stuks zelfs. Dit is leuk om te doen. Deze boekjes bevatten naast de High-lights, ook veel praktische reis informatie van de betreffende landen. Waar te overnachten en te eten, hoelang blijf je ergens hangen, waar naar toe, wat heb ik nodig etc.….
Belaris,
Voor ons is Hengelo de startplaats van de Trans Siberië Express. Veel reizigers starten vanuit Moskou na een vliegreis vanaf Schiphol maar wij zijn gisteren met de NS in Middelburg vertrokken na een ontroerend en verrassend afscheid van familie op het station. Na een overnachting met overstap in Hengelo zijn we via Berlijn, Warschau en Minsk doorgereisd naar St. Petersburg. Het eerste traject van Hengelo naar Berlijn is vrij luxe. Hier zitten we met vier Duitse vrouwen ’s morgens vroeg al aan de champagne met chocolade. Traditie van de dames bij een dagje shoppen. We voelen ons uitgelaten en toosten op een goede reis. Van Berlijn gaan we in een oude nachttrein richting Belaris. Samen met een Russische leraar uit St. Petersburg en een Russische oude vrouw, die vermoedelijk een handeltje dreef, stapten we in een vier persoons coupe met aan elke zijde twee klapbedden. De vrouw had zoveel handelswaar bij zich dat het pad tussen de stapelbedden helemaal vol was gestouwd zodat je niet normaal meer kon zitten. De leraar sprak wel wat Engels maar verder waren we op ons tweeën aangewezen. Overdag konden we samen zitten kletsen maar ’s nachts moesten mannen en vrouwen gescheiden slapen. We passeerden Warschau bij nacht en voor we het wisten stonden we al aan de grens van Rusland. Hier gaat elke wagon van de trein op de lift om het onderstel te verwisselen voor een andere spoor in Rusland. De trein wordt in een lange loods gereden en volledig geautomatiseerd worden de onderstellen gewisseld. Na een uurtje waren we weer onderweg. Diezelfde middag kwamen we al aan in St. Petersburg.
St. Petersburg,
We zijn al weer twee dagen in St. Petersburg en stappen vannacht weer op de nachttrein naar Moskou. Dit stuk mogen we wel samen in een coupé reizen. Alles gaat goed en het reizen op de trein is een ervaring op zich. We reizen langzaam van het luxe Nederland steeds meer naar het Oosten en via Belarus Rusland in. Je ziet de omgeving langzaam veranderen. Andere auto's, huizen, meer armoede al hoewel St. Petersburg wel weer erg toeristisch is. Niet veel Nederlandse toeristen maar vooral uit eigen land en natuurlijk Italianen. St. Petersburg is een mooie stad en lijkt op een mix van Parijs en Venetië. Statig, wijds, veel kanalen, Majestueus, veel parken en Paleizen. En heel veel bruidstelletjes die hier komen trouwen. Er is hier veel moois te zien. Met een boot door de smalle kanalen langs de vele monumenten. Vervolgens over de rivier Bolshaya Neva onderdoor de vele mooie bruggen naar het eiland en paleis Zayachy. Verder zijn we natuurlijk naar de Hermitage geweest waar bijna meer werken van Oud Hollandse kustenaars hangen dan in het museum op de Dam. Het is een prachtige stad om langs de kanalen en mooie gebouwen te slenteren. Ook de mooie kerk ‘Spasa na Krovi’, stond natuurlijk op het programma. We voelen ons na vier dagen reizen nog prima maar wel ietwat vermoeid van de vele kilometers lopen en gebrekkige nachtrust in de trein. Nog vijf maanden minus vier dagen te gaan. Het tijdverschil is plus twee uur t.o.v. de zomertijd in Nederland.
Moskou, Na St. Petersburg zijn we naar Moskou doorgereisd. Maar één nacht met de trein. Het leven in Moskou was een volledige verrassing voor ons. We zagen bv het verschil niet tussen een willekeurig park in Nederland en de Alexandrovsky tuin naast het Kremlin. Iedereen had veel plezier en zoals het leek was het allemaal één uitbundig feest. En voor de Mc Donalds, in dezelfde tuin naast het Kremlin, moest je in de rij. Niets meer van het oude Sovjet regime te zien. De auto’s die er reden doen niet onder voor het straatbeeld in een grote Westerse stad. Wat ook opvalt, is de ruimte die aanwezig is. Direct in het centrum brede straten met acht rijstroken. Het is een indrukwekkende stad. Ook de hotels waren goed. Geen oude vieze over gecontroleerde staatshotels waar je wel eens van leest. We hebben wederom veel gelopen (zomaar om de lokale dingen te zien) ondanks dat je met de metro voor nog geen euro van de ene kant van Moskou naar de andere kunt. De metro rijdt zelfs om de twee á drie minuten. Dus lang wachten is er niet bij. We zijn natuurlijk ook naar de grootste high-lights geweest. National museum, GUM, St-Basils, Kremlin, Gorky's parc, Arbatstreet, Church of the savior, etc............. We vielen als toerist ook helemaal niet op. Aan Wim werd zelfs de weg gevraagd in het Russisch.

Vooral het Rode plein met het graf van Lenin, de St. Basil kathedraal en overige statige gebouwen rondom dit plein trok onze aandacht. Hier vind je ook het meeste vertier tot aan imitators van Lenin, Putin, en Brezjnev toe.
Lake Baikal,
Na drie dagen en twee nachten in de trein komen we aan in Irkutsk een middelgrote stad vlak bij het Lake Baikal. Het leven op instant noodles en soep met droog brood en wat snijworst is voorbij. Nu lekker drie dagen uitrusten in een klein vissersplaatsje Lystvianka aan het Lake Baikal. We voelen ons nog steeds fijn en alles verloopt prima. Alleen de mensen vinden we niet zo vriendelijk. Somber ingesteld en bv in de winkel spreken ze je niet aan en hebben –zoals het lijkt- liever dat je niet binnenkomt. Het woord Service Provider kennen ze hier vast niet! Het is overigens wel een leuk plaatsje om uit te rusten. Er is niet veel te doen dan de kustlijn op en neer te lopen. Van ons pension naar het uitkijkpunt en weer terug. Vermoedelijk is het in het weekend en de winter drukker. Alles is er voor ingericht. Het gehele meer is 's winters bevroren en geeft dus enorme mogelijkheden. Sledehond trekkings, met de auto, sneeuwscooter, motor etc... Je kunt dan over het ijs van de ene naar de andere kant van het meer. We hebben ook onze eerste aardbeving gehad. Ongeveer vijf op de schaal van Richter. Hij duurde wel 15 seconden. Een reeks van heftige trillingen en schokken achter elkaar. Morgen reizen we weer per trein verder naar Mongolië voor een bezoek aan de oneindige groene steppes en slapen in een traditionele Ger. Maar eerst dus weer twee nachten en één dag in de trein naar Ulaan Bataar. Na Mongolië hebben we nog maar één overnachting in de trein tot in Beijing. Het treinen is wel ontspannend maar tot nu toe is het landschap vrij eentonig. Het wisselt niet veel per dag. Het afgelegde traject van Moskou naar het Baikal meer is ongeveer 5200 km en 77 uur.

We reisden samen met mensen uit diverse landen met allemaal een andere bestemming. De meeste gingen richting Vietnam of Australië. De Himalaya is vaak minder interessant. Denk aan mensen uit Polen, België, Australië, Denemarken, Zwitserland, Thailand, etc...... De contacten zijn heel leuk met uitzonderling van die met de lokale bevolking. Dit is heel moeilijk.
Mongolië,
2 september waren we weer terug in de stad Ulaan Bataar na een verblijf van vier dagen in het natuurpark Terelj. We vinden het een heerlijke ervaring. Onze gastheer Bert uit Amsterdam die hier is blijven hangen, verzorgde ons twee dagen samen met zijn Mongoolse vrouw Garat. Na de vijfde slaaptrein, waar we de luxe hadden van een coupe zonder medepassagiers, komen we ‘s morgens vroeg aan. We gaan mee met Bert om boodschappen, waar we wat ongebruikelijke methoden zien van boodschappen doen. Hele karkassen worden op de achterbank en in de koffer gegooid van een normale personenauto. De huisvrouwen keuren ze door er even in te snijden en hup inladen. Vervolgens rijden we 80 kilometer naar het Terelj Park waar Bert op het platteland woont. Onderweg zien we al heel wat Ger's en een kudde paardendrijvers. Eenmaal door de bedding van de rivier gereden komen we bij Bert aan en dit is back to basic. Geen elektriciteit, geen douche, alleen maar gras, paarden, schapen, honden en koeien. Wat je niet verwacht is dat het in de Alpen beschermde bloemetje Edelweiss hier als onkruid bloeit. Bert heeft zelf 11 honden, 60 koeien, 5 varkens, 2 poezen en ergens nog 3 paarden. En alle vee heeft de ruimte die onbeperkt is. Het Mongoolse vee heeft van oorsprong geen omheiningen waar ze binnen moeten blijven. We hebben naast de nodige rust in en voor de Ger ook lekker gewandeld in de nabije omgeving. Langs de rivier en inclusief een heuveltje van 1800 m. Terelj zelf ligt op 1500 m dus de nachten waren tamelijk koud (ca. 5 tot 10 gr C). ’s Avonds komt Garat ons houtkacheltje aansteken in de Ger; de ergste kou verdwijnt dan snel. In de laatste nacht horen we het gegil van een schaap dat wordt gedood door een wolf. De grootste bedreiging voor het vee van de boeren. In de ochtend worden we met paard en wagen naar de oever van de rivier gebracht en vandaar met de auto richting Ulaan Bataar.

De tweede dag in Ulaan Bataar bezochten we het Nationaal museum, de Boeddhistische tempel Gandantegchenlin (complex) en ‘s avonds een zang- en dansvoorstelling (Sham). ‘s Middags eten we met z'n tweeën een groot bord rijst voor nog geen Euro. Het centrum van Ulaan Bator is niet groot. Wij hebben het in twee dagen wel gezien. Het is een stad met smog en veel oude rommel terwijl er ook veel nieuwbouw is. Onderhoud is net als in veel van deze landen een onbekend begrip. Asset Management introduceren zou een goede optie zijn. Misschien komen we daarvoor nog eens terug. Toen we vanmorgen weer met de trein richting Beijing vertrokken hebben we nog zeker zeven uur kunnen genieten van het voor Mongolië zo typische landschap. Vlakten met gras en af en toe wat rimpels in het landschap. Zodra we echter China binnen rijden verandert het landschap al snel in mooie steile bergen waartussen je op afstand zelfs stukken van de Grote muur ziet liggen. Einde van de Mongoolse grasvlakten.
Trans Siberië Express,
Het totaal af te leggen traject met de trein is ca 10.000 km. Onderweg vragen we ons ook wel eens af waarom we dit hebben gekozen en hoe we de tijd in de trein door komen. Lezen en slapen met als achtergrond geluid de eentonige cadans van de trein die je al snel in slaap wiegt. We kunnen er niet op elk station uit om te luchten. Soms stoppen we voor één minuut en een andere keer voor een uur. Het verschilt van station tot station. Op de grens van Belarus-Rusland en Mongolië-China moeten de onderstellen gewisseld worden want het spoor in Rusland heeft andere afmetingen. De trein stopt dan samen met de douane formaliteiten resp. vijf en zeven uur. De trein wordt dan opgetild terwijl je er in moet blijven zitten. Tijdens elke stop gaan de toiletten op slot dus we moeten goed opletten dat we minimaal vijftien minuten van te voren even gaan want de twee dames die de wagon beheren zijn onvermurwbaar.

Gelukkig zitten er ook een aantal rustdagen in maar het komt toch wel neer op tien dagen en nachten treinen. Overmorgen (4-9-2008) gaan we aan de zesde en tevens laatste treinreis beginnen richting Beijing. Niet zoals we eerder schreven alleen een nacht maar het traject is anderhalve dag incl. weer een overnachting. Daarna een klein weekje rust in Beijing (nou ja rust, veel te zien natuurlijk) en vervolgens weer in de trein richting X'iang. Het langste traject voor ons in China. De trein is ook goed om te genieten van de lokale geneugten. Noodles, Kaviaar, Vodka, lekkere worst, koekjes, etc... En dit met thee, instant koffie en -soep aangemaakt met heet water uit de Samova. Een boilertje verwarmd met hete kooltjes. Aan het apparaat zit een aparte schoorsteen. De treinen worden steeds moderner naarmate we Beijing naderen. Eerst toch wel oud en versleten maar van ‘St Petersburg naar Moskou al met een net gestoffeerde trein en ontbijt in de ochtend, naar Irkutsk met een restauratiewagen en naar Beijing met zelfs DVD in de coupe en een douche aan boord. Ook de Samova is dan vervangen door een moderne watermachine met koud en warm water. Maar niet altijd milieuvriendelijker. We zijn met elektrisch aangedreven trein begonnen in Middelburg maar het laatste stuk in Rusland en heel Mongolië hadden we nog dieselaandrijving. Verder hebben wel het idee dat alle toeristen in dezelfde wagons zijn ondergebracht om zo culturen niet te laten mengen of botsen? De treinen zijn ook niet altijd even lang. Die van Moskou naar Irkutsk was wel een halve kilometer lang. Verder hadden we nagenoeg altijd problemen met te weinig ruimte voor bagage in de gezamenlijke coupés. Hardcases kun je wel thuislaten. Even luchten tussen twee trajecten door. Wat ook leuk is dat je niet weet wanneer er een restauratiewagen meegaat. Dus wij namen altijd voldoende eten mee. Bovendien is het eten in de restauratie wagen niet altijd even goed en zit hij ook vaak vol rond de gebruikelijke tijden. Je kunt ook altijd wat kopen bij de lokale verkopers op de stations, als je er ten minste uit mag. Ze verkopen vaak zoet en fruit en zelfgemaakte producten die wij liever maar oversloegen. We hebben zelfs gerookte steur zien liggen.

Voor het transport in China van Beijing en verder hebben we gebruik gemaakt van hard-sleeper treinen. Met zes britsen in een coupe zonder wand naar de gang. Voor een groep gaat dit nog wel want dan kun je de coupe goed verdelen en heb je toch onderling voldoende contact. Om zo alleen te liggen tussen vijf vreemden is wat minder aantrekkelijk.
Beijing,
We hadden ruim zes dagen om Beijing te verkennen. Veel mooie dingen gezien en naast het gebruik van de metro aardig wat kilometers gelopen. Ook hier is de metro weer goedkoop. Twee Yuan per rit (20 eurocent). Het maakt niet uit hoe ver je gaat als je maar binnen de checkpoints blijft en hetzelfde geldt voor de bus. Dit is één Yuan voor een heel traject van een buslijn. Zodra je overstapt, kost het weer een Yuan. De grootste bezienswaardigheden waren de Drum- en Beltower (echter vanwege Olympische spelen niet toegankelijk). De Verboden stad (met 35 gr. C en zweet op je rug), Front gate (museum uit de Ming dynastie), Mao memorial hall, Plein van de Hemelse Vrede (Tiananmenplein), Lama tempel, Beihai park (White pagoda), Grote muur bij Mutianyu, Zomerpaleis, de Hutongs (vele malen), Tempel van de hemel, Panjiayuan markt, acrobaten show, Peking opera (niet echt onze smaak, veel lawaai en weinig muziek) en de meest recentste attractie het vogelnest in het Olympische park, waar we fietsend naar toe zijn gereden.

De Verboden stad heeft de omvang van een klein dorpje en je kunt er een hele dag doorbrengen. Wij hebben er vier uur gelopen met 35 gr C. Gelukkig was er wel zon want andere dagen had het er een gehele dag geregend. En hard! Wij vonden de verboden stad wel mooi maar het park van de tempel van de hemel (Tiantan) waar 's morgens veel Chinezen sporten vonden we toch zeker even interessant. De tempel en offerplaats waren wel mooi maar de belevenis om tussen de sportende en musicerende mensen (en soms hebben we meegedaan) te lopen is ook geweldig. We zagen, een soort van lijndancing, tennis, wij noemden het maar pluimvoetbal, stijldansen en natuurlijk ook Tai-chi. Maar ook een muziekkoor, operazangeres, muzikanten op vreemde (voor ons althans) instrumenten en veel meer vertier. Ook mensen die hun vogeltje uitlieten. De kooi wordt dan in een boom gehangen voor contact met wilde vogels.

Toen we naar de grote muur bij Mutianyu en het Zomerpaleis gingen regende het de hele dag. Dus liepen we 's morgens in de nevel op de muur. Wel heel speciaal maar geen fotografisch weer. Ook het Zomerpaleis en m.n. het Kunmingmeer kwamen door de harde regen niet goed op het gevoelige papier (digitale sensor). Wel mooi om te zien en het verhaal over Sissi en haar nicht en de verbannen keizer te horen. Schenk trouwens nooit een horloge of klok aan een Chinees. Zo zijn er meer zaken die je beter vooraf kunt verifiëren.
De wijk Dongcheng charmeerde ons het meest dus hebben we daar twee fietsen gehuurd om de gehele wijk nog eens te bekijken. De fiets is wat ons betreft het beste vervoermiddel om op een hete dag het centrum van Beijing te bekijken. Niet te heet en je verplaatst je snel. Brede fietspaden en de automobilisten hebben je goed in de gaten. Je fietst dan ook niet alleen. We zijn ook nog even over het Tiananmen plein gefietst. Het fietspad is daar ca. 10 m breed als je langs de afbeelding van Mao Zedong fietst. Ook zijn we nog naar een lokale vleesmarkt geweest. Te gek wat ze allemaal naast de meer bekende gerechten in China eten. Zeester, slang, zijderupscocons, zeepaardjes en schorpioen hebben we gezien en slang zelfs gegeten. Het smaakt een beetje reptielachtig. Net als het vlees van een krokodillenstaart.

Spugende en smakkend mensen, zoals je weleens leest, hebben we niet veel gezien in Beijing. Ook files hebben we niet gezien dankzij de maatregelen ten behoeve van de Olympische spelen (Paralympics) die nog steeds plaatsvonden medio half september. Op even dagen alleen privé auto's met even nummerplaten en de volgende dag alleen de oneven nummerplaten. De lucht boven de stad was soms zelfs helder blauw. Vermoedelijk voor veel stadsinwoners ook een bijzonder verschijnsel.
Xi'an,
Na ruim zes dagen in Beijing stappen we samen met het kersverse reisgezelschap van Shoestring in de nachttrein naar Xian. Voor 28 dagen is Hellen onze Chinese gids. Vooraf nog ontbijt en avondeten ingekocht (instant noodles natuurlijk) om te overleven in de trein en ter vertier het boek “De wilde zwanen” in de rugzak. Achteraf horen we dat het boek in China niet mag worden gelezen. Na drie dagen in Xian wordt onze vermoeidheid akelig zichtbaar. Nog steeds gemiddeld 30 gr. C. en een korte nacht in de trein breken op. Ook door het andere eten en de drukke dagen moeten we noodgedwongen wat rustiger aan doen. Jammer want we zitten in een hotel midden in het centrum van de stad. Binnen de oude stadsmuren is alles lopend bereikbaar. De mooiste Moskee van China, de Bel- en Drumtower en de nog vrijwel intact zijnde oude stadsmuur. De Goose pagode (gebouwd voor de monnik die het Boeddhisme naar China heeft gebracht) en het Terracottaleger liggen buiten de stadsmuren. Het is een heel gezellige stad met oude- en nieuwe gebouwen en winkelcentra door elkaar. Het terracotta leger is ook heel indrukwekkend. Wim heeft de boer die alles in 1974 heeft gevonden de hand gedrukt. Hij is er niet veel rijker op geworden maar hij mag elke dag handtekeningen zetten op de fotoboeken van de vindplaats. De dertiende september is het volle maan en dan vieren de Chinezen het jaarlijkse maanfeest. Ze geven elkaar dan cadeautjes en zijn drie dagen vrij. Dus een drukte van jewelste in het centrum. Allen op pad voor het kopen van de populaire mooncake, die je vele vormen kunt krijgen, en daarna flaneren langs de brede voetpaden. Zo schoon de lucht in Peking was, in X’ian hangt er een zware smog van uitlaatgassen en de kolencentrale die net buiten de stad ligt. Er rijden ook veel auto's en bussen. Het is een stad met ca. 6 miljoen inwoners dus je kunt wel raden hoe dit er ongeveer uitziet.
Chengdu,
Ons hotel staat net als in Xi'an midden in het oude centrum van de stad. De reis begint aardig op een stedentrip te lijken. Niet dat daar wat mis mee is want veel van de oudheden kun je daar ook vinden. Maar wij verlangen intussen beiden naar wat meer tijd in de ongerepte natuur, die China ook heeft. Je ziet dit wel vanuit je treinraampje. Mooie heuvellandschappen, bossen en rivieren die aan je oog voorbij trekken maar wij reizen er steeds langs. Hopelijk gaat dit in de komende dagen wat veranderen want juist de provincie Sichuan staat bekend om zijn mooie landschappen. In elk geval doet de planning voor de komende vier dagen dit wel vermoeden want alle high-lights liggen buiten de stad.

Een bezoek aan het Giant Panda Breeding Station, gelegen op ca. 16 km buiten het centrum van de stad, vervolgens naar Leshan (ca. 140 km buiten de stad) waar het grootste zittende Boeddhabeeld van de hele wereld te vinden is (71 m hoog) met zelfs een eigen inwendig waterafvoersysteem om erosie te voorkomen en de heilige Taoïstische berg Qingcheng Shan (1600 m) ca. 65 km buiten de stad. Dus weer een druk programma om dit allemaal in 4 dagen te bezichtigen. Alle high-lights bezoeken we met de gehele groep per bus en vergen per keer een hele dag om te bezoeken. Op de eerste dag en in de avonden hebben we wat geslenterd in de stad en de lokale tempel Qingyanggong (Taoïstisch) en het Wenshu klooster (Boeddhistisch) bezocht met afsluitend een kopje groene/jasmijn thee in de bijbehorende theehuisjes. Verder kun je in het drukbezochte Renmin park, waar de Chinezen met de gehele familie ontspanning zoeken, ook in één van de theehuisjes gezellig een kopje thee drinken. Ook al zit je heel relaxed en gezellig, de thee die we daar kregen was echter niet te pruimen. Althans voor ons als koffiedrinkers veel te bitter. Zelfs nog het tweede en derde bakje wanneer de grootste kracht er al uit is. En als je daar toch in de buurt bent kun je op het Tianfu plein ook Mao Zedong nog vereren. Het standbeeld is wel 15 m hoog. Omdat de metro nog in aanleg is en de bezienswaardigheden ook in de stad op een flinke loopafstand uit elkaar liggen hebben we veel met de taxi gereden. Dit is goed geregeld. Je betaalt slechts zes Yuan als starttarief en één Yuan voor brandstof per rit en verder nog een Yuan voor een kwartier rijden. We hebben zelden meer dan twintig Yuan betaald.

Niet te vergeten is onze Sichuan kookcursus in Holly's kitchen. Veel gelachen en toch in korte tijd (met de wok) lekkere dingen gemaakt. Vijf gangen die je natuurlijk ook zelf moest opeten. Je moest dus wat terughoudend omgaan met de Chilisaus. Onze uitspraak blijft voor de Chinezen erg komisch, ze kijken ons eerst stom verbaasd aan en als ze begrijpen wat je bedoeld liggen ze in een deuk

De laatste dag in Chengdu liepen we ons wat te vervelen en zijn toen naar het Bamboepark gegaan (River viewing parc). Gelukkig maar want hier kun je echt relaxen. Wel twintig terrasjes waar je thee en of eten kunt krijgen vol met Chinezen die spelletjes aan het doen waren of gewoon niks. Tijdens het eten hebben we een oormassage en -reiniging gehad met daarna nog een schouder, rug en been massage. Helemaal opgeknapt en gereed voor de vliegreis naar Lijiang, onze volgende bestemming. Over land was geen optie vanwege recente verwoestingen door de aardbeving in het voorjaar van 2008. We verwachten na net een uurtje vliegen daar omstreeks 22:00 aan te komen. Ook zijn we in Chengdu al gestart met het regelen van de vereiste permits voor Tibet voor na het georganiseerde deel van onze reis door China. Chengdu is één van de meest gebruikte uitvalsteden naar Tibet, dus tevens één beste plekken om dit te regelen. We hebben al twee contacten gelegd bij lokale reisagenten maar nog geen vervoer geregeld. Dit kan per trein, bus en vliegtuig. We denken dit ook pas te doen medio eind oktober. Intussen kunnen we nog even nadenken over wat we allemaal willen zien want het is nog steeds niet toegestaan individueel te reizen in Tibet dus moeten we vooraf onze route vastleggen en een lokale gids inhuren.
Chinese gewoonten
Voor de oud- maar natuurlijk ook de toekomstige China reizigers misschien wel leuk om te vergelijken. Ten opzichte van tien jaar geleden zal er wel aardig wat veranderd zijn. In cultuur, welvaart en opinies. Je kunt dit ook duidelijk zien aan het gedragsverschil tussen jong en oud. Ook kleding, het blauwe Mao kostuum t.o.v. moderne Westerse outfit bij de jeugd. Ook aan winkels kun je dit zien. Van de traditionele kleine supermarktjes waar je alles kunt krijgen tot modieuze shoppingcentra. Vaak zie je oud naast nieuw maar ook veel is niet meer te zien. Soms zie je nog wel een groot standbeeld van Mao staan (zelfs tegenover de Mc. Donalds) maar de jeugd heeft daar niets meer mee. Vermoedelijk hecht een deel van de wat oudere bevolking nog wel aan het verleden. Een restant uit het verleden, althans daar houden we het maar op, is de vertaling van buitenlander als Alien op het douanebewijsje dat je bij de grens meekrijgt.

Straatleven:
De meeste Chinezen hebben niets met een bruine huid en lopen vaak onder een parapluutje of blijven binnen. Een witte huid is zelfs veel aantrekkelijker voor dames. Op televisie zie je veel reclame voor Withener i.p.v. zoals bij ons ‘fond du teint’. Ook tegen de warmte is van alles uitgevonden. Vrouwen in pyjama, mannen met T-shirt omhoog zodat de buik kan koelen, mannen en vrouwen met waaier, mannen lopen ook vaak met ontbloot bovenlichaam of in een onderhemd en vooral in de schaduw en binnenshuis blijven bij de airco die je in nagenoeg elke woonruimte aantreft. Verder ervaar je weinig gêne en een kleine privézone bij mensen, dansen op straat, luid praten, toiletten zonder deuren, je raakt gewoon aan het boeren, winden, smakken, spugen en het slapen op straat; dit zie je ook tijdens het werk in de winkel, achter de receptie of kassa, of een ander stil plekje. Ook wordt er vaak met de hele familie op straat gegeten zonder enige notie van mogelijke overlast voor anderen. De tolerantie naar elkaar toe is heel groot. Ook zwervers zijn geaccepteerd en er is een goed systeem opgezet om hun een minimum bestaan te bieden. Ze leven van lege blikjes en -flesjes die ze tegen statiegeld kunnen inwisselen bij de staat. Zo vang je twee vliegen in één klap. En op straat heeft zo te zien niemand haast. Slenteren, langzaam fietsen, spelletjes, dralen, keren, alles op het gemak. Overigens niet te rijmen met het voordringen wat je dan weer ziet in wachtrijen. Ook wordt je als buitenlander (Alien) veel gefotografeerd. Vaak stiekem, soms wordt het gevraagd, soms met de hele familie erbij. Wij vinden dit altijd leuk om te doen en zin het als een mooie gelegenheid om wat kennis te maken en te vragen waarom ze dit doen. Vaak hoor je dan. Jullie zijn veel groter en hebben een andere kleur ogen en haar dan bruin en zwart (zonder krullen).

Verkeer:
Het verkeer in de grote steden lijkt voor ons een grote chaos. Er staan natuurlijk wel verkeerslichten en op drukke kruispunten agenten en verkeersregelaars met fluitjes maar zodra die er niet zijn rijdt alles door elkaar. Auto's en taxi's gewoon door overstekende voetgangers op het zebrapad. Fietsers en voetgangers kriskras door elkaar, rechtsaf door rood doet iedereen. Op eenrichtingsfietspaden heb je ook tegenliggers. Op de snelweg haal je gewoon rechts of links in en rijden ook de bromfietskarretjes en ander langzaam rijdend verkeer. Ook omdraaien bij files is gebruikelijk. Althans voor de achterhoede die dit nog kan. De oplossing voor het fileprobleem in Nederland! En vermoedelijk door dit onberekenbaar gedrag en omdat iedereen er aan meedoet gebeuren er bijna geen ongelukken. Iedereen is heel alert in het verkeer. Als je dus in de stad loopt hoor je kakofonie van geluiden, steeds claxonerende bussen, auto's en bromfietsen, muziek op straat en luid sprekende voetgangers, geen elektrische fietsen (heel gevaarlijk) en daarbovenop de schelle fluitjes of megafoon van de klaar-overs en verkeersregelaars.
Eet- en koopgedrag:
Naast het gezellig theedrinken en netjes eten met stokjes zie je ook veel andere eetgewoonten die wij onbeschaafd zouden noemen. Het eten ligt dan overal op en naast de tafel en gekleefd tegenaan de muren. Gelukkig krijg je vooraf bij je maaltijd plastic handschoentjes om e.e.a. nog een beetje schoon te houden. Verder wordt alles vers bereid. Natuurlijk perfect en met de wok krijg je dan toch nog snel je eten op tafel. Ook willen de Chinezen graag vers inkopen. In winkels en op markten kun je dus zelf met een schepnetje je vis, kikker of schildpad uit het aquarium vangen om mee naar huis te nemen. In de koelvitrines vind je hetzelfde assortiment maar dan reeds panklaar. Er liggen zelfs hondjes voor consumptie. Ook groente, rijst en andere etenswaren stelt de Chinees op prijs zelf te keuren en daarna in te pakken. Dat dit snel aan het veranderen is zie je aan het gedrag van de jeugd in de drukke stadsdelen. Om de 100 m vind je daar een KFC, Mac of Starbucks. De Amerikanen hebben wat dat betreft al stevig voet aan de grond. Verder zie je veel nieuwe winkelcentra (alle Italiaanse mondaine merken) maar toch ook daarnaast nog de vele kleine ondernemers met winkeltjes, fruitstalletjes en eettentjes. Heel leuk om te zien is ook dat je nagenoeg van elk merkartikel een kopie kan krijgen. De fabrikant is dan wel verplicht een andere naam te voeren. Dit zijn in de praktijk echter maar marginale verschillen. The North Face (lijkt heel echt), Gore Tex etc..., soms ook met net een letter verschil zoals Anmani i.p.v Armani of Mammiut i.p.v. Mammut, Nice i.p.v. Nike, Adisad i.p.v Adidas, etc..... Wat ook opvalt, is dat het heel normaal lijkt als je bv. in een winkel in de rij staat of een taxi aanhoudt of een toegangskaartje wil kopen om voor te dringen. Het gaat ook zonder enige gêne. Kennelijk hebben ze geen gevoel bij onze Hollandse uitdrukking “ Wie het eerst komt wie het eerst maalt”. De Chinese warme maaltijd bevalt ons wel. Het is anders dan je in Nederland bij de Chinees krijgt maar het is lekker pittig en licht verteerbaar. Je kunt het desgewenst ook heel scherp krijgen maar wij kiezen meestal wat minder scherp. We roepen dan "Bu Yap La". Maar om dit nu 3 maal per dag te eten. We verlangen wel eens naar een hartig broodje kaas met een lekkere bak koffie als ontbijt. Kaas is nagenoeg niet verkrijgbaar en worst en brood heeft altijd een zoet smaakje. China kent als warme maaltijd naast veel algemene gerechten zoals Noodles, Sweet-Sour pork, kip met pinda's, Bapao broodjes, rijst zonder- of met vlees, tomaat en ei, etc.... ook veel streekgebonden gerechten. Peking Duck, Dumpling, Hot-pot, Steen gebakken vlees, Kip met rode wijn (heel lekker); in het algemeen veel groente en deegwaren en weinig vlees. Verder is er overal vrije toegang tot terrasjes en eettentjes met eigen eetwaren. Of je nu wat koopt bij het tentje of niet maakt niet uit. Dit is echter aan het veranderen in toeristengebieden waar een snelle doorstroming van tafeltjes wordt nagestreefd. Als wij wat willen kopen kan het lastig zijn als er alleen Chinees wordt gesproken. Maar met een goed humeur, vertaalboekje, wat aanwijzingen en volharding lukt het ons altijd. Er is altijd tijd voor je bij de verkopers en laat je niet opjagen door mensen die steeds tussendoor iets vragen of willen betalen. Dit is heel normaal gedrag. Handig is als je op één hand tot tien kunt tellen. Dit begrijpt iedereen.
Kleding:
Doorgaans ziet de Chinees in de stad er netjes gekleed uit. Bij warm weer lopen de mannen vaak in een wit onderhemd en hun broekspijpen opgerold. Het bekende zwarte Chinese schoentje wordt ook nog volop gedragen door oudere mensen, vaak door winkelbedienden en dames met een bandje. Ook het donkerblauwe (Mao) jasje en petje zie je geregeld voorbij komen. Als je goed oplet zie je sommige dames uitgedost in hun pyjama. De jeugd ziet er Westers gekleed uit, modern en goed gekapte haren en uiteraard met mobieltje en allerlei andere technische snuisterijen. De nog niet zindelijke peuters hebben vrijwel allemaal een opening in hun broek om zo op straat hun behoefte kwijt te kunnen. Ze worden dan tussen hun ouders op schoot zo vast gehouden dat ze tussen de benen door alles kunnen laten lopen. In de omgeving van een klooster, zie je de monniken in hun traditionele kledij rondlopen.

Humor:
Je ziet veel lachende en blije gezichten. Ook om onhandigheidjes wordt al snel gelachen. B.v. wanneer je een woord verkeerd uitspreekt of iets uit wil leggen wat niet direct wordt begrepen of wanneer ze onder elkaar hun eigen landgenoten nadoen. Ze kunnen hier hartelijk en hard om lachen. In de parken waar ze massaal recreëren (vaak met de hele familie) kunnen ze helemaal opgaan in zichzelf. Ieder voor zich doet zijn uiterste best om goed mee te kunnen doen, dansen, zingen, spelletjes en sporten. Er wordt veel gelachen en er is dan een grote saamhorigheid. Heel motiverend om te zien.
Lijiang,
Eindelijk wat meer natuur op zeg maar het "platte land" van China. Natuurlijk niet helemaal plat maar wel midden in de ongerepte natuur. We zitten zelfs bij een berg van ca. 5500 m hoog. Te hoog om in de tijd die we hier zitten te beklimmen maar dit komt vermoedelijk wel goed in Nepal, onze bestemming na Tibet. Lijiang ligt in de groene provincie Yunan in het uiterste Zuidwesten van China tegenaan de Tibetaanse grens. Lijiang is voor Chinese begrippen een klein plaatsje met een oud en gezellig centrum. Kleine nauwe straatjes en thuis voor de Naxi bevolking, één van de minderheden in China. Helaas is het plaatsje daardoor ook erg toeristisch geworden en is veel van de oorspronkelijke oudheid verdwenen. Ook de oorspronkelijke klederdracht van de Naxi bevolking zie je nog maar sporadisch. We zitten dit keer niet in een groot hotel maar vier nachten in een Tibetaanse Hostel met een erg gezellig binnenplaatsje. Wel wat primitief en met een koude douche maar ook maar 10 min. lopen van het oude centrum. Er zijn in dit oude centrum ook weer twee tempels te bezoeken wat we dan ook wel doen maar tevens veel herhaling zien. De mooiste van de twee ligt bovenop de heuvel waar het dorpje tegenaan ligt op een hoogte van ca. 2350 m. We zijn ook een dag naar een mooie kloof geweest, (The tiger leaping gorge) waar de Yantse rivier vanuit Tibet de provincie Yunnan binnenstroomt met wel wanden van 3 km hoog en maar 20 m breed op het smalste deel. Te wild om zelfs in te raften. Jammer genoeg wordt alles uitgebuit dus ook bij de kloof stond weer een ticket-office waar je moet betalen om wat natuur te zien. Onderweg hebben we in een Boeddhistisch tempeltje geweid aan vruchtbaarheid met z'n tweetjes een wens mogen doen die door de aanwezige monniken dagelijks wordt herhaald. Als aandenken hebben we een kralenarmband gehad (gekocht?). Hopelijk komt onze wens uit. 's Avonds zijn we uitgenodigd voor een authentieke Naxi dans- en muziekvoorstelling. Wij vonden het niet erg inspirerend maar zonder dat je ernaar toe bent geweest kun je dit niet zeggen. Zulke shows horen nu eenmaal bij een culturele rondreis. Je kunt in de omgeving niet veel doen als je niet van fresco's houdt. Toch hebben we de fiets gepakt en het dorpje Baisha bezocht. Ca. 10 km ten Noordwesten van Lijiang. Gelukkig maar want hier kun je nog volop het dagelijks leven van de Naxi bevolking zien. De vrouwen lopen nog in de originele klederdracht met het schapenvachtje op hun rug ter bescherming van de rieten mand die ze vaak dragen overvol met groenten of gras. En van het toerisme is hier weinig meer te zien. Een dergelijke verkenning van de omgeving geeft je weer een goed gevoel. Meestal blijf je bij een georganiseerde rondreis maar net lang genoeg op een plaats om de high-lights te zien en te kort voor contact met de lokale bevolking of een verkenning van de omgeving. In deze streek zou je met wat meer tijd 5 dagen kunnen uittrekken voor het beklimmen van de Snow Mountain of drie dagen voor een trekking door de indrukwekende kloof. Het dorpje Baisha ligt in een groene vallei omringd door bergen. Ca. 100 km meer naar de Tibetaanse grens ligt het Chinese dorpje “Shangri-La”.
Dali,
Ca. 150 km meer naar het Oosten ligt in dezelfde provincie het plaatsje Dali. Iets minder toeristisch en bekend om de drie mooie pagodes te rekenen tot de oudste van China. De hoogste meet 70 m en telt zestien verdiepingen. Het plaatsje is tevens thuis voor weer één van de andere bevolkingsgroepen dan de Han en Naxi. Deze Bai mensen hebben ook weer andere gewoonten en klederdracht dan de Han en Naxi. Nog iets meer naar het Noorden leeft er weer een andere bevolkingsgroep met andere gewoonten en klederdracht. Het bijzondere van deze Mosu mensen is dat zij kiezen voor een matriarchale verhouding (wandelende huwelijk), een soort vrijgezellenleven waarbij de man steeds weer voor zijn ouderlijk huis kiest na een periode van samenzijn met een vrouw. De vrouw kiest haar tijdelijke partner en voedt ook de kinderen op die ze er aan overhoudt. De eerste dag dat we aankomen is het erg warm, ca. 30 gr. C in de schaduw. En dat op bijna 2000 m hoogte. We gaan eerst lunchen in het Tibetean Cafe waar we informeren naar de mogelijkheden voor onze reis naar Tibet. Daarna beklimmen we de stadsmuur, die gedeeltelijk te bewandelen is. Het uitzicht op de muur geeft je gelijk een goed beeld van Dali. Ook hier weer gelegen tussen de rijstvelden omringd met bergen. De straatjes geven hetzelfde beeld als Lijiang. Overal souvenirwinkeltjes en kanaaltjes die door de bevolking gebruikt worden om water te scheppen voor huishoudelijk gebruik. De sfeer is echter anders. Veel rustiger maar wel meer Europese toeristen. Althans ze vallen meer op doordat je nauwelijks Chinese toeristen ziet zoals wel heel veel in Lijiang. Dali is net als Yangshuo het Mekka voor de blanke backpacker. Ook de cafeetjes en eettentjes stralen dit uit. Er is zelfs Cappuccino met apfelstrudel verkrijgbaar. Wel voor een derde van de prijs als in Europa maar nog steeds duur voor Chinese begrippen. In Chengdu hebben we een keer goed gegeten, incl. een halvel bier, voor 1,30 Euro p.p. Zie het verschil. Voor een maaltijd in Dali betaal je al snel 6 Euro p.p. De tweede dag zijn we met de boot het Erhai lake opgevaren om de vissersdorpjes aan de overzijde te verkennen. Net zoals in de omgeving van Lijiang zie je hier bijna geen toeristen maar het ongedwongen dagelijkse leven van de Bai mensen. Heel leuk was het bekijken van een oud schooltje nu in gebruik als graanopslag en een oude tempel (of Merci) nu in gebruik als ontmoetingsplaats voor de lokale gepensioneerden. De derde dag hebben we weer de fiets gepakt om de rijstvelden en de Chongsheng tempel met de drie Pagodes te bekijken. Het was net oogsttijd dus op alle rijstvelden en afgaande wegen was het een drukte van jewelste. Als je even stil was hoorde je het lachen en praten van de mensen galmen tegenaan de bergen. En dat we zonder enige wind in de middagzon wel weer 38 gr. C hebben gemeten scheen de mensen niet te deren. Wij hadden er wel last van maar je wilt toch e.e.a. zien. Thuis zou je vermoedelijk op het strand zitten en om het uur de zee in duiken bij deze temperatuur.
Kunming,
Na een busreis van vijf uur (320 km) waren we bij ons Hotel in Kunming de hoofdstad van de provincie Yunnan. Voor ons maar een tussenstop richting Yangshuo. We bleven hier maar één nacht, net voldoende om het 'Stenen woud' nabij het plaatsje Shilin (120 km ZO) te bekijken. Een plek waar je natuurlijk weer entreegeld voor moet betalen (150 Yuan) om moeder natuur te zien. Ook al staat de plek op de Unesco wereld-erfgoedlijst is het flink aan de maat. En wie weet wat de prijs volgend jaar is want de prijzen van attracties zijn zoals wij hoorden waren dit jaar ook flink gestegen. Het is echter een plek om niet aan voorbij te gaan. Weer een bijzonder natuurverschijnsel dat de zee heeft prijsgegeven. Ga er echter niet heen als het regent want de stenen trapjes tussen de boulders zijn dan spek glad. Van de tweede dag hebben we alleen de ochtend in Kunming kunnen doorbrengen om tijdig in de namiddag te kunnen inchecken voor onze tweede interne vlucht van de reis. Ditmaal naar Guilin vanwaar we met de bus doorrijden naar onze volgende verblijfplaats Yangshuo. De vliegtijd is maar 1,5 uur. Vanuit Kunming kun je ook goed naar Tibet dus hebben we de geringe tijd die we nog hadden besteed aan het vinden van reisorganisaties die dit mogelijk voor ons kunnen regelen. Van de andere twee bureaus in Chengdu en Sangri-La hebben we nog niets vernomen. Het lijkt allemaal niet moeilijk te zijn en in een klein weekje te regelen. Misschien dat de lokale reisorganisaties daardoor wat minder haast hebben. Het is immers nog drie weken verder.
Yangshuo,
Yangshuo is meer een internationaal backpackers-resort dan een Chinees dorpje. Voor vier dagen onze thuisbasis. Het dorpje ligt in het bekende Karstbergen gebied aan de Li-river dat veel recreatiemogelijkheden biedt. Ballonvaart, raften, klimmen, riviercruises en -raften op een bamboevlot, fietsen en shoppen. Want souvenirwinkeltjes zijn er genoeg. Het doet ons een beetje denken aan de Ardennen er is zelfs ook een grot die je per boot kunt verkennen. Groter dan Han, Remouchamps of Dinant. Ook de ongedwongen sfeer is een beetje hetzelfde. Wij zijn de ochtend direct na aankomst vanuit Kunming om 6:00 met een heteluchtballon omhoog gegaan. We stegen tot in de wolken (letterlijk en figuurlijk) om en nabij een hoogte van 900 m. Iets lager is het zicht natuurlijk veel beter. De vaart geeft een prima indruk van de omgeving en kost 75,- Euro p.p. voor een uur zweven. Dus niet aan een touw of zo. Wij kwamen ca. 10 km vanaf de startplek weer neer (ja bewust) op de vluchtstrook van een drukke autoweg. Ja, dit is in Nederland onvoorstelbaar. Een prachtige ervaring om zeker niet te vergeten. In de namiddag zijn we op een river-boat gestapt voor een mini-cruise met diner op de Li-river. Tussen de Karstbergen scenery kun je tevens genieten van de vissers die met hun bamboevlot en vissende aalscholvers de rivier afdrijven. Een bekend plaatje uit dit gebied. Dit doen ze 's avonds met een lamp op de boeg van de boot die de visjes aantrekt. De aalscholvers vangen ze dan. Omdat ze een elastiekje rond hun keel hebben kunnen ze de gevangen buit niet doorslikken en kan de visser de visjes uit hun bek halen. De tweede dag hebben we met een scootertje het landschap verkend. Prachtig om tussen de mooie Karstbergen over kleine weggetjes door de rijstvelden te rijden. We hebben als onderbreking nog gezellig geluncht bij een klein eettentje op een bamboevlot. De keuken had niet veel keus maar het terrasje was des te mooier en heerlijk verkoelend zo op het water. Yangshuo is een goede plek om wat uit te rusten en te informeren over het vervolg van onze reis in China voordat we naar Tibet gaan. We denken na Hong-Kong aan een riviercruise op een vijf sterren schip over de Yangtse rivier weer richting het Westen. Deze cruise duurt zes dagen en brengt ons dan weer in de buurt van Kunming vanwaar we dan naar Lhasa kunnen vliegen. We hebben daar een privé reis geboekt bij Mr. Cheng, een lokale reisagent. We hebben deze zelf samengesteld voor een periode van ca. 14 dagen. We reizen dan van Lhasa met een 4WD tot aan de Nepalese grens waar we dan omstreeks één november de grens oversteken. Ook een bezoek aan het EBC (Everest Base Camp) zit er dan bij. Het is lastig om momenteel op een andere manier te reizen in Tibet. De grens is net weer open voor buitenlanders maar dan wel georganiseerd en met een officiële gids. Bij elk bezoek aan een hotel of tempel moet je het toeristen-permit laten zie. En die krijg je alleen als je vooraf boekt en reist met een officiële gids.
Hongkong,
We zijn op de laatste bestemming van de groepsreis door China aangekomen. Van hieruit gaan we terug naar Guangzou en vliegen onze reisgenoten weer terug richting Nederland. Wij gaan dan weer met z'n tweetjes verder voor de rest van onze reis door Azië. Nog vijftien weken te gaan. Al bijna een derde om. Het gaat toch snel als je het naar je zin hebt. Maar het treinreizen hebben we wel gehad. Wanneer de treinen steeds comfortabeler en netter werden geen probleem maar het is juist andersom. Wanden en tafeltjes zijn soms te smerig om vast te pakken. Laat staan de poepgaten. En de constante geur van urine door de trein zijn we ook zat. Hongkong City, één van China's grootste steden en voorheen een Britse Kroonkolonie is echter veel moderner en netter en bruist van het leven. Dit is ook weer even wennen. Net als je linksaf wil slaan gaan er tien mensen mee, net als je even stil wil staan stopt er iemand voor je, denk je een taxi aan te houden stapt er een ander in of net als je even een foto wil maken staat er iemand stil voor je lens, als mijn plastic zakje met fruit al bijna de weegschaal raakt legt iemand nog snel zijn peren eerder neer. Heel veel mensen bij elkaar in een klein gebied. We liepen samen met nog duizenden mensen te zweten (bij 35 gr. C) op straat en te rillen in winkels en restaurants door veel te koude airco en -tocht, die zelfs op straat voor winkels te voelen is. Kortom goed voor een koutje en een stijve nek. Wat de zaak ook nog versterkte was de nationale feestdag op 1 oktober. Rondom deze week zijn alle Chinezen vrij en waren er in het hele land 58 miljoen mensen op pad. Veel Kantonezen trekken dan naar Hong-Kong en Yangshuo net in de periode dat wij er waren, maar ook naar Tibet. Het reizen in die periode is erg lastig Er waren nagenoeg geen treintickets te verkrijgen terwijl wij door willen reizen op de vierde oktober vanuit Guangzou (voorheen Canton) naar Yichang voor onze cruise over de Yantse-river richting Chongqing en vervolgens weer met de trein naar Kunming en het vliegtuig naar Lhasa. Gelukkig zijn we nu ook zover dat dit alles lijkt te lukken. We hebben het tweede visum voor China (30 dagen), we hebben afspraken voor naar Tibet en de treinkaartjes voor de hardsleeper naar Yichang. We hadden ook weer geluk om op 1 oktober 2008 in Hongkong te zijn. We hebben die avond het mooiste vuurwerk gezien dat we konden herinneren. In China met vuurwerk op een nationale feestdag. Hoe kan het ook anders. Er werd in 20 minuten voor ca. 1,2 miljoen euro in de lucht geschoten. Prachtig om te zien met de sky-line van Hongkong island op de achtergrond. Ook mooi was de rondvaart met de Star-Ferry door Victoria Harbour met de vele glazen torenflats van Hongkong island op de achtergrond. Daarna hebben we de Peak-tram genomen die je via een 200 jaar oud lijntje naar de top van Victoria Mountain brengt. Van hieruit heb je een mooi uitzicht over het gehele havengebied. Hongkong staat ook bekend om de exclusieve winkelcentra. Veel Chinezen van het vaste land maken regelmatig de trip van twee uur per trein om hun garderobe uit te breiden. Vooral elektronica is goedkoop door het belastingvrije klimaat.
Yangtse Cruise,
Direct na aankomst in Yichang na een treinreis van zeventien uur met de smerigste trein die we tot nu toe hebben gehad, ja toch weer omdat anders reizen naar Yichang vrij lastig is, zijn we direct aan de slag gegaan met het zoeken van een cruiseschip. Dit ging voorbeeldig want ca. drie uur later stonden we al weer buiten met twee cruisetickets voor dezelfde dag in ons hand. 17:30 boarding en de volgende dag al door de sluizen van de Yangtse rivier. Vijf stuks om de hoogte van 105 m te overbruggen. De vier sterren "Ms. Fortune" -all inclusive- werd voor de komende vier dagen ons plekje om eens goed uit te rusten na de intensieve tour door China. Wat een verschil met de treinreis van afgelopen nacht. We werden wakker om zes uur in de morgen met een banaan als ontbijt. Je zit dan naar buiten te staren door een raampje dat niet open kan waardoor de scherpe urine- en zoetige huidgeur van de trein nog vermengd met etensluchtjes blijft hangen. Elk hoekje en gaatje is zwart van viezigheid met een vette plek op de wanden op hoofd- en schouderhoogte. Terwijl we telkens van het doorgezeten plastic stoeltje in het gangpad afglijden, zit een meisje smakkend een zak chips naar binnen te werken en horen we achter ons het geslurp van een jongen die een blikje, zeg maar vleesragout- naar binnen zit te werken. Oma en Opa Chinees die op de twee onderste britsen in onze coupe logeren verdedigen hun territorium met kussens en tassen zodat alleen de gang voor ons overblijft. Ook de andere twee mede-coupégenoten ondergaan e.e.a. gelaten. Gelukkig verschijnt omstreeks half negen het verlossende stationbordje Yichang! Ons nieuwe verblijf biedt ruimte voor 126 personen en is gelukkig maar geboekt door ca. 50 mensen. We hebben een kamer op het bovendek met een prachtig uitzicht op de rivier. De cruise is incl. drie uitstapjes naar bezienswaardigheden in de omgeving en wat vermaak aan boord. Tussendoor kunnen we lekker relaxen op het zonnedek met een goed boek en drie verzorgde maaltijden per dag. Op de eerste dag passeren we al de grootste stuwdam van de wereld met een hoogte van 158 m. De dam is in 2009 opgeleverd, en dan moest ook het hoogste waterpeil bereikt zijn. Vanaf 2003 is de hoogte van de rivier beetje bij beetje verhoogd parallel aan de vorderingen van de bouw. Toen wij er waren was er nog 22 m te gaan zodat wij de vijfde kolk nog niet nodig hadden. Het meest spectaculaire van de cruise is met de komst van de dam verdwenen door de stijging van de bovenrivier maar het brengt de regio energie, meer transport over water en een einde aan de diverse overstromingen uit het verleden. De overige dagen lijken veel op elkaar en staan vooral in het teken van eten, lezen, slapen en nog meer eten, lezen en slapen terwijl je door de beroemde "Three gorges" vaart en het schip gestaag de 600 km aflegt. Het is echt een luxe cruise, alles is verzorgd, bediening binnen de minuut, de handdoeken worden tweemaal per dag verschoond en terwijl wij zitten te dineren wordt onze slaapkamer opgeruimd, worden je kleren opgevouwen, gordijnen gesloten en zelfs je bed opengeslagen. Na aankomst in Chongqing hebben we dezelfde dag al het vliegtuig naar Kunming gepakt. Al weer onze derde binnenlandse vlucht deze reis. Het kost ook bijna niets. De vlucht koste voor ca. 600 km (1 uur vliegen) 95,- euro p.p. De treinreis kost maar een kwart maar duurt wel ca. tweeëntwintig uur door alle stops onderweg. Net aangekomen in Kunming, terug van de relaxende cruise over de Yangtse-river, zijn we direct al weer bezig met de voorbereidingen voor de komende tijd in Tibet, het "Dak van de wereld". Het schema staat inmiddels vast i.v.m. de reservering van onze permits. We vliegen 12 oktober 2008 vroeg in de morgen (7:00) al naar Lhasa. Om half zes ’s morgens pikt Mr. Chen ons al op bij het Camelia hostel waar we de afgelopen drie dagen hebben zitten popelen om te vertrekken. Afgewisseld met -natuurlijk- lekker eten bij Mamma Fus. Ook hebben we voor de tweede maal een pakketje (dit keer met China spullen) naar huis gestuurd. Weer 3,2 kg, voornamelijk onderweg verzamelde boeken en souvenirs, minder in de rugzak. We zijn nu al meer dan zeven weken (van de tweeëntwintig) op pad en hebben de meeste kilometers al achter de rug. Althans zoals gepland, want wat we exact na Tibet gaan doen staat nog niet vast. Zoals er ook wat veranderingen zitten in het oorspronkelijk geplande routeschema. We volgen na de eerste dagen in Lhasa de Friendship Highway tot in Kathmandu. In Tibet met een 4WD, chauffeur, (verplichte) gids en over de grens in Nepal weer met openbaar vervoer. We hebben dan nog zeker vijf weken voor Nepal voordat het te koud (sneeuw en ijs) wordt op de hoge bergpassen.
Foto reeks
Tibet,
Hoe we in Lhasa (3595 m)zijn gekomen is een apart verhaal. Zeker in die tijd wanneer Tibet ‘op slot’ zat. Wij hebben in Kunming via de al eerder genoemde Mr. Chen de verplichte permits kunnen regelen. Voor elke boeddhistisch klooster heb je een aparte permit nodig en je moet reizen in een groep. Na ja met z’n tweetjes zijn ook een groep. We konden tien dagen blijven en doorreizen naar Nepal in gezelschap van een Tibetaanse gids. ’s Morgens vroeg eerst met het vliegtuig van Kunming naar Shangri-La en vandaar naar Lhasa. In het vliegtuig lekker in het boekje “Lost Horizon” zitten lezen, dromend van het mystieke idyllische Shangri-La zoals door James Hilton omschreven. Vanuit het vliegtuig zien we intussen de besneeuwde toppen van de imposante Himalaya voorbij schuiven. Ook hebben we nog een leuk boekje in Hengelo gekocht. “Een vriendschap in Tibet”. Claire Scobie schrijft hoe zij met haar vriendin en non Ani door Tibet reist. Op het vliegveld werden we netjes opgehaald door onze Tibetaanse gids Mingmar (betekent dinsdag, zijn geboortedag) die ons welkom heette op de Tibetaanse wijze door het schenken van een witte sjaal. Een leuke spontane jongen die ons na de gebruikelijke kennismaking direct dezelfde dag al uitnodigde voor de bruiloft van zijn zuster. Dit was voor ons koren op de molen zodat we al gauw een afspraak hadden rond etenstijd.
Het hotel dat bij de permit was geboekt ligt op loopafstand tussen de Potala en de Jonkhangtempel. Dus een goede locatie en zoals vele hotels in China vrij nieuw, grootschalig en luxe maar tevens al uitgeleefd en daardoor nagenoeg ongebruikt. Wat nu de exacte oorzaak hiervan is kunnen we wel raden. De Chinezen spugen gewoon op de vloerbedekking, gooien hun afval en etensresten, peuken etc. overal neer en slopen alles. Toen we aankwamen zat er b.v. een heel gezin te koken op de kamer naast ons met hun zelf meegebrachte brander en etenswaren. De zoete Yakboter lucht kwam ons in de lift al tegemoet. Ook worden de kamers vaak door een heel gezin van buiten de stad gebruikt zodat kinderen naar school kunnen. De eerste dag moet je niet teveel ondernemen om goed te acclimatiseren maar ja je wilt toch ook wat zien dus wij na het inchecken direct op zoek naar de Potala. Rustig lopen, veel water drinken en zoveel als mogelijk in de schaduw blijven. Toen we de Potala zagen (met een flinke hoofdpijn natuurlijk) waren we echt ontroerd. Onvoorstelbaar groot, mooi, gracieus, imposant, wat kun je nog meer verzinnen. Alle omschrijvingen schieten te kort. We hebben zeker een half uur zitten genieten van de impact die het paleis heeft op mens en omgeving. Daarna met Mingmar naar de bruiloft. Hier werden we als eregasten ontvangen en kregen we weer twee mooie witte sjaals. Wit, als teken van een geschenk uit het hart. Daarna wijn, snoep, zonnebloempitten, yakvlees en uiteindelijk de rest van de maaltijd. Heel de familie was uitgenodigd zo ook de oudere familie nog in klederdracht. We werden helemaal opgenomen en steeds weer door andere familieleden bijgeschonken en aangezet tot eten en drinken. Het feest eindigde met het dansen rond grote wierookbranders voor een zelfgemaakt altaar. Dit was een mooi begin voor een eerste dag.
De tweede dag was even indrukwekkend als de eerste. De Jokhangtempel is niet de grootste maar wel de meest bezochte tempel in deze rumoerige tijd. Veel pelgrims uit het hele land lopen in de ochtend een aantal malen de Kora rond de tempel, met gebedsmolen of prosterend, regelmatig onderbroken voor het branden van wierrook in de zwart geblakerde oventjes onderweg. Daarna sluiten ze aan in een lange rij voor een bezoek aan de vele kapelletjes met beelden van koningen, goden, Boeddha’s, scholars, discipelen en protectors in de tempel. Overal worden de boterbranders bijgevuld en offeren ze witte zijden sjalen of geld bij hun favoriete heilige. Wij liepen daar voorzichtig tussendoor om niet uit te glijden op de spekgladde vloeren, bekeken door nieuwsgierige pelgrims uit afgelegen streken, in de sterke geur van brandend wierrook en de vele boterlampjes. Het is nauwelijks voor te stellen dat dit aan het uitsterven is zo intensief wordt dit beleefd door opa's, oma's, pa, ma en kleine kinderen. Zeker door de mensen uit de buitengebieden. Maar dat de Tibetaanse cultuur aan het uitsterven is goed te zien. Bij ons bezoek aan het Sera- en Drepung klooster, de volgende dag, hoorden we dat er nog maar 10% van het oorspronkelijk aantal monniken woont. Je moet dan denken bij het Drepung klooster aan 400 i.p.v. de 4000 van voor de culturele revolutie. Dit geldt voor de meeste kloosters die zijn overgebleven na deze onstuimige periode. Ca. 6000 kloosters zijn toen vernield en slechts een kwart hiervan zijn nadien gerenoveerd en staan nog steeds onder curatele van de Chinese overheid. Overal lopen er gewapende soldaten op straat. Zelfs tijdens de Barkhor-kora zie je pelgrims monniken en soldaten door elkaar heen lopen. De derde dag hebben we de Potala bezocht na een Kora rond de paleismuur vol met gebedsmolens. Er is maar een gedeelte van de 1000 kamers te bezoeken. M.n. de privévertrekken en Stupa's van de Daila-lama's die er hebben gewoond. Zo'n Stupa (soms 12 m hoog) bevat al snel tussen de 300 en 1000 kg aan bladgoud ingezet met robijnen en saffieren. Erg zuur is nu dat je vanuit het paleis uitkijkt op het nieuwe monument voor het Chinese bevrijdingsleger. Ook wordt er om de Chinese aanwezigheid te benadrukken op veel plekken luide Chinese muziek gedraaid. Het is moeilijk in Lhasa om je als Tibetaan te ontrukken aan de Chinese overheersing. Gevangen, zonder paspoort, in je eigen land! De laatste dag hebben we de Linkhor-kora van ca. 8 km gelopen inclusief de Barkhor Kora als afscheid van Lhasa. Na deze vierde dag zijn we voldoende geacclimatiseerd voor de reis naar de hoger gelegen gebieden in het Zuiden. Dit had wel even tijd nodig want naast het hoogteverschil t.o.v. Kunming hebben we beiden ook nog een klein griepje opgelopen.
Friendship Highway,
De weg van 865 km lang tussen Lhasa en Kathmandu heeft terecht de vermelding één van de mooiste op heel de wereld te zijn. Spectaculair zijn de verschillende landschappen die je doorkruist en bergpassen die je overgaat. Niet een bergpas zoals in de Alpen, maar je rijdt gewoon over vlak terrein op een hoogte van 5000 m. Alleen aan een poort vol gehangen met Tibetaanse gebedvlaggetjes herken je het hoogste punt. Zodra je de brede asfaltwegen van Lhasa achter je laat gaat de route al snel over in een merengebied op 4000 m, vervolgens door grote valleien met graan en rijstvelden met veel kleine dorpjes en boerderijtjes die langzaam overgaan in de Himalaya met sneeuw en ijs. De vele 8000-ers torenen overal bovenuit. Daarna gaat de route door- en langs brede rivierbeddingen en door stoffig heuvelachtig gebied om vervolgens weer over te gaan in een werkelijk spectaculair groen ravijn van vlak voor de grens met Nepal tot nagenoeg bij Kathmandu. In dit laatste stuk zitten veel gevaarlijke stukken en een 4WD is hier onmisbaar. Onderweg hebben we nog een aantal kloosters bezocht, gegeten in gezellige Tibetaanse eettentjes en geslapen in een tentenkamp nabij het Everest Base Camp (Zie aparte EBC omschrijving). De gehele route duurde vijf dagen. Je kunt het gehele traject ook op de fiets afleggen. Dit is vanuit Nederland georganiseerd te boeken. Sinds een jaar of vijf is de route flink aan verandering onderhevig. Er verschijnen overal elektriciteit- telefoon- en televisiemasten om de dorpjes te voorzien van de nodige basisvoorzieningen en actuele informatie. Ook Chinese propaganda! De gevaarlijke stukken in de route worden -buitenom het EBC- verbeterd door aanleg van shortcuts, bruggen en viaducten waardoor ook het vrachtverkeer tussen China en Nepal zienderogen toeneemt. De route zal naar verwachting in de komende jaren veranderen in een drukke transportbaan met wegrestaurants en benzinepompen.
Everest Base Camp (EBC),
Halverwege de Friendship Highway hebben we een omweg gemaakt om een nachtje te slapen in een tentenkamp onderaan de Mt. Everest. Het kamp (5000 m) opgetrokken uit vaste tenten gerund door diverse Tibetaanse families ligt tussenin het Rongphu Klooster (4900 m) en het echte basecamp (5100 m). De route er naar toe gaat via een onverharde weg snel bergopwaarts tot de Pang-La (bergpas) op 5050 m hoogte. Van hieruit heb je een prachtig uitzicht op de Himalayareuzen in het Qomolangma park. Everest, Makalu, Lothse, Nuptse, Cho-Oyu en de minder bekende 8000-er Shishapangma. We kwamen aan in het tentenkamp rond 15:00 met een middagdag temperatuurtje van wel 25 gr. C. Diezelfde nacht vroor het buiten echter -10 gr. C. en was het binnen net rond het vriespunt, geholpen door het potkacheltje dat brandde op Yakmest en tevens voorzag in heet water voor de zoete- en Yakboter thee. Voor ons Europeanen was er gelukkig ook thee met een jasmijn smaakje. 's Nachts was het wel lastig slapen vanwege de grote hoogte en de scherpe rook van het snorrende kacheltje dat de tent zo behaaglijk maakte. Maar het uitzicht dat je hebt vanaf het tentenkamp of 100 m hoger vanaf het EBC is onvergetelijk en zeker de moeite waard. We waren met z'n tweetjes op het basecamp dat alleen in de zomermaanden wordt gebruikt door expedities. Dit op een prachtige zonnige dag met een azuurblauwe hemel. Ook het aanzicht bij ondergaande- en opkomende zon hebben we mogen ervaren vanuit het tentenkamp. Het kacheltje was overigens ook goed om zoete aardappelen te poffen. Ja, dit in de asla van verbrande Yakmest. Ze smaakten er echter niet minder om.
Kathmandu,
Direct na aankomst in Nepal zijn we al twee maal afgezet. Hoe stom kun je zijn maar we moeten weer even wennen aan het prijsverschil t.o.v. Tibet. De eerste keer hebben we ca. 10,- euro (1000 Rps) teveel betaald bij het verkrijgen van een visum. Ja gewoon bedonderd door een douanier. Vervolgens hebben we ook teveel betaald voor onze rit van de grens naar Kathmandu, het laatste stuk van de "Friendship Highway". Ook zeker 10,- euro teveel. Dit scheelt ons al weer zeker drie nachten in ons Guesthouse in Kathmandu. Enfin, we zijn weer alert. Als je even niet oplet wordt je als toerist overal geplunderd. We zijn de eerste dag neergestreken in het Guesthouse 'Monumental Paradise' in Freakstreet met een heerlijk dakterras en goede keuken. Een druk straatje in de oude stad, dat heel populair was bij de Hippies in de jaren zestig. Niet echt luxe maar een goede budgetlocatie en buiten de drukke backpackerswijk Thamel. Hoewel de eerste avond viel de elektriciteit in de wijk al uit en het reservekaarsje op onze kamer weigerde dienst. Ooit gezien dat een kaars het niet deed? Wij wel. Freakstreet komt direct uit op het bekende Durbar (Paleis) Square. Het is een drukke wijk met nauwe straatjes vol met voetgangers, fietsen, riksja's, toeterende scooters, motoren en auto's. Alles rijdt door elkaar heen en veroorzaakt vaak opstoppingen. De straatjes zijn hooguit 4 m breed en door alle rommel en vuilnis die aan de kant ligt, verkopers met hun uitgestalde etenswaren, elektriciteitspalen met wel tientallen draden die steeds weer de weg oversteken, kunnen bv. een riksja en een minitaxi elkaar nauwelijks passeren. Laat staan samen met het overige verkeer. Het meest zie je de Honda Hero en de Indiase Kawasaki maar soms hoor je nog het unieke geluid van de Royal Enfield in de nauwe straatjes. Verder zie je veel duiven, honden, roofvogels en een enkele koe in de straten. Overdag regeert het verkeer zou je zeggen maar 's nachts het ongedierte. Je ziet plenty dode ratten aan de kant van de weg en het geblaf en gegrom klinkt tot ver in de nauwe straatjes. Verder heeft Kathmandu ook aardig wat oude bezienswaardigheden, zoals eerder genoemd het oude Durbar-square (ca. 1000 jaar oud) in de oude stad maar ook de steden rondom Kathmandu hebben een plein met tempels en paleizen. Verder zie je aantal grote Stoepa's en plenty Hindu- en Boeddhistische tempels in Kathmandu-valley mede gebruikt door de vele Tibetanen die hier zijn neergestreken. Wat je ziet lijkt op een mix van Tibet, Balie en India. Verder kun je ook naar een soort van tweede Varanasi (Pashupatinath) waar lijkverbranding plaatsvindt aan de Bagmatie rivier die weer uitmondt in de heilige Ganges. Voor veel toeristen een must om te zien. Het is slim om een mondkapje mee te nemen want de crematies gaan de hele dag door op zeker vijf brandstapels. En over rook gesproken; als je van een joint houdt is het ook goed vertoeven in Nepal. M.n. in de oude wijk waar wij zaten zag je veel m.n. blanken hun geluk in de joint zoeken. Het kost ook nagenoeg niets. Op straat wordt het ook regelmatig aangeboden. Het lijkt wel of alles kan in Nepal. Althans voor een toerist. Na bijna zes dagen hebben we het wel gezien in de hoofdstad en zijn we met de bus naar Pokhara, het vertrekpunt voor onze Annapurna trekking, gereden. Het tijdverschil met Tibet is minus twee uur en vijftien minuten. Dus het tijdverschil wat overblijft met Nederland wintertijd is plus vier uur en vijf en veertig minuten.
Pokhara,
We zijn op de dag van vertrek naar Pokhara om half zes ’s morgens opgestaan om met een half uur vertraging te vertrekken in een aftandse bus richting Pokhara. We hebben de toeristenbus voor 450 Rps/p.p. geboekt tegenover ons hostel in Kathmandu. Je verwacht dat zo'n bus toch goed zou zijn maar niets is zeker in deze landen en wat je krijgt valt zelden mee. Ter vergelijking een normale dienstbus zit boordevol mensen en nog zo'n tien of wat op het dak tussen de bagage. In elk geval; Onze bus zat ook vol met Nepalezen, zes Engelse meiden, een Duits gezin en wij. Allemaal slachtoffer voor de komende zeven á acht uur. De stoelen zijn doorgezeten en niet meer te bedienen zodat je elke hobbel in je nieren en rug voelt. Onze kleding werd viezer tijdens de reis dan in de zes dagen ervoor in Kathmandu. Het traject dat de bus aflegt maakt echter veel goed. Hij rijdt over smalle bergwegen door een prachtig groen landschap met rijstvelden in de valleien en mooie -terrassen tegenaan de bergen. De route van 200 km volgt nagenoeg vanaf het begin tot aan Pokhara -met de af en toe overstekende Trisuli river. Na de busreis van acht uur hebben we een leuk slaapplekje "Peace Eye Guest House" gevonden. De eerste nacht in een klein kamertje in de tuin voor 250 Rps/dag (2,5 Euro). De rest was vol vanwege het vijf daagse Tihar festival. Veel Nepalezen trekken er dan met de familie op uit. Pokhara is een rustig plekje aan een stuwmeer met een prachtige weerspiegeling van het Annapurna massief dat ver boven de omringende heuvels uitsteekt. Direct aan het meer (lakesite) ligt er een lint aan hotels, winkeltjes en eettentjes merendeel in gebruik door toeristen. Veel back-packers komen hier een tijdje uitrusten. Parapenten, raften, bunji jumpen of zich voorbereiden op een mooie trekking. Je kunt er net als in Kathmandu ook weer allerlei imitatiekleding kopen. Vooral bergsport spulletjes. In de eetentjes zijn allerlei soorten gerechten te koop. Van het lokale Dal-bath, tot pizza’s, appelgebak en lekkere koffie met een goed gebakken brownie. Wij zitten net buiten het drukke gedeelte met aan de ene zijde uitzicht op het meer en de andere zijde het Annapurna massief. Dit houden we nog wel even vol. Er is genoeg in de buurt om de komende 4 dagen te verkennen. Daarna is het nog twee uurtjes met de bus richting Besisahar en we kunnen beginnen aan de trekking. Nu nog wat voorbereidingen treffen en wat inlopen en we zijn gereed.
Annapurna circuit,
Het Annapurna circuit loopt rond het Annapurna gebergte zoals de naam al doet vermoeden. Wij hadden de trekking gepland in de eerste drie weken van november. Net zoals de rest van onze reis is dit ook weer gelukt incl. het tijdig verkrijgen van de verplichte trekkingpermits. Wat een administratie zeg. Drie formulieren invullen, twee tempels, een pasfoto en nog 30,- euro/p.p. om dit voor elkaar te krijgen. We startten net na de maand oktober die als de beste maand voor de trekking wordt aanbevolen. Er is dan de meeste kans op droog en helder weer. November gaat ook nog wel maar dan wordt het 's avonds al aardig koud boven de 2500 m. Het is wel een voordeel dat er dan minder andere trekkers op pad zijn. De trekking zou achttien dagen duren. Circa honderd uur effectief lopen, 210 km vlak en 8000 m stijgen en dalen. We hadden gekozen om het circuit linksom te lopen vanuit Besi-sahar zodat we goed konden acclimatiseren aan de hoogte en lichamelijke inspanning. We liepen zonder gids en dragers met een minimum in de rugzak. Hoewel toch nog teveel als je e.e.a. achteraf beschouwt. Anke liep met ca. 8 kg en Wim met ca. 12 kg. Zeker in het begin weegt dit aardig door. Aan het eind van de trekking ben je het wel gewend. We sliepen onderweg in lodges of theehuisjes waar je ook goed kunt eten. De meeste hebben een internationaal menu. Per dag waren we gemiddeld RPS 2000 kwijt voor eten en overnachting. De goedkoopste overnachting was 100 RPS voor een twee persoonskamer en de duurste 650 RPS. Meer informatie is te vinden op de website www.nepaltourismadventure.com. Als gids hebben we de trailblazer gids voor het Annapurna gebergte gebruikt. In Pokhara hebben we nog de klassieker “Annapurna” van Maurice Herzog gekocht. De eerste beklimming van een 8000er.
Dagindeling,
Na drie dagen lopen vonden we pas de tijd en energie om wat op papier te zetten over de opgedane ervaringen. Wat vooral opvalt, is dat je niet in één langzaam stijgende lijn omhoog loopt maar dat het traject voortdurend kleine stukjes stijgt en daalt op deze lijn. Erg vermoeiend en verraderlijk voor de planning. De paden zijn bovendien erg rotsachtig met veel losse stenen zodat je steeds op moet letten dat je niet struikelt en stil moet staan om de omgeving in je op te nemen. Maar dan ook nog moet je opletten waar je stilstaat i.v.m. z.g. landslides (grondverschuivingen) of vallende stenen die je kunnen raken. Verder is het de eerste dagen erg warm om te lopen. De dagen duren twaalf uur (van zes ’s morgens tot zes ‘s avonds) zodat we vaak al om zeven ‘s morgens vertrekken om in de koele uurtjes te lopen. Gemiddeld liepen we vijf á zes uur per dag. (Min. vijf en maximaal tien). Zo hielden we vaak ook tijd over om na de lunch nog even in de zon te zitten op de nieuwe bestemming. Ook al werd het pas om zes uur ’s avonds echt donker was het om vier uur al gedaan met de zon die dan verdween achter het Annapurna gebergte. Om zes uur was het gebruikelijk om te eten en uiterlijk acht uur naar bed. Dit gold voor iedereen want het verwarmen van de lodges en het koken gebeurt nog met hout en dit is goud waard in de bergen. Alleen de lodges in het begin en op het eind van het traject hadden soms elektriciteit en flessen-gas om te koken. Vaak zaten we dus te eten bij kaarslicht en een kolenstoofje onder tafel. Er was altijd wel koud water uit de bergen om je te wassen, soms heet om te douchen of voor een schaaltje te vullen voor het ergste vuil.
Wat te zien?
De hostels onderweg zijn erg gezellig en kleurig. Vriendelijke gastvrije mensen en er is altijd wel ergens een plekje vrij. Naarmate we hoger komen wordt het eten wel duurder omdat dit allemaal per ezel moet worden aangevoerd vanaf het begin van de trekking. We passeren dus aardig wat ezel-karavanen met allerlei etenswaar en soms gasflessen. Het landschap is ontzettend mooi. Hoge besneeuwde bergtoppen, diepe ravijnen, snelstromende rivieren, rijstvelden, en Tibetaanse dorpjes met hun specifieke huisjes, kloosters, manimuren, chorten en muren vol met gebedsmolens bij de in- en uitgang. Ook ontmoeten we veel mensen van allerlei nationaliteiten die het traject lopen. Het is werkelijk een internationale omgeving. Nummer één waren de Fransen en nr. twee de Israëliërs maar totaal telden we er meer dan 20. Veel met porters en/of gids maar soms ook zoals wij individueel. We lopen dan een poosje met iemand of een stelletje op en zien hem of hen bv een week later dan weer terug op een andere plek. Ook in de lodges komen we vaak aan de praat met allerlei verschillende mensen. Veel lopen echter niet het volledige circuit maar vliegen vanuit Jomson terug. Je slaat dan de z.g Jomson trek aan de Zuidzijde van het Annapurna gebergte geheel over. Deze Jomson trekking volgt de honderden jaren oude handelsroute voor transport van zout van Tibet naar India. Nog steeds één van de mooiste en veel gelopen trekking in Nepal. De nieuwe jeeptrack die sinds twee jaar in gebruik is doet hier onzes inziens geen goed aan. De track mijdt de vele mooie stukken en dorpjes van de oude handelsroute en loopt rechtstreeks en vlakker zodat veel mensen nu tussen de jeeps stof en uitlaatgassen lopen te happen. Je kunt nog wel kiezen voor een deel van de oude route maar de romantiek is met de komst van de jeeptrack een stuk verdwenen. Gelukkig was tijdens onze aanwezigheid de jeeptrack geblokkeerd door een landslide zodat de jeeps op stal bleven. Wanneer je door de geplaveide straatjes van zo'n dorpje loopt waar eeuwenlang karavanen doorheen zijn getrokken voel je de geschiedenis en zien we voor de bewoners een tweede tegenslag nu -na het verdwijnen van de handelsroute in de vijftiger jaren- ook de toeristen de dorpjes laten liggen.
Sidetrips,
Op diverse plekken in het circuit kun je dagtochten maken om te acclimatiseren of wat meer van de omgeving te zien. Je blijft dan gewoon een dag langer op één plaats. Zo loop je wel wat meer dan nodig maar de viewpoints in de trekking zijn echt ‘jawdropping’. Ook kun je nog een sidetrip maken naar diverse kloosters, meditatiegrotten, Tilicho- en/of Icelake en de Annapurna- en/of Dhaulagiri icefals. Verder is er ook de mogelijkheid om een aantal trekking peaks boven de 6000 m te beklimmen. Deze vereisen wel een permit die je vooraf in Kathmandu moet aanvragen en de nodige voorbereidingen om een basiscamp te bouwen. De Pisangpeak kost op deze wijze ca. 2000,- Euro voor twee personen en dan nog zonder summit garantie. Verder is het ook belangrijk dat je i.v.m. de veiligheid alle materiaal en skills van de porters en gids zelf vooraf test daar deze meestal gebaseerd zijn op trekkings en niet op werkelijke bergbeklimmingen.

Wat vonden wij het mooist?
We hebben tijdens de gehele trekking maar één middag regen gehad en verder elke dag een mooie blauwe hemel met een brandende zon. Voor de tijd van het jaar een bijzonderheid. We liepen hierdoor veel meer relaxed dan in de Alpen waar je altijd oog voor het weer moet hebben. Toch is achttien dagen trekken in de bergen vermoeiend zodat we tussendoor twee rustdagen hebben genomen. Eén in de Manang vallei, mede om te acclimatiseren, en één in de Lower-Mustang vallei. Naast alle andere mooie dingen waren de laatstgenoemde vallei, de vergezichten vanuit Bagarchhap en de Upper-Pisang route wel de hoogtepunten van de trekking. De Thorung-la pas van 5416 m was wel indrukwekkend maar miste de vergezichten. Ook Poon-hill viel een beetje tegen als als je het circuit al hebt gelopen. De weg van Tatopani na Ghorapani was wel verrassend mooi. Zeker wanneer alles bloeit. Verder hebben we enorm genoten van de diverse culturen die je onderweg ervaart. M.n. de Tibetaanse invloeden die vanaf Pisang tot Larjung zichtbaar zijn.
Verder op de motorbike,
We dachten een flinke periode uit te rusten in Pokhara na de trekking maar na twee dagen sloeg de verveling al weer toe. We kunnen niet hele dagen eten en shoppen of raften en paragliden. De laatste twee opties kosten ca. 100,- euro/h/pp dus wel wat veel voor een budget vakantie. En de raft ervaring in Afrika is toch niet te evenaren. We kunnen nog wel een PG-1 cursus paragliding doen voor 450,- euro/pp maar dit is het toch ook niet helemaal. Ook gaan de lokale mensen je kennen. Elke keer worden we aangesproken wat fruit te kopen van een lokale verkoper of Wim wordt steeds uitgenodigd om zijn baard te scheren. Ook als je langs een restaurant loopt wordt je hartelijk gevraagd binnen te komen. Maar er kwam licht aan de horizon toen we bij een motorclub (www.heartsandtears.com) kwamen om een motor te huren voor een dagje in de omgeving te toeren. Ze hadden nog een oude Royal Enfield Bullit 350 te koop staan met een Indian-plate voor 400,- euro, nagenoeg hetzelfde geld als de paragliding cursus. Als we wat bagage kwijt konden zou dit het vervolg kunnen zijn van onze reis naar India. Op het gemak op de motor naar Delhi i.p.v. trein en bus. (www.royalenfield.com) Na een testritje en het versturen van het overschot aan bagage naar Nederland was de koop rond. Een vervoermiddel om de omgeving te verkennen en door te rijden naar de volgende bestemming. De vijf resterende weken moeten voldoende zijn om op het gemak daar te komen. Eerst een week rijden en een safari in Chitwan, vervolgens nog vier weken naar- en rond Delhi en proberen de motor weer om te zetten in cash voor een vliegticket naar huis. Maar eerst het monster reisgereed maken. Wat reserve materialen kopen en dingetjes bijstellen. Het is toch nog ca. 1000 km rijden. Je staat te kijken wat het hier kost. Reserve binnenband, voorlicht- en achterlichtlampje, bougie, spiegels incl. monteren, gereedschapbakje lassen, standaard opnieuw plaatsen en lassen en ketting- en klepstoters stellen. En dat voor maar 10,- euro. Geen geld en een service a la minuut. Ook de omgeving rond Pokhara bekijken ging goed op onze Enfield. We hebben hem goed ingereden. Dit betekent lekker puffen (ja, met c.a. 500 toeren) lekker in ons T-shirtje met een gangetje van 40 á 50 km/h door de bergen. Ja, 70 km/h is wel z'n topsnelheid. En met al de gaten in de weg, vele drempels, links rijden, koeien, honden en kippen die op de weg lopen, niemand die richting aangeeft, veel brommers, tractoren, auto's en iedereen die zomaar oversteekt is dit ook wel echt het maximum dat je kunt rijden. Zo kunnen we mooi wat oefenen voor straks de reis naar India.
Chitwan National Parc,
We zijn met onze volgepakte bike op 24 november vertrokken richting Chitwan. Ca. 120 km dus we dachten vijf uurtjes rijden op ons gemak. Het is echter inclusief rust zeven uur geworden met een blauwe kont van het harde zadel. De motor heeft het goed volgehouden maar het was me een ritje wel. Alles zoals in de tekst hiervoor is omschreven is ook uitgekomen. Bovendien remt een Enfield links en schakelt hij rechts en dan nog met één naar boven en twee t/m vier naar beneden. Alles net anders dan op een Europese motor. Dus bij een noodstop gaat het wel eens mis. Dan pak je toch weer het verkeerde pedaal. Ook ervaar je nu dat de bromfietsrijders met helm je claxon niet horen, sommige mensen vermoedelijk doof zijn en 40 km/h echt het snelst is wat je nog kunt aanremmen. Ook de weg is vaak onverwacht slecht of het asfalt is helemaal verdwenen en moet je weer snel afremmen en bijsturen. Maar goed, we zijn goed in Sauraha aangekomen. Het plaatsje ligt mooi aan de rivieroever die het park scheidt van de bewoonde wereld. Het plekje heeft een flink aantal lodges en winkeltjes. En je komt hier geen vrachtwagens maar olifanten tegen op straat. Een stuk rustiger! Zelfs rustiger dan in Pokhara waar we net vandaan komen. We hebben na aankomst al direct een drie daagse wandelsafari geboekt voor twee dagen later met afsluitend nog een uurtje bovenop een olifant. Het is ongeveer 60 km lopen van lodge naar lodge dus we slapen dan in de jungle. Zoals iedereen die het park bezoekt gaan wij ook op zoek naar de Bengaalse-tijger, de neushoorn, de Sloth-bear en het luipaard. Als cadeautje krijg je onderweg ook nog veel mooie vogels te zien. Misschien lukt het zelfs wel om de blauwe ijsvogel te fotograferen. We gaan de eerste twee dagen lopend en dan op de olifant. Op deze laatste wijze hebben we goed overzicht over het hoge gras en overheerst de reuk van de olifant onze zweetlucht. Wilde dieren zijn een olifant gewend dus komen dan dichterbij dan wanneer je alleen loopt. De eerste dag was wel vermoeiend. Bijna een marathon (35 km) gelopen tot een plaatsje aan de andere kant van het park. Het is een flauw glooiend terrein met onverharde paden langs meren, door grasland en jungle. Je moet af en toe ook een rivier oversteken en als je dan op je blote voeten tussen de rivieren met je schoenen om je nek en bloedzuigers en teken op je hoofd en benen loopt te zweten vraag je je soms af waarom je hier geld voor over hebt. Dag twee en drie waren echter goed te doen. Per dag hebben we maar 15 km gelopen met wat rustpauzes in wildtorens. De tweede nacht was ook heel aangenaam in een mooie lodge, gelegen aan de rivier, vanwaar je prachtig kon genieten van de ondergaande zon. De wilde tijger hebben we niet gezien maar wel veel ander wild zoals zes neushoorns, verschillende soorten apen, reeën, krokodillen, mooie vogels, etc..... Na de safari zijn we nog een aantal dagen gebleven in het dorpje om wat uit te rusten en de omgeving te verkennen. Als we zo met z'n tweetjes aan de rivier op een zonnig terrasje met een fris briesje vanaf ons rieten prieeltje naar de olifanten en vogels in het water kijken (met een koude Everest en een goed boek bij de hand) zal dit vermoedelijk wel lukken. Overal voel je in NEPAL de "Never Ending Peace And Love". Op de laatste dag in Sauraha zijn we met de motor door het buitengebied gereden. Er zijn diverse speciaal gedefinieerde overgangsgebieden tussen het park en de bewoonde wereld. Daar wonen gewoon mensen, veelal zonder elektriciteit, maar soms ook met en dan zijn de dorpjes soms ook beschermd door een elektrisch hek, dat 's avonds dichtgaat. Dit omdat het park alleen is afgescheiden door een rivier. En voor olifanten, neushoorns en tijgers is het geen moeite over te steken. Er zijn dan ook vaak incidenten met het wild vanuit het park. Veelal komen ze voor de oogst, maar ook vaak neemt een tijger klein vee mee of valt soms mensen aan. De laatste uurtjes van de dag hebben we doorgebracht aan het 20.000 meer (ja zo heet het) dat bekend staat vanwege de vele mooie vogels die hier neerstrijken.
Terug in Kathmandu,
Na vijf weken zijn we weer terug in Kathmandu. Dit keer alleen voor onze visumaanvraag voor India. Wij hadden verwacht dit aan de grens te kunnen regelen maar deze vlieger ging niet op. We moesten zelfs weer 160 km terug rijden voor dit grapje. Vervolgens neemt de procedure minimaal vier werkdagen in beslag. We hadden een hotel geboekt in de buurt van de Indiase ambassade want wie het eerste komt het eerste maalt en de ambassade sluit al weer om 13:00 uur. Dus werd ook in de LP geadviseerd om al om 4:00 voor de poort te staan. En inderdaad we stonden niet alleen maar wel vooraan. Gelukkig is het ons gelukt in vier dagen (nog net voor het weekend) zodat we Zaterdags weer konden vetrekken richting Lumbini en vervolgens door naar de Indiase grens. Daarna hadden we nog vier weken voor onze reis door India naar Delhi. Ja, inmiddels planden we niet meer in maanden maar in weken en dagen. Het einde van de reis was al in zicht en we wilden toch wel uiterlijk in de tweede week van januari weer thuis zijn. Het zijn twee lekkere rustdagen geworden voor zover dit kan in Kathmandu. Maar op een gegeven moment wen je ook aan de drukte, chaos en powercuts. Dit laatste vanwege de slinkende watervoorraad in de stuwmeren van de waterkrachtcentrales. De gemiddelde uitval is 45 uur/week. Kun je nagaan dat we vaak verrast worden en in het donker weer verder moeten met onze bezigheden. Door het naderen van de winter zijn ook de verkopers en bedelaars wat vasthoudender geworden dan vijf weken geleden. Nu veel toeristen naar huis zijn is de concurrentie groter geworden. Het is overdag nog wel lekker maar de avonden zijn koud. Waarschijnlijk niet zoals om deze tijd in Nederland maar zeg maar gemiddeld 15 gr. C. We zijn nog wel (voor de kenners) naar Bhaktapur en Nagarkot geweest. Respectievelijk de oudste stad van Nepal met veel bezienswaardigheden en het hoogste punt in Kathmandu-valley (2115 m) vanwaar je de gehele Himalaya-keten vanaf Daulaghiri t/m Everest kunt zien. Tevens een goede klim om de Enfield uit te testen. De motor ging prima maar aan het verkeer en de wegen in Kathmandu moet je wel even wennen, of beter van niet! We zijn er zonder kleerscheuren afgekomen en zelfs (zonder kaart) niet één keer verkeerd gereden in de chaos. Nog twee nachtjes slapen en we vertrekken in alle vroegte richting Narayangadh en vervolgens naar Lumbini de geboortestad van Boedha (Siddhartha Gautama) voordat we bij Sunauli de grens naar India oversteken. We zijn ca. een half uurtje onderweg naar Lumbini als we een lekke band rijden. Shit wat nu. Maar we staan nauwelijks stil of twee knullen en een politieagent helpen al de motor te duwen richting een garagebox een stukje verder. De eigenaar zei dat we eerst maar eens een kopje thee moesten drinken bij de buurman en dat hij ons wel zal helpen. Achterwiel eruit, band plakken en klaar. Althans dat leek zo maar de band moest ook nog worden opgepompt en zonder elektriciteit geen lucht. Gelukkig kwamen twee jongens ons te hulp en brachten het wiel snel naar een ander deel van de wijk waar wel elektriciteit was.
Lumbini,
Na een fijne overnachting in een klein pensionnetje aan de Mahendra Highway zijn we in Lumbini aangekomen. De geboortestad van Boedha (Siddhartha Gautama) in 563 BC. Een gezellig plekje grenzend aan een enorm internationaal tempelcomplex van ca. 8 km2 met als hoogtepunt de ruines van de ca. 2200 jr. oude tempel Maya Devi exact op de plek waar de prins is geboren. Je hebt om alles te verkennen minstens twee dagen nodig. We kwamen aan op de laatste dag van een vijftien daags festival ter ere van de Sakya Rimpoche uit Tibet. Gelukkig waren er nog flink wat monniken en pelgrims op de been maar gezien de enorme tenten die er nog stonden was het grootste feest al achter de rug. Vermoedelijk ook de laatste keer dat we de mantra "Om Mani padme hum" zullen horen. Het is gelukkig ook weer wat warmer dan in Kathmandu. We kunnen 's avonds weer lekker buiten zitten en ook de elektriciteit blijft aan zodat het leven weer wat aangenamer is. Vermoedelijk blijven we hier twee nachten voordat we woensdag vertrekken naar Sunauli, de Indiase grenspost.
India,
Voor veel bezoekers staan de karakters van India ook wel voor "Ill Never Do It Again" maar voor ons niet. Onze eerste kennismaking was vijf jaar geleden middels een eenentwintig daagse rondreis van (www.Shoestring.nl ) door Rajasthan en Uttar-Pradesh. (www.famkoops.nl). Een prachtige reis naar alle bekende plaatsen in een wijde cirkel rond Delhi. Natuurlijk inclusief Agra en Varanasi, die ook nu weer op de agenda staan voor we Delhi bereiken. Vanaf Sunauli -de grensovergang vanuit Nepal- zal onze Enfield ca. 1000 km asfalt moeten overbruggen in zeg maar drie weken. De laatste week is gereserveerd voor Delhi. Tijdens een georganiseerde rondreis gaan er toch een aantal dingen aan je voorbij die je met een individuele reis wel meemaakt. We gaan het allemaal ervaren in de komende tijd. We hebben ook al gedacht over de retourvlucht richting Nederland. Vermoedelijk wordt dit in het weekend van 10 januari 2009.
Onderweg,
Wat we onderweg tegenkomen is nagenoeg niet te omschrijven. Om een idee te krijgen moet je denken aan altijd drukke wegen. Meestal tweebaans, verhard, onverhard, diepe putten, slecht asfalt, je weet nooit wat je kunt verwachten van het traject dat voor je ligt. De wegen zijn vaak een aaneenschakeling van kleine dorpjes bruisend van het leven, lemen hutjes met vee, eettentjes, fruitkraampjes, verkoopstalletjes van snoep en pruimtabak, opslag van brandhout en gedroogde koeienmest, garageboxen voor het vervangen van banden en olie (wat zo in de goot of grond wegzakt) van de vele passerende motorvoertuigen en massa's met mensen die hier op een andere wijze van leven. Ook de zg. highways zien er hetzelfde uit. Alles wat leeft verplaatst zich dan ook over deze belangrijke levensaders. We komen van alles tegen, scharrelende kippen, overstekende en slapende honden, apen die het vlees eten van doodgereden beesten, olifanten met lading, karavanen bepakte ezels, kamelen, zilveren koets met paarden, zwaar bepakte ossenwagens, natuurlijk fietsers, bakfietsen, riksja's, handkarren, over de weg zwalkende vrachtwagens met luide muziek (met luidsprekers bovenop), overvolle bussen met een flinke daklading (goederen, mensen, beesten), -meestal de TATA met soms een wielbreedte uit lijn-, voor alles stoppende lokale tuk-tuk's, snel inhalende roekeloos rijdende continu claxonerende jeeps met jonge ventjes achter het stuur, rijen dik met fietsers, veel voetgangers, groepen met schoolkinderen lopend of op de fiets, Sadhu's, bromfietsers met soms de hele familie aan boord (ma, en kinderen, ook veel zoon en pa of geladen met een hele kast, een noodaggregaat of kippen), loslopende ossen, -koeien, -geiten, -ganzen, spelende kinderen, etc........... Je snapt zo wel dat dit ook vaak fout gaat. Claxonerend rechts inhalen is de manier. Het is net als het kastenstelsel. Het zwaarder verkeer gaat voor het lichtere dat dus naar links van de weg wordt gedrukt of het zwaardere moet zover naar rechts rijden tot de gehele breedte van de weg is gebruikt en tegenliggers noodgedwongen moeten stoppen of in ook berm raken. Je ziet dan ook plenty omgeslagen vrachtwagens door het roekeloze rijgedrag. En als een truck (meestal vrachtwagens) pech heeft blijft hij op dezelfde plek staan afgebakend met wat stenen en wat takken aan de spiegel. Meestal ligt er dan ook nog een monteur onder of half in de motorkap. Als wij stoppen om te rusten of even de kaart te lezen staan er gelijk (werkelijk) dertig pruimende mannen en één vrouw (Anke) om ons heen en bij vertrek zien we dan overal rode vlekken van uitgespuwde pruimtabak. Tijdens zo'n bijeenkomst wordt er alleen gestaard en uitsluitend gesproken als wij wat vragen. En dan zelfs hoor je vaak niets verstaanbaars door de mond vol tabak. De iets afgezakte onderkaken vormen hierbij een bakje zodat het rode spul er net niet uitloopt. Alleen het hoofd wobbelt waaruit je ja of nee kan opmaken. Maar ja, wat zullen de mensen van onze gewoonten vinden? Naar onze mening zijn het heel bescheiden, vriendelijke, tolerante en hulpvaardige mensen. In elk geval naar ons toe. Als we iets vragen krijgen we ook altijd antwoord. Maar je schiet er niet altijd wat mee op. Dus het blijft vaak doorvragen zonder zelf indicaties te geven. Zo ziet voor ons een reisdag van gemiddeld vijf uur reizen (120-150 km/dag) eruit.
Varanasi
De 11e december waren we al in Varanasi. Goed op schema om rond 10 januari as. terug te vliegen. We hebben een dag langer doorgebracht in Gorakphur om de schokbrekers te vervangen (versleten door onze zware lading) en het bagage rack te laten lassen dat na een aanrijding met een andere motor was gebroken. Gelukkig geen ernstig persoonlijk letsel en met het betalen van 1000,- Rps voor wat schaafwonden en schade aan de motor van de tegenpartij konden we weer verder. Wie zijn schuld het was is moeilijk te bepalen in een land waar geen verkeersregels worden nageleefd en communicatie vaak erg moeilijk is. We hadden zelf geen persoonlijk letsel en waren er op deze wijze in elk geval snel vanaf. In Varanasi hebben we het hotel 'Pallavi' opgezocht waar we 5 jaar geleden hebben overnacht. Er was niet veel veranderd en de ober die tevens ons colaatje bracht 5 jaar geleden had nog steeds (hetzelfde?) vieze bloesje aan. Helaas was dezelfde kamer niet beschikbaar dus moesten we uitwijken naar een iets luxer type. Het hotel ligt op ca. 1 km van het oude centrum en de Dasaswamedh Ghat aan de Ganges. Natuurlijk zijn we er weer op uit getrokken om de mooie, of beter gezegd indrukwekkende, plekjes te bezichtigen. De stad is voor zover wij konden zien niet veel veranderd in de afgelopen vijf jaar. Nog steeds rete druk, een chaos, smerig maar uniek in heel de wereld. We waren op de motor het oude stadsdeel ingereden om alles wat sneller te verkennen. Op zoek naar een plek waar je met de motor tot aan de Ganges kunt komen reden we een nauw straatje in waar we een tuk-tuk met een lijk bovenop inhaalden dat niet helemaal paste. Toen wij aan het eind weer waren omgedraaid waren ze net bezig de tuk-tuk aan het afladen. Dan maar even een stap opzij voor ons bij het passeren en uitkijken dat je niemand omver rijdt. In hetzelfde straatje waren ze ook hout aan het hakken voor de crematieplekken en kwamen we nog een familie tegen met een dode die door vier mannen boven het hoofd werd gedragen richting Ganges. Het gekke is dat er nabij de crematieplaats ook een hotel staat waar je op hetzelfde moment wordt uitgenodigd om een nachtje te blijven. Kun je vanaf je balkon genieten van het vuurtje en de indringende rook die vrijkomt. En de volgende dag loop je 's morgens vroeg weer langs de Ganges en zie je in de nevel de drijvende offertjes (een brandend kaarsje tussen oranje afrikaantjes in een schaaltje van groene bladeren -Puja-) langs de vissersbootjes drijven waarop een prachtige blauwe ijsvogel zijn veren zit te wassen. Vervolgens praten we een half uur met twee Indiase schoolmeisjes over allerlei doodgewone dingen en is ons beeld van de vorige dag weer helemaal in evenwicht.
Allahabad,
Na ca. vier uur rijden vanaf Varanasi zijn we aangekomen in Allahabad, onze derde stopplaats in India op circa 125 km ten Noordwesten van Varanasi. We hebben nu nog ongeveer 700 km voor de boeg. Allahabad is ook een belangrijke bedevaart plek voor Hindu's. Vooral om te baden op de plek waar de Ganges en de Yamuna samenkomen. Ook keizer Ashoka (een man met visie) heeft in de omgeving één van zijn bekende pilaren geplaatst. Verder is er voor ons niet veel te zien en maar toch een leuke tussenstop onderweg. De weg vanaf Varanasi tot ca. 30 km voor Allahabad was een verademing t.o.v. de wegen die we tot nu toe hebben gehad. Een goed stuk weg met vier banen en een tussenberm. Niet iedereen hield zich eraan en je kwam regelmatig een spookrijder tegen maar het vorderde heel goed en het asfalt was prima. Vanaf Allahabad worden de wegen richting Delhi steeds beter. Tussen de volgende stopplaats Kanpur en Agra ligt zelfs een vierbaans weg en naar Delhi een zesbaans. Dus de snelheid zit erin. Daar we toch twee nachten in Allahabad blijven hebben we de ondergrondse Hindoeïstische tempel Patalpuri bij het Akbar fort bezocht. Hier geldt nog steeds het motto "Als geld in het kastje klinkt het zieltje in de hemel zingt". Er staan zoveel goden en Sadhu's (heilige mannen) in en bij de tempel zodat wanneer je bij elke god wat geld offert je samen zo'n 400 Rps armer bent. Ja, ca. zes euro. Zo zie je maar karma kun je ook kopen. Zelfs elke Tikka (oranje stip op je voorhoed) of Puja (brandend bloem-kaarsje in de Ganges) kost geld en vaak een fooitje (Bakshee) voor de gids of Sadhu. Allahabad is een fijne stad om in te verblijven als toerist. De voorzieningen zijn goed, ze zijn blanke mensen gewend en spreken vaak Engels en zijn er niet op uit om je uit te buiten. Zo op een schaal van platteland- tot toeristen gebied resp. van moeilijk- tot eenvoudig reizen zijn steden zoals Gorakhpur en Allahabad een aangenaam alternatief.
Foto reeks
Agra,
Op onze achtentwintigste trouwdag bij de Taj Mahal. Een week sneller dan verwacht. Tien dagen onderweg vanaf de grens en vijf dagen werkelijk gereden over de afgelegde 800 km. Ook het laatste stuk asfalt was een stuk beter zodat we gisteren zelfs 300 km (gemiddeld 50 km/h) konden afleggen. Ook zijn we maar één nacht in Kanpur (onze vierde stopplaats) gebleven. Deze grote stad had niet veel bekijks zodat we na een middag en avond wat rondlopen de volgende dag al direct zijn doorgereden. Helaas was juist net op onze trouwdag (vrijdag de negentiende) de Taj Mahal gesloten. Als alternatief hebben we gekozen voor een ontbijt met uitzicht op de Taj en het bezoek doorgeschoven naar de volgende dag. Wel zijn we nog naar het park "Methab Bagh" gegaan vanwaar je een prachtig zicht hebt op de Taj vanaf de andere rivieroever. De volgende twee dagen was het te mistig voor een bezoek dus stonden we pas de tweeëntwintigste om half zeven ‘s morgens bij de poort van het marmeren wereldwonder. Gelukkig was de hemel toen wel helder zodat het een mooie Sunrise werd. Je moet er vroeg bij zijn want bij de eerste ochtend gloren, kleurt het gebouw het mooist. Verder hebben we nog een paar dagen uitgerust op de mooie patio van ons hostel "Tourist Rest House". Tussendoor hebben we nog een bezoek gebracht aan het Rode Mugal fort, de 'Baby-Taj Mahal' (Itimad-ud-Daulah) en het mausoleum van Akbar in Sikandra ca. 10 km ten Noordwesten van Agra.
Kerstmis in Fathepur Sikri,
Van kerstmis is natuurlijk niets te merken in Fathepur. Geen kerstboom, geen versieringen, geen sneeuw en gevulde kalkoen al helemaal niet. Maar wel een lekker zonnetje en curry spinazie met geitenkaas en naan. Ja misschien wel iets om te ruilen. Wij komen zo de tijd wel door. Je bent trouwens nooit alleen op reis ook niet met Kerstmis. Dit keer zaten we 's avonds bij het kampvuur met een Indiaas stelletje uit Lucknow die ook op de motor door Rhajastan aan het reizen waren en Tim die al tien maanden op de fiets zat helemaal vanuit Duitsland. Zo ontmoetten we Fien en Bart twee Belgen op de trein in Rusland, Bert de Groot en zijn gezin in Mongolië, Hellen onze Chinese gids, Robin en Evelien, Driek, Nart en Tineke, Daniel en Inis tijdens onze groepsreis door China, Steve uit Colorado USA met zijn Chinese vriendin tijdens de Yangtse cruise, Mingmar onze gids in Tibet, teveel mensen om op te noemen tijdens de trekking in Nepal, twee Canadese jongens, Jonathan, Kashja, Inge, Adam en Victoria uit Nieuw Zeeland die al anderhalf jaar aan het reizen waren, tevens uit Nieuw Zeeland een Schots stel dat al hun bezittingen in een garagebox heeft achtergelaten, een Engels stel dat al tweeënhalf jaar onderweg was, in Nepal Petra uit Duitsland die al drie maanden aan het reizen was, en nog veel meer mensen waarvan we de naam al vergeten zijn. Je wisselt ook vaak e-mail adressen uit maar het blijven meestal vakantiecontacten. Inmiddels zijn ook de vliegtickets huiswaarts geboekt dus het aftellen is begonnen. We vliegen terug op tien januari in het nieuwe jaar en zijn dezelfde dag al thuis. We hebben nu dus nog vijftien dagen voor het verkennen van Delhi en de drie tussenstops Fathepur Sikri, Bharatpur en Mathura voor resp. een bezoek aan het oude Akbar fort, Keoladeo vogelpark en de geboorteplek van Krishna, wederom een heilige plek voor de Hindu's. Het oude Akbar fort in Fathepur Sikri en het vogelpark hebben we vijf jaar geleden ook al bezocht. We zijn benieuwd wat het nu met ons doet. In elk geval is de reis ernaar toe natuurlijk weer mooi en het is nu ook het trekvogelseizoen dus het park kan er heel anders uitzien. En wie weet zien we weer een mooie blauwe ijsvogel. In Delhi moeten we vervolgens ook de motor nog verkopen. We zouden hem wel willen meenemen en weer van Schiphol naar huis rijden maar dit is allemaal veel te kostbaar. Beter kopen we er één in Nederland bij de Enfield dealer in Schaik. De laatste dagen in Agra zijn we geveld door een flinke keelontsteking met hoofdpijn en wat koorts. Anke was net van haar darmproblemen af voordat ze opnieuw aan de beurt was. Maar gelukkig ging het langzaam aan beter en waren we al weer gesetteld in ons volgende hostel in Fathepur Sikri. Het is een leuk plekje dicht bij het fort met een luxe, maar vooral schone kamer en een riante tuin. Nog mooier dan in Agra dus ook hier kunnen we weer lekker luieren de komende dagen. We denken hier pas de 27e december weer te vertrekken.
Bharatpur ,
Bharatpur is vooral bekend door het wereldbekende Keoladeo Ghana National park (www.knpark.org) dat veel broedvogels aantrekt en tevens voorkomt op de werelderfgoed lijst van Unesco. Veel bezoekers blijven niet overnachten en doen het park aan onderweg naar Agra. Dus voor ons interessant om wel te doen. Gewoon om onder de lokale mensen te zijn. Het is een vriendelijk stadje waar je als toerist nog normale prijzen moet betalen. Vier roepies voor een tros bananen, zes roepies voor een kop thee, of 90 roepies voor een tas vol boodschappen. Een stuk goedkoper dan Fathepur Sikri. Engels sprekende mensen kom je echter niet veel tegen maar daardoor zijn de dagelijkse belevenissen weer veel intenser. Zelfs geld pinnen kan soms leuk zijn. De ATM stond vermoedelijk nog niet zo lang in Bharatpur en was voor veel mensen aanleiding om eens te pinnen. De geldautomaat stond in een hokje van twee bij twee meter met een bewaker ernaast. Hoewel op het scherm duidelijk stond aangegeven dat je moest zorgen dat je alleen in de afgesloten ruimte stond bevond ik me samen met tien andere mannen in de rij met de deur open. Het was net een Lucky-Luck plaatje. Iedereen stond tegen elkaar aan over de schouder van zijn voorganger mee te kijken wat er allemaal uit de geldmachine kwam. Ik zag allemaal nieuwe pasjes die uitgeprobeerd werden en kleine bedragen eruit komen. Ja, ik pas me dan snel aan! Wanneer het te lang duurde vroeg de bewaker gewoon de PIN code en deed het even voor. Voor niemand een probleem en een doodgewone zaak. Nieuwsgierigheid is vermoedelijk een woord dat ze niet kennen in het Hindi. Ons bezoek aan het park was veel beter dan de vorige keer. De waterplassen zaten vol met broedvogels en de ijsvogel hebben we wel vijf keer gezien. En naast de vogels en natuurlijk koeien zagen we ook veel hertachtigen en vossen. Het park was wel wat commerciëler geworden onzes inziens. Een soort van publiek recreatiepark. Je kunt nu ook zelfs met een bootje het water op. We hebben lekker drie dagen uitgerust in een klein hostel genaamd "Jungle lodge" gerund door een aardige familie.
De jaarwisseling in Mathura,
Ver van familie en vrienden in de geboorteplaats van Krishna gingen we het nieuwe jaar in. Er wordt wel wat gedaan aan de jaarwisseling maar niet zoals in Nederland. Alleen wat klein knalvuurwerk en versieringen. Ook is er op straat niet veel te doen want je hebt alleen eettentjes en theehuizen en alcohol is taboe voor een Hindoe. Het is een stadje met het oude centrum aan de Yamuna river die in Allahabad samenkomt met de Ganges en verder loopt via Varanasi naar Calcutta. Dus ook heilig water maar vooral druk bezocht omdat Krishna hier is geboren. De bedevaartsplek trekt Hindoes van over heel de wereld. Net als het 10 km noordelijker gelegen Vrindavan waar Krishna zijn jeugd heeft doorgebracht. Vrindavan alleen heeft al meer dan 5000 tempels. Overal zie je afbeeldingen van Krishna en het melkmeisje waarmee hij zijn eerste ondeugende avontuurtjes heeft beleefd. Dit speelde zich allemaal af ca. 3500 jaar geleden. Nu draait alles om giften, donaties, bakshees en dus een lege portemonnee met als wederdienst een zegen of een vervulde wens en voor 5000 Rps krijg je zelfs je eigen marmeren steen in de heilige Krishna tempel. Veel mensen leven hiervan en de gehele gemeenschap wordt gesteund door grote internationale donateurs. Een soort onvrijwillig sociaal vangnet voor de minderbedeelden. Zeker voor de toerist die daar komt maar wie wil er nou geen marmeren steen in de tempel van de Lord. Of althans in één van zijn 5000 tempels. Een leuke anekdote is onze ervaring met de apen daar. In elk geval stikt het ervan. Op zich is dat niet zo vreemd want dat zie je op veel plekken in India maar daar waren er wel erg veel en ook nog eens hondsbrutaal ook. Ja, Wim zijn bril werd afgepakt door een aap die hem pas terug gaf in ruil voor wat rijst. Ze poepen of plassen zo vanaf een dak op je hoofd als je niet uitkijkt. Ja bewust! In onze kamer kwamen ze naar binnen om zaken stelen en van de Enfield hadden ze de bedrading losgetrokken. Het mooiste is als ze in het donker hun capriolen uithalen aan de vrij hangende elektriciteitsleidingen in de smalle straatjes. De vonken vliegen dan overal waardoor dan weer alle lampen in de huizen gaan knipperen. En de lokale mensen maar lachen. Yes, funny monkey ha, ha, ha. Wij logeren direct aan de rivier naast de meest bezochte Vishram gath. Veel drukker dan in het rustige Barathpur dus alvast een opstapje naar Delhi. Het oude centrum is volgepakt met winkeltjes, eettentjes, woningen en tempels verbonden door nauwe straatjes (van soms minder dan een meter breed) met de rivier. Heel leuk om doorheen te slenteren en je te storten in de dagelijkse beslommeringen van de bewoners.
De laatste dagen in Delhi,
Nog zes dagen voor vertrek, wat bezichtigingen in Delhi en het verkopen van de motor. Na alle uitgaven onderweg moet hij toch wel weer de 400,- Euro (25.000,- rps) opbrengen die we ervoor hebben betaald. Hij ziet er een stuk beter uit na een verf- en poetsbeurt en rijdt ook weer beter na een uitgebreide servicebeurt. Dus precies één vliegticket huiswaarts. We hebben ons plekje gevonden in East Patel vlakbij Karol Bagh het centrum van de Enfield dealers. Op de planning voor de laatste dagen staat een bezoek aan Old Delhi, een wirwar van straatjes met als hoogtepunt het Rode fort (dat vijf jr. geleden gesloten was), de Jama Masjid moskee, Connaught place, het Gandhi Smriti museum, Indian Gate, Bahai tempel, Laksmi Narayan tempel, Qutb minar, Humayuns tomb, Gurdwara Bangha Sahib tempel en Akshardham tempel. Stuk voor stuk monumenten met een politieke en religieuze achtergrond. Hindoeïstisch, Islamitisch en Sikhism. Allemaal incl. Boeddhisme en christendom welkom in de Bahai tempel onder één universeel dak. Verder vragen we ons tevens af gedurende deze laatste dagen wat nu de meeste indruk op ons heeft gemaakt gedurende de afgelopen vijf maanden. Wat zullen we het meest van India missen? De vriendelijke mensen, het lekkere eten, de chaos, de beestenboel, alle vrijheden, kraampjes aan de kant van de weg, de politieman die je lachend verteld dat je door rood rijdt, de kleurig geklede vrouwen, geurende straten of de rokerige avonden van alle vuurtjes op straat. In elk geval niet het geluid van de diesel generatoren op elke hoek van de straat en het altijd claxonerend verkeer. Ook kun je je ogen niet sluiten voor de heersende armoede en het afvalprobleem. In elk geval blijft het land ons trekken en streken zoals Ladakh, Kerala en Goa staan nog steeds op het verlanglijstje. Dan wel meer het platte land dan de drukke steden. In een boek lazen we laatst een goede omschrijving van wat je meemaakt als je door India reist. Hij omschreef; "Het is alsof je met open zenuwen door dit land reist”. Maar Nepal heeft ons hart het meest gestolen. Dit land heeft de ideale combinatie van de bergen mooier dan de Alpen, cultuur uit Tibet, chaos en spiritualisme uit India, en natuurschoon uit Indonesië. En allemaal apart te beleven als je wilt. China en Rusland hebben we wel gezien en trekt ons niet meer. Mongolië echter wel en vooral Tibet blijft altijd in onze gedachte en goed voor een tweede bezoek. Tibet hopelijk onder betere omstandigheden.
Weer thuis,
Aangekomen op Schiphol, na zestien uur reizen, stond de familie ons al op te wachten. Weer terug op Hollandse bodem na 147 dagen op stap waarvan ca. de helft in een ander bed. Gemengde gevoelens, blij om weer gezond thuis te zijn, jammer dat de reis voorbij is, gelukkig weer iedereen te zien, nieuwsgierig naar de laatste ontwikkelingen, kwaad omdat Wim in de laatste dagen toch nog wat maagproblemen heeft opgelopen, moe vanwege de lange reis en toch energiek om zaken weer op te pakken. Van de hitte in India naar het ijsplezier in Nederland. Flinke verschillen dus even tijd om je gedachten te ordenen is dan wel fijn. Einde van een prachtige enerverende reis en weer het begin van een werkzaam geregeld leven. Na het weekend al weer aan het werk. Wat een verschil. Niet alleen 147 dagen een ander leven en altijd bij elkaar maar ook einde van het onderweg zijn. We hebben bijna 36.000 km afgelegd waarvan ca. 60 km wandelsafari, 200 km trekking, 2500 km op de motor, 700 km op een cruiseschip, 50 km op de fiets, 500 km in- en op de bus, 150 km in de taxi, 18.500 km met de trein, 12.000 km in het vliegtuig (zes vluchten), 2 km op een olifant, 850 km in een landcruiser, 0,5 km op een ossenkar, 2 km in een kano, 60 km in de metro, 20 km in een fiets-riksja en 50 km in een auto-riksja (Tuk-tuk), 20 km met de rondvaartboot, 30 km op de scooter, in de minibus, in een luchtballon, op een ezelwagen, in de tandrad-tram en met de postauto etc..... Dit zal het wel ongeveer zijn. In elk geval is het een prachtige herinnering die je leven lang bijblijft. Wij zouden iedereen die van reizen houdt adviseren iets soortgelijks te doen.
Wetenswaardigheden.
Heerlijke gerechten uit Azie:
  • Bapao broodje;
  • Noodles soep;
  • Peking duck;
  • Hot pot;
  • Curd;
  • Dumplings, (in vele uitvoeringen);
  • Dhal bat;
  • Hawthorn siroop;
  • Naan;
  • Palak paneer;
  • Samosa;
  • Briyani;

    Financiele zaken, anno zomer 2008:
  • Belaris, 1 Eur. = 2650 Roebel.
  • Rusland, 1 Eur. = 2,5 Roebel
  • Mongolie, 1 Eur. = 1650 Tugrik.
  • China/Tibet, 1 Eur. = 10 Yuan.
  • Nepal, 1 Eur. = 105 Roepie.
  • India, 1 Eur. = 1,6 Roepie
  • Geld wisselen kun je bij een bank of het hotel waar je verblijft.
  • Nagenoeg overal waren pin automaten (ATM's) aanwezig.
  • Geld wisselen met travelrecheques kost meestal 15% provisie.
  • De totale kosten bedroegen gemiddeld ca. 47,- EUR/dag/pp (incl. motor, kleine laptop, zijden dekbed etc...).
  • De huidige koers van de valuta.

    Gezondheid:
  • Tip tegen diaree, weinig eten (kleine maaltijden) en elke dag een flesje Coca cola eventueel gemengd met mineraal water.
  • We hebben geen anti malaria medicijnen gebruikt.
  • In India en Nepal kun je allerlei medicijnen gewoon op straat kopen. Ook Diamox tegen hoogteziekte.
  • De Lonely Planet heeft ons goed geholpen. Bovendien kun je ook op veel plaatsen Internet raadplegen.



    Internetadressen:
  • Treinreiswinkel.
  • Shoestring.
  • Gele draak.
  • Lonely planet.
  • World Health Organisation.
  • Landelijke Coordinator Reizigersadvisering (LCR)
  • Travelclinic.
  • Gezond op reis.
  • Valuta informatie.
  • Google maps.
  • - Einde -